27 mei 2014

Radslag

Na een paar biertjes of, afhankelijk van het jaar dat ik leefde, een paar wijntjes, mocht ik graag in mijn kroeg op de aflopende vloer een radslag maken. “I feel a radslag coming up”, was mijn strijdkreet. Ik herinner me dat mensen dat leuk vonden al heb ik nooit begrepen waarom. Daar staat iemand het ene moment leuk met je te praten en het volgende moment mensen uit de weg te sommeren.
“Aan de kant!” beval ik, en dan was het ieders eigen keuze of ze een schoen in hun gezicht wilden of liever op een veilig afstandje mijn benen uit elkaar zagen gaan.
Zou het dat zijn geweest? Vrouw gooit benen geheel vrijwillig en ver uit elkaar?

Soms had ik drank op, soms ook niet. Dan was het de adrenaline die me de weg vrij deed banen van de toog tot aan de deur waar vroeger, toen we de kroeg net hadden overgenomen, nog een aimabel halletje zat. Eentje met kleine ruitjes en een schuifdeur waar een straalbezopen gast met veel herrie een eind aan heeft gemaakt.
Het zal er wel één van de oude garde zijn geweest, de club die vond dat ze recht hadden op de muziek van hun keuze, op de bardame of –heer van hun keuze, en vooral op heel veel geruzie gevolgd door een lekker onhandig fysiek gevecht met de persoon van hun keuze. Veel mismeppen en ernaast schoppen. En daar gingen de charmante ruitjes van het halletje.
Soms maakte ik een radslag uit pure overbodige energie, opgekropte woede of een fikse dosis ongenoegen. Meer niet. En soms riep ik geen waarschuwing vooraf want ik vond dat ik als barvrouw het recht had te doen en laten waar ik zin in had in de kroeg die meer bij mij hoorde dan bij die oude hap.

Onderling voerden ze de gevechten vooral uit afgunst. De één verkocht nog wel, de ander was zo afgegleden dat hij ’s ochtends eerst een paar glazen wijn moest hebben voor hij met een penseel überhaupt het doek kon raken.
De één had een erfenis gehad en hield zich wonderwel staande tussen het geweld. Dat kon ook, hij hoefde niet te drinken om te vergeten.
De ander was een rechtenstudent die in de groep terecht was gekomen omdat hij zo goed kon drinken. Laatst zag ik hem weer, wankelend, hij had nog niets van zijn inname en uitgifte talent ingeleverd.
Er was iemand die me een armbandje gaf. Zomaar, zei ze eerst. Ik wilde het niet hebben, ze bleef aandringen en ik liet het stiekem in de la glijden. Meteen de eerstvolgende keer dat ik haar de kroeg uit wilde zetten kreeg ik het verwijt ondankbaar te zijn. Ik graaide in de la en pakte haar arm. Hier, moet jij eens opletten hoe snel jij en je armbandje buiten staan.
Arme vrouw, trapte altijd in de val van het kroegverbod.
Ze waren dronken binnen een half uur, en de rest van de avond stoned, op de been gehouden door pure valsheid en vooral het belang van eigen gerief. Het enige dat waarde had, dat te versjacheren was en dat ze met zich meedroegen als het hoogste goed.
Ik heb ook wel eens een radslag buiten voor de deur geprobeerd, maar dat had toch niet hetzelfde kalmerende effect.


30 april 2014

Corrupt Seksisme

Ik las over ene Sterling en omdat er 'sport' bij hoorde koppelde ik het natuurlijk meteen aan corruptie. Wie niet.
Maar het was dus racisme, heel erg, enfin, de man is gestraft.
Gisteravond hoorde ik het verhaal op het journaal.
En ik begreep dat het gestokt was op het draaglijke niveau van verontwaardiging over racisme.

Ik zag heel kort beelden van een vrouw die zich met een enorme zonneklep probeerde te beschermen tegen de pers en ik hoorde de stem van haar vriend. “Jij hebt je te gedragen als een braaf Latino mokkeltje.”
De wereld achter die zin is er een van gevangenschap.
Volgens mij zag ik een vrouw die racisme gebruikte omdat seksisme niet erg gevonden wordt.

