maandag 31 maart 2014

Theaterweekend

Het was een decadent theaterweekend, alsof we iets in moesten halen. Zaterdag reden we op de valreep naar De Lawei in Drachten, waar Luuk V. ineens lang haar bleek te hebben maar nog steeds goed is in hartelijk begroeten.
Ik wilde heel graag “Welkom in het Bos” zien omdat ik had gelezen over “absurdistisch toneel” en dat wil ik zien natuurlijk.
Toen ze in Groningen speelden hadden wij iets ingewikkelds met een expositie-opening waar Het Nichtje gevraagd werd model te worden en waar vet werd gediscussieerd dankzij de vurige deelname van De Man waarna hij moest afkoelen door een praatje voor aanstaande studenten te houden.
Zoveel woorden over kunst en het hoe en het waarom.
Na afloop struinden we door de stad, op zoek naar een leuke plek om te eten. Maar alles zat vol.
We gaven Vrijdag de schuld, en toen bleek het Valentijnsdag te zijn dus belandden we bij een achteraf-Italiaan waar we prima aten maar toch nooit meer naar toe gaan.
Op die dag speelde “Welkom in het Bos” in Groningen.

Dames in het bos, een pijnlijke vriendschap en een Pierre Bokma waarvoor ik even geen woorden wil gebruiken want daar kom ik nu even niet op.
Was het de moeite waard om voor naar Drachten te rijden?
Ehm. Ja.
Was het duur?
Ja godsakke!
Nee dan vond ik Marc-Marie Huijbregts op de zondag veel toegankelijker.



zondag 30 maart 2014

Dief

Van Der Velde opent vrijdag de boekendeuren in de Guldenstraat.
Ik zie andere gezichten achter de kassa’s, maar zeker weten doe ik dat niet.
Het oude personeel van Polare/Selexyz-de Slegte/Scholtens-Wristers bestaat uit 20 man sterk heb ik ergens gelezen, en omdat ik doorgaans maar 1½ boek in de maand koop ken ik ze ook niet van naam, behalve natuurlijk Peter.
Boven groet ik Barthold en zijn dochter en vind ik een Dave Eggers die ik nog niet heb en een Agatha Christie die ik ook nog niet heb. Die laatste moet ik checken op het lijstje dat ik in mijn Dropbox heb staan.
Ik duik ook de kelder in waar alles 50% afgeprijsd is. O wat hoop ik dat deze introductie van Van Der Velde nog even voortduurt want ik kan niet alles in een uurtje op de vrijdagmiddag aanschaffen.
De kassadame op de begane grond zegt “Acht euro alstublieft”, ik zeg “Wat zeg je nou?”, ze zegt “Vindt u dat te veel?”, ik zeg “Nee! Maar ik heb deze boeken van boven, niet uit de kelder!”, ze zegt “De korting geldt voor de hele voorraad. In de hele winkel”.
Ik baal meteen dat mijn pasje al in het apparaat zit, want het liefst koop ik dan toch maar meteen de rest van de winkel. Aan de andere kant nadert het eind van de maand en ik moet ook nieuwe schoenen hebben en veel diesel voorschieten met mijn nieuwe klus en al dat soort dingen dus ik mompel wat tegen haar en pak het tasje aan dat ik in mijn verwarring niet heb geweigerd.

Buiten staar ik even naar mijn fiets, draai me om, en besluit mijn aarzelen binnen voort te zetten.
Ik staar naar de kassadame. Had ze nou gezegd tot wanneer die actie duurde? En was het echt waar? Ik probeer haar blik te vangen maar ze is uiteraard druk bezig.
Ik kijk naar de uitgestalde boeken en koop in mijn hoofd vast de laatste Murakami (of zal ik toch gaan zoeken naar zijn “Kafka on the Beach”?), en ik denk aan die twee boeken verderop die ik al eerder in handen had.
Dan zie ik hoe de man in een rode blouse achter de rechter kassa mij vorsend aankijkt.
Ik voel me betrapt en direct schuldig dat ik überhaupt twijfel over de aankoop van boeken. Geschrokken loop ik weer de winkel uit. Weg van die Vreselijk Verleidelijke Snoepwinkel. En dan realiseer ik me dat de man in zijn rode blouse niet helderziend is en mij niet kan veroordelen over het kopen van te weinig boeken.
Hij dacht dat ik uit stelen ging.
Ik voel me licht vernederd, en ook boos. Hoe kan iemand dat nu van mij denken?
En is dat dan niet een rare manier om je als boekendief te gedragen?
Uit wraak kom ik nooit meer terug.

