woensdag 28 november 2012

Het staat leuk


Er zat iemand tegenover me die bepaald niet zo arrogant was als ik na het telefoongesprek had besloten.
We spraken over de functie en de visie en ik raakte in verwarring. Het bleek voor hem geen vraag te zijn of ze een directeur of een secretaresse zochten. Hij noemde het office-manager.
In het afwijzend telefoongesprek werd gehint naar de onbezoldigde bestuursfuncties die ook vrijkwamen. Vrijwillige directeur. Het staat leuk op je cv maar je verdient er niet je boter mee.


zaterdag 17 november 2012

Ongrijpbaar genot en mooie woorden


Het hardlopen ging opvallend gevleugeld toen ik op een ochtend koos voor de korte verhalen van “Hollands Diep” in mijn oren, in plaats van de afgetrapte discomuziek waar ik het al een half jaar mee doe.
Bij thuiskomst ging ik meteen een stap verder: ik haalde de 5-minuten-melding uit de instellingen van mijn Coach Runkeeper.
Geen afleiding meer die me precies iedere 5 minuten vertelt dat het weer 5 minuten later is, hoeveel kilometer ik heb gelopen en in welk tempo. De afleiding die elk Hollands Diep-verhaal onnodig onderbrak.
Vanaf nu gaat het anders. Geen tijdmelding meer, geen muziek.
Ik loop alleen nog op mooie woorden.

Op de weblog van TonRozeman las ik over korte verhalen van the New Yorker, te beluisteren via podcast.
Ha, Podcast! Dat verschijnsel waar ik per ongeluk een app van heb, waar ik hoogstwaarschijnlijk kan vinden wat ik zoek, maar dat me tegelijkertijd akelig veel angst inboezemt vanwege Nieuw en Groot en Onoverzichtelijk. Weer een onbekende wereld om te ontdekken!
Mijn verzet duurde kort. Toch begin ik steeds meer begrip te krijgen voor hoe mijn vader zich moet voelen als ik hem telefonisch door een aanmelding op internet leid waarbij hij zo vaak mogelijk alles stijf vervloekt. Waar hou je je aan vast als alles steeds virtueler en ongrijpbaarder wordt?

Inmiddels ben ik geabonneerd op de Podcasts Boeken van de VPRO, op The New Yorker: Fiction en heb ik gisteren 5 kilometer lang geluisterd naar Sherlock Holmes die het geheim van The Naval Treaty voor mij ontrafelde.
Ik weet niet wat me meer opwindt: dat 2 genotvolle hobby’s nu zijn verenigd of dat ik dat toch helemaal zelf heb bedacht en voor elkaar gekregen.
Of dat ik dinsdag weer mag.
Of dat overgave aan Ongrijpbaar te mooi voor woorden is.

dinsdag 13 november 2012

Ego's in de comfortzone


Het klinkt helemaal nergens naar: “Promotiedagen Noord Nederland”.
Geen kraak, smaak of ander zintuigverrijkend genot is er uit titel of inhoud te halen. Ik geef toe dat het me ook fysiek pijn doet om die schraalheid te ervaren.
De ene rolluikenfabrikant naast de andere cateringaanbieder zit met een collega in zijn stand wezenloos naar voorbijgangers te kijken. Of wisselt in setjes van 3 personen visitekaartjes en pepermuntjes uit.

Ik baande me vorig jaar in mijn mantelpakje een weg naar het Cultuurplein, waar een flink aantal culturele organisaties zich had verzameld. En daar gebeurde gek genoeg helemaal niets anders dan in de stands waar ze rolluiken aanbieden.
Die culturele instellingen, die vol vuur over ‘presentatie’ en ‘publiek’ in hun visie en motto hadden geschreven wisten blijkbaar niet hoe daar mee om te gaan in een omgeving waar zij nu eens de genodigden waren.
Om in termen van die omgeving te blijven: ze werden uit hun comfortzone gehaald en faalden jammerlijk om te herkennen hoe nieuw publiek zich voelt bij hun eerste voorstelling of expositie.

