dinsdag 30 december 2014

De portal van Teun

Neefje Teun is mijn portal naar tijdreizen. Of niet hij, maar zijn toekomstige hij die ik steeds vaker zie opduiken.
In de zomer van 2013 hadden we net de tent opgezet op de camping bij Milaan, toen een paar Italiaanse jongens van een jaar of 19 vrolijk kletsend langs liepen. 
Ik staarde naar een van die jongens, kon mijn ogen niet van hem afhouden. En nee, dat was niet omdat het cougar-kwijl uit mijn mond liep, maar omdat ik daar mijn bloedeigen neefje van 12 zag lopen, maar dan als hij 19 is.
Ik zeg 19, ik weet niet waarom ik daar geen ander getal voor neem. Maar negentien nestelde zich in mijn hoofd en negentien zal daar blijven.
Teun is ondertussen 13, en hij mag nog niet in kroegen aan de bar hangen. Dus toen ik hem gisteravond toch zag zitten in de Kroeg van Klaas, en hoorde praten met de barman over games en nerven en nogzowatzaken in een taal die niet van mijn tijd is, wilde ik hem eerst vermanend toespreken.
Maar hij is echt 20, zei hij, en hij woont al 20 jaar in Groningen!
We hebben hem gemaand elders te gaan studeren, en gaven hem nog een biertje. Terwijl de Barman en de Huisschilder en mijn 20-jarige neef met elkaar spraken over DLC, seasons pass en meer van die futuristische termen die de 13-jarige ook beheerst, checkte ik of de ogen hetzelfde waren, en vroeg ik me af of Teun wel echt zo breed gaat lachen na zijn beugelperiode.
De zus vroeg vanochtend om een foto, heb ik niet gemaakt, wel overwogen. Ik denk niet dat een foto de portal had overleefd.


maandag 29 december 2014

Vrouwelijk

In de hardloopkledingwinkel zie ik ze meteen hangen: een groen en een rood shirt met lange mouwen. Ik gris ze uit de rekken want zoiets is zeldzaam.
Op 5 meter afstand staat een vrouw met korte blonde stekeltjes hardloopschoenen te passen.
"Waarom moet dat toch altijd roze of paars zijn?" vraagt ze aan de verkoper. "Waarom kunnen ze nou niet een normale kleur hebben?"
"Ja precies!" roep ik, luid genoeg dat ze begrijpt dat ik me met haar gesprek wilde bemoeien. "Ik ben die kinderkleurtjes ook zó spuugzat!"
Ik merk dat ik té luid spreek. Maar het is iets waar ik me op de fiets al over op zat te winden.
Stel dat ze wéér alleen maar roze en paars hebben, en dan zeg ik [iets scherpzinnigs], en ook [iets geniaals], en ik ga niet weg zonder ze te laten weten hoe belachelijk ik het vind om in zoete kleertjes te moeten hardlopen, en dat ik het niet meer pik!
En dat maakt mijn stem luider dan de bedoeling is.

Ik pas het groene shirt dat geweldig voelt, maar dat iets te krap en veel te duur is.
Het maakt me niets uit. Als ze het hebben in mijn maat koop ik het.
Dat hebben ze niet. Bestellen gaat ook niet want het behoort tot de wintercollectie en die gaat er al weer uit. Het is december, bij de weg.
"Jammer hoor," zeg ik tegen de verkoper, "want ik ga echt niet in roze rennen!"
"Wat vind je?" vraag ik aan de vrouw die aan de tafel voor het pashokje koffie drinkt in afwachting van hulp. Ze vindt de groene ook schitterend staan, en de rode minder. We besluiten een shirtje uit het rek te pakken om er onder te dragen, wat immers het nut is van een winterse longesleeve, en te zien of het krappe shirt dan nóg krapper wordt. Of eigenlijk: om te zien of het heel erg stom staat. Dat doet het. En ach, het is toch te duur ook al besteed ik mijn volledige tegoedbon van € 19,- hier aan.

"Denk je er echt zo over?" vraagt de blonde vrouw me op mijn weg naar buiten.
Ik knik langzaam en groots.
Ik herken haar van de Monnikenloop en van de Molenloop en meen me te herinneren dat ze uit Uithuizen komt, of Bedum. Als ik haar bij een volgende loop weer tref zal ik haar in mijn actiecomité opnemen, besluit ik want ze heeft de roze schoenen weer netjes in de doos terug laten stoppen. Er is nog kans voor ons, zo lang we ons maar niet laten ringeloren en onze eisen helder stellen.
Thuis zie ik op internet dat het groene, zijdezachte Nike shirt in veel winkels nog volop voorradig is, ook in mijn maat.



vrijdag 19 december 2014

Lady


Ik had het natuurlijk veel eerder moeten doen: aan het eind van een doordeweekse middag naar de film omdat ik daar zin in heb.
Ik zoen Nienke voor de kassa, en koop mijn kaartje bij de jongeman die er achter zit. Ik ga naar My Old Lady, in mijn eentje. "Tenzij Nienke mee wil."
Maar Nienke moet werken, dus smeer ik mijn nog razende adrenaline in hoog tempo uit over haar en de traptreden naar boven.

Er zitten verrassend veel mensen in de zaal, voornamelijk oudere vrouwen die, te zien aan hun haarkleur, niet hun werk maar hun geraniums zijn ontvlucht.
Ik zet mijn telefoons uit en ontspan op commando. Daar word ik steeds beter in. Ook 's nachts spreek ik mijzelf streng toe. "Ik snap best dat jij je hier zorgen om maakt, maar wou je dat nu ter plekke gaan regelen? Nee toch? Nou dan. Hou op te zeiken en slaap!"
De laatste twee nachten heeft het gewerkt.
ONTSPAN!
NU!

Het is een fijne goedgevoelfilm, ik sudder wat na in Images' etalage met een Merlot.
Mijn telefoons hebben geen berichten ontvangen, blijkbaar werkt verplichte ontspanning kosmisch door op apparatuur. 
Ik neem mijzelf mee uit eten, drink er een Negro Amaro bij.
Het Engels sprekende stel naast mij deelt hun afschuw voor de reizende medemens. Het Nederlandse meisje is blond en de Amerikaanse jongen eet met één hand. Tegen de tijd dat ik de laatste stukjes bloemkool door mijn kaasfondue sleur proberen ze indruk op elkaar te maken met verhalen over hun reizen naar Londen.
Aan de andere kant zit een vader met een pubermeisje. Hij houdt het gesprek gaande, zij gaapt. "Ben je moe," vraagt hij. "Dbpfeh," kan er net af. De vader en ik delen grijnzen.
Als de fakkeloptocht langs is getrokken reken ik af en val een paar deuren verder bij de Prozaclub binnen. Ik hoor mooie verhalen, spreek met bekenden en schud Twittervrinden eindelijk de hand.
Voor twaalven ben ik thuis. Dat hindert me niks, ik heb een kadodag gehad.

zondag 7 december 2014

Slaap

Als ik stil blijf liggen val ik wel weer in slaap, soms werkt dat.
Andere keren stel ik me voor dat er wolkjes waar slaap op staat geschreven rustig door mijn voeten wandelen, alle tenen aanraken, door de enkels kietelen en al dansend hoger mijn lichaam in komen. Dat werkt wel, als ik maar niet afgeleid raak door gedachten over boeken en treinen en werk en het weer en die film.
Terug, zeg ik dan, hup in de voetzool!
Waarmee ik de wolkjes de reis weer van voor af aan laat beginnen. En het werkt ook echt: als ik me echt concentreer slaap ik al voordat ze mijn bovenbenen bereiken.

