23 maart 2014

Monnikenloop

“Viel het mee?” vroegen ze na afloop in het café.
“Ja!” riep we alle drie.
Het was afzien en zwaar en het motregende, maar eigenlijk viel het mee.
We renden over strand, door mul zand en beklommen helling nummer zoveel richting de vuurtoren. En net toen ik bijna bovenop de duintop was en dacht: hè foei, wat een beklimming, zag ik dat het pad steil naar beneden liep om weer even steil omhoog te gaan.
Het was zwaar maar heerlijk en gaf de kick van een achtbaan. En net als vorige week merkte ik na 40 minuten dat ik eigenlijk veel harder kon.
Marjolein was al uit het zicht, Melanie liet zich zakken en ik versnelde de laatste 3 kilometer.
We waren natuurlijk van alle kanten gewaarschuwd voor het heuvelachtige parcours. Misschien dat ik daarom voorzichtiger was begonnen dan nodig, dacht ik even. Maar nee, mijn vleugels krijg ik, nu al twee weken achter elkaar, pas na 40 minuten aangesnoerd. Ik leer er wel mee rennen.



22 maart 2014

Op 't Ailand

Je zou denken dat het stress is, maar het is pure opwinding.
Ik heb alles, ik wéét dat ik alles heb om vandaag op T’ailand te kunnen hardlopen.
Ik heb een douchetas met handdoek en douchespullen en vers ondergoed.
Ik heb mijn loopkleren in een kleine sporttas, bovenop de nieuwe schoenen zodat ze elkaar wat kunnen bijpraten. Ernaast geschoven zit de envelop met startbewijs, en bus- en boottickets.
Ik heb een mini nylon rugzakje met veiligheidsspelden en foerageerspullen: 2 flesjes, een bakje brood en een banaan. Ik heb er ook mijn telefoon-draagarmband in gedaan en ik wou echt heel graag dat iemand daar eens een fatsoenlijk en vooral ook logisch woord voor zou uitvinden.
Mijn lift staat over 45 minuten bij het station, de boot vertrekt over 2 uur.
Ik heb alvast een knip in mijn haar gedaan en papiergeld in mijn broekzak.
Ik moet alleen niet vergeten om vanavond een halfje bruin te kopen als ik terug ben.


21 maart 2014

Ik schudde veel handen. De helft zei “Hé, ik ken jou toch?” en iemand kende alleen mijn naam van een bestuur op afstand waar we samen in hebben gezeten. Zij praatte met de ogen dicht maar ik denk niet omdat ze mij eng vond.
Ik keek naar haar oogschaduw. Het was fijn dat ze die zo vaak liet zien. Die kleur grijs heb ik wel eens als kleur van ogen gezien, nooit eerder van oogschaduw.
In het andere gebouw riep iemand “Niks zeggen, niks zeggen, ik weet het wel!” dus wachtte ik af. Van hem wist ik nog zijn voornaam en beroep, hij wist ineens weer Praagse Lente.
Ik heb veel opgeschreven en tussendoor het interview met de Boeddhistische Dr. uitgewerkt om maar zoveel mogelijk afstand in mijn eigen brein te creëren.
Ik rondde de eerste dag van de nieuwe opdracht af in de loopwinkel waar mijn bestelde schoenen niet waren gekomen. Ze wilden me al uitzwaaien maar ik heb gewoon anderen gekocht. Die eigenlijk veel beter zaten dan we allemaal vermoedden.

Zaterdag ga ik ze inlopen op het eiland.