Vorige week was ik er weer. Ik had gehoord dat Sign een stand had met een geweldige act en inderdaad: 2 kunstenaars smeten het bedrijfsleven met hun eigen prachtig nietszeggende termen om de oren tot het zwaar gefrustreerd en niet-begrijpend afdroop.
Ik zag het CBK, het Kunstencentrum, NP3 en het NNO. En het Drents Museum.
De rest was thuis gebleven.

Gisteren hoorde ik wat er vorig jaar achter de culturele schermen was gebeurd. Hoe ego’s het in hun ellebogenwedstrijd wonnen van samenwerking. Hoe onmogelijk het bleek om alleen al een gezamenlijk doel te formuleren en daar naartoe te werken.

Er is één ding waar je goed in bent, waar je mensen van wilt laten genieten. Je hebt één middel gekozen dat je inzet om te vertellen wat je belangrijk vindt. En dan struikel je over de vorm omdat je niet wilt dat een andere organisatie het thema verzint of een plan bedenkt.
Nee, we gaan eerst op de rem tot we onze eigen zin krijgen en vooral niet die van een ander.
Ja, je omgeving is anders, en ja, je gelegenheidspartners doen niet wat jij zegt dat ze moeten doen. O, the misery of it van elke culturele directeur die het vertikt om uit zijn of haar haantjesarena te komen.
Gebruik andere woorden, gebruik een andere omgeving en stel je jouw doel voor ogen. Verloochen niet wie je bent, wat je bent en waar je voor staat maar laat verdomme toch gewoon zien waar we goed in zijn! Wat onze, excusez les mots, "Unique Selling Points" zijn.
Hoe moeilijk is het om een écht plein te creëren? Waar mensen op durven rond te lopen omdat daar, op dat fysieke plein, bijzondere dingen te beleven zijn? Te horen, te zien en aan te raken? Om publiek uit hun eigen comfortzone van rolluikenstands te halen en zachtjes door elkaar te schudden onder het mom van verleiden?

Ik begrijp steeds beter dat de gemeente ‘samenwerking’ zo hoog op de culturele agenda heeft gezet. Maar ik hoop wel dat de gemeente begrijpt dat ze hier hard de regie op moet gaan voeren als ze dat tot een succes wil maken.
Ik weet dat dit moeilijk is in een stad waar mensen eerst op de rem gaan staan omdat ze uitgelegd willen hebben waarom ze mee zouden moeten doen, in plaats van “ja” te roepen en uit te zoeken wat de mogelijkheden zijn.

En dan zijn wij degenen die het creatieve voorbeeld moeten geven door onmogelijke ideeën dichterbij te halen.
Of moeten we dat soms aan die rolluikenman overlaten?

dinsdag 6 november 2012

De logistieke hardloper


Voor een beginner is het wat verwarrend, die losse logistiek rondom lopen, al kan dat ook aan mij liggen omdat ik dol ben op strak georganiseerde details.
In de afgelopen 4 weken heb ik, als nieuweling, aan 2 lopen meegedaan. De grootste vraag bleek te zijn: wat doe ik met mijn spullen?

De 4 mijl viel me erg zwaar. Lange lappen weg met rijen toeschouwers die en masse zwijgend toekeken. Bof-bof-slip op het wegdek, hier en daar een oorverdovend bandje en daar tussendoor, op prachtige afstanden van elkaar, luidkeels en enthousiaste “Hup Moniek!”-aanmoedigingen. Fans te midden van hele dikke stiltes. Verademend!
Ik liep mijn streeftijd (45 min.) met loodzware benen. Ik weet dus nu al dat ik volgend jaar weer een PR loop.

