zaterdag 11 maart 2017

Sans

"Ze zeggen dat het geen hersentumor is", is mijn nieuwe opening als iemand me vraagt hoe het met me gaat.
De eerste keer dat ik zo'n spectaculaire aanval had riep ik enthousiast naar de keuken "Cor kom eens kijken wat ik nou heb! Ik kan niet meer lezen!" en ik zei de woorden uit mijn boek waarvan ik wist dat ze niet juist waren maar ik kon het niet helpen. De woorden bereikten mijn mond niet. Halverwege de lijn Oog-Brein zat een wisselstoring. 
De lol ging er vanaf toen het na een paar minuten niet beter werd.
Ik knipperde flink met mijn ogen en verruilde mijn Engelse boek voor een Nederlandse en gaf het op. Ik ging naar bed. De Agatha Christie die ik voor het gemak meenam hielp ook al niet.

Datzelfde gebeurde me in november nog eens, al trok dat toen snel weg, en vorige week vrijdag was het weer raak. Het vervelende was dat ik toen aan het werk was.
Ik deed mijn ogen dicht en open en begreep niets van de letters hoe lang ik ook naar het scherm staarde. 
Mijn afspraak was er, zei een collega en opgelucht pakte ik mijn spullen. 
Ik weet nog dat ik me aan hem voorstelde, ik weet ook nog dat ik me afvroeg of het wel normale woorden waren die uit mijn mond kwamen.
Ik durfde nauwelijks nog iets te zeggen en zette mijn luisterende gezicht op terwijl ik absoluut niet begreep wat hij zei. Halverwege de lijn Oor-Brein zat vandaag ook een wisselstoring.

Hoe laat ik niemand merken dat ik eventjes ergens last van heb?
Ik koos voor entertainment. Laat ik mijzelf maar vermaken zolang dit duurt. Want is het niet enorm grappig als ik een gesprek door zou kunnen komen zonder echt iets toe te voegen? Zou dat ook niet mogelijk moeten zijn met een dergelijke afspraak? Hoe werkt dat eigenlijk?
Superinteressant vraagstuk, zeker op de vrijdagmiddag. 
Dus ik knikte heel goed.
Ik knikte kritisch, en belangstellend.
Ik knikte intelligent en cynisch.
Ik fronste, hield mijn hoofd schuin en knikte nadenkend.
Maar ik hield het niet lang vol.
Ten eerste vond ik dat niet eerlijk naar die jongen toe en ten tweede was het reuze vermoeiend.

Ik greep naar mijn hoofd, stootte er "Hoofdpijn" uit, schudde zijn hand en nam papier van hem aan.
De huisarts die ik belde en in fruffelig gebrabbel probeerde uit te leggen wat ik ervaarde sommeerde me ogenblikkelijk te komen en mijn directeur die ik apart nam deed meteen tia-testen die ik lijdzaam onderging. Ik juich de BHV reflexen van harte toe.
Bij de huisarts bleek ik niet alleen vreselijke bloedarmoede te hebben maar ook, waarschijnlijk, geen hersentumor. Wat fijn is want nu weet ik waarom ik toch zo doorlopend moe ben. En geen hersentumor hebben is ook fijn natuurlijk.
De neuroloog maandagochtend bevestigde het idee van migraine sans migraine of aura migraine en plande voor de zekerheid een MRI scan.
Die krijg ik over een week of vier.

Nu nog een geheim teken afspreken met mijn collega's voor als ik weer de mist in ga en blubberige taal naar buiten fruffel. Het liefst kies ik iets banaals als twee vingers in de neus of een pirouette, dan heeft iedereen er nog een beetje lol aan. Tips zijn welkom.



4 opmerkingen:

  1. Eng, ik zou helemaal in paniek raken. Sterkte ermee, wordt maar gauw weer bloedrijk.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. He wat klote Moniek :( Gelukkig heb je je gevoel voor humor en taal nog steeds. Dus laten we er maar vanuit gaan dat dit weer gauw goed komt. Sterkte xx

    BeantwoordenVerwijderen