21 oktober 2024

Levens

 Ik had zaterdag mooie momenten in de stad, eerst toen ik fijne boeken vond, daarna toen ik Suze tegenkwam en ik mijn boeken blij aan haar kon laten zien, onze fietsen tussen straat en stoep beschermend tegen verkeer, en daarna toen ik het beeldje van Paul ophaalde bij Marga. 

Er zat een enorme emotie in het doosje, dat eruit ontsnapte toen ik het witte plakband openscheurde en de vier flappen opsloeg. Op weg naar de stad dacht ik aan de mensen van mijn leeftijd die er zomaar niet meer zijn. Bert en Paul, Jose, Hillie, Ismael, Arno, Karel, Susanne. Dat het zo is en dat het niet te begrijpen valt dat hun leven wel degelijk impact heeft gehad nu we de gaten opvullen en met weemoed aan hen denken en gewoon verder leven.


Ik opende het doosje en alles wat ik voelde zuchtte diep als stoom de openheid in. Alle emoties die ik had maar niet mocht hebben omdat ik niet iedereen even goed had gekend, of niet iedereen zo goed (meer) kende als van mij werd verwacht.

Het was een mooie puf die de weg naar de wereld insloeg en die onderweg wat mist in mijn ogen achterliet.

1 oktober 2024

In geuren en kleuren

 Bij Ikea viel de geur me het meest op. Niet direct natuurlijk, ik liep eerst ouderwets onbeschermd rond en keek keurend naar de verschillende inrichtingen en dacht 'kijk mij dit eens even heel goed doen'. Tot het niet meer ging en ik dat het eerst merkte door de smerige zeeplucht die een groep mensen voor me met zich meedroeg. Zo'n vieze penetrante 'ik ben schoon hoor'-lucht. Maar toen ik ze voorbijsnelde met mijn oog op de vloer gericht tegen al die vrolijke tl-verlichting, duurde het maar kort voor diezelfde lucht weer mijn neus invloog. Het zijn de geurkaarsen, denk ik nu. Maar gisterochtend dacht ik alleen: het is een Teken. Een signaal dat ik moet maken dat ik hier weg kom, dat ik toch te veel aan het doen ben. Dus ik glipte het magazijn in en sloot aan bij de kassarij.

Het waren alleen zelfscanners. En ik wist het niet, ik was het vergeten want ik moet dat soort gedachten beter opslaan (maar waar dan? mijn hoofd wil ze niet hebben), maar ik word er tegenwoordig wat paniekerig als ik in een vreemde winkel geen ouderwetse rolbandkassa zie. De zelfscanner van de AH is superfijn, maar die ken ik van begin af aan. Bij de zelfscan van de Jumbo vind ik het geruststellend dat er iemand bij staat, want ik moet alle handelingen stap punt voor punt stap punt doen. Het blijft lastig als ik veel heb en ik het systeem in die winkel niet ken.

Bij Ikea bleek dat ik twee keer hulp nodig had. Wat het minder erg maakt, is dat de medewerkster deed alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat ik de Betalen-knop niet aangetikt kreeg en dat ik de knop voor de papieren zak tevergeefs aan bleef tikken terwijl ik natuurlijk de code op de zak zelf had moeten scannen. Het was niet eens een Hindert niks, het was een Normaalste zaak.

Waarom lukt me dat niet? Omdat mijn hoofd niet af kan stappen van het enige dat ik voor me zie: de knop op het scherm. Dat ik afstand moet nemen en even naast me moet kijken is te groot, te ver weg. Ik kan het niet uitleggen. En nee het helpt niet dat ik door dat oog een andere manier van kijken heb en dat de felle lampen zorgen voor felle flitsen en dat ik pas buiten denk: Waarom zet ik niet gewoon mijn zonnebril op? Waarom heb ik niet in de gaten dat de luchten en de lichten en de geluiden (O mensenliefde waarom moeten jullie toch zo schreeuwen naar elkaar?) te veel zijn? Het is niet zo moeilijk te bedenken dat ik die dingen niet doe en of voel omdat ik er geen zin in heb. Ik wil ook wel weer eens ergens gewoon en normaal rondlopen zonder het gevoel te hebben dat ik een zeikerd ben.

Enfin, ik heb de zinken stellingkast 's middags in elkaar gezet, vol planten en potten en geinige dingen geramd en nu ben ik supertevreden. Dat ik nu nog steeds in 'oranje' zit, is niet erg. Kleine prijs, groot plezier.

