14 september 2014

Dat zullen we nog wel eens zien

Geen 4 mijl? GEEN 4 MIJL??!
Dat zullen we nog wel eens zien mevrouw de huisarts!
Op de afgesproken dag belde ik haar secretaresse voor de foto-uitslag.
Nou, niks aan de hand, geen fractuurtje te zien.
Ik werd pissig. Want hoezo geen fractuur? Waar komt die pijn dan vandaan?
Ik smeet de haak op mijn iPhone en pakte hem meteen weer op om het nummer van de fysiotherapeute te draaien. Maandagochtend kan ik er terecht. Daarna mailde ik Toon de Trainer: je kunt mij maandagavond op de atletiekbaan verwachten!

Op zijn aanraden heb ik vandaag al een klein rondje gelopen. 10x1 met warming up. Stelt niks voor natuurlijk, maar ik was erg blij om te merken dat ik de snelheid nog heb, en dat 10 km/u het logische tempo was.
Verder doen de spieren natuurlijk wat lastig, is de conditie niet meer zodanig dat ik het een uur volhoud en kan ik nu even niet meer zo goed staan op mijn voet.
Dus ik denk dat het wel mee gaat vallen.
Geen PR, dat zou stom zijn. Maar uitlopen gaat lukken.
"Geen 4 mijl". Tsss.

9 september 2014

Ongewenste emotionaliteit

Zo stom dat ik bijna ga huilen als de huisarts zegt dat de 4 mijl er voor mij dit jaar niet in zit.
Thuis bel ik mijn ouders om pa te feliciteren met zijn verjaardag en krijg ik eerst mam die ik mooi kan vertellen over mijn doktersbezoek. We laten foto's van mijn voet maken, vertel ik, om te zien of er toch ergens een breukje zit en zo niet dan kan ik natuurlijk altijd naar een fysio die helpt om de bloedtoevoer te verbeteren. Of zoiets. Maar de 4 mijl, dat leek mijn huisarts uitgesloten.
Ma leeft heel erg mee. O wat erg voor je, zegt ze. Och meisje toch. En ik begin weer bijna te huilen.
Pa zegt meteen: "Maar de trainingen gaan toch wel goed?"
"Nee pa, ik train de hele zomer al niet. En ik loop ook de hele zomer al niet op hakken."
"O? Nou, ik had ook een keer een lelijke smak gemaakt, dat was in 1970, we stonden die zomer in De Lutte. De huisarts sloeg me onder de hak en ik ging wel even door de grond. Ze hebben me toen een steungips gegeven voor een dag of 10, maar ik heb nu nog steeds dat als ik iets verkeerd sta of mijn voet net even schuin neerzet, dat ik dan meteen last heb."
"Dus," zeg ik, en vraag hem wat hij gaat doen op zijn verjaardag.

Met troostbeschuit en thee ga ik onder mijn boom de film over vrouwen en koken afkijken. Twee ongelooflijk dik opgelegde ontroermomenten die ik heus wel doorzie raken me toch.
Zei ik twee? Ik bedoelde drie.
Hou eens op zeg, zeg ik tegen mijzelf. Waarom zo emotioneel? Watje.

Dan belt een dame van Radiologie. Over een uur kan ik al langskomen, zegt ze.
Op de fiets naar het ziekenhuis voel ik nog steeds waar de huisarts in mijn enkel heeft geknepen en weer komt daar die stomme brok in mijn keel.
Die emotionaliteit bevalt me niks. Ik maak me er serieus zorgen over, want ik ben toch niet stupide of bang of me aan het aanstellen? Ik kan gewoon lopen, ik heb eigenlijk niks bijzonders en heel misschien kan ik dit jaar de 4 mijl niet lopen. Nou én, dan loop ik hem volgend jaar toch gewoon weer?
Bij Radiologie is het rustig. Ik ben binnen no time aan de beurt en leg mijn voet in bevallige poses. Ik had mijn benen ook wel eens mogen scheren, zie ik.

