7 december 2014

Slaap

Als ik stil blijf liggen val ik wel weer in slaap, soms werkt dat.
Andere keren stel ik me voor dat er wolkjes waar slaap op staat geschreven rustig door mijn voeten wandelen, alle tenen aanraken, door de enkels kietelen en al dansend hoger mijn lichaam in komen. Dat werkt wel, als ik maar niet afgeleid raak door gedachten over boeken en treinen en werk en het weer en die film.
Terug, zeg ik dan, hup in de voetzool!
Waarmee ik de wolkjes de reis weer van voor af aan laat beginnen. En het werkt ook echt: als ik me echt concentreer slaap ik al voordat ze mijn bovenbenen bereiken.

De laatste week heb ik wakker gelegen vanaf 4 uur, de tweede nacht zelfs vanaf 3 uur.
Ik was stiekem wel nieuwsgierig naar mijn conditie. Zou ik de dag een beetje fatsoenlijk doorkomen? Zou ik me kunnen concentreren en zouden mijn woorden wel goed geformuleerd uit mijn mond komen?
Zou ik überhaupt wel in staat zijn om dat wat zich in mijn hoofd vormde, ongeschonden de hele weg naar mijn mond te laten afleggen? En wat was dat dan, dat zich nog in mijn hoofd kon vormen?

Deze zomer vroeg ik het me hardop af: waarom doen we ’s nachts nooit meer leuke dingen? Wat maakt het uit of we om 3 uur in de ochtend naar het park lopen en picknicken? Of de buurt versieren met slingers? Of rolschaatsen op een lege weg? En waarom lukt het anderen wel om stiekeme muurschilderingen te maken als niemand wakker is?
Het antwoord was een geschrokken snurk.

De afgelopen twee nachten heb ik geslapen als een blok. 1x op alcohol, 1x zonder; 1x na feest, 1x na rust; 1x na digiboek, 1x na papieren boek.
Ik werd heel eventjes wakker om een uur of 3 of 4, draaide me om en sliep zomaar verder.
Ik ben nu al twee dagen doodmoe overdag.


29 november 2014

's Nachts

Ik werd vannacht wakker met een enorm opspelige maag.
Stil liggen, rustig draaien, afleiding zoeken op internet, het hielp allemaal een klein beetje maar niet voldoende.
Bovendien suisden mijn oren en hoorde mijn hoofd rare geluiden. Ik kon er niet meer tegen, was zo misselijk! Ik gaf het op, stapte uit bed en liep in het donker de trap af naar de wc, met mijn hand voor mijn mond.
Onderaan de trap liep ik ergens tegenop. Mijn hoofd kwam tegen iets zachts, mijn handen dwaalden daar verward achteraan, en daar vlogen de Thaise noedels, het glas rode wijn en de kroepoek het vrije luchtruim in.
"Gatverdamme!" hoorde ik. Ik kreeg een duw en viel de laatste treden van de trap af.
Zere maag, opluchting, even lekker blijven liggen op de vloer. En O ja, inbreker, wat zal ik daar mee doen, kan later wel.
Toch liep ik naar de telefoon, en toetste 112. "Politie Groningen," zei ik netjes, "Ik ben ziek, inbreker ondergekotst, dit is mijn adres."
Ik riep nog even "Help, inbreker" naar boven en kroop heel tevreden met mijzelf op de bank, fleecedekentje over me heen trekkend.
Ik heb er niks van meegekregen dat een zwaailicht voor de deur parkeerde, dat de politie door de voordeur naar binnen stormde, en dat De Man ze wat verdwaasd te woord stond. Zo ver ging mijn droom niet.




6 november 2014

Het Vingerhoedjesmuseum



Vandaag werd ik weer herinnerd aan het bestaan van de kleine musea in ons land. Het Museumhuis wil meer onderlinge samenwerkingen maar tot het zover is heeft ieder dorp een eigen erfgoedbehartiger. Ik kwam er op omdat iemand het blikmuseum aanhaalde.
Het Blikmuseum, ik zal het met een hoofdletter doen al heb ik het nog steeds niet gegoogeld omdat ik denk dat het een grap is.
Dat doet me denken aan die keer dat ik met Irene en Marieke langs het satellietprogramma van Noorderlicht reed door de provincie Groningen. Na veel kleine musea en grote galerieën te hebben bezocht wisten we van de flauwigheid niet meer waar we het moesten zoeken. In de auto terug naar stad pisten we in onze broeken van het lachen. 
Het was ons duidelijk. Als je niet meer weet waar je met je oma's zoldervoorraad naar toe moet dan maak je er een serieus museum van. En dat gingen wij ook mooi doen.
We bakkeleiden even over de inhoud. Die dag hadden we geleerd dat het onderwerp net zo klein en nietszeggend kon zijn als we wilden om een erkend museum te mogen zijn. Met een erkend directeur.
We besloten tot oprichting van Het Vingerhoedjesmuseum.
Wie precies directeur zou worden weet ik niet meer, maar ik vond mijzelf uiteraard wel een serieuze gegadigde. Irene wou ook wel, maar Marieke bleef liever buiten schot. Die vuurde harde opmerkingen op ons af waar zelfs ik bij verbleekte.

