27 maart 2022

Professor


Van de twee plastische chirurgen tegenover me heeft de één bed-side manners en is de ander de professor. We zitten er om te bespreken of mijn ene oog gelift kan worden (ja) en hoe ze daarna het andere oog kunnen opvullen met vet uit het ene oog (makkie). Ik wil zo graag dat de ogen qua oogopslag weer op elkaar gaan lijken, en dat de strepen eyeliner redelijk horizontaal lopen. Niemand vindt dat ik gelijk heb, de huisarts voorop: "Ik zie er niks van dus jij hoeft dat niet te doen."

Iedereen zal ongetwijfeld gelijk hebben, maar ik voel mijzelf nou eenmaal die lelijke schele die op de valreep nog mooi kansen ziet om aan damage control te doen. Plus: dit is iets waar ik zelf over ga. Niet alleen dat het mijn besluit is waar niemand zich mee te bemoeien heeft, maar ook: de vorige keer dat het om mijn ogen ging had ik niet zoveel te vertellen, dit keer wil ik degene zijn die het laatste woord heeft.

Bovendien, en misschien is dit wel het belangrijkste: zou dit niet een heel prettig laatste hoofdstuk kunnen zijn van het Grote Herstelboek? Toen ik hier qua overpeinzingen was aanbeland zat alleen de aardige chirurg nog tegenover me. De professor had ik er met moeite van kunnen overtuigen even een blik achter mijn kunstoog te werpen, waarna hij direct verdween. Maar goed dat ik mijn ziel en zaligheid niet hardop uit had gesproken.



20 september 2021

Ingang

Mijn hart bonst nog na. Ik zat in de keuken een boterham te eten en door de krant te bladeren toen de poort piepte en Sita de tuin in kwam. Wat een onverwachts genoegen! Maar hoe wist zij dat ik thuis was?
‘Ja,’ riep ze terwijl ze de achterdeur opende en de bijkeuken binnenstapte, ‘Ze is thuis! Wat fijn!’
Ik trok mijn malende gedachten-op-de-achtergrond uit het visiestuk dat ik aan het schrijven was, en voelde hoe krachtig de zuigende kracht van malende gedachten is, waardoor de woorden en zinnen van Sita maar niet binnen konden komen. Ze schampten langs conclusies, bonkten tegen doelstellingen, tot ze dankzij haar blijheid uiteindelijk een ingang vonden.

Ze had zichzelf buitengesloten toen ze iets uit haar auto wilde halen, en kwam bij mij haar reservesleutel ophalen.
O wat erg, dacht ik. Die heb ik helemaal niet. Hoe komt ze daar nu bij?
Maar Sita wist het zeker. Twee sleutels aan een ring, en de een zag er zus uit en de ander zo. En ik bewaar ze daar en daar. En verdomd, tussen andere onbekende sleutels lag een stel dat eruit zag zoals zij beschreef. Een beetje daas gaf ik ze aan haar, en onder opgelucht gebabbel vertrok ze weer door de achterdeur, trok de poort rustig achter zich dicht en verdween in het gangetje. Ik liep naar de voordeur om de deur van de meterkast te sluiten en zag haar langslopen, op weg naar haar auto. Ze had ook de voordeur uit kunnen gaan, dacht ik nog. En toen reed ze alweer in het kleine blauwe koekblikje voor mijn huis langs, op weg naar fatsoenlijke kleren die ze aan wou doen voor de fysiotherapeut.

Ik ben volkomen van mijn à propos. Eerst het besluit om een schrijfwerkdag te hebben waarmee ik contacten vermijd, en de vreemde ervaring om thuis te werken omdat de Energiewacht vanmiddag komt, dan de verrassing dat er zomaar op een werkdag een vriendin achter mijn huis verschijnt, met een heel verhaal dat ik niet volg, en de aanname dat ik sleutels van haar heb, echt niet, echt wel!
Dus nu zit ik met bonzend hart na te denken over hoe mijn verstand er met me vandoor gaat, en wat ik kan verwachten over twintig jaar als ik 75 ben.
Ik rammel dit takketakketak op mijn laptop en als ik zo de laatste punt heb gezet ga ik weer over tot de orde van de dag en commandeer ik mijn verwarde wezen om terug te keren naar malende gedachten over een serieus stuk. En zo gaan de dagen in vreugde voorbij.




27 januari 2021

Catharina en de Ukulele


Hij is rood, en ik schijn hem te hebben gekocht toen we zaterdagavond aan de keukentafel genoten van de Uit de Buurt Box, met een extra flesje wijn. Ik had me gelukkig wel zo goed voorbereid dat ik hem blind kon kopen, bleek toen ik de volgende ochtend een mailtje van de lokale muziekwinkel las, en ik precies die ene rode, goedkope sopraan in mijn winkelwagen had gelegd.