De laatste week heb ik wakker gelegen vanaf 4 uur, de tweede nacht zelfs vanaf 3 uur.
Ik was stiekem wel nieuwsgierig naar mijn conditie. Zou ik de dag een beetje fatsoenlijk doorkomen? Zou ik me kunnen concentreren en zouden mijn woorden wel goed geformuleerd uit mijn mond komen?
Zou ik überhaupt wel in staat zijn om dat wat zich in mijn hoofd vormde, ongeschonden de hele weg naar mijn mond te laten afleggen? En wat was dat dan, dat zich nog in mijn hoofd kon vormen?

Deze zomer vroeg ik het me hardop af: waarom doen we ’s nachts nooit meer leuke dingen? Wat maakt het uit of we om 3 uur in de ochtend naar het park lopen en picknicken? Of de buurt versieren met slingers? Of rolschaatsen op een lege weg? En waarom lukt het anderen wel om stiekeme muurschilderingen te maken als niemand wakker is?
Het antwoord was een geschrokken snurk.

De afgelopen twee nachten heb ik geslapen als een blok. 1x op alcohol, 1x zonder; 1x na feest, 1x na rust; 1x na digiboek, 1x na papieren boek.
Ik werd heel eventjes wakker om een uur of 3 of 4, draaide me om en sliep zomaar verder.
Ik ben nu al twee dagen doodmoe overdag.


zaterdag 29 november 2014

's Nachts

Ik werd vannacht wakker met een enorm opspelige maag.
Stil liggen, rustig draaien, afleiding zoeken op internet, het hielp allemaal een klein beetje maar niet voldoende.
Bovendien suisden mijn oren en hoorde mijn hoofd rare geluiden. Ik kon er niet meer tegen, was zo misselijk! Ik gaf het op, stapte uit bed en liep in het donker de trap af naar de wc, met mijn hand voor mijn mond.
Onderaan de trap liep ik ergens tegenop. Mijn hoofd kwam tegen iets zachts, mijn handen dwaalden daar verward achteraan, en daar vlogen de Thaise noedels, het glas rode wijn en de kroepoek het vrije luchtruim in.
"Gatverdamme!" hoorde ik. Ik kreeg een duw en viel de laatste treden van de trap af.
Zere maag, opluchting, even lekker blijven liggen op de vloer. En O ja, inbreker, wat zal ik daar mee doen, kan later wel.
Toch liep ik naar de telefoon, en toetste 112. "Politie Groningen," zei ik netjes, "Ik ben ziek, inbreker ondergekotst, dit is mijn adres."
Ik riep nog even "Help, inbreker" naar boven en kroop heel tevreden met mijzelf op de bank, fleecedekentje over me heen trekkend.
Ik heb er niks van meegekregen dat een zwaailicht voor de deur parkeerde, dat de politie door de voordeur naar binnen stormde, en dat De Man ze wat verdwaasd te woord stond. Zo ver ging mijn droom niet.




donderdag 6 november 2014

Het Vingerhoedjesmuseum



Vandaag werd ik weer herinnerd aan het bestaan van de kleine musea in ons land. Het Museumhuis wil meer onderlinge samenwerkingen maar tot het zover is heeft ieder dorp een eigen erfgoedbehartiger. Ik kwam er op omdat iemand het blikmuseum aanhaalde.
Het Blikmuseum, ik zal het met een hoofdletter doen al heb ik het nog steeds niet gegoogeld omdat ik denk dat het een grap is.
Dat doet me denken aan die keer dat ik met Irene en Marieke langs het satellietprogramma van Noorderlicht reed door de provincie Groningen. Na veel kleine musea en grote galerieën te hebben bezocht wisten we van de flauwigheid niet meer waar we het moesten zoeken. In de auto terug naar stad pisten we in onze broeken van het lachen. 
Het was ons duidelijk. Als je niet meer weet waar je met je oma's zoldervoorraad naar toe moet dan maak je er een serieus museum van. En dat gingen wij ook mooi doen.
We bakkeleiden even over de inhoud. Die dag hadden we geleerd dat het onderwerp net zo klein en nietszeggend kon zijn als we wilden om een erkend museum te mogen zijn. Met een erkend directeur.
We besloten tot oprichting van Het Vingerhoedjesmuseum.
Wie precies directeur zou worden weet ik niet meer, maar ik vond mijzelf uiteraard wel een serieuze gegadigde. Irene wou ook wel, maar Marieke bleef liever buiten schot. Die vuurde harde opmerkingen op ons af waar zelfs ik bij verbleekte.

Net smste ik Irene. "Weet je nog van ons vingerhoedjesmuseum? Vandaag hoorde ik van het bestaan van een blikmuseum. Ik moest wel een beetje lachen".
Zij reageerde per ommegaande: "Waar? Kunnen we er heen?"

Als diepgewortelde in de culturele sector neem hier steeds meer afstand van door de bezuinigingen, de bezoedelingen van ons blazoen en de interne discussies, om maar niet te spreken over buitenstaanders die ineens een functie binnenin krijgen want 'ik heb zoveel bewondering voor die creatievelingen', waarvan ik denk "Ga op het dak zitten idioot."
Je hebt bedenkers, uitvoerders en organisatoren.
Alle drie zijn ze onmisbaar voor de sector én voor elkaar. Een uitvoerende is niet per definitie creatief, sterker nog: er zijn verschillende vormen van creativiteit in ons midden te vinden.

Ik heb vaak genoeg meegemaakt dat organisatoren beter buiten de doos konden kijken dan een uitvoerend musicus. Dat improvisatie niet bedoeld is voor iedereen, en dat fantasie binnen sommige kunstenaarskringen als iets viezigs wordt beschouwd.
Creatief met blik. Ja het is lachen.
Of nee, triest natuurlijk.

maandag 3 november 2014

Ritmes

Ik doe mee aan NaNoWriMo, National Novel Writing Month, om te proberen een langer blog te schrijven dan gebruikelijk. Elke dag in november schrijven deelnemers rond de 1.700 woorden, om tot een roman van 50.000 woorden te komen.
Volgens de regels mag je tussendoor geen tijd verspillen aan verbeteren en redigeren, het gaat om doorjassen tot je bij Einde bent of jezelf leeg van woorden en vol van wijn terugvindt in de kroeg.
Ik weet niet precies welke lol anderen beleven aan NaNoWriMo, voor mij gaat het om vinden van ritme. En dat moet, vind ik, want als kinderloze ZZP-er dans ik al zoveel uit de maat.

Op de site melden ze: "The World needs your Novel". Dat vind ik nogal gruwelijk. En wreed ook, naar potentieel publiek toe.
Het lijkt mij sowieso handig als een schrijver eerst kijkt of er überhaupt iets te melden valt, voordat er weer 'iets' de wereld in wordt gegooid. Maar goed, het is Amerikaans en ik dien hier terug te schakelen van de schreeuwende anchors daarginder naar de beschaafde Annechien Steenhuizen die ik gewend ben.
Er doen wereldwijd meer dan 300.000 mensen aan de schrijfmaand mee, online vind je fora, peptalks, blogs en meer dan 29 manieren om bij te houden hoeveel woorden je per dag hebt geschreven. De organisatie beweert dat er maar liefst 250 heuse boeken uit voort gekomen zijn. Of dit per jaar is en hoeveel daarvan in eigen beheer zijn uitgegeven weet ik niet, maar dit totaal aantal valt me dan weer tegen.