Net smste ik Irene. "Weet je nog van ons vingerhoedjesmuseum? Vandaag hoorde ik van het bestaan van een blikmuseum. Ik moest wel een beetje lachen".
Zij reageerde per ommegaande: "Waar? Kunnen we er heen?"

Als diepgewortelde in de culturele sector neem hier steeds meer afstand van door de bezuinigingen, de bezoedelingen van ons blazoen en de interne discussies, om maar niet te spreken over buitenstaanders die ineens een functie binnenin krijgen want 'ik heb zoveel bewondering voor die creatievelingen', waarvan ik denk "Ga op het dak zitten idioot."
Je hebt bedenkers, uitvoerders en organisatoren.
Alle drie zijn ze onmisbaar voor de sector én voor elkaar. Een uitvoerende is niet per definitie creatief, sterker nog: er zijn verschillende vormen van creativiteit in ons midden te vinden.

Ik heb vaak genoeg meegemaakt dat organisatoren beter buiten de doos konden kijken dan een uitvoerend musicus. Dat improvisatie niet bedoeld is voor iedereen, en dat fantasie binnen sommige kunstenaarskringen als iets viezigs wordt beschouwd.
Creatief met blik. Ja het is lachen.
Of nee, triest natuurlijk.

3 november 2014

Ritmes

Ik doe mee aan NaNoWriMo, National Novel Writing Month, om te proberen een langer blog te schrijven dan gebruikelijk. Elke dag in november schrijven deelnemers rond de 1.700 woorden, om tot een roman van 50.000 woorden te komen.
Volgens de regels mag je tussendoor geen tijd verspillen aan verbeteren en redigeren, het gaat om doorjassen tot je bij Einde bent of jezelf leeg van woorden en vol van wijn terugvindt in de kroeg.
Ik weet niet precies welke lol anderen beleven aan NaNoWriMo, voor mij gaat het om vinden van ritme. En dat moet, vind ik, want als kinderloze ZZP-er dans ik al zoveel uit de maat.

Op de site melden ze: "The World needs your Novel". Dat vind ik nogal gruwelijk. En wreed ook, naar potentieel publiek toe.
Het lijkt mij sowieso handig als een schrijver eerst kijkt of er überhaupt iets te melden valt, voordat er weer 'iets' de wereld in wordt gegooid. Maar goed, het is Amerikaans en ik dien hier terug te schakelen van de schreeuwende anchors daarginder naar de beschaafde Annechien Steenhuizen die ik gewend ben.
Er doen wereldwijd meer dan 300.000 mensen aan de schrijfmaand mee, online vind je fora, peptalks, blogs en meer dan 29 manieren om bij te houden hoeveel woorden je per dag hebt geschreven. De organisatie beweert dat er maar liefst 250 heuse boeken uit voort gekomen zijn. Of dit per jaar is en hoeveel daarvan in eigen beheer zijn uitgegeven weet ik niet, maar dit totaal aantal valt me dan weer tegen.

Als er op 1 december een manuscript ligt, zeggen de Amerikanen, dan ben je geslaagd met de dikke vette voldoening van iemand die iets heeft afgemaakt. Of het product goed genoeg is om een tweede, derde en tiende versie aan te wijden, is natuurlijk een heel ander verhaal.
Eerst deze maand zien uit te zingen en daarna dansen we wel op de vulkaan.

Ik heb mijn voorbereidingen getroffen.
Ik heb een onderwerp, een aantal vragen die ik uitgewerkt en beantwoord wil zien, een vorm en een indeling. Ik lees me zelfs in.
Ik ga dit alleen niet van de daken schreeuwen, ik ga rücksichtlos afwijken van het ritme als mij dat beter uitkomt, en het wordt trouwens ook geen roman.
Pure jazz.