Ik verveel me deze lockdown voor geen meter. Ik volgde een zorgtraining, ik schreef een raar essay voor de Jan Hanlo Prijs, ik zocht mee naar een nieuwe bestuurssecretaris, ik heb kaarten gekocht voor het online IFFR en ik schafte me dus een ukulele aan. Gisteravond kwam die, een mini-instrument in een gigadoos met fijn veel kapot te prikken plastic.

Tegen het stemmen zag ik nog het meeste op. Hoe doe je dat zonder absoluut gehoor? Maar je download natuurlijk een app. En voor de rest struin je YouTube af op ukulele-lessen. Massa's zijn er, en ik weet nu al van wie ik wat wil leren. Er is een Nederlands stel dat het leuk en snel doet, alleen is de basis die zij leggen wel heel erg simplistisch. Wat zij het 'ringvingerakkoord' noemen is een C, en ik zeg ook liever A mineur tegen wat volgens hen het 'middelvingerakkoord' is. Gelukkig vond ik een Amerikaanse vrouw in het roze, die me gisteravond laat nog liet zien hoe ik mijn ('mijn') ukulele écht vast moet houden zonder dat 'ie wegglijdt of raar kantelt.

Waarom kocht ik dat ding eigenlijk? Behalve dan vanwege die fles wijn. 

Omdat Catharina van Digitolle Grieze zei dat ik dat moest doen zodat we een bandje konden beginnen. En als ik íets altijd al wilde hebben dan is dat een bandje met Catharina. Het gaat wat ver terug, maar bij het eerste Noord Nederlands LiedjesFestival dat ik organiseerde, en waar iedereen aanwezig was die ik later in het theater trof (De Dames Slier, Vrouw Holland, presentatoren Arno en Ruben, och woeste verleden tijden), stond ook een heel bijzondere man op het podium die zich Kalebas noemde. Hij had een ongenaakbaar achtergrondkoortje met Catharina en volgens mij Haar Beste Vriendin. En terwijl ik met de rest van de deelnemers jarenlang de kroeg indook bleef zij mysterieus, en verdween in de enge onbekende ongenaakbare wereld van de Punk. Tot ze natuurlijk een lieve Taart voor in de Club werd.

En nu zei ze tegen mij: koop ook een ukulele, dan beginnen we een bandje!

Ik kan het ding al vasthouden, stemmen, en drie akkoord spelen. Ik kan calypso strummen (jaja), de buren wakker houden en ik kan Het Ding prachtig in de hoes leggen. Joanne Harris bespeelt er een, Katinka Polderman ook, je kunt alle liedjes van Joni Mitchell op de ukulele spelen en mijn eigenste moeder ziet me wel staan op straat naast een open koffer. Stiekem is mijn ultieme doel natuurlijk om in een heus bandje La Vie en Rose van How I Met Your Mother te spelen. 



4 januari 2021

Morning Pages

Het is drie graden en het worden er vier, en vanavond is er kans op sneeuw. Het is net niet meer pikkedonker, tegen de donkere hemel, lucht bedoel ik, kan ik de daken zien van de huizen achter ons. Eigenlijk schrijf ik in dit schrift alleen maar aan elkaar omdat Cameron wil dat ik 'shorthand' gebruik, en ik wil hier graag één Nederlands woord voor want aanelkaarschrijven, schrijf je niet aanelkaar. Van jou naar mij en weer terug, en de woorden aaneen geplakt. Aan één is niet terug, ik schrijf alleen aan jou, en dit begin van de dag komt omdat ik een essay van Zadie Smith aan het lezen ben over David Foster Wallace en dat moet ik niet doen om zes uur 's ochtends. Misschien is het sowieso beter als ik dat niet doe. Ik hoor dat het waait, tussen het gerommel van de koelkast, het geraas van de waterkoker en het gemompel van de ketel door.

Vandaag begin ik aan een online training om vrijwilliger in de ouderenzorg te worden, en ben ik jaloers op de datumstempel die de morningpages-schrijfster van het plaatje gebruikt.



11 december 2020

Bond

Er zitten vijf of zes medewerkers van de kunstenbond bij ons Zoom-koffiedrinkuurtje, naast vijf of zes leden die zich deze week hebben aangemeld. We luisteren naar elkaar, om en om mutend, het zijn allemaal ondernemers. 

