4 april 2013

De wasmand


Heimelijk genot beleef ik aan wasmanden op de kop zetten en het wasgoed sorteren in minimaal 6 categorieën:
·       Wol (bij voorkeur gesplitst in licht en donker);
·       Wit met Oxyspul en wasverzachter;
·       Wit met Oxyspul zonder wasverzachter;
·       Gekleurde handdoeken (beurtelings met en zonder      wasverzachter);
·       Shirts van Man (met Neutral natuurlijk);
·       de rest,

vervolgens met mijn neus in het natte goed de was, verdeeld over 3 strategische plaatsen, ophangen (sok bij sok, shirts naar voren, je kent het wel), laten drogen, afhalen, opvouwen, in de kast opbergen en me dan omdraaien om te zien dat de wasmanden zonder dat ik het in de gaten had zomaar weer zijn gevuld.
Wonderlijk hoe neurotisch zo'n hobby kan klinken.


29 maart 2013

De Roverhoofdman


"Geloof me nou maar," zei mijn leraar Engels, "Als je een sonnet van Shakespeare uit je hoofd leert heb je altijd iets waar je op een party mee aan kunt komen." Dus ik leerde Shall I compare thee to a Summer's Day, en kreeg het niet meer uit mijn hoofd verwijderd.

We zaten laatst in een eetcafé en mijn moeder mompelde voor zich uit: “Pedro vertel.”
Waarop mijn vader en ik zonder nadenken invielen: “En Pedro begon: Het was nacht, pikdonkere nacht. Zeven rovers zaten om het vuur en de roverhoofdman zei: ‘Pedro vertel’. En Pedro begon: Het was nacht...”

De Huisschilder zat wat ongemakkelijk toe te kijken. Ik wist niet dat ik hem na bijna 9 jaar nog met iets kon verrassen over mijn familie maar blijkbaar hadden we dit vers al die tijd niet voorgedragen en zo wel, dan zeker niet in zijn bijzijn.
Het komt door mijn moeder dat ik soms uitspraken doe als “Goedemorgen, zeiden de kippen tegen de korven. Komen we er vandaag niet, dan komen we er morgen. Goedemorgen”.
In het begin keek de Huisschilder nog angstig, nu weet hij meteen “je moeder zeker”.

Mijn moeder heeft een heel eigen repertoire dat deels bestaat uit oude reclameliedjes ("Dit is de Biko") en deels uit vanzelf gegroeide zinnen en verzen. Ik denk niet dat mijn leraar Engels dit op een cocktailparty of in een restaurant had willen horen maar mij verschaft het veel genoegen om spontaan met een gezelschap te kunnen declameren over rovers om een kampvuur.

26 maart 2013

Bountydromen


Vanochtend werd ik wakker midden in mijn transitie naar de 5e dimensie.
Het was de wekker die me uit de sprong wegtrok voordat duidelijk werd waar ik in terecht zou komen.
Wat doe je met een nachtdroom die net even blijft haken achter dat randje wakker worden, en niets anders achterlaat dan wat rafelige hints?
Ik ren dan naar mijn laptop, speur wat rond en hang het antwoord als herinnering op Twitter of op het prikbordje in de bijkeuken.

Jaren geleden lag ik eens ‘s nachts in een zee een eindje uit de kust te zwemmen en te dobberen, met wat andere mensen op vriendelijke afstand. In de buurt stak een kale, steile rots metershoog uit het water. Het was stralend weer, strakblauwe lucht, de hele rambam die je ook in dagdromen kunt treffen.
Ik dacht “waar ben ik toch?”. En ik hoorde of wist, of hoe gaat dat in dromen, ik wist: dit zijn de Seychellen.
Dat moment bleef haken achter de richel ‘wakker worden’ en het eerste wat ik deed nadat ik toen uit bed sprong was ‘Seychellen’ googelen, want ik kende het niet.
Tenminste, niet dat ik wist.
Ik trof die ochtend afbeeldingen van Bounty-stranden en van die enorme rots die uit zee steekt. Van een iets andere hoek dan die waar ik ‘s nachts tegenaan gekeken had, maar het was hem!