23 september 2024

en vier

 Natuurlijk word ik wel boos. Op mensen die geluid maken. Houd je bek, wil ik schreeuwen, en woedend uit bed stappen om de achterburen met een kaakslag te verstommen. Ik ben boos als mensen hun fiets zo parkeren dat onze handremmen in elkaar zitten. Als ze langzamer een trap oplopen dan ik, of een smalle ruimte, en ik steeds moet afremmen. Ik ben boos als mijn moeder in tien minuten tijd vijf keer dezelfde vraag stelt, als ze niet héél even haar mond kan houden uit angst voor stilte en veroordeling. En ik ben boos als hij de was verkeerd in de kasten legt. Ik ben boos als ik blauwe sokken bij zwarte vind, en het ene type onderbroek op dezelfde stapel blijkt te liggen als het andere type. Als de hemdjes binnenstebuiten liggen, en als ik hemdjes schrijf terwijl ik vijftig jaar geleden leerde dat het hemdjes moest zijn. Natuurlijk word ik dan boos.



17 september 2024

Boos en boos is drie

 Op de verjaardag vertelde iemand op onplezierige manier over haar hersenletsel, als in: ik ben heel bijzonder en heb een heel schokkend en dramatisch verhaal dat iedereen moet horen. Haar voorhoofd waren twee bizarre deuken en een bobbel waar ik niet te opzichtig naar wilde staren, maar het liefst had ik daar allemaal vragen over gesteld. Want verhalen over niet kunnen plannen en tellen of op woorden kunnen komen ken ik nu wel. Doe mij maar een smeuïge anekdote over een vet ongeluk.

Ze stortte tijdens het vertellen een hele hoop boosheid de tuin in. De vrouw met wie ze hiervoor sprak vluchtte weg toen ik bij het gesprek kwam, ik nam het haar niet kwalijk en luisterde afstandelijk zodat haar verongelijktheid me niet kon raken. Maar ja, ik moet dan zelf ineens ook vertellen, geen idee waarom ik dacht dat ze wel zou luisteren, en dat was keihard want door over mijn eigen NAH te vertellen pakte ik een stuk uniekzijn van haar af. Vervolgens zei ik tegen haar man dat we een soort van lotgenotengesprek voerden, en tenslotte vloerde ik haar met mijn afwijzing van Beatrixoord. Daar komt niemand overheen en ik baalde dat ik dat had genoemd. Ik wilde helemaal niet in een opbieding zitten, ik wou alleen maar delen. En ik denk ook dat ik begrip wilde van iemand die weet hoe het is. Maar dat lukt natuurlijk niet als de ander in een voortdurende strijdbare houding zit.

Ik vroeg hoe het zat met haar acceptatie, omdat ik daar nu zelf ben aanbeland, en dat ik dat eens moet aanpakken als ik van mijn huidige somberte af wil komen. Rouwverwerking, noemt de ergotherapeute dat. Het voorhoofd schudde heel beslist heen en weer. Niks ervan, met dat acceptatie-gedoe kwamen ze ook al aanzetten bij haar revalidatie. Flauwekul. En toen zei ik het gewoon: dat het haar wel zou kunnen helpen met haar boosheid. En voor het eerst voelde ik bij haar een klik. Zou ze dan vooral gezien willen worden in die boosheid? En hielp het dat ik wist waar ze het over had?

Alles komt natuurlijk in drieën, en de ochtend na het feestje las ik in De Keuze van Edith Eger dat je niet rouwt over wat er is gebeurd, maar over wat er niet is gebeurd, en dat er geen vergeving bestaat zonder je woede te hebben geuit, en dat je jezelf helpt als je een ander helpt. Daarna bladerde ik door Pinterest, op zoek naar een plaatje om te sturen naar de jarige van het feestje. Wat zomaar opdoemde was een hele irritante illustratie die wrevel opriep en die ik toen maar accepteerde. Ik ben gewoon nog niet boos genoeg. Hoe gaan we dat voor elkaar krijgen?

15 september 2024

Hoofd schouders knie en teen

 Bert en ik zaten op een bankje te luisteren naar de stukjes. Ik wist nog niet dat hij Bert heette en hij begreep mijn grapje over Repelsteeltje niet, waarin ik een leuke knik maakte naar het geheim van mijn naam. Bert moest echt even zitten vanwege de val onlangs op zijn net nieuwe knie. Ik moest ook zitten maar ik weet nooit precies waarom dus hoewel Bert me de gelegenheid gaf om te vertellen hield ik me daarover stil. Maar misschien wilde ik er gewoon van genieten dat ik achteraf zat, en in alle rust kon kijken naar de feestvierders die dicht bij de musicerende neven stonden. Ik wil nu ook een buitenhuisje in de bossen.

9 september 2024

Snackbar

 De meeste mensen die stilstaan op straat, een stoep, een plein, en die voor zich uit in het niets staren of een hand voor de ogen houden, zoals de man net, die mensen die ik dan vraag of 'Het wel gaat', kijken verrast op en zeggen betrapt Ja hoor, ik stond gewoon even. Fijn, zeggen we dan, en Fijne dag. De man die ik dat vijf minuten geleden vroeg keek stralend op uit zijn handen en vertelde dat hij wachtte tot de snackbar 10 meter verderop om half 12 openging. Volgens mijn horloge was het dat precies. Dus daar gaan mensen zitten als de brasserie en de bakker maandags gesloten zijn. En bij deze lantaarnpaal wachten ze dan met dichte ogen, afgesloten van de buitenwereld, tot het zover is.

