zaterdag 24 november 2018

Onder dromers

“Ik heb over je gedroomd,” zei ik eens tegen een vriend.
Hij kleurde ervan.
“Nee nee,” haastte ik me te zeggen, “Niet zó’n droom!” waarop zijn kleur zich verdiepte en hij mijn blik ontweek.
Ik dacht: waarom schrikt hij zo? Als ik over hem droom weet hij dat toch? Hij was er immers zelf bij!
Ik kan best begrijpen dat niet iedereen zich elke droom herinnert, of wil herinneren, maar het ontkennen van een ontmoeting in de droom is op zijn minst onsympathiek te noemen.
Waarom ontkennen mensen toch dat ze samen een boeiend leven leiden in het holst van de nacht?

Het is logisch we elkaar elders ontmoeten om zaken waar we overdag niet aan toe zijn gekomen eens uit te spreken, na te spelen of af te maken. Hoe vaak ben ik niet duistere kelders ingedoken, heb ik spinnenwebben weggeveegd en stilletjes gewacht op wat komen ging. Soms werd ik ontvoerd door iemand die ik niet kende. Soms ook pakte een bekende me bij de hand om de tuindeuren door te gaan en huiswerk te maken op een schip. Soms rende ik hard achter iemand aan of voor iemand uit.
Of ik zat op de stoeprand uit te hijgen van het rolschaatsen en het ophangen van kleine kunstwerkjes.

Natuurlijk weet ik (door het tijdscontinuüm) niet altijd wat er aan de hand is, en dat is het verwarrende. Ik denk dat we daar onderling gewoon betere afspraken over moeten maken.
Maar waar te beginnen?
Wellicht bij de belangrijkste of meest indrukwekkende dromen: nachtmerries en seksdromen. Daar waar je hart sneller van gaat slaan.
Wat zou je hierover kunnen afspreken?
Bijvoorbeeld de rol van de partner. Een seksdroom met je partner is eigenlijk overbodig. Tenzij je heel druk bent en die extra droomtijd gebruikt voor die dingen waar je overdag geen tijd voor hebt. Hoe dat precies zit met de één die wakker is en de ander die over hen beiden droomt, weet ik niet zeker, maar het schijnt te maken te hebben met de synchroniciteit van tijd (aan tijd) waarbij alle momenten niet in een lintvorm achter elkaar doorlopen maar bovenop elkaar op een prikker zijn geduwd. De prikker zijn wij en onze ervaring.
Dat zou ook kunnen betekenen dat een gezamenlijke droom in verschillende jaren beleefd kan worden. Ik denk hier maar even hardop hoor.
Ik wilde geen seksdroom met die blozende vriend ook al dacht hij door mijn opmerking dat hem misschien een mooie droom te wachten stond. Wat we hierover kunnen afspreken is alleen maar: Verwacht niet te veel en dring je niet op. Plus: als je een geheime droomrelatie hebt, houd anderen daar dan buiten en val je partner er niet mee lastig.

De nachtmerrie is gecompliceerder. Ik heb ze de laatste jaren nauwelijks, wat me ietwat bevreemdt.
Want wat betekent dat? Blijkbaar hebben weinig mensen een appeltje met me te schillen, wat ik moeilijk vind om te geloven. Ik heb mensen ontslagen, kritiek geuit op hun werk of persoon, ik heb gelachen om wat geen grapje bleek. Ik heb ook andere onaardige dingen gedaan.
Toch blijkbaar weer niet zó veel dat ze me er om willen vermoorden, martelen of bang maken.

Maar, dat ben ik.
Andere mensen dromen vreselijk naar, schijnt. Vanochtend las ik nog een tweet: "Moest vannacht een kookworkshop geven voor 2000 man in een hangar met nauwelijks ingrediënten of spullen #gelukkigweerwakker".
Ze worden zwetend en gillend wakker. Te bang om uit bed te stappen voor een glas water of om alleen maar dat enge bed uit te zijn. Wat geen wonder is, want de droom-opjager houdt je daar vast met koorden die rechtstreeks uit de prikker komen.
De nachtmerrie die je hebt wordt veroorzaakt door iemand die daar zijn zinnen op heeft gezet, zich er misschien de hele dag wel op heeft verheugd. We willen niet doden, want dood is dood en dan is het spel meteen afgelopen. Iemand moet bang worden en zwetend en schreeuwend wakker worden. 