De hele week niet.

vrijdag 28 maart 2014

Flexwerker

Voor mijn nieuwste opdracht Buiten Stad heb ik in 2 gebouwen een werkplek. De ene is een vaste waar ik een sleutel voor heb gekregen, de andere is een echte flexwerkplek. Iedereen moet er nog aan wennen, aan die flexplekken die ze nog maar een maand hebben.
Ze zijn nog stevig in de voortschrijdend inzichtfase.
Er is al wel bekend dat er een gebrek is aan vergaderruimte, en je mag maar maximaal anderhalf uur van je plaats zijn. Het is wennen.
Ik zat er woensdag en zocht naar een prullenbak onder mijn bureau.
Doen ze niet aan. Die staan in meervoud milieupolitiek correct gescheiden in de pantry. Ik dacht meteen aan de hoeveelheid plastic vuilniszakjes die je bespaart, en aan de schoonmaakuren die dit scheelt.
Wat een vondst!
Ik pakte een boterham uit mijn broodtrommel en werd door mijn buurvrouw op de vingers getikt. “Je mag niet eten aan je bureau”, zei ze. We keken elkaar even stil aan.
Die begreep ik niet. Was dat vanwege de broodkruimels die opgezogen moeten worden en dus schoonmaakkosten? Of is het uit zorgzaamheid voor de medewerkers, dat ze van hun werkplek moeten opstaan om elders te eten?
Bij de vaste plek die ik sinds donderdag heb, die met de sleutel, eten ze samen in het cafédeel van het gebouw. Ben ik altijd voorstander van geweest. Weg van je computer om de mensen met wie je werkt eens in de ogen te kijken.
Op de plek hier in Stad, waar ik ook een vaste flexplek heb met een eigen sleutel, eet iedereen aan haar bureau. Even elders een soepje halen en dan je toetsenbord zó verschuiven dat je gewoon verder kunt met werken. Of even de stad in.
Het voordeel van freelancer zijn is de blik die me in zoveel organisaties gegund wordt. Ideeën komen en gaan, mensen verzetten zich en geven zich over. Ik moet er niet aan denken dat ik niet van veranderingen zou houden.
Of van aanpassen.


donderdag 27 maart 2014

Chinees

Bij de Chinees deed de pin het niet.
De jongen aan de telefoon was merkbaar kwaad op KPN en deed dat ook vrij uitgebreid in ehm, als ik zeg “in vlekkeloos Nederlands” lijk ik misschien fout bezig, maar naast hem achter de toog stond een Chinese dame die een moeilijk verstaanbaar accent had, dus dat vlekkeloze viel wel op.
Ik vind het ook sterk om perfecte taal te gebruiken als je kwaad bent.
Dat de zinnen zo vloeiend uit je mond rollen dat je op hetzelfde moment ook als toehoorder bewonderend luistert naar je eigen scherpzinnigheid.
Geeft een superioriteitsgevoel waar je niets aan hebt omdat je daarmee niet een schakelaar kunt omzetten, maar toch.

Ik pinde mijn etensgeld bij de bank om de hoek en was binnen 2 minuten terug. Hij hing nog steeds aan de lijn maar mijn eten was al klaar dus langer luisteren zou wat onbeschoft zijn. Bovendien werd op mij gewacht.

woensdag 26 maart 2014

Van die types

De man die ik sprak wilde ik steeds Piet noemen, sommige mensen hebben dat.
Het verbaasde hem dat er nog zoveel ‘mannetjes’ als directeur rondlopen in de culturele sector.
Ik zei: “Heb je even?”
Ze zijn nu zoetjesaan aan het vertrekken, maar hier en daar vind je nog een overgebleven exemplaar dat de tijd tot zijn pensioen uitzit.
Het type dat gewend is geld en goederen te eisen van de gemeente als het tegenzit.
Dat het ego iets belangrijker vindt dan de organisatie.
Dat vaak sociaal niet écht dat je zegt ‘lekker ligt’, tenzij hij zijn best doet. Maar dan moet hij meestal ook iets van je.
Dat type dat houdt van dwarsliggers omdat hij zichzelf zo ziet, maar die dat liever niet in anderen waardeert. Want die moeten kapot. Kom er maar in Lucie!
Voor wie alles een machtsstrijd is.