Er is iemand die een krassende vogel op de achtergrond heeft. Of ze daar iets aan kan doen. Ze zou wel willen, zegt ze, maar ze heeft helemaal geen vogel. We dachten aan een papegaai. Nee, die heeft ze ook niet. 
Ik weet niet wat ze vertelt, ik hoor alleen de niet bestaande vogel en denk aan het boek dat ik laatst las, over een gigantische tuin op de Molukken vol exotische dieren en geesten van vermoorde mensen. En dan mag ik vertellen over wie ik ben en wat ik doe, en vertelt de lobbyist van de bond mij welke regelingen in ontwikkeling zijn, en waar ik misschien wel voor in aanmerking kom.

Er is een componist die met zijn Thaise vrouw een cateringbedrijf is gestart, er is een zangeres die net moeder is geworden, en iemand anders heeft helemaal nergens last van, zij heeft namelijk meteen cursussen uit de grond gestampt, toegespitst op de huidige behoefte aan 'iets met trainingsacteurs'. 
Kijk haar nou eens. Wat een triomf. Wat een ondernemerslust! Het enige waar ze van baalt is dat haar opera niet doorgaat. Niet alleen qua locatie, maar ook qua zangers want de meesten hebben allerlei verplichtingen die door corona in het gedrang zijn gekomen. Ach wat een tegenslag nou.
De zangeres annex verse moeder biedt zich aan om te komen zingen. De operaorganisatrice houdt dat af. De directrice van de bond juicht desondanks en tegelijkertijd over de fijne bijkomstigheid van het koffieuurtje, dat tot vruchtbare samenwerkingen leidt.
Ik noteer de urls die de communicatievrouw van de bond in de chat schrijft en nodig snel een paar bondmensen uit om te linken. Dan is het uur weer voorbij en kauw ik nog een beetje boos wat dropjes weg vanwege de afwijzing die eerder vanmiddag binnenkwam en die niets met de bond heeft te maken.




19 oktober 2020

Hoe meer er verandert

Op de tuin, bij een overgroeide en smalle t-splitsing, komt uit het struikgewas een kruiwagen van rechts. Ik deins achteruit want ik draag geen mondkapje, en laat de vrouw die de handvaten van de groene bak stevig vasthoudt, voorgaan. Ze heeft een blond pagekapsel en een bril met ronde glazen en draagt een zwart fleecejack dat ik ook heb. Hoe oud ze is kan ik niet inschatten, ouder dan ik? jonger dan vijftig? en voor ik mijzelf weer in beweging kan zetten verschijnt ze nog een keer. Weer van rechts en nu zonder kruiwagen. Met hetzelfde pagekapsel, de bril met ronde glazen en het zwarte fleecejack. Nu praat ze, tegen haar eerdere versie. Zou zij zich niet naakt voelen, zo zonder kruiwagen?

Ik pak mijn fiets, trek het hek achter me dicht, en stamp aan de overkant van de straat voorzichtig de natte grassprieten van mijn schoenen. Beetje dom om nat gras te willen maaien, ik gaf het na drie paden eindelijk op en was daarna langer bezig om de maaier en kantjesknipper schoon en droog te krijgen dan dat ik ze gebruikt had. Ik heb het behaaglijk warm in mijn tuinjas die stamt uit de jaren tachtig. Het is de lichte versie van de jas die mijn toenmalige vriend ook had. Ik waakte er in die tijd wel voor om nooit tegelijk met hem die jas te dragen. En al is hij oud, hij is nog steeds mooi en warm (de jas, niet de ex) en vertoont nergens rafels of scheuren. Ik koester hem (nog steeds niet die ex, ik weet niet eens waar die woont, laat staan of hij die jas ook nog heeft).

Uit een zijstraat van rechts zie ik vijf jongens op de fiets naderen. Ik ben ze net voor, en rem dan een beetje af zodat ze me inhalen, je zult mij nooit aan de kop van de polonaise vinden. Ik zie vijf kort geknipte koppies boven vijf zwarte jassen, vijf zwarte broeken, vijf paar lichte gympen en vijf keer blote enkels. Ik ga niet zeggen wat ik dacht.



28 juli 2020

Uitgang

Op zondagmiddag om 13.25 uur ging ik met Lydia naar een film over een Deense man die een Deens vrouw wil zijn waar zijn jongste dochter dan moeite mee heeft. Het trok me niks maar ik had me in geen enkele film verdiept en Lydia zou het wel weten.
Voor het eerste zette ik mijn fiets vooraan in de fietsenkelder en reed niet door tot de plek voor brede fietsen waar ook de binnendeur naar het Forum is, die er bovendien toch afgesloten uit zag.
Ik wilde per se bij de uitgang naar binnen en wachtte tot mensen naar buiten kwamen zodat ik tussen de schuifdeuren kon glippen. Zoiets voelt altijd als wachten tot je kunt inspringen terwijl twee meisjes het grote springtouw draaiend houden.