Vanochtend rende ik weer eens naar mijn laptop. Wat is dat ook al weer, die 5e dimensie voorbij lengte, breedte, diepte en tijd?
Ik zal het je vertellen: De 5e dimensie is een verhaal waar men het nog niet over eens is.
Boeiend is het idee dat dimensies bewustzijnsniveaus zijn zoals ik her en der kan lezen en die en passent verklaringen geven voor mijn tegenwoordige hoofdpijnen.
Maar nog boeiender is de discussie die volgt op http://www.visionair.nl/wetenschap/universum/de-vijfde-dimensie/ waar de één beweert wetenschappelijker te zijn dan de ander en men aanhangers van de snaartheorie sneue watjes vindt.

Ik probeer te begrijpen wat ik hier wilde doen maar mijn 4- dimensionale brein kan het even niet te pakken krijgen. Dat komt waarschijnlijk omdat, zoals een reageerder op bovengenoemd blog zegt:

Een dimensie is geen fysische realiteit. Het is een wiskundig hulpmiddel (en dan kun je de verandering van de positie in de ruimte er ook nog bijvoegen). Het is overigens vermakelijk dat de stagnatie in de wetenschap het effect blijkt te hebben dat de wetenschappelijke wereld steeds meer trekjes gaat aannemen die verdacht veel lijken op “onvervalste fantasie”.



9 maart 2013

Bossen verjaarsbloemen


“Ik heb zo’n mooi boeket om weg te geven,” leurde ik vorig jaar op Facebook, “Wil dan echt niemand het hebben?”
Het was 14 februari, wat het gesprek uiteraard van bloemen via martelaars en eten terug bij bloemen bracht, waarop iemand schreef dat ze het he-le-maal niets vond.
Omdat smaken verschillen plaatste ik de foto van het mooie boeket bij de eerstvolgende jarige Facebookvriend op haar pagina, die daar zó blij mee was dat ik ook de daarop volgende jarige een boeketje aanbood.
Dat heb ik zo een jaar lang gedaan. En nu is het klaar.

Het was niet bedoeld als ‘lief’, want geven gaat niet om lief gevonden worden. Het ging om joligheid en nog vaker om: hoe vind ik een boeket dat bij de jarige past?

Al na een paar maanden moest het woester en plaatste ik auto’s met bloemen, overhemden met bloemen, lampen, winkels, dode Nederlandse prinsessen met bloemen, broeken, Vikingen, schilderijen, stipjes, gordijnen, taarten, ijsbloemen, trommels met bloemen, en bloemen met vlinders, waarbij ik het dan weer leuk vond om de jarigen van die dag alle 3 een andere bloem-met-vlinder te geven.

Ik heb hier nu nog kasten vol bossen bloemen liggen, eenvoudig maar mooi en kleurrijk. ze blijven hier opgestapeld liggen want de kast is groot genoeg en weggooien is niet mijn sterkste kant.

Dat sommigen niet onmiddellijk met een dikke vette LIKE reageerden brak mijn hart natuurlijk, maar niet iedereen zag ze en niet iedereen wilde ze. Daar staat tegenover dat anderen er echt blij mee waren en er stiekem zelfs op hoopten, zoals ik dan jubelend terugkreeg.
Enfin, ik los de bos.



Foto 1 is van Alain Delorme

1 maart 2013

Man, vrouw, hond


Op de Helperzoom worden veel honden uitgelaten. Het is soms net een open vlakte, die lange weg van Essen naar de nieuwe fietstunnel onder het Euroborg Station. Een vlakte waarop het wel eens hard waait en vooral kleine hondjes stevig aan de riem gehouden moeten worden.
Het lange pad bestaat uit aan elkaar gelegde betonplaten met aan de slootkant een grasberm en aan de straatkant perken met struiken vol rozenbottels.

Het is ook een geliefde strook voor hardlopers.
De anonieme hardloopster die vanochtend de betonplaten op bijzonder elegante wijze nam, zag al vanuit de verte de oude man en het teckeltje de hele breedte van het pad in beslag nemen.
Je zag haar al rennend denken: zal ik links lopen? of kiezen voor het gras in de berm? Of gewoon hard mijn keel schrapen?
De oude man keek geschrokken op toen hij haar voeten hoorde stampen op het pad. Hij trok zijn hondje vlug naar links maar keek tegen een hard gesnoeid perk aan, schatte zijn tijd in en besloot voor de rechterkant te kiezen waar het hondje hem de drassige berm in trok.
Ongelukkig met zijn beslissing durfde hij zich niet te verroeren tot de hardloopster hem had gepasseerd. Maar haar blije “Dank u wel” maakte zijn natte schoenen toch een heel klein beetje goed.