Ik denk dat ze er aan gewend was geraakt de telefoongesprekken vast te leggen omdat ze zich bedreigd voelde. En omdat ze hoopte dat iemand zou begrijpen hoe het is voor een vrouw om zo gevangen te zitten.
Ze aarzelde al weken of ze de gesprekken zou laten horen aan anderen.
Een enkele vriendin zei: “Niet doen! Je hebt het toch goed zo? Je gaat elke avond uit eten en hij geeft je alles wat je wilt. Je hebt geld in overvloed, beroemde vrienden. Hou’en zo, niks meer aan doen.”
Een andere vriendin, die vaak naar Oprah keek, zei: “Denk je dat iemand je serieus zal nemen? Of dat het iemand zal interesseren als een man wat onvriendelijk is? Ze zullen zeggen dat je toch benen hebt en er blijkbaar zelf voor kiest om niet bij hem weg te gaan. Je weet toch dat je eerst halfdood geslagen moet worden voordat iemand zich realiseert dat het niet helemaal gaat zoals het zou moeten? Je ziet toch wat er gebeurt met Pistorius?”
Ook vreemd genoeg geen-corruptieverhaal-hoewel-sport.
Een derde vriendin moedigde haar aan. Ik denk dat het haar zus was.
“Ga door met opnemen,” zei ze. “Er komt vanzelf een moment waarop hij iets zegt dat mensen wél erg zullen vinden en waarop hij wél en plein public aangepakt kan worden. Dan heb je een openbaar excuus om de relatie te verbreken en wordt hij ook nog eens gestraft. Niet om wat hij jou aandoet, maar zie het als een straf voor zijn persoonlijkheid.”

Ik heb het niet op de voet gevolgd, ik hoorde ‘sport’ (en dacht ‘corruptie’), ik weet dus niet in hoeverre dit waar is, en of deze kant is opgepikt. Maar ik hoop dat verhalen over vrouwenhaat op een dag als belangrijk worden gezien en dat de hetze tegen vrouwen net zo hard en wereldwijd wordt veroordeeld als racisme nu in de sport. 
Ze kocht de pers om met racisme. En zo is ook dit verhaal er toch een van corruptie gebleken.

16 april 2014

Check

Voor het eerst in ruim een jaar nam ik ’s ochtends de trein. Ik dacht gisteravond na over hoe dat treinreizen ook al weer moest na de verdwijning van Het Kaartje, en omdat ik mijn OV kaart al snel terugvond vaarde ik op “ik zie wel wat er gebeurt”.
Ik bliepte in, reisde trein, bliepte uit en zag meteen in koeienletters op de uitcheckpaal mijn saldo genoemd.
Bovenaan stond €15, daaronder €10. Ik knikte nog goedkeurend, een reisje Assen vóór 9 uur zal wel 5 euri kosten, en besefte toen pas dat alle 20 mensen die achter mij stonden te wachten om hun pasje langs de paal te halen mijn saldo en verbruik net zo levensgroot konden zien staan als ik.

Ik vond het een raar moment. Ik heb hier ook nog nooit iemand over gehoord. Blijkbaar ben ik de enige die zo’n openbare vermelding van mijn saldo vreemd vind, of ik ga maar met weinig treinreizigers om, of het is een taboe om te bespreken, of het kan werkelijk niemand een lor schelen.

De mensen die achter me stonden bij het uitchecken liepen in hetzelfde tempo achter me aan naar het centrum. Die mensen die weten dat ik nog € 10,- op mijn OV kaart heb staan. En die me bewuster maakten van mijn aanwezigheid dan ik zelf aan kan om kwart over 8 in de ochtend.
Ik vroeg me af wat zij vinden van al die privacy schending door organisaties als de NSA, Facebook en onze eigen regering, hoe zij omgaan met onveilige wifi en bloedende harten. En of zij ook het liefst hun saldo op de uitcheckpaal zouden afschermen met het kommetje dat ze van hun hand maken.
Of dat het ze werkelijk een rotzorg zal zijn om kwart over 8 in de ochtend.