Als er op 1 december een manuscript ligt, zeggen de Amerikanen, dan ben je geslaagd met de dikke vette voldoening van iemand die iets heeft afgemaakt. Of het product goed genoeg is om een tweede, derde en tiende versie aan te wijden, is natuurlijk een heel ander verhaal.
Eerst deze maand zien uit te zingen en daarna dansen we wel op de vulkaan.

Ik heb mijn voorbereidingen getroffen.
Ik heb een onderwerp, een aantal vragen die ik uitgewerkt en beantwoord wil zien, een vorm en een indeling. Ik lees me zelfs in.
Ik ga dit alleen niet van de daken schreeuwen, ik ga rücksichtlos afwijken van het ritme als mij dat beter uitkomt, en het wordt trouwens ook geen roman.
Pure jazz.


zondag 19 oktober 2014

Het belang van Twitter

Hoe minder reacties komen op mijn tweets hoe eerlijker ik ze maak.
Ze worden toch niet gelezen en ik wil die dingen kwijt.
Het lijkt misschien op een biechtbehoefte waarna ik met een schone lei verder kan, alsof ik een kinderlijkje achter het Coendersborg onder afgevallen bladeren heb verstopt, of een geheim leven als prostituerende vrouw leid, maar dat is niet zo.
Sommige dingen moeten er gewoon uit.
Hard fietsend naar het station stootte ik er laatst "fermenteren" uit. Ik weet niet waarom en andere fietsers kunnen het hebben opgevat als een verwensing, maar het zal wel een soort Tourette zijn of een herbeleving van een aflevering van Dexter waarbij ik nare woorden uit mijzelf moet spugen om er niet door vergiftigd te worden. Zoiets, denk ik.

Verder twitter ik eerlijk dat ik soms denk blindedarmontsteking te hebben.
En dat wasknijpers en stofzuigers mij motorisch treiteren.
Eerst dacht ik dat het universeel was en dus wel herkenning zou opleveren.
Later dacht ik dat het zó universeel was dat iedereen zijn schouders er over ophaalt, of mij natuurlijk vreselijk irritant vindt, maar die mensen mogen mij gerust ontvolgen.
Vanochtend denk ik dat weinig tweets echt gelezen worden. Ik word namelijk gevolgd door mensen die Engelstalig zijn, of die naast mij ook 12.835 anderen volgen. Hallo! Waarom toch jongens?
Ik kan er dus van alles uitstoten op Twitter. Ik heb bijvoorbeeld nog niet gemerkt dat het mijn carrière (proest) zou kunnen schaden.
Ik zit wel eens met potentiële opdrachtgevers aan tafel die mij duidelijk niet op Twitter hebben opgezocht. Sterker nog: ik zie dat ze mij niet eens op LinkedIn hebben bekeken, laat staan dat ze mijn eigen website hebben bezocht.

En dan, net als ik me onbespied waan, reageert iemand op een verwarde tweet, beschuldig ik hem weer van seksisme, waarna we allebei terugkrabbelen. En iemand reageert op één van mijn retweets, waar ik feminisme aan gekoppeld heb, op zo'n manier dat ik denk: ja mevrouw, had je dan éven iets beter ingelezen voor je die bewering doet.
Nu moet ik alsnog huiswerk maken.

Ik ben veiliger af als ik alleen maar tweet dat we niet allemaal door wolven kunnen zijn opgevoed.
En nee, ik weet niet waarom ik die gedachte ineens had, maar het gebeurde in de trein en ik ben heel blij dat er iets als Twitter bestaat zodat ik het kan opschrijven in plaats van door de stiltecoupé brullen.
Twitter is goed.
Twitter beschermt mij tegen mijzelf.

zaterdag 11 oktober 2014

Hergroeperen

Op de fiets belde ik met mijn moeder. 
Ik zei "Mam, alles gaat zo lekker en mijn leven is zo heerlijk! Als ik nu dood neer val dan is dat goed. Begrijp je dat?"
"Ja heel goed," zei mijn moeder en ik wist dat ze het ook echt begreep.
Daarna heb ik het eigenlijk nooit meer met iemand besproken want ik wist nu, we spreken zo rond de eeuwwisseling, dat er mensen bestonden die dit ook zo zagen.
Een maand geleden zat ik met een vriendin in de auto en omdat we in Leeuwarden waren geweest en via de toeristische route terugtuften naar Groningen, kwamen we te spreken over doodgaan. Dat ik daar geen probleem mee heb en dat het prima is als het gebeurt.
Zij schrok daarvan. Was ik suïcidaal?
Daar schrok ik weer van. Nee, natuurlijk niet.
Maar waarom dan?
Nou, gewoon, omdat doodgaan niet erg is. Wel de ziektes en andere nare situaties die er aan vooraf kunnen gaan, maar sterven zelf is een natuurlijk fenomeen. En dat vind ik prima.
We waren even stil.
"Ik zou het heel erg vinden voor mijn zoontje," zei ze, "Dat die zonder moeder moet opgroeien."
Ja dat leek mij ook akelig.
Wat later zat ik met een andere vriendin op een terras. Ze vertelde dat er 400 mensen bij de uitvaart van haar vader waren.
Ik probeerde het me voor te stellen maar dat ging niet. Ik zou al blij zijn als er 50 voor mij komen opdagen. En dan niet persoonlijk natuurlijk, want ik sta dan toch op het punt voor altijd te verdwijnen, maar blij voor mijn nabestaanden.
Voor nabestaanden is de dood anders, die moeten zich hergroeperen.
Ik had ooit drie katten. Eentje was een lobbes, eentje was een felle en eentje een parmantige. Toen de lobbes stierf werden de andere twee wat liever. Kwestie van herverdelen van eigenschappen.
Blijft nog één vraag over: Wie gaat welke eigenschappen overnemen na mijn dood?


donderdag 25 september 2014

Waarom een bril te verfoeien is


Ten eerste vind ik verfoeien een prachtig woord al drukt het bij lange na niet uit hoezeer ik er naar verlang om weer stukjes glas in mijn ogen te mogen stoppen.

Ik draag mijn bijbril, tegen mijn zin in, fulltime.
Ik word ouder, mijn ogen droger, en mijn lenzen ondraaglijk pijnlijk. Logisch.
De opticien stelde voor om een tijdje een bril te dragen zodat ze andere lenzen op een nieuwerwetse manier konden aanmeten. Maar dan moesten ze wel eerst op cursus en die was pas eergisteren. Dus zat ik er vandaag om te leren wat zij hadden opgestoken.
Dat is het volgende: een nieuwe lens kost € 150,- en gaat slechts 1 jaar mee. Maar helpt mij wel.
Doet u mij er dan maar 1, dan kijken we over een paar jaar wel of de linker ook zo’n super-de-luxe exemplaar verdient. Als ik die rechter maar heel snel krijg want ik ben in mijn diepste wezen geen brildrager. Gewoon niet.