28 februari 2013

Ondertussen op de camping


De hele vakantie in Spanje, 25 jaar geleden, zat vol rare gebeurtenissen waarvan ik me nu alleen nog maar de ontsteking, de aanranding en de inbraak kan herinneren. Al moet ik dat laatste misschien niet meerekenen omdat het in Nederland gebeurde en we er pas later achter kwamen.

Die ochtend in het Ritz kreeg ik mijn ogen niet open. Eerst dacht ik dat ik te vermoeid was door alle opwinding van de avond ervoor, maar toen de vriendin van schrik een gilletje gaf bij het zien van mijn gezicht, raakte ik ook wat in paniek. De huid onder mijn ogen bleek zo gezwollen dat ik alleen door piepkleine spleetjes wat licht binnen zag komen.
We maakten er een grap van, met veel Koning en Eenoog, en over wat een geweldig persoon zij toch was om met een blinde op vakantie te gaan.
Ik hield me op straat vast aan haar rugzak en merkte door het toenemende tempo in haar bewegingen dat de grap voor haar eigenlijk te lang duurde.
Tegen de middag vonden we een camping even buiten Barcelona waar we onze tent opzetten. Hoewel mijn zicht geleidelijk aan weer terugkwam ging het installeren toch langzaam, wat de sfeer tussen ons niet ten goede kwam.
Na 2 dagen Barcelona trokken we verder langs de kust en spraken iedere dag minder met elkaar.
Zij zocht ander gezelschap op, en ik vermaakte me prima met de boeken die ik bij me had.

Op een avond liet ik me toch door de vriendin overhalen mee te gaan naar een disco met een groepje Britse jongens die zij had gevonden. In de disco werd ik zo hartgrondig genegeerd door mijn reisgenote dat ik al snel weer buiten stond. Wat een trut, die ook nog eens deed alsof ze niet wist waar ik het over had als ik de situatie wilde bespreken! Ik nam me voor om de volgende dag op de trein naar Nederland te stappen want ik zag geen enkele reden om hier nog langer vrijwillig te blijven.
Bij de tent trof ik de dikke campingbaas op zijn nachtronde, tegen wie ik uit fatsoen nog wat Spaanse beleefdheden brabbelde. Hij reageerde door me vast te grijpen, stevig tegen zich aan te trekken en me te zoenen. Ik duwde hem woedend van me af en brulde over de stille camping “No señor!”
Ik was werkelijk witheet en bleef met de handen in de zij staan wachten tot hij uit het zicht was verdwenen. Het deed me deugd dat dit op een holletje gebeurde, en ook dat ik bij caravans rondom onze tent de gordijntjes had zien bewegen.
De vriendin keerde pas in de ochtend terug en tegen die tijd klonk het verhaal zelfs in mijn hoofd al te tam om na te willen vertellen.
Van de campingbaas zag ik die ene dag dat we er nog waren alleen zijn vluchtende achterkant wanneer ik zijn winkel binnenkwam.
Ik wilde er om lachen, of het delen, maar de vriendin deed niet meer mee.
Toen we ons verblijf op de camping afrekenden heb ik toch naar hem geglimlacht. Uit medelijden.

Over de inbraak in haar studentenkamer hoorden we toen we op de vervroegde terugreis naar huis belden. Ik hoefde niet mee om er voor haar te zijn, zei ze, ze had daar genoeg vrienden en huisgenoten die haar konden steunen.
Ik geloof niet dat ik ooit nog één woord tegen haar gezegd heb. Zelfs niet toen ze jaren later via haar moeder liet weten weer iets te willen afspreken om te voorkomen dat zij zich schuldig zou voelen mocht er iets met mij gebeuren.


De afbeeldingen vond ik op www.kampeerboeken.blogspot.nl

15 februari 2013

De achteringang van Barcelona



Dat mijn ouders mij zonder slag of stoot met een vriendin naar Spanje lieten liften begrijp ik nog steeds niet.
Ik woonde net een jaar of twee op kamers in Groningen. De vriendin, die ik daarna gelukkig nooit meer heb gezien, woonde in Nijmegen.
We begonnen onze tocht bij haar om de hoek waar een grote doorgaande weg naar het zuiden liep. Dat was meteen het enige lastige liftpunt in onze hele reis.
We kregen sympathieke liften van Italiaanse vrachtwagenchauffeurs met wie ik Spaans sprak, en van Franse jongens die trots de gadgets van hun Nissan Petrol lieten zien.
Na twee dagen kwamen we laat in de middag in Barcelona aan. Hongerig naar Spaans eten en Spaanse wijn op een Spaanse terrasje, besloten we om het zoeken van een hotel nog even uit te stellen.