10 april 2014

Opening

Als ik bij haar binnenloop roept ze “Gordon is alive!”
Het komt uit Flash Gordon, en blijkt haar vreugdekreet te zijn als ze iemand na lange tijd weer ziet.
We herhalen het nog eens als we bij de baas aan tafel gaan zitten, die ons spontaan trakteert op de herkenningsmelodieën van Rawhide en Bonanza.
Ik ben daar echt iets te jong voor, maar luister graag toe hoe ze samen zingend herinneringen ophalen.
“Als jullie beloven niet te schrikken zal ik mijn favoriete citaat geven,” zeg ik. En omdat ik vind dat dit voldoende waarschuwing is schreeuw ik meteen met mijn death metal-stem “THERE WILL BE BLOOOOOOD!”
Daarna beginnen we de vergadering.



31 maart 2014

Theaterweekend

Het was een decadent theaterweekend, alsof we iets in moesten halen. Zaterdag reden we op de valreep naar De Lawei in Drachten, waar Luuk V. ineens lang haar bleek te hebben maar nog steeds goed is in hartelijk begroeten.
Ik wilde heel graag “Welkom in het Bos” zien omdat ik had gelezen over “absurdistisch toneel” en dat wil ik zien natuurlijk.
Toen ze in Groningen speelden hadden wij iets ingewikkelds met een expositie-opening waar Het Nichtje gevraagd werd model te worden en waar vet werd gediscussieerd dankzij de vurige deelname van De Man waarna hij moest afkoelen door een praatje voor aanstaande studenten te houden.
Zoveel woorden over kunst en het hoe en het waarom.
Na afloop struinden we door de stad, op zoek naar een leuke plek om te eten. Maar alles zat vol.
We gaven Vrijdag de schuld, en toen bleek het Valentijnsdag te zijn dus belandden we bij een achteraf-Italiaan waar we prima aten maar toch nooit meer naar toe gaan.
Op die dag speelde “Welkom in het Bos” in Groningen.

Dames in het bos, een pijnlijke vriendschap en een Pierre Bokma waarvoor ik even geen woorden wil gebruiken want daar kom ik nu even niet op.
Was het de moeite waard om voor naar Drachten te rijden?
Ehm. Ja.
Was het duur?
Ja godsakke!
Nee dan vond ik Marc-Marie Huijbregts op de zondag veel toegankelijker.



30 maart 2014

Dief

Van Der Velde opent vrijdag de boekendeuren in de Guldenstraat.
Ik zie andere gezichten achter de kassa’s, maar zeker weten doe ik dat niet.
Het oude personeel van Polare/Selexyz-de Slegte/Scholtens-Wristers bestaat uit 20 man sterk heb ik ergens gelezen, en omdat ik doorgaans maar 1½ boek in de maand koop ken ik ze ook niet van naam, behalve natuurlijk Peter.
Boven groet ik Barthold en zijn dochter en vind ik een Dave Eggers die ik nog niet heb en een Agatha Christie die ik ook nog niet heb. Die laatste moet ik checken op het lijstje dat ik in mijn Dropbox heb staan.
Ik duik ook de kelder in waar alles 50% afgeprijsd is. O wat hoop ik dat deze introductie van Van Der Velde nog even voortduurt want ik kan niet alles in een uurtje op de vrijdagmiddag aanschaffen.
De kassadame op de begane grond zegt “Acht euro alstublieft”, ik zeg “Wat zeg je nou?”, ze zegt “Vindt u dat te veel?”, ik zeg “Nee! Maar ik heb deze boeken van boven, niet uit de kelder!”, ze zegt “De korting geldt voor de hele voorraad. In de hele winkel”.
Ik baal meteen dat mijn pasje al in het apparaat zit, want het liefst koop ik dan toch maar meteen de rest van de winkel. Aan de andere kant nadert het eind van de maand en ik moet ook nieuwe schoenen hebben en veel diesel voorschieten met mijn nieuwe klus en al dat soort dingen dus ik mompel wat tegen haar en pak het tasje aan dat ik in mijn verwarring niet heb geweigerd.