20 maart 2014

Het was goed om op de uitvaart van Susan te zijn. Ik nam Renze mee en Ilonka was er ook, helemaal uit Den Haag. Nadat we hadden geknuffeld en bijgepraat moest ik bekennen dat ik haar achternaam niet meer wist. Van As, zei ze. Gek genoeg deed dat bij mij geen belletje rinkelen. Ze was de mijne ook kwijt en keek net zo verward toen ik die noemde.
“Mag ik je naam nog een keer?”
“Wil je je naam nog een keer zeggen?”
Standaard vragen die we uitentreuren stelden bij het lezen.
Vanochtend keek ik op haar Facebook en daar had ze het over iemand die Letsch heet en ik wist ineens weer dat Letsch de naam is waaronder ik haar ken. Het zal haar man’s naam zijn die ze door het Cico weer heeft afgeworpen.
De mijne is niet veranderd.

Ik zette Renze af bij zijn huis en voor hij uitstapte moest hij nog één vraag stellen: “Wanneer gaan jullie nou trouwen?”
“Nooit,” zei ik.
“Daar geloof ik niks van,” zei hij.
Ik gaf geen antwoord, staarde alleen maar naar zijn triomfantelijk gezicht terwijl ik optrok en wegreed.
Ik kan niet argumenteren met andermans intuïtie.


18 maart 2014

Wat Boeddha zegt over de dood

Het is om heel recalcitrant van te worden, al die rouwkaarten in de bus.
Vorige week was ik op een uitvaart van de overbuurvrouw. Er waren veel oudere vrouwen, maar vooral ook heel -getverdegetver- veel liefde. En nee dat is niet erg, maar wel als je het droog wilt houden.
In het mini kerkje in de Haddingestraat stond zelfs een grote groep dames op, om met een intuïtieve dans afscheid te nemen van Ineke. En dat was zó vreselijk en ook ontwapenend en liefdevol dat ik in mijn eentje op de achterste bank 2 zakdoekjes heb volbewaterd.

De buurvrouw zag ik nog wel eens op straat of in de boekhandel. We zeiden dan dingen over de tuin en over boeken, zoals “je mag dat boek wel van mij lenen”, wat we nooit deden.
Als ik uit mijn huis naar buiten kijk zie ik haar huis door de ramen van haar auto. Ze had een lekker grote invalidenparkeerplek zodat vooruit inparkeren meestal al in drie pogingen was gepiept. Er kunnen vier auto’s voor en vier auto’s achter staan wat handig is, omdat ik dan van verre in kan schatten of er nog parkeerplek is. Ik weet niet wat er met de plek gaat gebeuren.
Ik hoop dat haar parkeervaardigheid niet het enige is wat ik over haar zal onthouden.

Gisteravond kwamen we thuis van werk & café en daar lag al een dankkaart op de mat.
So. I. Thought.
Want nee, gewoon wéér een nieuwe, van wéér iemand die weg is, die genoeg had van dat ziekbed dat natuurlijk helemaal niet zo comfortabel ligt.
En nu zit ik maar te staren naar die nieuwe kaart in mijn hand.
Ik weet niet wat er de afgelopen twee jaar in het leven van Susan is gebeurd. Gewoon helemaal niet. Ik zal het morgen tijdens de herdenkingsdienst wel horen.

Morgenmiddag, na de crematie, interview ik een Italiaanse doctor over Cyber Boeddhisme. Ik grijp de voorbereiding aan als excuus om te zoeken naar wat Boeddha zegt over de dood. Dwars door alle cliché´s heen lees ik dat er geen wedergeboorte is van de ziel, want de ziel bestaat niet. Er is wel de ervaringsstroom die we karma noemen en die door een nieuw mens of dier kan worden opgenomen.
Ik lees me in over het klooster Nanputuo, over het Achtvoudig Pad, en over de verbinding met de Chinese politiek. Maar ik vind niet de troost die ik zoek. Sterker nog: ik ontdek dat Boeddhisme uitgaat van lijden, en als doel heeft dat lijden op te heffen.
Nee, dit heeft met toeval weer eens niets te maken.