Aan het begin van de avond pakten we onze rugzakken en sjokten langs de Ramblas van hotel naar hotel. Alles zat vol, zelfs voor één miezerig klein nachtje kon niemand ons een kamer geven.
We kregen hulp van een jongen die vertelde dat hij zelf in de hotelbusiness zat en dat hij wel een paar leuke adresjes kende binnen ons budget. Vermoeid stapten we in zijn auto, en lieten ons door half Barcelona rijden om overal te horen te krijgen dat het vol zat. Zelfs de hotelman lukte het niet ons ergens binnen te kletsen.

Tijdens een rustpauze met een ijsje stelde hij heel voorzichtig voor om zijn eigen hotel te proberen. Hij wist niet of het zou lukken en wij wisten op dat punt echt niet meer of we hem konden vertrouwen, maar voor we dat hadden geformuleerd in het Spaans stond hij al in een telefooncel.
Ach, het was een aardige jongen en wij waren moe en het interesseerde ons op dat moment allemaal niet meer. Liggen wilden we. En als het kon ook graag even douchen.
Hij kwam blij terug. We konden voor één nacht een kamer krijgen voor 50 gulden, ons budget.
De instructies en waarschuwingen die hij daarbij gaf gingen het ene oor in en het andere oor uit. We hadden een kamer! We konden liggen en de ogen dicht doen en er was vast wel een douche ergens, al deed hij daar wat raar over.
Hij loodste ons binnen door de slecht verlichte achteringang, langs rekken vol bagage en handdoeken. Er werd in het donker gesmiespeld en gelachen en wij stonden er als wereldvreemde blonde studentes maar een beetje bij te staan.
Achter de portier zag ik een glimmende kalender hangen met foto’s van het Ritz hotel. We keken elkaar geschrokken aan en namen de achteringang eens goed op. Nee, niet bepaald chic. Het uniform van de portier? Ondefinieerbaar. De sleutel? Die kregen we niet te zien want een glunderende man in een rood pak nam de sleutel en onze rugzakken en leidde ons naar een kamer op de 5e verdieping.
We volgden hem braaf, zeiden niets en durfden hem nauwelijks aan te kijken.
Hij weigerde een fooi en bleef in de deuropening staan wachten. Pas toen we onze gêne en verlegenheid loslieten en keihard begonnen te gillen bij het zien van het Ritz briefpapier op de secretaire, het Ritz logo op de zachte witte badjassen en de Ritz badkamer met alles-plus-een-ligbad, trok hij tevreden de deur achter zich dicht.
De volgende ochtend vertrokken we in alle vroegte. Zonder ontbijt, want dat durfden we niet aan, maar wel met een vette knipoog van de dame die met ons afrekende.
Met de vriendschap is het vanaf die dag bergafwaarts gegaan, zo'n hoogtepunt was niet meer te overtreffen.

1 februari 2013

Ik heb geloof ik nieuw wc-papier uitgevonden

Toen ik vannacht met mijn zus achter een helpdesk zat naast de voormalig directeur van het Drents Museum die al telefonerend zelf een opvolger aan het zoeken was (wat steeds stukliep op financieel geharrewar en onmogelijke eisen van gegadigden terwijl zijn kinderen stil naast hem stonden te wachten), in een gebied dat uitkeek op een omhoog gaande roltrap enerzijds en het landgoed van ons Opa anderzijds, waar we later een goed kadastraal gesprek over voerden met de buren die dachten dat we de grond tot het spoor wel terug konden krijgen, bleek mijn Ninja-neefje in een half-doorzichtige blauwe ton gezellig te poepen op een ruime verkeersheuvel, temidden van andere eveneens gelukkig kijkende mensen met hun onderlichaam in blauwe tonnen gestoken.
Om zijn billen af te vegen pakte ik een klein balletje van zachte klei met speciale vermogens, dat ik plat drukte om poepresidu van zijn lichaam mee op te nemen. Het had de oranje kleur van menie en je had er door de kneedbaarheid niet veel van nodig.

Ik heb vannacht blijkbaar nieuw toiletpapier uitgevonden.
Zal ik nu patent aanvragen?