In de commerciële wereld hadden ze er al lang uitgelegen, zei Piet.
Daar pikken ze dergelijk gedrag niet meer. Daar telt wat je doet, en daar tellen je kwaliteiten.
Ach, oud zeer. Wat kun je soms nog gemeen terugkomen om me in mijn rug te trappen.



dinsdag 25 maart 2014

Verankerd

Voor iedere opdrachtgever heb ik een ander notitieblok. Bij voorkeur van die organisatie.
Zodra ik daar eenmaal in ben begonnen is het ook van die opdracht en dus onmogelijk om er andere gedachten of gesprekken in op te schrijven.
Zo gebruik ik ook andere pennen, al neem ik mijn rode Parker wel overal mee naartoe. De spullen van de opdrachtgevers zijn voor mij ook een soort commitment. Het liefst zou ik ook alles achterlaten, maar dat gaat natuurlijk niet altijd.
In mijn tas heb ik ook een notitieboekje van mijzelf. Voor de eerste afspraken en de allereerste gesprekken voordat ik begonnen ben en om een eigen boekje kan vragen.
A5 is het fijnst maar bij mijn ene opdrachtgever heb ik zoveel afspraken gehad met zoveel verschillende mensen dat mijn A4 na 2 maanden al bijna vol is.
En het heeft niet eens bewaarwaarde.
Want ik schreef alles om te leren en te onthouden, en dat is nu al weer zo of verouderd of verankerd dat ik me afvraag of ik het ook niet gewoon zou hebben onthouden als ik het niet had opgeschreven.
Ik heb bijna alle boekjes van ooit bewaard.

Eigenlijk heb ik een kleine bibliotheek van culturele organisaties in huis en daar ga ik er vandaag weer een aan toevoegen.


maandag 24 maart 2014

Maandag in maart

Het was avond en ik haalde De Man op van het Station en bedacht dat het toch wel erg lang geleden is dat ik de autoramen moest krabben. Nu waren ze alleen maar beslagen en ik wilde het niet wegvegen maar zette de blazer op maximaal zodat ik kon achterhalen wat dat opleverde.
Van onze straat tot het Sterrenbos moest ik op een onthechte manier kijken vanwege de lampen van tegemoetkomende auto’s. Na het bos kon ik helder door het onderste deel van de ruit zien, en tegen de tijd dat ik bij de Rabenhauptstraat was kon ik weer rechtop zitten.
Dan weet ik dat nu.

Ik heb van 22 december tot en met 22 maart in mijn agenda bijgehouden hoe laat de zon op kwam en hoe laat hij onder ging.
Ik hou van die langzame fysieke verschuiving op papier. Niets wereldschokkends want dat kun je ook in mijn agenda van een paar jaar geleden zien. Toen hield ik het een jaar vol, en nam ook de maan mee.
Het heeft geen enkele zin om te doen, dat weet ik ook wel. Het geeft me gewoon het veilige gevoel dat ik weet wat er om me heen gebeurt.


zondag 23 maart 2014

Monnikenloop

“Viel het mee?” vroegen ze na afloop in het café.
“Ja!” riep we alle drie.
Het was afzien en zwaar en het motregende, maar eigenlijk viel het mee.
We renden over strand, door mul zand en beklommen helling nummer zoveel richting de vuurtoren. En net toen ik bijna bovenop de duintop was en dacht: hè foei, wat een beklimming, zag ik dat het pad steil naar beneden liep om weer even steil omhoog te gaan.
Het was zwaar maar heerlijk en gaf de kick van een achtbaan. En net als vorige week merkte ik na 40 minuten dat ik eigenlijk veel harder kon.
Marjolein was al uit het zicht, Melanie liet zich zakken en ik versnelde de laatste 3 kilometer.
We waren natuurlijk van alle kanten gewaarschuwd voor het heuvelachtige parcours. Misschien dat ik daarom voorzichtiger was begonnen dan nodig, dacht ik even. Maar nee, mijn vleugels krijg ik, nu al twee weken achter elkaar, pas na 40 minuten aangesnoerd. Ik leer er wel mee rennen.



zaterdag 22 maart 2014

Op 't Ailand

Je zou denken dat het stress is, maar het is pure opwinding.
Ik heb alles, ik wéét dat ik alles heb om vandaag op T’ailand te kunnen hardlopen.
Ik heb een douchetas met handdoek en douchespullen en vers ondergoed.
Ik heb mijn loopkleren in een kleine sporttas, bovenop de nieuwe schoenen zodat ze elkaar wat kunnen bijpraten. Ernaast geschoven zit de envelop met startbewijs, en bus- en boottickets.
Ik heb een mini nylon rugzakje met veiligheidsspelden en foerageerspullen: 2 flesjes, een bakje brood en een banaan. Ik heb er ook mijn telefoon-draagarmband in gedaan en ik wou echt heel graag dat iemand daar eens een fatsoenlijk en vooral ook logisch woord voor zou uitvinden.
Mijn lift staat over 45 minuten bij het station, de boot vertrekt over 2 uur.
Ik heb alvast een knip in mijn haar gedaan en papiergeld in mijn broekzak.
Ik moet alleen niet vergeten om vanavond een halfje bruin te kopen als ik terug ben.


