zaterdag 29 november 2014

's Nachts

Ik werd vannacht wakker met een enorm opspelige maag.
Stil liggen, rustig draaien, afleiding zoeken op internet, het hielp allemaal een klein beetje maar niet voldoende.
Bovendien suisden mijn oren en hoorde mijn hoofd rare geluiden. Ik kon er niet meer tegen, was zo misselijk! Ik gaf het op, stapte uit bed en liep in het donker de trap af naar de wc, met mijn hand voor mijn mond.
Onderaan de trap liep ik ergens tegenop. Mijn hoofd kwam tegen iets zachts, mijn handen dwaalden daar verward achteraan, en daar vlogen de Thaise noedels, het glas rode wijn en de kroepoek het vrije luchtruim in.
"Gatverdamme!" hoorde ik. Ik kreeg een duw en viel de laatste treden van de trap af.
Zere maag, opluchting, even lekker blijven liggen op de vloer. En O ja, inbreker, wat zal ik daar mee doen, kan later wel.
Toch liep ik naar de telefoon, en toetste 112. "Politie Groningen," zei ik netjes, "Ik ben ziek, inbreker ondergekotst, dit is mijn adres."
Ik riep nog even "Help, inbreker" naar boven en kroop heel tevreden met mijzelf op de bank, fleecedekentje over me heen trekkend.
Ik heb er niks van meegekregen dat een zwaailicht voor de deur parkeerde, dat de politie door de voordeur naar binnen stormde, en dat De Man ze wat verdwaasd te woord stond. Zo ver ging mijn droom niet.




donderdag 6 november 2014

Het Vingerhoedjesmuseum



Vandaag werd ik weer herinnerd aan het bestaan van de kleine musea in ons land. Het Museumhuis wil meer onderlinge samenwerkingen maar tot het zover is heeft ieder dorp een eigen erfgoedbehartiger. Ik kwam er op omdat iemand het blikmuseum aanhaalde.
Het Blikmuseum, ik zal het met een hoofdletter doen al heb ik het nog steeds niet gegoogeld omdat ik denk dat het een grap is.
Dat doet me denken aan die keer dat ik met Irene en Marieke langs het satellietprogramma van Noorderlicht reed door de provincie Groningen. Na veel kleine musea en grote galerieën te hebben bezocht wisten we van de flauwigheid niet meer waar we het moesten zoeken. In de auto terug naar stad pisten we in onze broeken van het lachen. 
Het was ons duidelijk. Als je niet meer weet waar je met je oma's zoldervoorraad naar toe moet dan maak je er een serieus museum van. En dat gingen wij ook mooi doen.
We bakkeleiden even over de inhoud. Die dag hadden we geleerd dat het onderwerp net zo klein en nietszeggend kon zijn als we wilden om een erkend museum te mogen zijn. Met een erkend directeur.
We besloten tot oprichting van Het Vingerhoedjesmuseum.
Wie precies directeur zou worden weet ik niet meer, maar ik vond mijzelf uiteraard wel een serieuze gegadigde. Irene wou ook wel, maar Marieke bleef liever buiten schot. Die vuurde harde opmerkingen op ons af waar zelfs ik bij verbleekte.

Net smste ik Irene. "Weet je nog van ons vingerhoedjesmuseum? Vandaag hoorde ik van het bestaan van een blikmuseum. Ik moest wel een beetje lachen".
Zij reageerde per ommegaande: "Waar? Kunnen we er heen?"

Als diepgewortelde in de culturele sector neem hier steeds meer afstand van door de bezuinigingen, de bezoedelingen van ons blazoen en de interne discussies, om maar niet te spreken over buitenstaanders die ineens een functie binnenin krijgen want 'ik heb zoveel bewondering voor die creatievelingen', waarvan ik denk "Ga op het dak zitten idioot."
Je hebt bedenkers, uitvoerders en organisatoren.
Alle drie zijn ze onmisbaar voor de sector én voor elkaar. Een uitvoerende is niet per definitie creatief, sterker nog: er zijn verschillende vormen van creativiteit in ons midden te vinden.

Ik heb vaak genoeg meegemaakt dat organisatoren beter buiten de doos konden kijken dan een uitvoerend musicus. Dat improvisatie niet bedoeld is voor iedereen, en dat fantasie binnen sommige kunstenaarskringen als iets viezigs wordt beschouwd.
Creatief met blik. Ja het is lachen.
Of nee, triest natuurlijk.

maandag 3 november 2014

Ritmes

Ik doe mee aan NaNoWriMo, National Novel Writing Month, om te proberen een langer blog te schrijven dan gebruikelijk. Elke dag in november schrijven deelnemers rond de 1.700 woorden, om tot een roman van 50.000 woorden te komen.
Volgens de regels mag je tussendoor geen tijd verspillen aan verbeteren en redigeren, het gaat om doorjassen tot je bij Einde bent of jezelf leeg van woorden en vol van wijn terugvindt in de kroeg.
Ik weet niet precies welke lol anderen beleven aan NaNoWriMo, voor mij gaat het om vinden van ritme. En dat moet, vind ik, want als kinderloze ZZP-er dans ik al zoveel uit de maat.

Op de site melden ze: "The World needs your Novel". Dat vind ik nogal gruwelijk. En wreed ook, naar potentieel publiek toe.
Het lijkt mij sowieso handig als een schrijver eerst kijkt of er überhaupt iets te melden valt, voordat er weer 'iets' de wereld in wordt gegooid. Maar goed, het is Amerikaans en ik dien hier terug te schakelen van de schreeuwende anchors daarginder naar de beschaafde Annechien Steenhuizen die ik gewend ben.
Er doen wereldwijd meer dan 300.000 mensen aan de schrijfmaand mee, online vind je fora, peptalks, blogs en meer dan 29 manieren om bij te houden hoeveel woorden je per dag hebt geschreven. De organisatie beweert dat er maar liefst 250 heuse boeken uit voort gekomen zijn. Of dit per jaar is en hoeveel daarvan in eigen beheer zijn uitgegeven weet ik niet, maar dit totaal aantal valt me dan weer tegen.

Als er op 1 december een manuscript ligt, zeggen de Amerikanen, dan ben je geslaagd met de dikke vette voldoening van iemand die iets heeft afgemaakt. Of het product goed genoeg is om een tweede, derde en tiende versie aan te wijden, is natuurlijk een heel ander verhaal.
Eerst deze maand zien uit te zingen en daarna dansen we wel op de vulkaan.

Ik heb mijn voorbereidingen getroffen.
Ik heb een onderwerp, een aantal vragen die ik uitgewerkt en beantwoord wil zien, een vorm en een indeling. Ik lees me zelfs in.
Ik ga dit alleen niet van de daken schreeuwen, ik ga rücksichtlos afwijken van het ritme als mij dat beter uitkomt, en het wordt trouwens ook geen roman.
Pure jazz.