3 september 2014

Plattelandseten

"Dus," zei hij bij thuiskomst, doodmoe van 13 dagen aaneengesloten werken en hevig verlangend naar een ontspannende aflevering van Dexter, "Jij wilt vanavond met mij uit eten?"
Arme Man. Ik heb het hem niet aangedaan.
Ik wil natuurlijk wel elke dag uit eten, maar ik had al een bak humkessoep uit de diepvries gehaald om 's avonds op te warmen. Humkessoep is geloof ik Twents en de Man is dankzij Balkenbrij huiverig voor alle gerechten waarvan ik zeg dat ze Twents zijn. Het schoot me er over de humkessoep ook al uit voor ik het in de gaten had. Ik kreeg een wantrouwige blik en een "toch niet óók van afval hè?" terug, omdat slachtafval ooit als basis diende voor de eerste balkenbrijen.
Toen ik nog in Twente woonde maakten mijn ouders iedere winter samen balkenbrij. Mijn moeder hield de pan stevig vast en mijn vader hing er boven met de boormachine waarop hij een forse haak gemonteerd had. Rondom het fornuis was alles wit van de bloem, inclusief mijn ouders die een half uur lang in dezelfde houding stonden. Lever, bouillon en bloem werden in de pan een grauwe, kleverige smurrie, die ondanks de grote hoeveelheid piment nergens naar rook. Ze schepten het in 10 schalen die ze in de kelder plaatsten of weggaven. Het water loopt me nu al weer in de mond.

Maar nee, in Humkessoep zit scharrelbig.
Het is soep van groene en witte bonen, een stuk vlees, ui, prei en aardappel. En niet gepureerd op het eind maar gewoon met lekker grove stukken, een beetje van mijn Mam en een beetje van Mijzelf.
Ik heb een foto gemaakt van het stilleven van ingrediënten, bij wijze van recept-notatie.

Ik maak wel vaker recepten naar aanleiding van foto's. Met Kerst waren we bij de schoonfamilie in Doesburg, waar een boek over hun stad op tafel lag. Ik bladerde wat door de herinneringen van andere mensen en las een stuk over de mosterdfabriek waar het stadje trots op is. Nu schijnt de huidige mosterdmaker dolgraag met pensioen te willen maar niet te kunnen omdat hij geen opvolger heeft, waardoor de fabriek met sluiting wordt bedreigd. Ik maakte met mijn telefoon foto's van het recept voor de typische mosterdsoep met echte Doesburgse mosterd, dat erbij stond, opdat ik de mosterdmaker niet zal vergeten.
Laatst heb ik het gemaakt, met heerlijke mosterd uit de Marne, want daar woon ik dichter bij. Niet dat ik op de fiets een potje kocht aan de fabrieksdeur, dat had oom Albert al voor me gedaan. En bovendien, als ik de weilanden in zou trekken om te foerageren vind ik eigenlijk dat ik dan ook het vlees van het abattoir en de melk bij de boer moet halen en ik heb geen goede melkfles of thermosfles om de melk in te laten tappen. Dat lijkt me toch het meest ideaal, ook voor de boer. Tenzij die wegens regulering van het een of ander een absoluut verbod heeft op verkoop aan de deur. Dat kan natuurlijk ook en is volgens mij niet eens zo vergezocht.
De Groningse mosterdsoep was heerlijk.
Ik zou nog wel eens uit eten willen op het Groningse platteland, waar ze op Groningse wijze plukken, slachten en tappen, ik noem daar een Piloersemaborg in Zuidhorn. Net iets te ver om te fietsen, maar dat moest ik maar niet aan oom Albert overlaten. Zeker niet vanwege de wijnen die ze daar zo graag schenken.
Er schijnt ook een Twentse wijnboer te zijn, bedenk ik. Eens kijken of ik een foto op internet kan vinden.





31 augustus 2014

Magisch uur

Vriendin S zit midden in nare familieomstandigheden en we smsen nu omdat ik haar niet wil storen voor het geval zij in het ziekenhuis is.
Donderdagmiddag stap ik zelf na een werkafspraak het ziekenhuis uit en check mijn mobiel op een bericht van haar, maar nee. De hele dag heb ik nog niets gehoord en dat baart me wel zorgen. "Hoop dat het goed met je gaat", whatsapp ik voordat ik op mijn fiets naar huis stap.

Het is vijf uur geweest, en dat, plus familieomstandigheden van iemand anders, plus einde werkdag, plus dat later (wat ik op moment van fietsen natuurlijk nog niet weet) een stuk van mijn kies afbreekt en ik een scheur in mijn lange leren jas trek, doen mij erg verlangen naar een glas wijn op een terrasje.
Ik fiets de Tuinstraat in en beloof mijzelf dat ik meteen ga plaatsnemen als de Smederij buiten een leeg tafeltje heeft staan. Maar dat heeft de Smederij niet.

Heel goed, hou ik mij voor, heel verstandig. Dat gedrink almaar, en dat Bourgondisch doen, daar moest ik maar een tijdje mee ophouden.
Toch denk ik met spijt aan de terraslege route die ik naar Helpman af te leggen heb.