Ten tweede tot en met vijfde: Hardlopen is niet fijn met bril. Het kan wel, maar de neusbrug zweet, de glazen beslaan en als ik niet toevallig mijn enkelbanden had verrekt, dan had ik om een hele stomme reden niet willen lopen.
De glazen moeten steeds gepoetst.
Er hangt voortdurend iets bovenin mijn zicht.
En het allerergste en wat ik niet begrijp dus help me even: hoe maken brildragende vrouwen met min 5 ½ hun ogen op? Ik moet zó dicht voor de spiegel staan dat er geen ruimte overblijft om een potlood handig te manoeuvreren.
Mascara kan op de gok, dat is geen probleem, maar omdat ik nu vrijelijk in mijn ogen wrijf (“Ha! Zie wat ik kan zonder lenzen!”) smeer ik die zwarte pasta over mijn wangen zonder dat te beseffen dus eigenlijk is make-up waardeloos voor brildragers.
En dat maakt mij (ten zesde?) een ander persoon. Eentje die zich om 9.00 uur gisterochtend, als ze de eerste vergadering binnenstapt, realiseert dat ze de hele dag nog niet in de spiegel heeft gekeken.
Ik borstel mijn haar, ik douche, zet mijn bril op, kleed me aan en ga de deur uit.
Het moge duidelijk zijn dat ik daar wat van schrik. Ik heb natuurlijk ook wel eens gehoord van behekste spullen.

Dus toen ik een half uur na de opticien met Paul koffie dronk en ik dit voor hem samenvatte, begreep ik wat me te doen staat.
Ik regel lasertochten naar Tsjechië, neem per keer 7 mensen mee in een Volkswagenbusje, want dat is een mooi aantal dat in één dag geholpen kan worden. Ik sluit een deal met een vakantiepark, want dat moest van Paul die er ook graag evenementen omheen wil organiseren.
Ik hoop dat hij bedoelt dat hij ons met zijn mooie stem gaat voorlezen als we ’s avonds in dat vakantiepark in de grote bungalow om de open haard zitten te staren in het niets want bij sommigen zal het niet goed zijn gegaan en die moeten dan blind terug naar Nederland.
Met anderen, mij bijvoorbeeld, gaat het voorbeeldig, dus ik schenk de drankjes in en leer de blinden in 2 dagen met hun handicap omgaan.
Zulke schone taken zie ik nog wel op mijn weg liggen. Ik ben een echte visionair.


dinsdag 16 september 2014

Dubbel i

Het is heiig.
Met dubbel i.
Heiig als voorbode van herfst.
Herruf-s-t.
Ik heb moeite met dat woord, hoe prachtig ik het ook vind.
Mijn moeder kan 'afspraak' niet uitspreken.
Af (slis) puraak.
Ik kan "groen gras groeit graag" niet uitspreken. Wel schrijven.
Goddank bestaat het geschreven woord. Ik zou anders niets meer durven zeggen.
Ook wel weer rustig.
Dat ik uitspreek als "gustig".

Zijn er meer woorden met dubbel i?

zondag 14 september 2014

Dat zullen we nog wel eens zien

Geen 4 mijl? GEEN 4 MIJL??!
Dat zullen we nog wel eens zien mevrouw de huisarts!
Op de afgesproken dag belde ik haar secretaresse voor de foto-uitslag.
Nou, niks aan de hand, geen fractuurtje te zien.
Ik werd pissig. Want hoezo geen fractuur? Waar komt die pijn dan vandaan?
Ik smeet de haak op mijn iPhone en pakte hem meteen weer op om het nummer van de fysiotherapeute te draaien. Maandagochtend kan ik er terecht. Daarna mailde ik Toon de Trainer: je kunt mij maandagavond op de atletiekbaan verwachten!

Op zijn aanraden heb ik vandaag al een klein rondje gelopen. 10x1 met warming up. Stelt niks voor natuurlijk, maar ik was erg blij om te merken dat ik de snelheid nog heb, en dat 10 km/u het logische tempo was.
Verder doen de spieren natuurlijk wat lastig, is de conditie niet meer zodanig dat ik het een uur volhoud en kan ik nu even niet meer zo goed staan op mijn voet.
Dus ik denk dat het wel mee gaat vallen.
Geen PR, dat zou stom zijn. Maar uitlopen gaat lukken.
"Geen 4 mijl". Tsss.

dinsdag 9 september 2014

Ongewenste emotionaliteit

Zo stom dat ik bijna ga huilen als de huisarts zegt dat de 4 mijl er voor mij dit jaar niet in zit.
Thuis bel ik mijn ouders om pa te feliciteren met zijn verjaardag en krijg ik eerst mam die ik mooi kan vertellen over mijn doktersbezoek. We laten foto's van mijn voet maken, vertel ik, om te zien of er toch ergens een breukje zit en zo niet dan kan ik natuurlijk altijd naar een fysio die helpt om de bloedtoevoer te verbeteren. Of zoiets. Maar de 4 mijl, dat leek mijn huisarts uitgesloten.
Ma leeft heel erg mee. O wat erg voor je, zegt ze. Och meisje toch. En ik begin weer bijna te huilen.
Pa zegt meteen: "Maar de trainingen gaan toch wel goed?"
"Nee pa, ik train de hele zomer al niet. En ik loop ook de hele zomer al niet op hakken."
"O? Nou, ik had ook een keer een lelijke smak gemaakt, dat was in 1970, we stonden die zomer in De Lutte. De huisarts sloeg me onder de hak en ik ging wel even door de grond. Ze hebben me toen een steungips gegeven voor een dag of 10, maar ik heb nu nog steeds dat als ik iets verkeerd sta of mijn voet net even schuin neerzet, dat ik dan meteen last heb."
"Dus," zeg ik, en vraag hem wat hij gaat doen op zijn verjaardag.

Met troostbeschuit en thee ga ik onder mijn boom de film over vrouwen en koken afkijken. Twee ongelooflijk dik opgelegde ontroermomenten die ik heus wel doorzie raken me toch.
Zei ik twee? Ik bedoelde drie.
Hou eens op zeg, zeg ik tegen mijzelf. Waarom zo emotioneel? Watje.

Dan belt een dame van Radiologie. Over een uur kan ik al langskomen, zegt ze.
Op de fiets naar het ziekenhuis voel ik nog steeds waar de huisarts in mijn enkel heeft geknepen en weer komt daar die stomme brok in mijn keel.
Die emotionaliteit bevalt me niks. Ik maak me er serieus zorgen over, want ik ben toch niet stupide of bang of me aan het aanstellen? Ik kan gewoon lopen, ik heb eigenlijk niks bijzonders en heel misschien kan ik dit jaar de 4 mijl niet lopen. Nou én, dan loop ik hem volgend jaar toch gewoon weer?
Bij Radiologie is het rustig. Ik ben binnen no time aan de beurt en leg mijn voet in bevallige poses. Ik had mijn benen ook wel eens mogen scheren, zie ik.

woensdag 3 september 2014

Plattelandseten

"Dus," zei hij bij thuiskomst, doodmoe van 13 dagen aaneengesloten werken en hevig verlangend naar een ontspannende aflevering van Dexter, "Jij wilt vanavond met mij uit eten?"
Arme Man. Ik heb het hem niet aangedaan.
Ik wil natuurlijk wel elke dag uit eten, maar ik had al een bak humkessoep uit de diepvries gehaald om 's avonds op te warmen. Humkessoep is geloof ik Twents en de Man is dankzij Balkenbrij huiverig voor alle gerechten waarvan ik zeg dat ze Twents zijn. Het schoot me er over de humkessoep ook al uit voor ik het in de gaten had. Ik kreeg een wantrouwige blik en een "toch niet óók van afval hè?" terug, omdat slachtafval ooit als basis diende voor de eerste balkenbrijen.
Toen ik nog in Twente woonde maakten mijn ouders iedere winter samen balkenbrij. Mijn moeder hield de pan stevig vast en mijn vader hing er boven met de boormachine waarop hij een forse haak gemonteerd had. Rondom het fornuis was alles wit van de bloem, inclusief mijn ouders die een half uur lang in dezelfde houding stonden. Lever, bouillon en bloem werden in de pan een grauwe, kleverige smurrie, die ondanks de grote hoeveelheid piment nergens naar rook. Ze schepten het in 10 schalen die ze in de kelder plaatsten of weggaven. Het water loopt me nu al weer in de mond.

