dinsdag 30 december 2014

De portal van Teun

Neefje Teun is mijn portal naar tijdreizen. Of niet hij, maar zijn toekomstige hij die ik steeds vaker zie opduiken.
In de zomer van 2013 hadden we net de tent opgezet op de camping bij Milaan, toen een paar Italiaanse jongens van een jaar of 19 vrolijk kletsend langs liepen. 
Ik staarde naar een van die jongens, kon mijn ogen niet van hem afhouden. En nee, dat was niet omdat het cougar-kwijl uit mijn mond liep, maar omdat ik daar mijn bloedeigen neefje van 12 zag lopen, maar dan als hij 19 is.
Ik zeg 19, ik weet niet waarom ik daar geen ander getal voor neem. Maar negentien nestelde zich in mijn hoofd en negentien zal daar blijven.
Teun is ondertussen 13, en hij mag nog niet in kroegen aan de bar hangen. Dus toen ik hem gisteravond toch zag zitten in de Kroeg van Klaas, en hoorde praten met de barman over games en nerven en nogzowatzaken in een taal die niet van mijn tijd is, wilde ik hem eerst vermanend toespreken.
Maar hij is echt 20, zei hij, en hij woont al 20 jaar in Groningen!
We hebben hem gemaand elders te gaan studeren, en gaven hem nog een biertje. Terwijl de Barman en de Huisschilder en mijn 20-jarige neef met elkaar spraken over DLC, seasons pass en meer van die futuristische termen die de 13-jarige ook beheerst, checkte ik of de ogen hetzelfde waren, en vroeg ik me af of Teun wel echt zo breed gaat lachen na zijn beugelperiode.
De zus vroeg vanochtend om een foto, heb ik niet gemaakt, wel overwogen. Ik denk niet dat een foto de portal had overleefd.


maandag 29 december 2014

Vrouwelijk

In de hardloopkledingwinkel zie ik ze meteen hangen: een groen en een rood shirt met lange mouwen. Ik gris ze uit de rekken want zoiets is zeldzaam.
Op 5 meter afstand staat een vrouw met korte blonde stekeltjes hardloopschoenen te passen.
"Waarom moet dat toch altijd roze of paars zijn?" vraagt ze aan de verkoper. "Waarom kunnen ze nou niet een normale kleur hebben?"
"Ja precies!" roep ik, luid genoeg dat ze begrijpt dat ik me met haar gesprek wilde bemoeien. "Ik ben die kinderkleurtjes ook zó spuugzat!"
Ik merk dat ik té luid spreek. Maar het is iets waar ik me op de fiets al over op zat te winden.
Stel dat ze wéér alleen maar roze en paars hebben, en dan zeg ik [iets scherpzinnigs], en ook [iets geniaals], en ik ga niet weg zonder ze te laten weten hoe belachelijk ik het vind om in zoete kleertjes te moeten hardlopen, en dat ik het niet meer pik!
En dat maakt mijn stem luider dan de bedoeling is.

Ik pas het groene shirt dat geweldig voelt, maar dat iets te krap en veel te duur is.
Het maakt me niets uit. Als ze het hebben in mijn maat koop ik het.
Dat hebben ze niet. Bestellen gaat ook niet want het behoort tot de wintercollectie en die gaat er al weer uit. Het is december, bij de weg.
"Jammer hoor," zeg ik tegen de verkoper, "want ik ga echt niet in roze rennen!"
"Wat vind je?" vraag ik aan de vrouw die aan de tafel voor het pashokje koffie drinkt in afwachting van hulp. Ze vindt de groene ook schitterend staan, en de rode minder. We besluiten een shirtje uit het rek te pakken om er onder te dragen, wat immers het nut is van een winterse longesleeve, en te zien of het krappe shirt dan nóg krapper wordt. Of eigenlijk: om te zien of het heel erg stom staat. Dat doet het. En ach, het is toch te duur ook al besteed ik mijn volledige tegoedbon van € 19,- hier aan.