Op het Schuitendiep fiets ik een stukje tegen het verkeer in naar de Poelebrug. Altijd als ik dat doe denk ik "eigen schuld, moeten ze het maar beter regelen voor fietsers", om mijzelf vrij te pleiten. En dan voel ik mij toch betrapt als ik luid mijn naam hoor roepen.
Daar zit Vriendin S met Haar Broer B op het rijtje terrassen. Aan de witte wijn.
We hebben niet lang want ze moeten zo weer terug naar het ziekenhuis, maar ik krijg wel even de kans om precies te doen wat ik mijzelf nog geen 10 minuten daarvoor beloofde: bijpraten met S en een wijn drinken op een terras.
Ik moest die magie vaker oproepen.
Voor vanavond lijkt het me bijvoorbeeld leuk om heerlijk uit eten te gaan met mijn man. Ik zeg het maar vast.

28 augustus 2014

Echt verbinden

Ik lees "Committed" van Elizabeth Gilbert omdat ik al sinds de middelbare school faliekant tegen het huwelijk ben en ik oprecht niet begrijp hoe iemand die daar ook geen fan van is er toch instinkt.
Ik heb het boek nog niet uit dus ik weet nog niet met welke overgave ze uiteindelijk in dat bootje stapt, maar ze moet trouwen omdat Home Security dat wenst. Dus doet ze onderzoek naar huwelijkse gewoonten in de rest van de wereld. En dat vind ik bijzonder om te lezen.
Ik ben nu aanbeland bij een stuk over een volk in Laos waar meisjes tegenwoordig een opleiding volgen en zij hun eigen geld verdienen, waardoor jongens, die het land bewerken en niet doorleren, voor hen niet meer interessant zijn. En dus gaat niet alleen de economie er voor dat volk totaal anders uit zien, maar ook op demografisch gebied zal niets meer hetzelfde zijn.

Financiële onafhankelijkheid verandert inderdaad het bestaan voor vrouwen.
Waar in niet-westerse gebieden het financiële aspect en het voortbrengen van kinderen de belangrijkste redenen voor een huwelijk zijn, blijkt het in de westerse wereld (of die in Amerikaanse speelfilms) vaak een zaak van zelfrespect te zijn: uit een huwelijk halen vrouwen de bevestiging dat er iemand is die hen bijzonder vindt, dat ze gewenst en zelfs gewild zijn. Als je niet getrouwd bent ben je blijkbaar niet aantrekkelijk genoeg.
Nog niet zo lang geleden mochten vrouwen geen bezit hebben. Zodra ze trouwden mochten ze niet meer werken, en gingen eventuele bankrekeningen, huizen en andere waardevolle zaken onmiddellijk over in de handen van hun man.
Ook zijzelf mochten ze niet bezitten, en braaf wierpen ze hun naam en identiteit van zich af. Overzees willen ze nog wel eens een stap verder gaan door ook meteen maar de voornaam van hun man aan te nemen. "Ik ben Mrs. James Madison", kan me toch niet voorstellen dat Dolley dat echt ooit gezegd heeft.
En dan zijn er nog steeds vrouwen die dat vrijwillig doen omdat het 'zo romantisch' is. Die stap begrijp ik oprecht niet en dat is natuurlijk ook niet nodig. Zo lang ik maar niet mee hoef te doen aan die ongein die zegt dat ik niet mag bestaan zonder die ring (ja hoezo trouwens krijgt de man er in het buitenland NIET per definitie ook eentje?), en dat ik niets waard zou zijn zonder dat papiertje?
Overigens blijkt het huwelijk als instituut minder solide te zijn sinds er getrouwd wordt vanuit liefde in plaats van economie, maar dit terzijde.

Wat mij in dat boek opvalt en een doorn in het oog is, is dat samenwonen door Gilbert niet wordt gezien als "committed".
Ook al koop je samen een huis, krijg je samen kinderen, heb je een testament op elkaar en geldt je samen voor de belastingdienst als een economische eenheid, dan nog vinden sommige mensen dat jij je blijkbaar niet echt kunt binden. Want je kunt 'zo weg'. Ja, daarom bestaan er geen scheidingen.
Ten eerste: wat is er zo prijzenswaardig aan 'kunnen binden' dat het vrijwel altijd de voorkeur verdient boven 'flexibele inzet', om maar een zijstraat te noemen?
En ten tweede: wie bepaalt wanneer ik serieus in een relatie sta en wat de juiste manier is voor mij om in een relatie te staan?