Als ik veroorzaker ben en mijn wens uitvoer in mijn droom, is de ander dan willoos slachtoffer? Of speel je alleen maar uit wat op het niveau van de prikker is afgesproken?
Daar zou meer onderzoek naar moeten komen, vind ik.



woensdag 31 oktober 2018

In volle vaart

De blogs waar ik het meest van houd zitten vol vaart, net als mijn favoriete podcasts. Ik ben een consument van de snelheid. Niet te snel natuurlijk, ik ben wel 52. Gisteravond zaten we bij een Cinemadiner in het Forum, met andere vijftigers. Nooit zie je twee mannen aan een tafeltje, beetje genieten van een leuk uitstapje onderwijl bijkletsend over hun leven en werk en die boeken die ze maar niet uit krijgen. 
Ze zijn er wel, maar verscholen achter een vrouw, met zijn tweeën achter twee vriendinnen, enfin ik ga er eens beter op letten of de man ook uithangt waar ik verpoos en of dit gendergevoelige zaken zijn.

De film die onder het eten werd vertoond was A casa tutti bene. Sommige mensen aten echt in het donker omdat de film blijkbaar een strak tijdschema had en het licht direct na het uitserveren van de soep en daarna ook van het hoofdgerecht baf uitging, wat bij het hoofdgerecht wel fijn voor ze was, lijkt me, want dat was een raar ratjetoe van ingrediënten: gnocchi, courgette, champignons, spinazie en gamba's.
Deed me eraan denken dat ik laatst zalm met pecorinokaas kreeg. Ik geloof niet dat ik een snob ben, maar vis en kaas moet je toch echt niet samen serveren. Net zomin als grote garnalen gooien op aardappelgnocchi in tomatensaus. Ik wil wel melden dat de amuse van chorizokroketjes en toast met ei en Parmezaan, en de soep van zo'n vergeten groente waar ik even niet op kan komen en dit is geen grapje, en het nagerecht van appelcake met allerlei frisse toevoegingen werkelijk verrukkelijk waren.

Italianen in films spreken supersnel. De familie van gisteravond was ook nog eens groot in getale en deed er in het begin totaal geen moeite voor om uit te leggen wie wie was. Het kwam langs maar, zoals een loge opmerkte: het zal allemaal wel, dat ga ik echt niet onthouden. En inderdaad, zodra ik dat losliet onthield ik alles. Ook dat de vrouwen in deze familie degenen waren die overal een drama van maakten. Het zal wel een man zijn, die regisseur, dacht ik nog en dat heb ik na afloop niet eens gecheckt.
In The Buried Giantvan Ishiguro dat ik laatst las stonden ook twee knoeperds van manuitglijders. Ach ik wil het er niet eens meer over hebben.

Wie weet nog een paar lekkere snelle blogs voor me om te volgen?



vrijdag 6 juli 2018

Roepen

Ik slaap. Je roept me. Ik schrik wakker. Ik pak mijn telefoon en zie dat je 7 minuten geleden hebt geappt dat je naar huis komt. Misschien ben je je sleutels vergeten en heb je daarom geroepen.
Ik blijf wakker, besluit ik, tot je binnen bent.
Je fietst het gangetje in. Zachter dan ik verwacht. Open je de achterdeur nou of beweeg je alleen tevergeefs de klink? Ik hoor je plassen. Ik hoor je tandenborstel. Ik laat je schrikken door hoi te zeggen als je de slaapkamer in komt. Zal ik je vertellen over mijn droom waarin twee van onze buurvrouwen een relatie blijken te hebben maar wel, en in goed overleg, vanwege de kinderen bij hun mannen zijn blijven wonen (maar soms samen slapen)?
Je zegt hoi terug. Je stem is dik van dronkenschap. Ik glimlach en laat je even praten. ‘Nu ga ik weer slapen,’ zeg ik. ‘Oké,’ zeg jij. Je stapt in bed.
Ik lig wakker.
Jij snurkt een beetje.
Ik wou je nog vertellen hoe het werkt als ik soms wakker geroepen wordt.











woensdag 29 november 2017

De Storm

Om geen echte reden moest ik vanochtend denken aan de storm van 1972 toen ik in Twente op de kleuterschool zat. 
Googel bevestigde dat het een serieuze storm betrof en dat het jaartal klopte, wat fijn is want mijn moeder prijst me altijd wel om mijn geheugen maar dat doet ze toch vooral omdat haar eigen geheugen zo onbetrouwbaar is.

Over die storm herinner ik me dat we er ‘s nachts uit mochten en warme chocolademelk kregen, en dat we de volgende ochtend naar school begeleid werden door de moeder van mijn beste vriendinnetje. Normaal gesproken liepen we die twintig minuten altijd alleen, twee lieve kleine onschuldige witblonde meisjes die kinderlokkers alleen kenden uit sprookjes die ze helemaal niet begrepen.