19 oktober 2014

Het belang van Twitter

Hoe minder reacties komen op mijn tweets hoe eerlijker ik ze maak.
Ze worden toch niet gelezen en ik wil die dingen kwijt.
Het lijkt misschien op een biechtbehoefte waarna ik met een schone lei verder kan, alsof ik een kinderlijkje achter het Coendersborg onder afgevallen bladeren heb verstopt, of een geheim leven als prostituerende vrouw leid, maar dat is niet zo.
Sommige dingen moeten er gewoon uit.
Hard fietsend naar het station stootte ik er laatst "fermenteren" uit. Ik weet niet waarom en andere fietsers kunnen het hebben opgevat als een verwensing, maar het zal wel een soort Tourette zijn of een herbeleving van een aflevering van Dexter waarbij ik nare woorden uit mijzelf moet spugen om er niet door vergiftigd te worden. Zoiets, denk ik.

Verder twitter ik eerlijk dat ik soms denk blindedarmontsteking te hebben.
En dat wasknijpers en stofzuigers mij motorisch treiteren.
Eerst dacht ik dat het universeel was en dus wel herkenning zou opleveren.
Later dacht ik dat het zó universeel was dat iedereen zijn schouders er over ophaalt, of mij natuurlijk vreselijk irritant vindt, maar die mensen mogen mij gerust ontvolgen.
Vanochtend denk ik dat weinig tweets echt gelezen worden. Ik word namelijk gevolgd door mensen die Engelstalig zijn, of die naast mij ook 12.835 anderen volgen. Hallo! Waarom toch jongens?
Ik kan er dus van alles uitstoten op Twitter. Ik heb bijvoorbeeld nog niet gemerkt dat het mijn carrière (proest) zou kunnen schaden.
Ik zit wel eens met potentiële opdrachtgevers aan tafel die mij duidelijk niet op Twitter hebben opgezocht. Sterker nog: ik zie dat ze mij niet eens op LinkedIn hebben bekeken, laat staan dat ze mijn eigen website hebben bezocht.

En dan, net als ik me onbespied waan, reageert iemand op een verwarde tweet, beschuldig ik hem weer van seksisme, waarna we allebei terugkrabbelen. En iemand reageert op één van mijn retweets, waar ik feminisme aan gekoppeld heb, op zo'n manier dat ik denk: ja mevrouw, had je dan éven iets beter ingelezen voor je die bewering doet.
Nu moet ik alsnog huiswerk maken.

Ik ben veiliger af als ik alleen maar tweet dat we niet allemaal door wolven kunnen zijn opgevoed.
En nee, ik weet niet waarom ik die gedachte ineens had, maar het gebeurde in de trein en ik ben heel blij dat er iets als Twitter bestaat zodat ik het kan opschrijven in plaats van door de stiltecoupé brullen.
Twitter is goed.
Twitter beschermt mij tegen mijzelf.

11 oktober 2014

Hergroeperen

Op de fiets belde ik met mijn moeder. 
Ik zei "Mam, alles gaat zo lekker en mijn leven is zo heerlijk! Als ik nu dood neer val dan is dat goed. Begrijp je dat?"
"Ja heel goed," zei mijn moeder en ik wist dat ze het ook echt begreep.
Daarna heb ik het eigenlijk nooit meer met iemand besproken want ik wist nu, we spreken zo rond de eeuwwisseling, dat er mensen bestonden die dit ook zo zagen.
Een maand geleden zat ik met een vriendin in de auto en omdat we in Leeuwarden waren geweest en via de toeristische route terugtuften naar Groningen, kwamen we te spreken over doodgaan. Dat ik daar geen probleem mee heb en dat het prima is als het gebeurt.
Zij schrok daarvan. Was ik suïcidaal?
Daar schrok ik weer van. Nee, natuurlijk niet.
Maar waarom dan?
Nou, gewoon, omdat doodgaan niet erg is. Wel de ziektes en andere nare situaties die er aan vooraf kunnen gaan, maar sterven zelf is een natuurlijk fenomeen. En dat vind ik prima.
We waren even stil.
"Ik zou het heel erg vinden voor mijn zoontje," zei ze, "Dat die zonder moeder moet opgroeien."
Ja dat leek mij ook akelig.
Wat later zat ik met een andere vriendin op een terras. Ze vertelde dat er 400 mensen bij de uitvaart van haar vader waren.
Ik probeerde het me voor te stellen maar dat ging niet. Ik zou al blij zijn als er 50 voor mij komen opdagen. En dan niet persoonlijk natuurlijk, want ik sta dan toch op het punt voor altijd te verdwijnen, maar blij voor mijn nabestaanden.
Voor nabestaanden is de dood anders, die moeten zich hergroeperen.
Ik had ooit drie katten. Eentje was een lobbes, eentje was een felle en eentje een parmantige. Toen de lobbes stierf werden de andere twee wat liever. Kwestie van herverdelen van eigenschappen.
Blijft nog één vraag over: Wie gaat welke eigenschappen overnemen na mijn dood?


