5 juni 2012

Potlood


Hardlopend door Helpman kwam ik gisterochtend langs de bushalte waar ik 20 jaar geleden eens in de stromende regen op de bus naar het centrum wachtte. 
Het was toen ook zomer, ook koud en nat en het zag ernaar uit dat de bus nog wel even op zich liet wachten.
Ik kroop knus in een abri-hoekje met mijn boekje “Wat willen vrouwen eigenlijk?” waar ik volledig in opging. Ik wilde dat ik het lef had om in dit onderzoek te strepen en te schrijven en uitroeptekens te plaatsen.
We spreken 1992 en ik was een brave.
Er stopte een auto op de busstrook. Een onbekende man opende het raam en bood me een lift aan naar de stad.
Ik bedankte vriendelijk en nogmaals “nee, echt niet”, en daarna stukken minder vriendelijk, voor ik een potlood uit mijn tas pakte, mijn boek op mijn knie legde en in alle rust op pagina 77 in de kantlijn schreef: “...in ieder geval niet opgepikt worden bij de bushalte”.
Toen ik op keek was de auto weg.
Ik streepte ook die ene overbodige e op pagina 76 door.


25 mei 2012

Doelen stellen



Waar ik mijn doel ook plaats, op 3 kwart van de weg begin ik altijd in te zakken. Het is eigenlijk heel eenvoudig op te lossen: Hoe verder weg ik mijn doel plaats, hoe langer het stuk wordt dat met gemak af te leggen is. Studie, loopbaan, aantal gelezen boeken per maand.

Vooral als ik het toepas op hardlopen is het effect direct merkbaar.
6x3 minuten lopen is echt veel zwaarder dan 3x7 minuten.
Al hoop ik natuurlijk wel altijd bij de 2e keer 7 minuten dat ik na 4 minuten door mijn enkel ga, of over de stoeprand struikel zodat ik met mijn hoofd tegen de rand van die volle kruiwagen aan kom en dan met een zware hersenschudding en loeiende ambulances afgevoerd moet worden naar het ziekenhuis.
Tot dusver nog niet gebeurd, ik moet nog steeds mijn 7 minuten zelf vol zien te maken.
Dus ik vermaak mij tijdens het lopen met het verder wegzetten van doelen tot ik echt volledig dood het begin van mijn straat heb bereikt.

De volgende stap in mijn hardloopschema is 1x18 minuten.
Dat red ik nooit.
Ik weet zeker dat ik al na 8 minuten zoveel last krijg van mijn rug dat ik die dan wil ondersteunen met mijn arm waarvan ik vergeet dat er een joekel van een brandplek op zit en ik dus overmand door helse pijnen ineenzak midden op de weg in de Villawijk waar dan net een miljonair naar een aardig vierde optrekje in de provincie aan het kijken is en hij mij niet ziet in zijn Hummer en dus aanrijdt en waardoor ik nooit meer kan hardlopen en dankzij vies vet schuldgevoel bakken met geld uitbetaald krijg voor de rest van mijn leven.

Ik heb bescheiden doelen. En dat siert mij.

20 mei 2012

Over helen en spelen


Geen idee waar de rugpijn ineens vandaan kwam. Die totale, zo lekker langs de ruggengraat lopende akeligheid waardoor lopen, zitten en staan heel speciale handelingen worden.
Misschien kwam het door de 3,5 uur durende autorit naar Vlissingen op zaterdag, of de 3,5 uur durende rit naar Groningen op zondag.
Misschien was het hardloopblokje op maandagochtend wel de oorzaak dat het me die avond steeds moeilijker af ging om mijn glas verrukkelijke wijn te pakken te midden van heerlijk gezelschap en een bijzonder smakelijk diner.
Twee mensen namen afscheid, misschien was ik onbewust zo aangedaan dat ik het alleen kon uiten via mijn rug?
Geen idee natuurlijk hoe dat allemaal op elkaar in kan werken. Sommige lichaamsreacties zijn ondoorgrondelijk.

Misschien was het wel gewoon de beslissing die ik dinsdag nam, waar ik zo lang tegenaan gehikt had.
Dat het daarom woensdag een emotioneel vreemde dag was, met diezelfde avond nog een zeer geslaagde brainstormsessie in een geheel ander gezelschap, zou er ook wel iets mee te maken kunnen hebben.

Het Engelstalig afscheidsetentje donderdag gaf me de gelegenheid om te testen of rugpijn en etentjes iets met elkaar te maken hebben.
Maar nee, niks. Geen centje pijn natuurlijk. En dat zelfs met minder verdovende drank dan ik maandag tot mij had genomen. Dus ik kon de avond best afsluiten met een ritje in de botsautootjes, dacht ik. Ja, jammer, dat soort gedachten.