Ik begon het boek omdat ik dacht op dezelfde oorspronkelijke lijn te zitten als de schrijfster, maar die neemt mij halverwege ineens niet serieus meer. En dat valt dan vies tegen.
Ik ben op pagina 143, heb er nog tot 92 te gaan.
Ik weet dat Gilbert uiteindelijk trouwt, ik weet alleen nog niet hoe ze daar op dat bewuste moment over denkt. Maar de ondertitel "A Skeptic makes Peace with Marriage" doet het ergste vrezen.
Ik lees dapper door en hou vast aan mijn eigen adagio: het huwelijk is als roken, goddank hoeft het niet meer.



De foto is van Daniël Ilinca

18 augustus 2014

Geschoren

Van die dingen waar vrouwen het met mij nooit over hebben: hoe vaak en waar scheer jij op vakantie je benen?
Doe je dat op de camping onder de douche waar rijen mensen staan te wachten, die onder de saloondeuren door blauwe plakken gel op de vloer zien vallen? Of leg je je been bevallig over een wastafel waar de klodders tandpasta van de vorige gebruiksters wel wat stoppels kunnen opvangen?
Om van de dilemma's af te zijn neem ik weer eens een Besluit: ik ga deze zomer mee met de nieuwe trend om beenharen niet langer te scheren. Bovendien is dat bij mij helemaal niet zo gruwelijk want ik heb lieve zachte blonde haartjes die in het land van donker begroeide vrouwen niet eens opvallen.

Het is warm, de benen worden bruiner, en de blondies doen het al heel snel - heel goed, ze groeien als kool. Geen mens die ze opmerkt, niemand die terugdeinst. Zelf voel ik me wel wat belemmerd door De Gewoonte en Het Beeld, dus steeds als ze het stoppelstadium voorbij zijn, zacht aanvoelen en glanzen in de zon, stap ik onder een eenzame campingdouche en scheer ze er allemaal weer af.
En begin meteen weer opnieuw te sparen want ik vind het laf dat ik zo snel afhaak.
Het scheren zelf is vervelend, het vergt planning, het kost soms zelfs extra warmwatermuntjes. Het is een handeling die iedere vrouw verricht en die toch intiem is.
Ik moet het scherp toeziend oog trotseren van de Siciliaanse schoonmaker die 10 uur per dag het campingsanitair dweilt en iedereen aankijkt met een blik van "Je maakt mij niets wijs". En ik moet over het schaamtegevoel heen stappen als ik me herinner dat ik het roze mesje heb vergeten te verstoppen voor de schoonmaakster in het hotel.

Het idee om benen te scheren is natuurlijk erg achterhaald. Ik geloof dat het pas 'in' werd zo halverwege de jaren 80, toen men na de hoogtijdagen van ABBA en de wortelbroek nieuwe manieren moest bedenken om te laten zien dat het vrouwenlichaam eigenlijk niet oké was.
En dat terwijl beenharen niet stinken, er blijft geen vuil in hangen en er is geen andere hygiënische reden om ze te verwijderen. Dit overigens in tegenstelling tot De Baard die, bedenk ik nu, eigenlijk een hele nare bron van ziektes kan zijn en verdraaid, waar hebben we het over?

Op de laatste camping pak ik de afwasteil, vul die naast de tent met lauw water en zet mijn voeten er in. Met lange halen werp ik de blonde haartjes van me af en spoel mijn halfbakken actie met het afwaswater in het Italiaanse riool. Ik heb publiek op het veld dat vanuit ooghoeken toekijkt.
Mijn eerste stap is openlijk scheren, ik hoop mijzelf zo te laten zien hoe stom het eigenlijk is.

10 augustus 2014

Traditie

Op onze eerste avond in Duitsland, op weg naar Italië, eten we altijd schnitzel met bratkartoffeln en daar drinken we bier bij. Het schitzeltje knort koket ons schuldgevoel over onbescharreld vlees weg, als een aftrap voor de weken van Italiaans voedsel waarvan ook de herkomst volledig onbekend is.