vrijdag 21 maart 2014

Ik schudde veel handen. De helft zei “Hé, ik ken jou toch?” en iemand kende alleen mijn naam van een bestuur op afstand waar we samen in hebben gezeten. Zij praatte met de ogen dicht maar ik denk niet omdat ze mij eng vond.
Ik keek naar haar oogschaduw. Het was fijn dat ze die zo vaak liet zien. Die kleur grijs heb ik wel eens als kleur van ogen gezien, nooit eerder van oogschaduw.
In het andere gebouw riep iemand “Niks zeggen, niks zeggen, ik weet het wel!” dus wachtte ik af. Van hem wist ik nog zijn voornaam en beroep, hij wist ineens weer Praagse Lente.
Ik heb veel opgeschreven en tussendoor het interview met de Boeddhistische Dr. uitgewerkt om maar zoveel mogelijk afstand in mijn eigen brein te creëren.
Ik rondde de eerste dag van de nieuwe opdracht af in de loopwinkel waar mijn bestelde schoenen niet waren gekomen. Ze wilden me al uitzwaaien maar ik heb gewoon anderen gekocht. Die eigenlijk veel beter zaten dan we allemaal vermoedden.

Zaterdag ga ik ze inlopen op het eiland.

donderdag 20 maart 2014

Het was goed om op de uitvaart van Susan te zijn. Ik nam Renze mee en Ilonka was er ook, helemaal uit Den Haag. Nadat we hadden geknuffeld en bijgepraat moest ik bekennen dat ik haar achternaam niet meer wist. Van As, zei ze. Gek genoeg deed dat bij mij geen belletje rinkelen. Ze was de mijne ook kwijt en keek net zo verward toen ik die noemde.
“Mag ik je naam nog een keer?”
“Wil je je naam nog een keer zeggen?”
Standaard vragen die we uitentreuren stelden bij het lezen.
Vanochtend keek ik op haar Facebook en daar had ze het over iemand die Letsch heet en ik wist ineens weer dat Letsch de naam is waaronder ik haar ken. Het zal haar man’s naam zijn die ze door het Cico weer heeft afgeworpen.
De mijne is niet veranderd.

Ik zette Renze af bij zijn huis en voor hij uitstapte moest hij nog één vraag stellen: “Wanneer gaan jullie nou trouwen?”
“Nooit,” zei ik.
“Daar geloof ik niks van,” zei hij.
Ik gaf geen antwoord, staarde alleen maar naar zijn triomfantelijk gezicht terwijl ik optrok en wegreed.
Ik kan niet argumenteren met andermans intuïtie.


dinsdag 18 maart 2014

Wat Boeddha zegt over de dood

Het is om heel recalcitrant van te worden, al die rouwkaarten in de bus.
Vorige week was ik op een uitvaart van de overbuurvrouw. Er waren veel oudere vrouwen, maar vooral ook heel -getverdegetver- veel liefde. En nee dat is niet erg, maar wel als je het droog wilt houden.
In het mini kerkje in de Haddingestraat stond zelfs een grote groep dames op, om met een intuïtieve dans afscheid te nemen van Ineke. En dat was zó vreselijk en ook ontwapenend en liefdevol dat ik in mijn eentje op de achterste bank 2 zakdoekjes heb volbewaterd.

De buurvrouw zag ik nog wel eens op straat of in de boekhandel. We zeiden dan dingen over de tuin en over boeken, zoals “je mag dat boek wel van mij lenen”, wat we nooit deden.
Als ik uit mijn huis naar buiten kijk zie ik haar huis door de ramen van haar auto. Ze had een lekker grote invalidenparkeerplek zodat vooruit inparkeren meestal al in drie pogingen was gepiept. Er kunnen vier auto’s voor en vier auto’s achter staan wat handig is, omdat ik dan van verre in kan schatten of er nog parkeerplek is. Ik weet niet wat er met de plek gaat gebeuren.
Ik hoop dat haar parkeervaardigheid niet het enige is wat ik over haar zal onthouden.