Maar nee, in Humkessoep zit scharrelbig.
Het is soep van groene en witte bonen, een stuk vlees, ui, prei en aardappel. En niet gepureerd op het eind maar gewoon met lekker grove stukken, een beetje van mijn Mam en een beetje van Mijzelf.
Ik heb een foto gemaakt van het stilleven van ingrediënten, bij wijze van recept-notatie.

Ik maak wel vaker recepten naar aanleiding van foto's. Met Kerst waren we bij de schoonfamilie in Doesburg, waar een boek over hun stad op tafel lag. Ik bladerde wat door de herinneringen van andere mensen en las een stuk over de mosterdfabriek waar het stadje trots op is. Nu schijnt de huidige mosterdmaker dolgraag met pensioen te willen maar niet te kunnen omdat hij geen opvolger heeft, waardoor de fabriek met sluiting wordt bedreigd. Ik maakte met mijn telefoon foto's van het recept voor de typische mosterdsoep met echte Doesburgse mosterd, dat erbij stond, opdat ik de mosterdmaker niet zal vergeten.
Laatst heb ik het gemaakt, met heerlijke mosterd uit de Marne, want daar woon ik dichter bij. Niet dat ik op de fiets een potje kocht aan de fabrieksdeur, dat had oom Albert al voor me gedaan. En bovendien, als ik de weilanden in zou trekken om te foerageren vind ik eigenlijk dat ik dan ook het vlees van het abattoir en de melk bij de boer moet halen en ik heb geen goede melkfles of thermosfles om de melk in te laten tappen. Dat lijkt me toch het meest ideaal, ook voor de boer. Tenzij die wegens regulering van het een of ander een absoluut verbod heeft op verkoop aan de deur. Dat kan natuurlijk ook en is volgens mij niet eens zo vergezocht.
De Groningse mosterdsoep was heerlijk.
Ik zou nog wel eens uit eten willen op het Groningse platteland, waar ze op Groningse wijze plukken, slachten en tappen, ik noem daar een Piloersemaborg in Zuidhorn. Net iets te ver om te fietsen, maar dat moest ik maar niet aan oom Albert overlaten. Zeker niet vanwege de wijnen die ze daar zo graag schenken.
Er schijnt ook een Twentse wijnboer te zijn, bedenk ik. Eens kijken of ik een foto op internet kan vinden.





zondag 31 augustus 2014

Magisch uur

Vriendin S zit midden in nare familieomstandigheden en we smsen nu omdat ik haar niet wil storen voor het geval zij in het ziekenhuis is.
Donderdagmiddag stap ik zelf na een werkafspraak het ziekenhuis uit en check mijn mobiel op een bericht van haar, maar nee. De hele dag heb ik nog niets gehoord en dat baart me wel zorgen. "Hoop dat het goed met je gaat", whatsapp ik voordat ik op mijn fiets naar huis stap.

Het is vijf uur geweest, en dat, plus familieomstandigheden van iemand anders, plus einde werkdag, plus dat later (wat ik op moment van fietsen natuurlijk nog niet weet) een stuk van mijn kies afbreekt en ik een scheur in mijn lange leren jas trek, doen mij erg verlangen naar een glas wijn op een terrasje.
Ik fiets de Tuinstraat in en beloof mijzelf dat ik meteen ga plaatsnemen als de Smederij buiten een leeg tafeltje heeft staan. Maar dat heeft de Smederij niet.

Heel goed, hou ik mij voor, heel verstandig. Dat gedrink almaar, en dat Bourgondisch doen, daar moest ik maar een tijdje mee ophouden.
Toch denk ik met spijt aan de terraslege route die ik naar Helpman af te leggen heb.

Op het Schuitendiep fiets ik een stukje tegen het verkeer in naar de Poelebrug. Altijd als ik dat doe denk ik "eigen schuld, moeten ze het maar beter regelen voor fietsers", om mijzelf vrij te pleiten. En dan voel ik mij toch betrapt als ik luid mijn naam hoor roepen.
Daar zit Vriendin S met Haar Broer B op het rijtje terrassen. Aan de witte wijn.
We hebben niet lang want ze moeten zo weer terug naar het ziekenhuis, maar ik krijg wel even de kans om precies te doen wat ik mijzelf nog geen 10 minuten daarvoor beloofde: bijpraten met S en een wijn drinken op een terras.
Ik moest die magie vaker oproepen.
Voor vanavond lijkt het me bijvoorbeeld leuk om heerlijk uit eten te gaan met mijn man. Ik zeg het maar vast.

donderdag 28 augustus 2014

Echt verbinden

Ik lees "Committed" van Elizabeth Gilbert omdat ik al sinds de middelbare school faliekant tegen het huwelijk ben en ik oprecht niet begrijp hoe iemand die daar ook geen fan van is er toch instinkt.
Ik heb het boek nog niet uit dus ik weet nog niet met welke overgave ze uiteindelijk in dat bootje stapt, maar ze moet trouwen omdat Home Security dat wenst. Dus doet ze onderzoek naar huwelijkse gewoonten in de rest van de wereld. En dat vind ik bijzonder om te lezen.
Ik ben nu aanbeland bij een stuk over een volk in Laos waar meisjes tegenwoordig een opleiding volgen en zij hun eigen geld verdienen, waardoor jongens, die het land bewerken en niet doorleren, voor hen niet meer interessant zijn. En dus gaat niet alleen de economie er voor dat volk totaal anders uit zien, maar ook op demografisch gebied zal niets meer hetzelfde zijn.

Financiële onafhankelijkheid verandert inderdaad het bestaan voor vrouwen.
Waar in niet-westerse gebieden het financiële aspect en het voortbrengen van kinderen de belangrijkste redenen voor een huwelijk zijn, blijkt het in de westerse wereld (of die in Amerikaanse speelfilms) vaak een zaak van zelfrespect te zijn: uit een huwelijk halen vrouwen de bevestiging dat er iemand is die hen bijzonder vindt, dat ze gewenst en zelfs gewild zijn. Als je niet getrouwd bent ben je blijkbaar niet aantrekkelijk genoeg.
Nog niet zo lang geleden mochten vrouwen geen bezit hebben. Zodra ze trouwden mochten ze niet meer werken, en gingen eventuele bankrekeningen, huizen en andere waardevolle zaken onmiddellijk over in de handen van hun man.
Ook zijzelf mochten ze niet bezitten, en braaf wierpen ze hun naam en identiteit van zich af. Overzees willen ze nog wel eens een stap verder gaan door ook meteen maar de voornaam van hun man aan te nemen. "Ik ben Mrs. James Madison", kan me toch niet voorstellen dat Dolley dat echt ooit gezegd heeft.
En dan zijn er nog steeds vrouwen die dat vrijwillig doen omdat het 'zo romantisch' is. Die stap begrijp ik oprecht niet en dat is natuurlijk ook niet nodig. Zo lang ik maar niet mee hoef te doen aan die ongein die zegt dat ik niet mag bestaan zonder die ring (ja hoezo trouwens krijgt de man er in het buitenland NIET per definitie ook eentje?), en dat ik niets waard zou zijn zonder dat papiertje?
Overigens blijkt het huwelijk als instituut minder solide te zijn sinds er getrouwd wordt vanuit liefde in plaats van economie, maar dit terzijde.