Het verjaardagsfeestje vrijdag en de reünie op zaterdag heb ik daarom maar laten schieten.
Eerst helen, dan pas spelen.
Ik ga nu testen of de rugpijn van het hardlopen komt.
Of van het toevallige mooie weer natuurlijk. Je weet het niet hè?


9 mei 2012

Woensdag Blues


Mijlpaal bereikt in hardloopschema.
Voel me fitter dan ooit.
Conditie nu al op niveau van halve 4 mijl.
Triomfantelijk hijg ik de hoek om.
Knal tegen roelstoeldame-met-hondje aan.
“Zo,” vraagt ze vriendelijk, “moeten er wat kilo’s af?”

Zo jammer om dan met je mond vol tanden te staan


5 mei 2012

Brullen op 4 mei


Ieder jaar neem ik me voor om op 4 mei naar het Sterrebos te gaan en het begin van De Stille Tocht mee te maken.
Toekijken hoe mensen aan komen fietsen en lopen, hoe ze een plekje proberen te vinden voor hun fiets, zich bij anderen voegen en braaf wachten tot ze met de wandeling naar de Grote Markt kunnen beginnen.
Zeker toen ik in Helpman ging wonen nam ik me dat vurig voor. Ik zou niet alleen gaan toekijken natuurlijk, ik zou stoer meelopen. Ik zou bloemen bij me hebben, en pepermuntjes. Ik zou een vaste loper worden en anderen stimuleren ook te gaan.
Ik zal je eens wat zeggen: Als het aan mij lag zou de Tocht binnen 3 jaar zó veel mensen op de been hebben gebracht dat er geen toeschouwer meer over was.

Maar dat doe ik dus niet.
Het is een prachtig gebaar, het is een wonderlijk schone traditie die absoluut moet blijven. En alleen al daarom zou ik me vreselijk hypocriet voelen als ik mee zou lopen. Het is namelijk niet mijn verdriet, mijn pijn, of mijn herinnering. 
Ik heb het niet van nabij meegemaakt, ik heb geen voorouders verloren in kampen, ik ken geen mensen die nu op oorlogs- of vredesmissies gaan.
Ik wil best mensen herdenken die zijn “omgekomen of vermoord”, maar voor mij is het net als verdriet voelen op een begrafenis van iemand die je niet goed kent. Anderen hebben daar meer recht op.

Daarbij ga ik nooit naar een begrafenis voor degene die is gestorven. Ik ga voor mijzelf, om afscheid te nemen. Of ik ga voor de nabestaanden, om hen te laten weten dat ik er voor ze ben. Ik ga niet voor degene die dood is, want laten we wel wezen: die merkt daar niet zoveel van.
Dus voor wie zou ik dan Een Stille Tocht lopen? Voor mijzelf en de nabestaanden? Die ik niet persoonlijk ken?
Of stiekem toch voor De Buitenwereld? Om aan Anderen duidelijk te maken dat we slachtoffers herdenken, oorlogen afkeuren en respect hebben voor de heiligheid van de 2e Wereldoorlog? Om te tonen hoe goed we zijn?


Alle morele afwegingen daargelaten moet ik ook bekennen dat ik dat meelopen natuurlijk helemaal niet durf. Ik jank al de oceanen uit mijn ogen als ik op het Martinikerkhof sta bij de 2 minuten stilte en de kransleggingen.
En alleen al het idéé om zo veel verbinding te voelen met zo veel mensen op één en hetzelfde moment is zo overweldigend dat ik me niet de straat op waag bij de landelijke begrafenis op 4 mei.
Want ik ben een emotioneel eiwitje. Ik jank. De hele weg.



28 april 2012

4 mijl


De dag dat de inschrijving voor de 4 mijl begon was de dag dat ik spijbelde van mijn hardloophalfuurtje, om 10 uur al aan het gebak zat en waarop ik ’s avonds 3 flessen Pinot Blanc (van verschillend allooi) wegtikte met een oude bekende.
Gelukkig was mijn zus zo slim om mij te bellen en voor te stellen dat zij mij voor álles rondom die 6,4 kilometer zou inschrijven.
Dat leek mij heel prima, zo vanuit de kroeg.

Ze schreef me in voor een clinic, voor een herinnering en voor de afstand zelf natuurlijk. En ik schijn op alles “ja leuk” te hebben gezegd.
Maar dat was rond half 8 en ik geloof ook rond de helft van fles 2.

Tegen de bodem van fles 2 en de laatste gefrituurde kruimels op het grote hapjesbord probeerde ik de email te begrijpen die ik inmiddels van de 4 mijl-organisatie had ontvangen.
Mijn inschrijving was te laat ontvangen waardoor ik op de wachtlijst geplaatst was. Na 15 augustus zou ik bericht krijgen.