8 maart 2014

Fenominisme

We gingen naar een debat over vrouwen en seksualiteit. Twee van ons dachten dat het over de overgang zou gaan en waren in het begin lichtelijk teleurgesteld; twee van ons genoten zichtbaar, en alle vier van ons verheugden zich vrijwel meteen na aanvang op het drankje in de bar om eens goed en grondig na te kunnen praten.
In die bar schoven we aan bij vier van die anderen die net als wij meer hadden verwacht van dit panel, dat bestond uit vier landelijk bekende feministes. Het was niet zozeer dat ze geen goede dingen zeiden, het was meer dat ze zich door de zaal lieten verleiden op stupide details in te gaan en het af en toe helaas bij goede inzetten lieten.

Twee van de panelleden waren Sunny Bergman en Linda Duits. Daar was een fittie gaande, bleek al snel. Maar aangezien ik niet bekend ben met de Randstedelijke glitter & glamour wist ik dat niet.
Ze keken elkaar bij voorkeur niet aan en omdat iedereen het werk van Sunny kende en waardeerde, en omdat Linda als een Amerikaans meisje al haar zinnen als een vraag liet eindigen, was de zaal op Sunny’s hand.

Rumoer en gemompel als Linda weer wat zei. Geen gekke dingen, maar ja, ze viel Sunny af en die kon alleen maar zeggen: “Hoe kom je daar nu bij?” dus wij dachten ook maar dat Linda de docu’s van Sunny gewoon niet had begrepen.

Twee van de panelleden gaven zichzelf een typering die helemaal niet bleek te kloppen. “Ik zit hier heerlijk een halve man te zijn,” zei Asha ten Broeke, “en ik geniet ervan omdat dat mag.” Asha heeft een zachte stem, hoger dan die van een man, en ze heeft zichtbaar borsten. Dat lijkt mij typerend voor een hele vrouw, maar wie ben ik dat ik een broek en kort haar niet typisch mannelijk vind.
Myrthe Hilkens noemde zichzelf een chaotische gespreksleidster en bleef daarna scherp overal bovenop zitten. En gooide er een ijzersterke managementtruc in toen ze die oude zeur van een man vriendelijk vroeg of hij kon zeggen hoe ze/we/feministen het dan wél moesten doen.
Want o, die zaal, die was me er eentje!

De eerste rij werd in beslag genomen door mannen. Waarom? Ik had het willen vragen, maar dan zou ik buiten het onderwerp treden en dat leek me niet het doel van zo’n avond. Nou waren er een hele hoop 60-plussers die niet die scrupules hadden, en die hun zorgvuldig thuis voorbereide statement als vraag poneerden en verlangden dat het panel hen dankbaar was voor de 2e feministische golf en laten we het nu hebben over niet-witte niet-Europese (en niet-aanwezige) vrouwen. Bijvoorbeeld.
Of dat alles wat de dames op het podium zeiden “wetenschappelijke flauwekul” was; dat vrouwen uit moesten kijken niet de mannen achterna te gaan; dat het Star Wars T-shirt van Linda symbool stond voor oorlogsgevoelens, en vooral: dat het heel erg was om als kind op te groeien in een streng feministisch gezin tijdens de eerste wereldoorlog feministische golf.
We dronken in de bar een drankje of tig, en gooiden onze seksuele fantasieën op tafel. Want daar waren we ten slotte voor gekomen.