Op de eerste avond terug in onze eigen huis eten we van de snackbar. Maar eigenlijk smaakt dat nooit.
Het enige wat dan lekker is zijn de knapperige rauwe uitjes bij de frikandel.
Over frikandel gesproken: ik heb ooit als horecamedewerker geleerd dat het verschil tussen frikaNdel en frikadel is dat in de eerste meer afval zit dan in de tweede. Het ontbreken van de N was een soort keurmerk. Dacht ik altijd. Ik weet nog steeds niet of het klopt dat een enkele N zoveel zegt. En nu we het er toch over hebben: wat is er gebeurd met de P van hempje?
Waarom mag Jan en alleman tegenwoordig maar hemdje schrijven alsof het niets is? Bij de Zeeman dacht ik nog neerbuigend "Ja logisch, die maken wel eens een taalfoutje", maar toen zag ik het ook bij de Mavo-boetieken en ik sloot mijn ogen maar voor de rest.
Maar ik kan niet met dichte ogen rond blijven lopen en doen alsof ik die lagere school voor niets met goed gevolg heb doorlopen? Of ben ik al op de leeftijd dat ik terugkeer naar vroeger, en dat ik alle nationale spellingsaanpassingen één voor één vergeet?
Ongelooflijk, o en breek mij dáár de mond helemaal maar niet over! Iedere keer dat ik 'ongelofelijk' tegenkom, wat volgens de spellingscontrole nog goed is ook, draai ik me alvast om in mijn urn. Dat is dus weggegooid belastinggeld geweest, die paar jaar lagere school (of toch basisschool?) toen 'dictee' mijn lievelingsproefwerk was.
Ik bedoel, kom je terug van vakantie en dan verwacht je dat alles een kleine beetje hetzelfde is. En dan smaakt die patat voor geen meter.


27 mei 2014

Radslag

Na een paar biertjes of, afhankelijk van het jaar dat ik leefde, een paar wijntjes, mocht ik graag in mijn kroeg op de aflopende vloer een radslag maken. “I feel a radslag coming up”, was mijn strijdkreet. Ik herinner me dat mensen dat leuk vonden al heb ik nooit begrepen waarom. Daar staat iemand het ene moment leuk met je te praten en het volgende moment mensen uit de weg te sommeren.
“Aan de kant!” beval ik, en dan was het ieders eigen keuze of ze een schoen in hun gezicht wilden of liever op een veilig afstandje mijn benen uit elkaar zagen gaan.
Zou het dat zijn geweest? Vrouw gooit benen geheel vrijwillig en ver uit elkaar?

Soms had ik drank op, soms ook niet. Dan was het de adrenaline die me de weg vrij deed banen van de toog tot aan de deur waar vroeger, toen we de kroeg net hadden overgenomen, nog een aimabel halletje zat. Eentje met kleine ruitjes en een schuifdeur waar een straalbezopen gast met veel herrie een eind aan heeft gemaakt.
Het zal er wel één van de oude garde zijn geweest, de club die vond dat ze recht hadden op de muziek van hun keuze, op de bardame of –heer van hun keuze, en vooral op heel veel geruzie gevolgd door een lekker onhandig fysiek gevecht met de persoon van hun keuze. Veel mismeppen en ernaast schoppen. En daar gingen de charmante ruitjes van het halletje.
Soms maakte ik een radslag uit pure overbodige energie, opgekropte woede of een fikse dosis ongenoegen. Meer niet. En soms riep ik geen waarschuwing vooraf want ik vond dat ik als barvrouw het recht had te doen en laten waar ik zin in had in de kroeg die meer bij mij hoorde dan bij die oude hap.

Onderling voerden ze de gevechten vooral uit afgunst. De één verkocht nog wel, de ander was zo afgegleden dat hij ’s ochtends eerst een paar glazen wijn moest hebben voor hij met een penseel überhaupt het doek kon raken.
De één had een erfenis gehad en hield zich wonderwel staande tussen het geweld. Dat kon ook, hij hoefde niet te drinken om te vergeten.
De ander was een rechtenstudent die in de groep terecht was gekomen omdat hij zo goed kon drinken. Laatst zag ik hem weer, wankelend, hij had nog niets van zijn inname en uitgifte talent ingeleverd.
Er was iemand die me een armbandje gaf. Zomaar, zei ze eerst. Ik wilde het niet hebben, ze bleef aandringen en ik liet het stiekem in de la glijden. Meteen de eerstvolgende keer dat ik haar de kroeg uit wilde zetten kreeg ik het verwijt ondankbaar te zijn. Ik graaide in de la en pakte haar arm. Hier, moet jij eens opletten hoe snel jij en je armbandje buiten staan.
Arme vrouw, trapte altijd in de val van het kroegverbod.
Ze waren dronken binnen een half uur, en de rest van de avond stoned, op de been gehouden door pure valsheid en vooral het belang van eigen gerief. Het enige dat waarde had, dat te versjacheren was en dat ze met zich meedroegen als het hoogste goed.
Ik heb ook wel eens een radslag buiten voor de deur geprobeerd, maar dat had toch niet hetzelfde kalmerende effect.