Gisteravond kwamen we thuis van werk & café en daar lag al een dankkaart op de mat.
So. I. Thought.
Want nee, gewoon wéér een nieuwe, van wéér iemand die weg is, die genoeg had van dat ziekbed dat natuurlijk helemaal niet zo comfortabel ligt.
En nu zit ik maar te staren naar die nieuwe kaart in mijn hand.
Ik weet niet wat er de afgelopen twee jaar in het leven van Susan is gebeurd. Gewoon helemaal niet. Ik zal het morgen tijdens de herdenkingsdienst wel horen.

Morgenmiddag, na de crematie, interview ik een Italiaanse doctor over Cyber Boeddhisme. Ik grijp de voorbereiding aan als excuus om te zoeken naar wat Boeddha zegt over de dood. Dwars door alle cliché´s heen lees ik dat er geen wedergeboorte is van de ziel, want de ziel bestaat niet. Er is wel de ervaringsstroom die we karma noemen en die door een nieuw mens of dier kan worden opgenomen.
Ik lees me in over het klooster Nanputuo, over het Achtvoudig Pad, en over de verbinding met de Chinese politiek. Maar ik vind niet de troost die ik zoek. Sterker nog: ik ontdek dat Boeddhisme uitgaat van lijden, en als doel heeft dat lijden op te heffen.
Nee, dit heeft met toeval weer eens niets te maken.


zaterdag 8 maart 2014

Fenominisme

We gingen naar een debat over vrouwen en seksualiteit. Twee van ons dachten dat het over de overgang zou gaan en waren in het begin lichtelijk teleurgesteld; twee van ons genoten zichtbaar, en alle vier van ons verheugden zich vrijwel meteen na aanvang op het drankje in de bar om eens goed en grondig na te kunnen praten.
In die bar schoven we aan bij vier van die anderen die net als wij meer hadden verwacht van dit panel, dat bestond uit vier landelijk bekende feministes. Het was niet zozeer dat ze geen goede dingen zeiden, het was meer dat ze zich door de zaal lieten verleiden op stupide details in te gaan en het af en toe helaas bij goede inzetten lieten.

Twee van de panelleden waren Sunny Bergman en Linda Duits. Daar was een fittie gaande, bleek al snel. Maar aangezien ik niet bekend ben met de Randstedelijke glitter & glamour wist ik dat niet.
Ze keken elkaar bij voorkeur niet aan en omdat iedereen het werk van Sunny kende en waardeerde, en omdat Linda als een Amerikaans meisje al haar zinnen als een vraag liet eindigen, was de zaal op Sunny’s hand.

Rumoer en gemompel als Linda weer wat zei. Geen gekke dingen, maar ja, ze viel Sunny af en die kon alleen maar zeggen: “Hoe kom je daar nu bij?” dus wij dachten ook maar dat Linda de docu’s van Sunny gewoon niet had begrepen.

Twee van de panelleden gaven zichzelf een typering die helemaal niet bleek te kloppen. “Ik zit hier heerlijk een halve man te zijn,” zei Asha ten Broeke, “en ik geniet ervan omdat dat mag.” Asha heeft een zachte stem, hoger dan die van een man, en ze heeft zichtbaar borsten. Dat lijkt mij typerend voor een hele vrouw, maar wie ben ik dat ik een broek en kort haar niet typisch mannelijk vind.
Myrthe Hilkens noemde zichzelf een chaotische gespreksleidster en bleef daarna scherp overal bovenop zitten. En gooide er een ijzersterke managementtruc in toen ze die oude zeur van een man vriendelijk vroeg of hij kon zeggen hoe ze/we/feministen het dan wél moesten doen.
Want o, die zaal, die was me er eentje!

De eerste rij werd in beslag genomen door mannen. Waarom? Ik had het willen vragen, maar dan zou ik buiten het onderwerp treden en dat leek me niet het doel van zo’n avond. Nou waren er een hele hoop 60-plussers die niet die scrupules hadden, en die hun zorgvuldig thuis voorbereide statement als vraag poneerden en verlangden dat het panel hen dankbaar was voor de 2e feministische golf en laten we het nu hebben over niet-witte niet-Europese (en niet-aanwezige) vrouwen. Bijvoorbeeld.
Of dat alles wat de dames op het podium zeiden “wetenschappelijke flauwekul” was; dat vrouwen uit moesten kijken niet de mannen achterna te gaan; dat het Star Wars T-shirt van Linda symbool stond voor oorlogsgevoelens, en vooral: dat het heel erg was om als kind op te groeien in een streng feministisch gezin tijdens de eerste wereldoorlog feministische golf.
We dronken in de bar een drankje of tig, en gooiden onze seksuele fantasieën op tafel. Want daar waren we ten slotte voor gekomen.