Wat mij in dat boek opvalt en een doorn in het oog is, is dat samenwonen door Gilbert niet wordt gezien als "committed".
Ook al koop je samen een huis, krijg je samen kinderen, heb je een testament op elkaar en geldt je samen voor de belastingdienst als een economische eenheid, dan nog vinden sommige mensen dat jij je blijkbaar niet echt kunt binden. Want je kunt 'zo weg'. Ja, daarom bestaan er geen scheidingen.
Ten eerste: wat is er zo prijzenswaardig aan 'kunnen binden' dat het vrijwel altijd de voorkeur verdient boven 'flexibele inzet', om maar een zijstraat te noemen?
En ten tweede: wie bepaalt wanneer ik serieus in een relatie sta en wat de juiste manier is voor mij om in een relatie te staan?

Ik begon het boek omdat ik dacht op dezelfde oorspronkelijke lijn te zitten als de schrijfster, maar die neemt mij halverwege ineens niet serieus meer. En dat valt dan vies tegen.
Ik ben op pagina 143, heb er nog tot 92 te gaan.
Ik weet dat Gilbert uiteindelijk trouwt, ik weet alleen nog niet hoe ze daar op dat bewuste moment over denkt. Maar de ondertitel "A Skeptic makes Peace with Marriage" doet het ergste vrezen.
Ik lees dapper door en hou vast aan mijn eigen adagio: het huwelijk is als roken, goddank hoeft het niet meer.



De foto is van Daniël Ilinca

maandag 18 augustus 2014

Geschoren

Van die dingen waar vrouwen het met mij nooit over hebben: hoe vaak en waar scheer jij op vakantie je benen?
Doe je dat op de camping onder de douche waar rijen mensen staan te wachten, die onder de saloondeuren door blauwe plakken gel op de vloer zien vallen? Of leg je je been bevallig over een wastafel waar de klodders tandpasta van de vorige gebruiksters wel wat stoppels kunnen opvangen?
Om van de dilemma's af te zijn neem ik weer eens een Besluit: ik ga deze zomer mee met de nieuwe trend om beenharen niet langer te scheren. Bovendien is dat bij mij helemaal niet zo gruwelijk want ik heb lieve zachte blonde haartjes die in het land van donker begroeide vrouwen niet eens opvallen.

Het is warm, de benen worden bruiner, en de blondies doen het al heel snel - heel goed, ze groeien als kool. Geen mens die ze opmerkt, niemand die terugdeinst. Zelf voel ik me wel wat belemmerd door De Gewoonte en Het Beeld, dus steeds als ze het stoppelstadium voorbij zijn, zacht aanvoelen en glanzen in de zon, stap ik onder een eenzame campingdouche en scheer ze er allemaal weer af.
En begin meteen weer opnieuw te sparen want ik vind het laf dat ik zo snel afhaak.
Het scheren zelf is vervelend, het vergt planning, het kost soms zelfs extra warmwatermuntjes. Het is een handeling die iedere vrouw verricht en die toch intiem is.
Ik moet het scherp toeziend oog trotseren van de Siciliaanse schoonmaker die 10 uur per dag het campingsanitair dweilt en iedereen aankijkt met een blik van "Je maakt mij niets wijs". En ik moet over het schaamtegevoel heen stappen als ik me herinner dat ik het roze mesje heb vergeten te verstoppen voor de schoonmaakster in het hotel.

Het idee om benen te scheren is natuurlijk erg achterhaald. Ik geloof dat het pas 'in' werd zo halverwege de jaren 80, toen men na de hoogtijdagen van ABBA en de wortelbroek nieuwe manieren moest bedenken om te laten zien dat het vrouwenlichaam eigenlijk niet oké was.
En dat terwijl beenharen niet stinken, er blijft geen vuil in hangen en er is geen andere hygiënische reden om ze te verwijderen. Dit overigens in tegenstelling tot De Baard die, bedenk ik nu, eigenlijk een hele nare bron van ziektes kan zijn en verdraaid, waar hebben we het over?

Op de laatste camping pak ik de afwasteil, vul die naast de tent met lauw water en zet mijn voeten er in. Met lange halen werp ik de blonde haartjes van me af en spoel mijn halfbakken actie met het afwaswater in het Italiaanse riool. Ik heb publiek op het veld dat vanuit ooghoeken toekijkt.
Mijn eerste stap is openlijk scheren, ik hoop mijzelf zo te laten zien hoe stom het eigenlijk is.

zondag 10 augustus 2014

Traditie

Op onze eerste avond in Duitsland, op weg naar Italië, eten we altijd schnitzel met bratkartoffeln en daar drinken we bier bij. Het schitzeltje knort koket ons schuldgevoel over onbescharreld vlees weg, als een aftrap voor de weken van Italiaans voedsel waarvan ook de herkomst volledig onbekend is.

Op de eerste avond terug in onze eigen huis eten we van de snackbar. Maar eigenlijk smaakt dat nooit.
Het enige wat dan lekker is zijn de knapperige rauwe uitjes bij de frikandel.
Over frikandel gesproken: ik heb ooit als horecamedewerker geleerd dat het verschil tussen frikaNdel en frikadel is dat in de eerste meer afval zit dan in de tweede. Het ontbreken van de N was een soort keurmerk. Dacht ik altijd. Ik weet nog steeds niet of het klopt dat een enkele N zoveel zegt. En nu we het er toch over hebben: wat is er gebeurd met de P van hempje?
Waarom mag Jan en alleman tegenwoordig maar hemdje schrijven alsof het niets is? Bij de Zeeman dacht ik nog neerbuigend "Ja logisch, die maken wel eens een taalfoutje", maar toen zag ik het ook bij de Mavo-boetieken en ik sloot mijn ogen maar voor de rest.
Maar ik kan niet met dichte ogen rond blijven lopen en doen alsof ik die lagere school voor niets met goed gevolg heb doorlopen? Of ben ik al op de leeftijd dat ik terugkeer naar vroeger, en dat ik alle nationale spellingsaanpassingen één voor één vergeet?
Ongelooflijk, o en breek mij dáár de mond helemaal maar niet over! Iedere keer dat ik 'ongelofelijk' tegenkom, wat volgens de spellingscontrole nog goed is ook, draai ik me alvast om in mijn urn. Dat is dus weggegooid belastinggeld geweest, die paar jaar lagere school (of toch basisschool?) toen 'dictee' mijn lievelingsproefwerk was.
Ik bedoel, kom je terug van vakantie en dan verwacht je dat alles een kleine beetje hetzelfde is. En dan smaakt die patat voor geen meter.


dinsdag 27 mei 2014

Radslag

Na een paar biertjes of, afhankelijk van het jaar dat ik leefde, een paar wijntjes, mocht ik graag in mijn kroeg op de aflopende vloer een radslag maken. “I feel a radslag coming up”, was mijn strijdkreet. Ik herinner me dat mensen dat leuk vonden al heb ik nooit begrepen waarom. Daar staat iemand het ene moment leuk met je te praten en het volgende moment mensen uit de weg te sommeren.
“Aan de kant!” beval ik, en dan was het ieders eigen keuze of ze een schoen in hun gezicht wilden of liever op een veilig afstandje mijn benen uit elkaar zagen gaan.
Zou het dat zijn geweest? Vrouw gooit benen geheel vrijwillig en ver uit elkaar?

