dinsdag 13 november 2012

Ego's in de comfortzone


Het klinkt helemaal nergens naar: “Promotiedagen Noord Nederland”.
Geen kraak, smaak of ander zintuigverrijkend genot is er uit titel of inhoud te halen. Ik geef toe dat het me ook fysiek pijn doet om die schraalheid te ervaren.
De ene rolluikenfabrikant naast de andere cateringaanbieder zit met een collega in zijn stand wezenloos naar voorbijgangers te kijken. Of wisselt in setjes van 3 personen visitekaartjes en pepermuntjes uit.

Ik baande me vorig jaar in mijn mantelpakje een weg naar het Cultuurplein, waar een flink aantal culturele organisaties zich had verzameld. En daar gebeurde gek genoeg helemaal niets anders dan in de stands waar ze rolluiken aanbieden.
Die culturele instellingen, die vol vuur over ‘presentatie’ en ‘publiek’ in hun visie en motto hadden geschreven wisten blijkbaar niet hoe daar mee om te gaan in een omgeving waar zij nu eens de genodigden waren.
Om in termen van die omgeving te blijven: ze werden uit hun comfortzone gehaald en faalden jammerlijk om te herkennen hoe nieuw publiek zich voelt bij hun eerste voorstelling of expositie.

Vorige week was ik er weer. Ik had gehoord dat Sign een stand had met een geweldige act en inderdaad: 2 kunstenaars smeten het bedrijfsleven met hun eigen prachtig nietszeggende termen om de oren tot het zwaar gefrustreerd en niet-begrijpend afdroop.
Ik zag het CBK, het Kunstencentrum, NP3 en het NNO. En het Drents Museum.
De rest was thuis gebleven.

Gisteren hoorde ik wat er vorig jaar achter de culturele schermen was gebeurd. Hoe ego’s het in hun ellebogenwedstrijd wonnen van samenwerking. Hoe onmogelijk het bleek om alleen al een gezamenlijk doel te formuleren en daar naartoe te werken.

Er is één ding waar je goed in bent, waar je mensen van wilt laten genieten. Je hebt één middel gekozen dat je inzet om te vertellen wat je belangrijk vindt. En dan struikel je over de vorm omdat je niet wilt dat een andere organisatie het thema verzint of een plan bedenkt.
Nee, we gaan eerst op de rem tot we onze eigen zin krijgen en vooral niet die van een ander.
Ja, je omgeving is anders, en ja, je gelegenheidspartners doen niet wat jij zegt dat ze moeten doen. O, the misery of it van elke culturele directeur die het vertikt om uit zijn of haar haantjesarena te komen.
Gebruik andere woorden, gebruik een andere omgeving en stel je jouw doel voor ogen. Verloochen niet wie je bent, wat je bent en waar je voor staat maar laat verdomme toch gewoon zien waar we goed in zijn! Wat onze, excusez les mots, "Unique Selling Points" zijn.
Hoe moeilijk is het om een écht plein te creëren? Waar mensen op durven rond te lopen omdat daar, op dat fysieke plein, bijzondere dingen te beleven zijn? Te horen, te zien en aan te raken? Om publiek uit hun eigen comfortzone van rolluikenstands te halen en zachtjes door elkaar te schudden onder het mom van verleiden?

Ik begrijp steeds beter dat de gemeente ‘samenwerking’ zo hoog op de culturele agenda heeft gezet. Maar ik hoop wel dat de gemeente begrijpt dat ze hier hard de regie op moet gaan voeren als ze dat tot een succes wil maken.
Ik weet dat dit moeilijk is in een stad waar mensen eerst op de rem gaan staan omdat ze uitgelegd willen hebben waarom ze mee zouden moeten doen, in plaats van “ja” te roepen en uit te zoeken wat de mogelijkheden zijn.

En dan zijn wij degenen die het creatieve voorbeeld moeten geven door onmogelijke ideeën dichterbij te halen.
Of moeten we dat soms aan die rolluikenman overlaten?

Geen opmerkingen:

Een reactie posten