Buiten staar ik even naar mijn fiets, draai me om, en besluit mijn aarzelen binnen voort te zetten.
Ik staar naar de kassadame. Had ze nou gezegd tot wanneer die actie duurde? En was het echt waar? Ik probeer haar blik te vangen maar ze is uiteraard druk bezig.
Ik kijk naar de uitgestalde boeken en koop in mijn hoofd vast de laatste Murakami (of zal ik toch gaan zoeken naar zijn “Kafka on the Beach”?), en ik denk aan die twee boeken verderop die ik al eerder in handen had.
Dan zie ik hoe de man in een rode blouse achter de rechter kassa mij vorsend aankijkt.
Ik voel me betrapt en direct schuldig dat ik überhaupt twijfel over de aankoop van boeken. Geschrokken loop ik weer de winkel uit. Weg van die Vreselijk Verleidelijke Snoepwinkel. En dan realiseer ik me dat de man in zijn rode blouse niet helderziend is en mij niet kan veroordelen over het kopen van te weinig boeken.
Hij dacht dat ik uit stelen ging.
Ik voel me licht vernederd, en ook boos. Hoe kan iemand dat nu van mij denken?
En is dat dan niet een rare manier om je als boekendief te gedragen?
Uit wraak kom ik nooit meer terug.

De hele week niet.

28 maart 2014

Flexwerker

Voor mijn nieuwste opdracht Buiten Stad heb ik in 2 gebouwen een werkplek. De ene is een vaste waar ik een sleutel voor heb gekregen, de andere is een echte flexwerkplek. Iedereen moet er nog aan wennen, aan die flexplekken die ze nog maar een maand hebben.
Ze zijn nog stevig in de voortschrijdend inzichtfase.
Er is al wel bekend dat er een gebrek is aan vergaderruimte, en je mag maar maximaal anderhalf uur van je plaats zijn. Het is wennen.
Ik zat er woensdag en zocht naar een prullenbak onder mijn bureau.
Doen ze niet aan. Die staan in meervoud milieupolitiek correct gescheiden in de pantry. Ik dacht meteen aan de hoeveelheid plastic vuilniszakjes die je bespaart, en aan de schoonmaakuren die dit scheelt.
Wat een vondst!
Ik pakte een boterham uit mijn broodtrommel en werd door mijn buurvrouw op de vingers getikt. “Je mag niet eten aan je bureau”, zei ze. We keken elkaar even stil aan.
Die begreep ik niet. Was dat vanwege de broodkruimels die opgezogen moeten worden en dus schoonmaakkosten? Of is het uit zorgzaamheid voor de medewerkers, dat ze van hun werkplek moeten opstaan om elders te eten?
Bij de vaste plek die ik sinds donderdag heb, die met de sleutel, eten ze samen in het cafédeel van het gebouw. Ben ik altijd voorstander van geweest. Weg van je computer om de mensen met wie je werkt eens in de ogen te kijken.
Op de plek hier in Stad, waar ik ook een vaste flexplek heb met een eigen sleutel, eet iedereen aan haar bureau. Even elders een soepje halen en dan je toetsenbord zó verschuiven dat je gewoon verder kunt met werken. Of even de stad in.
Het voordeel van freelancer zijn is de blik die me in zoveel organisaties gegund wordt. Ideeën komen en gaan, mensen verzetten zich en geven zich over. Ik moet er niet aan denken dat ik niet van veranderingen zou houden.
Of van aanpassen.


27 maart 2014

Chinees

Bij de Chinees deed de pin het niet.
De jongen aan de telefoon was merkbaar kwaad op KPN en deed dat ook vrij uitgebreid in ehm, als ik zeg “in vlekkeloos Nederlands” lijk ik misschien fout bezig, maar naast hem achter de toog stond een Chinese dame die een moeilijk verstaanbaar accent had, dus dat vlekkeloze viel wel op.
Ik vind het ook sterk om perfecte taal te gebruiken als je kwaad bent.
Dat de zinnen zo vloeiend uit je mond rollen dat je op hetzelfde moment ook als toehoorder bewonderend luistert naar je eigen scherpzinnigheid.
Geeft een superioriteitsgevoel waar je niets aan hebt omdat je daarmee niet een schakelaar kunt omzetten, maar toch.

Ik pinde mijn etensgeld bij de bank om de hoek en was binnen 2 minuten terug. Hij hing nog steeds aan de lijn maar mijn eten was al klaar dus langer luisteren zou wat onbeschoft zijn. Bovendien werd op mij gewacht.