25 september 2014

Waarom een bril te verfoeien is


Ten eerste vind ik verfoeien een prachtig woord al drukt het bij lange na niet uit hoezeer ik er naar verlang om weer stukjes glas in mijn ogen te mogen stoppen.

Ik draag mijn bijbril, tegen mijn zin in, fulltime.
Ik word ouder, mijn ogen droger, en mijn lenzen ondraaglijk pijnlijk. Logisch.
De opticien stelde voor om een tijdje een bril te dragen zodat ze andere lenzen op een nieuwerwetse manier konden aanmeten. Maar dan moesten ze wel eerst op cursus en die was pas eergisteren. Dus zat ik er vandaag om te leren wat zij hadden opgestoken.
Dat is het volgende: een nieuwe lens kost € 150,- en gaat slechts 1 jaar mee. Maar helpt mij wel.
Doet u mij er dan maar 1, dan kijken we over een paar jaar wel of de linker ook zo’n super-de-luxe exemplaar verdient. Als ik die rechter maar heel snel krijg want ik ben in mijn diepste wezen geen brildrager. Gewoon niet.

Ten tweede tot en met vijfde: Hardlopen is niet fijn met bril. Het kan wel, maar de neusbrug zweet, de glazen beslaan en als ik niet toevallig mijn enkelbanden had verrekt, dan had ik om een hele stomme reden niet willen lopen.
De glazen moeten steeds gepoetst.
Er hangt voortdurend iets bovenin mijn zicht.
En het allerergste en wat ik niet begrijp dus help me even: hoe maken brildragende vrouwen met min 5 ½ hun ogen op? Ik moet zó dicht voor de spiegel staan dat er geen ruimte overblijft om een potlood handig te manoeuvreren.
Mascara kan op de gok, dat is geen probleem, maar omdat ik nu vrijelijk in mijn ogen wrijf (“Ha! Zie wat ik kan zonder lenzen!”) smeer ik die zwarte pasta over mijn wangen zonder dat te beseffen dus eigenlijk is make-up waardeloos voor brildragers.
En dat maakt mij (ten zesde?) een ander persoon. Eentje die zich om 9.00 uur gisterochtend, als ze de eerste vergadering binnenstapt, realiseert dat ze de hele dag nog niet in de spiegel heeft gekeken.
Ik borstel mijn haar, ik douche, zet mijn bril op, kleed me aan en ga de deur uit.
Het moge duidelijk zijn dat ik daar wat van schrik. Ik heb natuurlijk ook wel eens gehoord van behekste spullen.

Dus toen ik een half uur na de opticien met Paul koffie dronk en ik dit voor hem samenvatte, begreep ik wat me te doen staat.
Ik regel lasertochten naar Tsjechië, neem per keer 7 mensen mee in een Volkswagenbusje, want dat is een mooi aantal dat in één dag geholpen kan worden. Ik sluit een deal met een vakantiepark, want dat moest van Paul die er ook graag evenementen omheen wil organiseren.
Ik hoop dat hij bedoelt dat hij ons met zijn mooie stem gaat voorlezen als we ’s avonds in dat vakantiepark in de grote bungalow om de open haard zitten te staren in het niets want bij sommigen zal het niet goed zijn gegaan en die moeten dan blind terug naar Nederland.
Met anderen, mij bijvoorbeeld, gaat het voorbeeldig, dus ik schenk de drankjes in en leer de blinden in 2 dagen met hun handicap omgaan.
Zulke schone taken zie ik nog wel op mijn weg liggen. Ik ben een echte visionair.


16 september 2014

Dubbel i

Het is heiig.
Met dubbel i.
Heiig als voorbode van herfst.
Herruf-s-t.
Ik heb moeite met dat woord, hoe prachtig ik het ook vind.
Mijn moeder kan 'afspraak' niet uitspreken.
Af (slis) puraak.
Ik kan "groen gras groeit graag" niet uitspreken. Wel schrijven.
Goddank bestaat het geschreven woord. Ik zou anders niets meer durven zeggen.
Ook wel weer rustig.
Dat ik uitspreek als "gustig".

Zijn er meer woorden met dubbel i?