"Denk je er echt zo over?" vraagt de blonde vrouw me op mijn weg naar buiten.
Ik knik langzaam en groots.
Ik herken haar van de Monnikenloop en van de Molenloop en meen me te herinneren dat ze uit Uithuizen komt, of Bedum. Als ik haar bij een volgende loop weer tref zal ik haar in mijn actiecomité opnemen, besluit ik want ze heeft de roze schoenen weer netjes in de doos terug laten stoppen. Er is nog kans voor ons, zo lang we ons maar niet laten ringeloren en onze eisen helder stellen.
Thuis zie ik op internet dat het groene, zijdezachte Nike shirt in veel winkels nog volop voorradig is, ook in mijn maat.



vrijdag 19 december 2014

Lady


Ik had het natuurlijk veel eerder moeten doen: aan het eind van een doordeweekse middag naar de film omdat ik daar zin in heb.
Ik zoen Nienke voor de kassa, en koop mijn kaartje bij de jongeman die er achter zit. Ik ga naar My Old Lady, in mijn eentje. "Tenzij Nienke mee wil."
Maar Nienke moet werken, dus smeer ik mijn nog razende adrenaline in hoog tempo uit over haar en de traptreden naar boven.

Er zitten verrassend veel mensen in de zaal, voornamelijk oudere vrouwen die, te zien aan hun haarkleur, niet hun werk maar hun geraniums zijn ontvlucht.
Ik zet mijn telefoons uit en ontspan op commando. Daar word ik steeds beter in. Ook 's nachts spreek ik mijzelf streng toe. "Ik snap best dat jij je hier zorgen om maakt, maar wou je dat nu ter plekke gaan regelen? Nee toch? Nou dan. Hou op te zeiken en slaap!"
De laatste twee nachten heeft het gewerkt.
ONTSPAN!
NU!

Het is een fijne goedgevoelfilm, ik sudder wat na in Images' etalage met een Merlot.
Mijn telefoons hebben geen berichten ontvangen, blijkbaar werkt verplichte ontspanning kosmisch door op apparatuur. 
Ik neem mijzelf mee uit eten, drink er een Negro Amaro bij.
Het Engels sprekende stel naast mij deelt hun afschuw voor de reizende medemens. Het Nederlandse meisje is blond en de Amerikaanse jongen eet met één hand. Tegen de tijd dat ik de laatste stukjes bloemkool door mijn kaasfondue sleur proberen ze indruk op elkaar te maken met verhalen over hun reizen naar Londen.
Aan de andere kant zit een vader met een pubermeisje. Hij houdt het gesprek gaande, zij gaapt. "Ben je moe," vraagt hij. "Dbpfeh," kan er net af. De vader en ik delen grijnzen.
Als de fakkeloptocht langs is getrokken reken ik af en val een paar deuren verder bij de Prozaclub binnen. Ik hoor mooie verhalen, spreek met bekenden en schud Twittervrinden eindelijk de hand.
Voor twaalven ben ik thuis. Dat hindert me niks, ik heb een kadodag gehad.

zondag 7 december 2014

Slaap

Als ik stil blijf liggen val ik wel weer in slaap, soms werkt dat.
Andere keren stel ik me voor dat er wolkjes waar slaap op staat geschreven rustig door mijn voeten wandelen, alle tenen aanraken, door de enkels kietelen en al dansend hoger mijn lichaam in komen. Dat werkt wel, als ik maar niet afgeleid raak door gedachten over boeken en treinen en werk en het weer en die film.
Terug, zeg ik dan, hup in de voetzool!
Waarmee ik de wolkjes de reis weer van voor af aan laat beginnen. En het werkt ook echt: als ik me echt concentreer slaap ik al voordat ze mijn bovenbenen bereiken.

De laatste week heb ik wakker gelegen vanaf 4 uur, de tweede nacht zelfs vanaf 3 uur.
Ik was stiekem wel nieuwsgierig naar mijn conditie. Zou ik de dag een beetje fatsoenlijk doorkomen? Zou ik me kunnen concentreren en zouden mijn woorden wel goed geformuleerd uit mijn mond komen?
Zou ik überhaupt wel in staat zijn om dat wat zich in mijn hoofd vormde, ongeschonden de hele weg naar mijn mond te laten afleggen? En wat was dat dan, dat zich nog in mijn hoofd kon vormen?

Deze zomer vroeg ik het me hardop af: waarom doen we ’s nachts nooit meer leuke dingen? Wat maakt het uit of we om 3 uur in de ochtend naar het park lopen en picknicken? Of de buurt versieren met slingers? Of rolschaatsen op een lege weg? En waarom lukt het anderen wel om stiekeme muurschilderingen te maken als niemand wakker is?
Het antwoord was een geschrokken snurk.

De afgelopen twee nachten heb ik geslapen als een blok. 1x op alcohol, 1x zonder; 1x na feest, 1x na rust; 1x na digiboek, 1x na papieren boek.
Ik werd heel eventjes wakker om een uur of 3 of 4, draaide me om en sliep zomaar verder.
Ik ben nu al twee dagen doodmoe overdag.