Vaag staat me een enorme speeltuin aan ravage bij.
We klauterden over grote omgevallen bomen en zigzagden langs halve gevels die van de huizen waren losgerukt. Een restant van de storm gierde ongetwijfeld nog door me heen en deed me rennen en razen en vol bewondering zijn.
De volgende dag liepen Jolanda en ik weer met zijn tweeën naar school want op de straten was geen spoor meer te bekennen van de storm. Vergeten bijlen en touwen en tractoren en aanhangers waren uit hun schuren gehaald om gezamenlijk alle obstakels te verwijderen en de huizen te stutten. 

Ik hoop althans dat deze flarden gaan over de novemberstorm van 1972. Een deel van mijn geheugen heeft dit opgeslagen in een sigarendoos waar ook zwart-wit foto's en een paar verhalen van anderen in verzeild zijn geraakt.
Als ik het vergeet is het niet erg. De flarden mogen overal bij geplaatst worden en het gevoel dat storm opwindend is zal ik nooit kwijtraken.



donderdag 30 maart 2017

Bloter

Ik ben ineens toch een portie zenuwachtig voor die MRI!
Niet omdat er misschien iets aan de hand is, want dat geloof ik niet, maar omdat ik het niet ken. Wat kan ik verwachten?
Ik pakte net de brief er nog maar eens bij en ziet, al mijn vragen worden erin beantwoord. Wat een sukkel ben ik zeg, dat ik die brief niet eerder helemaal doorlas.
Er stond ook in dat haarlak en make-up niet mogen omdat er metaaldeeltjes in zitten. Dus ik heb net opnieuw mijn haren gewassen en mijn make-up maar weer verwijderd.
Ik heb ook blote benen. Een bloot gezicht en blote benen. Verder draag ik een dik vest ter compensatie.
Cosmetica compensatie.

Gisteravond sprak ik een tijdje met Mariska van Kolck. Wat een leuk mens lijkt me dat.
Zij draagt in deze voorstelling ook geen make-up, ze moet alles er zelfs afboenen voor ze het toneel op gaat.
Dat deed me denken aan Carrie Tefsen die voor haar rol in ’t Schaep met de 5 poten zo zwaar geschminkt wordt dat ze lelijk en ongeschminkt lijkt. Die was eens heel verontwaardigd dat mensen denken dat zij er zo uitziet als ze geen make-up op heeft.

Dus ik ga er henen, kleed me uit, bloot & nakend, krijg een ziekenhuisgeval aan en ga op een tafel liggen waar ik een koptelefoon op mijn oren krijg met muziek die ik ook zelf mag meenemen.
Helaas weet ik niet meer zo veel van muziek. Of zal ik een oude cd van Tsjaikovski meenemen? Met dat vioolconcert in D? Of Earth Wind & Fire of Ella Fitzgerald of The Köln Concert? Lenny Kravitz, Arling & Cameron, Radiohead, Lucinda Williams?
Fuck it, ik ga wel zonder muziek.
Bloter kan ik toch al niet.


woensdag 29 maart 2017

Onder Medici

Het is half 8 en ik sta op scherp want ik moet niet wéér vergeten de medische wereld te bellen om afspraken te maken en af te zeggen.
Afzeggen hoort maximaal 24 uur voor de bestaande afspraak, heb ik dertig jaar geleden geleerd. Dat moest van verzekeringsmaatschappijen. De mijne is duur genoeg om iets door de vingers te zien en verdorie, nu ga ik dus nadenken over de logistieke communicatieve uitwisselingen tussen behandelaar, in dit geval de uit Afghanistan gevluchte Mondhygieniste, en de verzekeraar, in dit geval een grote organisatie met tentakels en wetten en ijzeren vuisten.
Mijn mondhygieniste is in Kabul afgestudeerd als civiel ingenieur.
Ik zou haar met alle liefde alle bruggen in mijn mond laten behandelen als ik die had, maar dat zeg ik nooit hardop want ik weet niet waar goedkope grapjes toe leiden voor een persoon die achterover geleund in een tandartsstoel al genoeg bloed ziet rondvliegen.
We praten nu over Delhi in India waar ik nèt andere wijken heb bezocht dan zij, op haar eerste halte naar veiligheid.