7 september 2024

Detective

 Hoe meer ik toegeef dat het niet goed met mij gaat, hoe slechter ik me voel. Werk lukt eigenlijk niet, en dat ik op 1 dag de verzuimconsulente hoor zeggen dat er wel een tijd moet komen dat ik weer ga opbouwen, en de ergotherapeut die me te strak in de ogen kijkt als ze zegt dat er heus wel verbetering is, en de MRI de volgende dag waarbij de röntgenman nieuwsgierig is naar dat oog dat verdween, dat alles drukt mijn neus op de feiten dat het niet goed is. Dus heb ik mij ziek gemeld bij zowel de werkgever als leidinggevende van het tweede spoor. Schoorvoetend want dat ziekmelding is nu lastig. Bij wie moet dat en wat moet ik zeggen. Gelukkig zijn het fantastische vrouwen die goed reageren.

De verzuimconsulente vertelde opgewekt dat er na 15 maanden een arbeidsdeskundige aan komt zetten, die me gaat helpen met solliciteren, mocht ik niet naar mijn oude functie terug kunnen, en die me laat zien hoe ik een LinkedIn-pagina moet opzetten. Jippie! zei ik ietwat cynisch. En tegelijk dacht ik: laat maar, steek hier geen energie in. Dus dacht ik: waar kan ik nog meer energie winnen? en ik trok me terug uit de twee besturen waar ik in zit en (hopelijk tijdelijk) uit de Mamacash-club.

Energie loopt weg. Borne is niet goed voor me, met erg lieve maar superdrukke ouders. En als ik vrijdags weer thuis ben ga ik naar yoga. De longcovid-klas leek me wel een goeie. Gisteren was ik zo kapotmoe dat ik hyper was. Niet druk, maar alert en ad rem. Er helemaal bij. Tijdens de les vloog ik in en uit gronding. Ik krijg het maar niet voor elkaar om te doseren.

Het is gewoon een zoektocht. Misschien moet ik het maar zien als een detective. Vroeger wilde ik schrijver en detective worden. Laat ik alvast eens nadenken over een titel.

Baars en het geschudde brein; De hersenloze winter (dat is dan deel 1); Sloop & de gedachte, Het spel van lob en kwab; De kronkels van Baars; Spinsels in de leunstoel; Herfst onder water; Blur-die-blur. 

24 augustus 2024

Het verwarde podium

 Een mens schijnt 17 gedachten tegelijkertijd te hebben. De ene gedachte staat normaal gesproken op het podium en de andere 16 staan verspreid en wat meer richting de coulissen. Maar soms verdringen ze elkaar op dat podium en dan weet ik niet wat te zeggen, ik kan ze dan ook niet meer goed horen of onderscheiden.

Soms vertelt iemand mij iets wat weer méér gedachten oproept en daarmee staat het podium zo bomvol dat mijn oren gaan suizen. Ik laat het doek dan snel zakken, wuif met mijn hand als een slap applaus, en verlaat de zaal. Mijn hoofd zit vol, zeg ik dan, het is genoeg. 

Dit volle podium, met zich om elkaar verdringende gedachten en geluiden, maakt niet alleen moe maar soms ook wat wanhopig. Het podium stroomt vooral vol als iemand mij iets nieuws wil vertellen dat ik unbedingt wil opslaan. Ik moet iets leren, ik moet werken, ik moet inzichten opdoen en daar conclusies en gevolgen uit trekken. En dat gaat niet. Het lijkt zelfs wel alsof het steeds minder gaat.

Dus ik krijg dinsdag een MRI. Niet dat er iets te zien zal zijn, verwacht de neuroloog, want mijn reflexen zijn wederom goed. Maar het duurt te lang. Ik wil zo graag dat de gedachten zich weer fatsoenlijk gedragen en pas opkomen waar dat in het toneelstuk hoort. Gewoon, volgens script. Nu jij, dan jij en daarna maken we een buiging omdat er weer een klus geklaard is. Want ik merk het verwarde podium vooral als ik werk. En ik realiseer me heus wel dat ik me er maar eens bij neer moet gaan leggen dat 'volgens script' een andere betekenis gaat krijgen.

Voorheen was het met die 17+ gedachten vooral heel gezellig. Ieder kende haar plek en kwam pas naar voren als ik erom vroeg of als zich de gelegenheid voordeed. Er heerste een ordelijkheid, en een vertrouwde chaos en de zekerheid dat ik eruit kon pikken wat ik nodig had, en de openheid van improv dat een ver weg opgeslagen idee zich blij naar voren mocht wurmen. Als dat waar ik zo van kan genieten niet meer vanzelfsprekend is, dan moet ik het script gewoon herschrijven.