Soms had ik drank op, soms ook niet. Dan was het de adrenaline die me de weg vrij deed banen van de toog tot aan de deur waar vroeger, toen we de kroeg net hadden overgenomen, nog een aimabel halletje zat. Eentje met kleine ruitjes en een schuifdeur waar een straalbezopen gast met veel herrie een eind aan heeft gemaakt.
Het zal er wel één van de oude garde zijn geweest, de club die vond dat ze recht hadden op de muziek van hun keuze, op de bardame of –heer van hun keuze, en vooral op heel veel geruzie gevolgd door een lekker onhandig fysiek gevecht met de persoon van hun keuze. Veel mismeppen en ernaast schoppen. En daar gingen de charmante ruitjes van het halletje.
Soms maakte ik een radslag uit pure overbodige energie, opgekropte woede of een fikse dosis ongenoegen. Meer niet. En soms riep ik geen waarschuwing vooraf want ik vond dat ik als barvrouw het recht had te doen en laten waar ik zin in had in de kroeg die meer bij mij hoorde dan bij die oude hap.

Onderling voerden ze de gevechten vooral uit afgunst. De één verkocht nog wel, de ander was zo afgegleden dat hij ’s ochtends eerst een paar glazen wijn moest hebben voor hij met een penseel überhaupt het doek kon raken.
De één had een erfenis gehad en hield zich wonderwel staande tussen het geweld. Dat kon ook, hij hoefde niet te drinken om te vergeten.
De ander was een rechtenstudent die in de groep terecht was gekomen omdat hij zo goed kon drinken. Laatst zag ik hem weer, wankelend, hij had nog niets van zijn inname en uitgifte talent ingeleverd.
Er was iemand die me een armbandje gaf. Zomaar, zei ze eerst. Ik wilde het niet hebben, ze bleef aandringen en ik liet het stiekem in de la glijden. Meteen de eerstvolgende keer dat ik haar de kroeg uit wilde zetten kreeg ik het verwijt ondankbaar te zijn. Ik graaide in de la en pakte haar arm. Hier, moet jij eens opletten hoe snel jij en je armbandje buiten staan.
Arme vrouw, trapte altijd in de val van het kroegverbod.
Ze waren dronken binnen een half uur, en de rest van de avond stoned, op de been gehouden door pure valsheid en vooral het belang van eigen gerief. Het enige dat waarde had, dat te versjacheren was en dat ze met zich meedroegen als het hoogste goed.
Ik heb ook wel eens een radslag buiten voor de deur geprobeerd, maar dat had toch niet hetzelfde kalmerende effect.


woensdag 30 april 2014

Corrupt Seksisme

Ik las over ene Sterling en omdat er 'sport' bij hoorde koppelde ik het natuurlijk meteen aan corruptie. Wie niet.
Maar het was dus racisme, heel erg, enfin, de man is gestraft.
Gisteravond hoorde ik het verhaal op het journaal.
En ik begreep dat het gestokt was op het draaglijke niveau van verontwaardiging over racisme.

Ik zag heel kort beelden van een vrouw die zich met een enorme zonneklep probeerde te beschermen tegen de pers en ik hoorde de stem van haar vriend. “Jij hebt je te gedragen als een braaf Latino mokkeltje.”
De wereld achter die zin is er een van gevangenschap.
Volgens mij zag ik een vrouw die racisme gebruikte omdat seksisme niet erg gevonden wordt.

Ik denk dat ze er aan gewend was geraakt de telefoongesprekken vast te leggen omdat ze zich bedreigd voelde. En omdat ze hoopte dat iemand zou begrijpen hoe het is voor een vrouw om zo gevangen te zitten.
Ze aarzelde al weken of ze de gesprekken zou laten horen aan anderen.
Een enkele vriendin zei: “Niet doen! Je hebt het toch goed zo? Je gaat elke avond uit eten en hij geeft je alles wat je wilt. Je hebt geld in overvloed, beroemde vrienden. Hou’en zo, niks meer aan doen.”
Een andere vriendin, die vaak naar Oprah keek, zei: “Denk je dat iemand je serieus zal nemen? Of dat het iemand zal interesseren als een man wat onvriendelijk is? Ze zullen zeggen dat je toch benen hebt en er blijkbaar zelf voor kiest om niet bij hem weg te gaan. Je weet toch dat je eerst halfdood geslagen moet worden voordat iemand zich realiseert dat het niet helemaal gaat zoals het zou moeten? Je ziet toch wat er gebeurt met Pistorius?”
Ook vreemd genoeg geen-corruptieverhaal-hoewel-sport.
Een derde vriendin moedigde haar aan. Ik denk dat het haar zus was.
“Ga door met opnemen,” zei ze. “Er komt vanzelf een moment waarop hij iets zegt dat mensen wél erg zullen vinden en waarop hij wél en plein public aangepakt kan worden. Dan heb je een openbaar excuus om de relatie te verbreken en wordt hij ook nog eens gestraft. Niet om wat hij jou aandoet, maar zie het als een straf voor zijn persoonlijkheid.”

Ik heb het niet op de voet gevolgd, ik hoorde ‘sport’ (en dacht ‘corruptie’), ik weet dus niet in hoeverre dit waar is, en of deze kant is opgepikt. Maar ik hoop dat verhalen over vrouwenhaat op een dag als belangrijk worden gezien en dat de hetze tegen vrouwen net zo hard en wereldwijd wordt veroordeeld als racisme nu in de sport. 
Ze kocht de pers om met racisme. En zo is ook dit verhaal er toch een van corruptie gebleken.

woensdag 16 april 2014

Check

Voor het eerst in ruim een jaar nam ik ’s ochtends de trein. Ik dacht gisteravond na over hoe dat treinreizen ook al weer moest na de verdwijning van Het Kaartje, en omdat ik mijn OV kaart al snel terugvond vaarde ik op “ik zie wel wat er gebeurt”.
Ik bliepte in, reisde trein, bliepte uit en zag meteen in koeienletters op de uitcheckpaal mijn saldo genoemd.
Bovenaan stond €15, daaronder €10. Ik knikte nog goedkeurend, een reisje Assen vóór 9 uur zal wel 5 euri kosten, en besefte toen pas dat alle 20 mensen die achter mij stonden te wachten om hun pasje langs de paal te halen mijn saldo en verbruik net zo levensgroot konden zien staan als ik.

Ik vond het een raar moment. Ik heb hier ook nog nooit iemand over gehoord. Blijkbaar ben ik de enige die zo’n openbare vermelding van mijn saldo vreemd vind, of ik ga maar met weinig treinreizigers om, of het is een taboe om te bespreken, of het kan werkelijk niemand een lor schelen.