Mijn fiets had ik vooraf bij het beginpunt op de aangeraden plek gezet, die ver van de kleedwagens was verwijderd die weer ver van mijn hok met 8000-nummers stonden. Reminder voor volgend jaar: vertrek eerder van huis.
Na afloop op de Vismarkt volgde ik de stroom mensen naar mijn kleedwagen om mijn tas met warme spullen te halen, en daarna dezelfde stroom mensen om de bus terug naar Haren te nemen.
Het heeft iets geks om je ervaringen uit te wisselen met totaal onbekenden. Maar aangezien iedereen bijzonder tevreden is en nog bruist van energie is het een vrolijke bedoening, zeker als de buschauffeur de weg in Haren eigenlijk niet blijkt te kennen. Iets van een schoolreisje met een omgekeerd grapje.
De bus stopte ver van het beginpunt waar mijn fiets stond. Reminder voor volgend jaar: zet je fiets alleen op de door de organisatie aangeraden plek als je héél lang en über-goed wilt uitlopen.

De Plantsoenloop afgelopen zaterdag was een feestje. Minder kilometers dan de 4 mijl, en toch een serieuze loop vanwege de steile heuvels.
Mijn Runkeeper meldde om de 5 minuten dat ik in een ongekend rustig tempo liep wat ik heel niet erg vond gezien de modder, de ongeleide kinderprojectielen en de niet kinderachtige afdalingen van 15%. Ik liep de 4 km in 27 minuten (streeftijd 30 min.) dus zo’n drama bleek dat rustige tempo nou ook weer niet te zijn.

Opvallend vind ik toch wat het lopen tussen andere mensen met mij doet. Als ik in mijn eentje wat rondjes door de buurt huppel en ik ben moe na 10 minuten, dan wandel ik een minuutje. Het voelt als spijbelen, ik doe het toch.
In zo’n loop werkt dat blijkbaar anders.
Bij de eerste doorkomst in het Noorderplantsoen zei Runkeeper dat ik 14 minuten onderweg was.
Ik schreeuwde (inwendig natuurlijk) “O NEE! Nu moet ik nóg een rondje! Maar ik kán niet meer!”, liet vervolgens die gedachte los en rende gewoon verder.
Na nog eens 500 meter rende mijn clinic-loopmaatje bij me weg en kwam mijn nieuwe vriendin Endorfine naast me lopen. Ik had het eerst niet in de gaten, tot ergens hoog in mijn borst een groot gevoel kwam zitten dat 1 kilometer verderop bijna barstte. Het is verrukkelijk. Meer zeg ik er niet van. Maar het kwam gratis en voor niks en het duurde 24 uur.

Mijn tas met regenkleding en handschoenen, droge schoenen en sokken, bananen en water wilde ik zaterdag niet toevertrouwen aan een onbewaakte kleedkamer. Mijn Cor kwam mee om op mijn tas te passen en om mij verkleumd en wel ook nog eens hard toe te juichen. Ik gunde het hem zó dat hij zich op de fiets terug naar huis net zo euforisch geëndorfineerd had kunnen voelen als ik!

Zaterdag 1 december ga ik hardlopen op Nienoord in Leek. Ik weet nog niet wat ik dan met mijn voor-en-achteraf-warmhoudend trainingsjack moet doen, of met mijn handschoenen, autosleutel en banaan.
Wat doen andere hardlopers met hun spullen in de logistieke toestand van het lopen? Met hun fiets, hun jack, hun tas en, ook niet geheel onbelangrijk: wat doen zij bij thuiskomst met al hun medailles?


zondag 4 november 2012

Burgerlijk ongehoorzaam


Ik bak wel eens zelf broodjes
(250 g bloem, 2 tl zout, 1 zakje gist, 125 ml lauw water, 1 tl suiker, 2 el olijfolie, 10 min. kneden, 1½ uur laten rusten, 15 min afbakken op 230ºC in de oven)









voor zelfgemaakte hamburgers 
(scharrelgehakt, een boel kappertjes, gedroogde paprika op olie, bosui, peper en zout)




die ik dan met smurrie uit pot en tube









opsmikkel