Wat een opluchting.
Ik hoefde niet mee te doen! Ik hoefde mijzelf niet te testen, ik hoefde niet af te gaan, maar ik mocht gewoon veilig langs de route blijven staan net als alle andere jaren.
Ik kon dus in de kroeg blijven zitten en fles 2 tot de laatste druppels leegknijpen.
En het mooie: ik hoefde ook niet meer te betalen voor al die extra’s die WE erbij hadden besteld.
‘We’, want als de zus het niet had voorgesteld had ik niet geweten dat Clinics en Memorabilia tot de mogelijkheden behoorden en had ik niet ja gezegd. Ik zat in de kroeg immers, en zeg je toch sneller dan normaal Ja op veel dingen. Vind ik.
Dus trokken we zeer tevreden elders fles 3 open.

De verwarring kwam de volgende ochtend in de vorm van een email. 
Omdat ik me had ingeschreven voor de clinics bleek ik toch recht te hebben op een gegarandeerd startbewijs.
Het ziet ernaar uit dat ik met fles 4 ga wachten tot de avond van 14 oktober.
En dat lijkt mij heel prima, zo vanuit mijn sportschoenen.

23 april 2012

Zondag


Zondagochtend jogde ik langs de muziekkoepel in het bos om de hoek. Er stonden 3 mannen al gezellig aan het bier.
"Hey, maak je karnemelk?" schreeuwden ze me toe.
Ik zei streng "Goedemorgen heren".
Ze antwoorden braaf en een stuk stiller "Goedemorgen mevrouw".

Kijk, daar heb ik nou lol om.

21 april 2012

Boeken Crush

Na het lezen van het magistrale “Making History” van Stephen Fry liep ik deze week nog een tijdje door huis “O, o, o” voor me uit te stamelen en met mijn hoofd te schudden uit ongeloof en bewondering.
Dat heb ik met sommige boeken.
Die lees ik met kloppend hart en zo snel mogelijk. Ze gaan mee naar wc, tandenpoetsen, koffie zetten en aan- of uitkleden.

Ik weet niet of het goede boeken zijn, ik weet wel dat echte O-o-o-boeken 20 jaar na het lezen nog steeds diepe gevoelens bij mij oproepen.

Afgelopen zomer had ik er ook al één: “Bonita Avenue”.
Al “o, o, o,” fluisterend liep ik over de camping. Grote ogen van wanhoop. Het is uit. Het komt nooit meer voor de eerste keer binnen. Maar o, wat een wereld ben ik ingezogen geweest.
Wát een wereld!

Het punt is nu dat ik het allerliefst alleen maar O-o-o-boeken wil lezen, en er tegelijkertijd voor vrees dat ik dat niet aankan.
Hartkloppingen, om de 20 pagina’s naar de man roepen dat het briljant is (maar dat vervolgens niet in detail kunnen delen omdat hij het nog moet lezen), tijdgebrek, slaapgebrek, in een andere sfeer leven.
Het lijkt wel verliefdheid.
Of nee, dat is niet waar: het ís verliefdheid.
Op de geest van een schrijver en zijn verhaal.

Ik ben helemaal niet verliefd geworden op de schrijver Peter Buwalda, wist niet hoe hij er uit zag en had er ook geen enkele behoefte aan dat te weten te komen.
Op Dave Eggers ook niet, toen ik in 2000 zijn “Hartverscheurend Verhaal over Duizelingwekkende Genialiteit” las, en ook niet op Oriana Falacci nadat ik “Een Man” in 1991 in 3 dagen had uitgelezen.
“Zen and the Art of Motorcycle Maintenance”, “Een Zoon van het Circus”, “Mists of Avalon”, “Het leven uit een Dag”. Indrukwekkend, bepalend, gekmakend geweldig.
En op dezelfde manier opwindend als de serie “Een Schitterend Ongeluk”.

Van de meeste schrijvers van die O-boeken wil ik helemaal geen tweede boek lezen.
Ik wil niet dat zij hun taal en geest gebruiken om een ander verhaal te vertellen dan dat waar ik zo verliefd op geworden ben. En ik wil ook niet dat ze mij teleurstellen met een ander boek.
En ik wil al helemaal niet dat in een ander boek hun persoonlijkheid meer voelbaar wordt en te nadrukkelijk aanwezig is om het verhaal nog te kunnen opnemen.
Schrijvers moeten van hun boeken afblijven. Daar komt het eigenlijk wel op neer.

Ja, krom, ik weet het.
Zeker als je bedenkt dat ik van Stephen Fry gisteren wel meteen een paar andere boeken heb gekocht bij Bol.
Ze komen woensdag. Ik reken er op dat het stuk voor stuk O-o-o-boeken zullen zijn.
Of op mijn minst Sjonge-jongejonge.
Had ik al eens verteld van Sjongejongejonge-boeken?