Ik wil de afspraak verplaatsen omdat ik later op de dag een MRI krijg en genoeg andere zaken te doen heb op mijn vrije dag.
Over mijn neuroloog weet ik nog niets.
Toen ik er laatst was wierp hij een blik op mijn bolle boomgaardbuik.
Ik fronste naar hem.
Ik fronste ook naar mij omdat ik alweer op het punt stond om mijn vleesbomen-fruitbomen-boomgaard-grapje te maken en ik juist van plan was om eens niet persoonlijk te worden met de medici onder ons.
Bovendien gaat dat zo'n hersenman niets aan.
En hij hóeft zich mij ook helemaal niet te herinneren. We vergeten al veel te weinig.



woensdag 22 maart 2017

Schilders in het wild

Ik heb er een woeste ochtend op zitten.
Eerst stuurden de schoonmaakdames me naar de Action voor neonkleurige microvezeldweilen, daarna haalde ik vergeten loon voor ze bij de pinautomaat, en in plaats van even uitrusten leek het me een goed idee om alle boodschappen alvast te doen zodat ik de rest van de dag ongestoord thuis kon werken.
Dus een beetje jammer was het wel dat bij het afrekenen in de Albert Heijn bleek dat ik helemaal niet kon afrekenen omdat ik de pinpas op de keukentafel had laten liggen.
Ik liep met lege handen naar huis. Voor de zesde keer de schilders bij nummer 8 toeknikkend.
“Je houdt wel van wandelen hè?” zei de grote schilder toen ik met bankpas weer richting winkelcentrum toog.
“Wel als ik steeds wat vergeet,” zei ik wat echt werkelijk helemaal nergens op sloeg maar waar we wel om lachten. Ik houd wel van wandelen als ik steeds wat vergeet?
Een beleefdheidsopmerking, een beleefdheidsantwoord en een idioot gehinnik.
Wat doen mensen elkaar áán op straat!
De grote schilder dacht hetzelfde.
De achtste keer dat ik voorbij nummer 8 kwam stond hij wijdbeens naar de kleine schilder te kijken die bovenop de steiger het kozijn van een dakraam witter maakte.
“Anders moet je dat zo maar even doen,” riep hij naar boven.
Ontzettend nietszeggend natuurlijk.
"Huh?" riep de kleine schilder dan ook terug.
Ik stopte de telefoon weg die ik al tevoorschijn had gehaald om een achtste keer geknik te voorkomen. De enige manier om dit leuk te maken is om standaardopmerkingen paraat te hebben die nog minder ergens op slaan dan wat wij er zojuist uitgooiden.
"Trosrozen moet je superschuin afsnijden," bijvoorbeeld.
Of "Ik ben nog nooit op wintersport geweest."
Toch maar eens uitproberen straks.



maandag 20 maart 2017

Sanseveria's

Ik heb koffiegezet en boodschappen gedaan en wacht nu op de dame die bij mij die koffie wil komen drinken want misschien kunnen we iets voor elkaar doen, zei ze.
Ik heb geen idee wat dat zou kunnen zijn.
Wel herinner ik me een netwerkbijeenkomst en uitwisseling van visitekaartjes en een “laten we eens samen koffie gaan drinken”. Meestal volgt dan een frivole afspraak elders, niet bij mij thuis.

Alhoewel de overbuurman laatst ook al zo serieus reageerde.
Ik maakte hem een compliment over zijn reeks sanseveria’s in zijn vensterbank.
Ik vind ze leuk. En lekker kneuterig.
Dus toen hij na dat compliment zei: binnenkort ga ik ze verstekken, heb je er belang bij? zei ik natuurlijk Ja.
Zaterdag belde hij aan, halfzittend op zijn fiets met een grote zak potaarde op de bagagedrager balancerend. Hij ging ze die middag verpotten, of ik nog steeds belangstelling had.
Natuurlijk, zei ik.
Nu liggen ze al twee dagen in de motregen achter het huis.
Ik moet checken of ik genoeg potaarde heb en ik moet potten of bakken kopen. En ik moet niet vergeten dat ze van koude thee houden.

Mensen komen steeds meer bij me binnen. Ik roep ook steeds vaker Kom maar door de achterdeur.
Het verrast me wel.
Net zoals ik de laatste tijd pas opmerk hoe vaak ik op straat, lopend en op de fiets, mensen in de ogen kijk, hoeveel contact ik eigenlijk heb of kan hebben als ik dat zou willen.
Laatst kwam ik Henk tegen die ik niet ken maar die een oranje T-shirt droeg met daarop groot HENK en iets kleiner: Marathon New York.
Henk was aan het joggen.
Als hij me in de ogen had gekeken had ik Go Henk geroepen maar hardlopers kijken alleen andere hardlopers aan.