De mensen die achter me stonden bij het uitchecken liepen in hetzelfde tempo achter me aan naar het centrum. Die mensen die weten dat ik nog € 10,- op mijn OV kaart heb staan. En die me bewuster maakten van mijn aanwezigheid dan ik zelf aan kan om kwart over 8 in de ochtend.
Ik vroeg me af wat zij vinden van al die privacy schending door organisaties als de NSA, Facebook en onze eigen regering, hoe zij omgaan met onveilige wifi en bloedende harten. En of zij ook het liefst hun saldo op de uitcheckpaal zouden afschermen met het kommetje dat ze van hun hand maken.
Of dat het ze werkelijk een rotzorg zal zijn om kwart over 8 in de ochtend.



donderdag 10 april 2014

Opening

Als ik bij haar binnenloop roept ze “Gordon is alive!”
Het komt uit Flash Gordon, en blijkt haar vreugdekreet te zijn als ze iemand na lange tijd weer ziet.
We herhalen het nog eens als we bij de baas aan tafel gaan zitten, die ons spontaan trakteert op de herkenningsmelodieën van Rawhide en Bonanza.
Ik ben daar echt iets te jong voor, maar luister graag toe hoe ze samen zingend herinneringen ophalen.
“Als jullie beloven niet te schrikken zal ik mijn favoriete citaat geven,” zeg ik. En omdat ik vind dat dit voldoende waarschuwing is schreeuw ik meteen met mijn death metal-stem “THERE WILL BE BLOOOOOOD!”
Daarna beginnen we de vergadering.



maandag 31 maart 2014

Theaterweekend

Het was een decadent theaterweekend, alsof we iets in moesten halen. Zaterdag reden we op de valreep naar De Lawei in Drachten, waar Luuk V. ineens lang haar bleek te hebben maar nog steeds goed is in hartelijk begroeten.
Ik wilde heel graag “Welkom in het Bos” zien omdat ik had gelezen over “absurdistisch toneel” en dat wil ik zien natuurlijk.
Toen ze in Groningen speelden hadden wij iets ingewikkelds met een expositie-opening waar Het Nichtje gevraagd werd model te worden en waar vet werd gediscussieerd dankzij de vurige deelname van De Man waarna hij moest afkoelen door een praatje voor aanstaande studenten te houden.
Zoveel woorden over kunst en het hoe en het waarom.
Na afloop struinden we door de stad, op zoek naar een leuke plek om te eten. Maar alles zat vol.
We gaven Vrijdag de schuld, en toen bleek het Valentijnsdag te zijn dus belandden we bij een achteraf-Italiaan waar we prima aten maar toch nooit meer naar toe gaan.
Op die dag speelde “Welkom in het Bos” in Groningen.

Dames in het bos, een pijnlijke vriendschap en een Pierre Bokma waarvoor ik even geen woorden wil gebruiken want daar kom ik nu even niet op.
Was het de moeite waard om voor naar Drachten te rijden?
Ehm. Ja.
Was het duur?
Ja godsakke!
Nee dan vond ik Marc-Marie Huijbregts op de zondag veel toegankelijker.



zondag 30 maart 2014

Dief

Van Der Velde opent vrijdag de boekendeuren in de Guldenstraat.
Ik zie andere gezichten achter de kassa’s, maar zeker weten doe ik dat niet.
Het oude personeel van Polare/Selexyz-de Slegte/Scholtens-Wristers bestaat uit 20 man sterk heb ik ergens gelezen, en omdat ik doorgaans maar 1½ boek in de maand koop ken ik ze ook niet van naam, behalve natuurlijk Peter.
Boven groet ik Barthold en zijn dochter en vind ik een Dave Eggers die ik nog niet heb en een Agatha Christie die ik ook nog niet heb. Die laatste moet ik checken op het lijstje dat ik in mijn Dropbox heb staan.
Ik duik ook de kelder in waar alles 50% afgeprijsd is. O wat hoop ik dat deze introductie van Van Der Velde nog even voortduurt want ik kan niet alles in een uurtje op de vrijdagmiddag aanschaffen.
De kassadame op de begane grond zegt “Acht euro alstublieft”, ik zeg “Wat zeg je nou?”, ze zegt “Vindt u dat te veel?”, ik zeg “Nee! Maar ik heb deze boeken van boven, niet uit de kelder!”, ze zegt “De korting geldt voor de hele voorraad. In de hele winkel”.
Ik baal meteen dat mijn pasje al in het apparaat zit, want het liefst koop ik dan toch maar meteen de rest van de winkel. Aan de andere kant nadert het eind van de maand en ik moet ook nieuwe schoenen hebben en veel diesel voorschieten met mijn nieuwe klus en al dat soort dingen dus ik mompel wat tegen haar en pak het tasje aan dat ik in mijn verwarring niet heb geweigerd.

Buiten staar ik even naar mijn fiets, draai me om, en besluit mijn aarzelen binnen voort te zetten.
Ik staar naar de kassadame. Had ze nou gezegd tot wanneer die actie duurde? En was het echt waar? Ik probeer haar blik te vangen maar ze is uiteraard druk bezig.
Ik kijk naar de uitgestalde boeken en koop in mijn hoofd vast de laatste Murakami (of zal ik toch gaan zoeken naar zijn “Kafka on the Beach”?), en ik denk aan die twee boeken verderop die ik al eerder in handen had.
Dan zie ik hoe de man in een rode blouse achter de rechter kassa mij vorsend aankijkt.
Ik voel me betrapt en direct schuldig dat ik überhaupt twijfel over de aankoop van boeken. Geschrokken loop ik weer de winkel uit. Weg van die Vreselijk Verleidelijke Snoepwinkel. En dan realiseer ik me dat de man in zijn rode blouse niet helderziend is en mij niet kan veroordelen over het kopen van te weinig boeken.
Hij dacht dat ik uit stelen ging.
Ik voel me licht vernederd, en ook boos. Hoe kan iemand dat nu van mij denken?
En is dat dan niet een rare manier om je als boekendief te gedragen?
Uit wraak kom ik nooit meer terug.

De hele week niet.

vrijdag 28 maart 2014

Flexwerker

Voor mijn nieuwste opdracht Buiten Stad heb ik in 2 gebouwen een werkplek. De ene is een vaste waar ik een sleutel voor heb gekregen, de andere is een echte flexwerkplek. Iedereen moet er nog aan wennen, aan die flexplekken die ze nog maar een maand hebben.
Ze zijn nog stevig in de voortschrijdend inzichtfase.
Er is al wel bekend dat er een gebrek is aan vergaderruimte, en je mag maar maximaal anderhalf uur van je plaats zijn. Het is wennen.
Ik zat er woensdag en zocht naar een prullenbak onder mijn bureau.
Doen ze niet aan. Die staan in meervoud milieupolitiek correct gescheiden in de pantry. Ik dacht meteen aan de hoeveelheid plastic vuilniszakjes die je bespaart, en aan de schoonmaakuren die dit scheelt.
Wat een vondst!
Ik pakte een boterham uit mijn broodtrommel en werd door mijn buurvrouw op de vingers getikt. “Je mag niet eten aan je bureau”, zei ze. We keken elkaar even stil aan.
Die begreep ik niet. Was dat vanwege de broodkruimels die opgezogen moeten worden en dus schoonmaakkosten? Of is het uit zorgzaamheid voor de medewerkers, dat ze van hun werkplek moeten opstaan om elders te eten?
Bij de vaste plek die ik sinds donderdag heb, die met de sleutel, eten ze samen in het cafédeel van het gebouw. Ben ik altijd voorstander van geweest. Weg van je computer om de mensen met wie je werkt eens in de ogen te kijken.
Op de plek hier in Stad, waar ik ook een vaste flexplek heb met een eigen sleutel, eet iedereen aan haar bureau. Even elders een soepje halen en dan je toetsenbord zó verschuiven dat je gewoon verder kunt met werken. Of even de stad in.
Het voordeel van freelancer zijn is de blik die me in zoveel organisaties gegund wordt. Ideeën komen en gaan, mensen verzetten zich en geven zich over. Ik moet er niet aan denken dat ik niet van veranderingen zou houden.
Of van aanpassen.