Op het kaartje stond Rabo Zaal 1e verdieping west.
Ik pompte gel op mijn handen en nam de roltrap naar de eerste waar ik zocht naar verdere aanwijzingen. Want hoe kom je op de 1e van Oost naar West? Niet.
Ik nam de roltrap naar beneden. Bij de officiële ingang stonden mensen binnen koorden te wachten tot ze gecontroleerd werden. Ik voelde me niet schuldig dat ik dit had vermeden toen ik hoorde dat de geijkte vragen werden gesteld. Plus ik had mijn handen ontsmet.
Boven de brasserie in de hoek zag ik een tv scherm melden dat daar de trap naar de Rabo Zaal was. Helemaal niet moeilijk te vinden als je heel toevallig in die ene hoek kijkt waar niets te doen is en waar ik normaal gesproken niet kijk. Het rook er lekker, op de 1e verdieping West, de controleur vertelde dat het bamboehout is, en dat het nog zo nieuw ruikt omdat daar weinig mensen komen. Het wordt gebruikt als foyer bij besloten recepties, dat soort zaken. Hij probeerde de deur naar de bar te openen om me dat te laten zien, ik was nieuwsgierig, maar zijn pasje stond dat niet toe. Daarom duwden we onze neuzen tegen het bamboe en keken tussen de deurspleten door naar een mooie bar met uitzicht over de Nieuwe Markt.
Toen plingde de lift en stoof een verhitte Lydia de gang op. Via de vijfde verdieping West had ze nog even gezocht op de eerste verdieping Oost en ik wilde wel vragen hoe ze in een lift op West kwam, maar eigenlijk was ik vooral heel blij dat ik die dag recalcitrant genoeg was geweest om door de Uitgang naar binnen te gaan en adviezen van welwillende medewerkers had vermeden.
De film was mooi, de jongste dochter speelde grandioos en als fijne verrassing zagen we Hadewich Minis op Mallorca Lang zal ze leven zingen. We verlieten het Forum door de Uitgang.



27 juli 2020

Vechten

De conclusie van ons gesprek was dat we eigenlijk wel klaar zijn met dat vechten. Daarna rekende zij onze wijntjes af en zeiden we hoe fijn het was om elkaar weer gezien te hebben.
Ik geef weer toe aan die toevallige terrasafspraken. Zonder aanraken, met afstand houden, en instinctief terugdeinzen voor de nieuwe barkeeper, ook al is hij een vers gepubliceerde schrijver van verhalen over zijn Ikea-leven.

Ik ben net klaar met cijfers voor de kwartaalaangifte en heb mijn lijstje met vragen over de houtbestellingen geformuleerd, als de zus me vraagt of ik een wijntje bij Mulder kom drinken, wat een van mijn lievelingshobby's is ook al gaat Mulder verhuizen naar de Minnaar.
Tijdens onze wijn loopt haar dochter langs, we vinden haar leuk omdat ze zo open en direct is en een hele leuke broek draagt. Ondanks dat wil ze niks met ons drinken want ze moet zo werken. Ik zie haar anderhalf uur later een terras op de Vismarkt opbouwen en dan zwaait ze alwéér heel blij.
Het zit fijn op het strookje stoep, ook al is dat in de rook van iemand die heel attent voor zijn tafelgenoot de andere kant op blaast. We wuiven het weg, en als we ook zelf willen verdwijnen komt een vriendin de hoek om. Nou vooruit, nog eentje dan.
We zijn het met elkaar eens dat je een relatie pas kunt beëindigen op het moment dat er een waarheid van een koe je hoofd binnendendert en er niet meer uit komt. Zoiets heb je nodig, zo'n zetje dat je laat zien tegen hoeveel onzin je steeds hebt gevochten en dat er niets zal veranderen.
Nou, zeggen we, dat verdient nog wel een wijntje. Waarna we onze hoofden schudden over alle stupide bazen die we hadden. Blijven vergt vaak moed maar is meestal heel stom. En dan kun je wachten tot je gered wordt door een waarheid als een koe, je kunt ook eerder bedenken dat je helemaal geen zin meer hebt in een gevecht dat gaat om het ego van iemand anders.
Misschien vindt het echte stierenvechten helemaal niet plaats in Pamplona.