7 januari 2014

De Hertogin

Ik ga zó knap om met dit hele werkeloos zijn, zegt een vriendin in de Prinsenhof tegen mij.
Het is oktober.
Zij drinkt wit, ik drink rood omdat ik me al aan het verheugen ben op de winter, al is het bizar warm voor de tijd van het jaar.
Door haar opmerking lig ik direct een half glas op haar voor, zo hard slik ik mijn vragen in.
Hoezo ben ik knap omdat ik niet de hele dag in bed zelfmedelijden lig te hebben?
En wat is het algemene beeld dan van iemand zonder werk?
Ik zeg “Dank je wel voor het compliment, lief dat je dit zegt,” en vermijd het zure gevoel te benoemen.
Zegt ze nu dat ik onderaan de waarderingsladder sta? Op de plek waar alleen heel waardeloze mensen zich bevinden? En dat ik me wel erg arrogant gedraag door niet als een hoopje ellende op mijn plek te blijven, maar te doen alsof ik wél wat voorstel?
Ik moet denken aan Thérèse uit de Franse film die ik afgelopen zomer met een andere vriendin zag.
Ik weet niet meer of ze de man met wie ze trouwde ooit leuk had gevonden, maar het huwelijk was een zakelijk besluit en zij was een sterke vrouw. En toen ging het mis.
Nadat ze haar man had geprobeerd te vergiftigen trok ze trok zich al kettingrokend terug op de zolder van een eigen huis. Ze zei niets meer, en liet zich door niets raken.
De filmvriendin had zielsveel medelijden met Thérèse.
Ik vond haar ronduit belachelijk. Ze had het heft in eigen hand kunnen nemen in plaats van zo passief uit het raam te staren en langzaamaan zogenaamd gek te worden.
Pas toen haar man haar jaren later naar Parijs bracht zodat ze daar kon gaan leven, kikkerde ze op.
Wat ben jij een verwende troela, dacht ik. Er is zoveel wat je kunt doen! Je kunt het hele landgoed eens flink door elkaar schudden qua tuinieren of schuren bouwen, je kunt op pad gaan, je hebt een sociaal leven en je kunt zó veel lezen! Je hebt een kind waar je mee op avontuur kunt, en een groot landgoed dat je mede kunt gaan beheren.
Maar verzin iets!
Ik werd kwaad dat ze niets deed maar van pure verwendheid, en ik vermoed ook kwaadaardigheid, geen stap te veel zette. Tot ze haar zin kreeg.
Tegenover De Vriendin in oktober houd ik deze tirade voor mij.
We praten over verbouwingen van monumentale panden. Daarna fantaseren we over ons leven als we niet voor het geld hoefden te werken. Ik zie mijzelf wel op een landgoed wonen. Zij ziet mij daar ook wel, zegt ze, als Hertogin Moniek.
Dat bevalt me beter dan “dappere werkeloze”.
Soms voel het alsof ik oud geld heb, en raak ik in verwarring omdat het in werkelijkheid niet zo is.


Het schilderij is "Red Geranium Basking" van Linda Jacobus

28 december 2013

Dagloos

Als Kerst de draaikolk speelt, omdat het midden in de week valt en het de vaste dagen meesleurt in zijn schreeuwende triomftocht, raak ik wat in verwarring.
Ik hou juist zo van die dinsdag en woensdag en donderdag vanwege hun vaste plaats in de rij. En ik kan ze wel pakken, maar nu het vanzelfsprekende is opgetild en weggeblazen moet ik me er harder op concentreren dat ik ze stevig bij de lurven grijp.
Deze week deed ik maar halfslachtige pogingen. Ik riep wat op Twitter, kreeg hier en daar wat bijstand en merkte niet eens hoe dat direct oploste.
De lurven gleden moeiteloos weg door mijn handen. Het laatste eindje, stevig dichtgebrand en vastgezet met gaffatape, kon ik wel iets langer houden maar ach, wat was de zin als ik eigenlijk wilde weten hoe het zou voelen om dagloos te zijn en me te laten leiden door omstandigheden.

Welnu, het is Pure Sensatie, kan ik melden.
Dit is mijn high, mijn niet-gegrond zijn.
Hoog in de lucht rondgedraaid worden en door die oude jurk als een parachute maar heel langzaam kunnen dalen.
In de verte zie ik Oud en Nieuw kleine sprongen en pirouettes maken als training voor de wervelstorm die zij volgende week door ons heen laten stuiven.
Om daar naartoe te mogen zweven buiten de tijd is een privilege. De verwarring laat ik los tot volgend jaar. Zelfde tijd, zelfde plaats.