De meeste mensen die stilstaan op straat, een stoep, een plein, en die voor zich uit in het niets staren of een hand voor de ogen houden, zoals de man net, die mensen die ik dan vraag of 'Het wel gaat', kijken verrast op en zeggen betrapt Ja hoor, ik stond gewoon even. Fijn, zeggen we dan, en Fijne dag. De man die ik dat vijf minuten geleden vroeg keek stralend op uit zijn handen en vertelde dat hij wachtte tot de snackbar 10 meter verderop om half 12 openging. Volgens mijn horloge was het dat precies. Dus daar gaan mensen zitten als de brasserie en de bakker maandags gesloten zijn. En bij deze lantaarnpaal wachten ze dan met dichte ogen, afgesloten van de buitenwereld, tot het zover is.
9 september 2024
7 september 2024
Detective
Hoe meer ik toegeef dat het niet goed met mij gaat, hoe slechter ik me voel. Werk lukt eigenlijk niet, en dat ik op 1 dag de verzuimconsulente hoor zeggen dat er wel een tijd moet komen dat ik weer ga opbouwen, en de ergotherapeut die me te strak in de ogen kijkt als ze zegt dat er heus wel verbetering is, en de MRI de volgende dag waarbij de röntgenman nieuwsgierig is naar dat oog dat verdween, dat alles drukt mijn neus op de feiten dat het niet goed is. Dus heb ik mij ziek gemeld bij zowel de werkgever als leidinggevende van het tweede spoor. Schoorvoetend want dat ziekmelding is nu lastig. Bij wie moet dat en wat moet ik zeggen. Gelukkig zijn het fantastische vrouwen die goed reageren.
De verzuimconsulente vertelde opgewekt dat er na 15 maanden een arbeidsdeskundige aan komt zetten, die me gaat helpen met solliciteren, mocht ik niet naar mijn oude functie terug kunnen, en die me laat zien hoe ik een LinkedIn-pagina moet opzetten. Jippie! zei ik ietwat cynisch. En tegelijk dacht ik: laat maar, steek hier geen energie in. Dus dacht ik: waar kan ik nog meer energie winnen? en ik trok me terug uit de twee besturen waar ik in zit en (hopelijk tijdelijk) uit de Mamacash-club.
Energie loopt weg. Borne is niet goed voor me, met erg lieve maar superdrukke ouders. En als ik vrijdags weer thuis ben ga ik naar yoga. De longcovid-klas leek me wel een goeie. Gisteren was ik zo kapotmoe dat ik hyper was. Niet druk, maar alert en ad rem. Er helemaal bij. Tijdens de les vloog ik in en uit gronding. Ik krijg het maar niet voor elkaar om te doseren.
Het is gewoon een zoektocht. Misschien moet ik het maar zien als een detective. Vroeger wilde ik schrijver en detective worden. Laat ik alvast eens nadenken over een titel.
Baars en het geschudde brein; De hersenloze winter (dat is dan deel 1); Sloop & de gedachte, Het spel van lob en kwab; De kronkels van Baars; Spinsels in de leunstoel; Herfst onder water; Blur-die-blur.
24 augustus 2024
Het verwarde podium
Een mens schijnt 17 gedachten tegelijkertijd te hebben. De ene gedachte staat normaal gesproken op het podium en de andere 16 staan verspreid en wat meer richting de coulissen. Maar soms verdringen ze elkaar op dat podium en dan weet ik niet wat te zeggen, ik kan ze dan ook niet meer goed horen of onderscheiden.
Soms vertelt iemand mij iets wat weer méér gedachten oproept en daarmee staat het podium zo bomvol dat mijn oren gaan suizen. Ik laat het doek dan snel zakken, wuif met mijn hand als een slap applaus, en verlaat de zaal. Mijn hoofd zit vol, zeg ik dan, het is genoeg.
Dit volle podium, met zich om elkaar verdringende gedachten en geluiden, maakt niet alleen moe maar soms ook wat wanhopig. Het podium stroomt vooral vol als iemand mij iets nieuws wil vertellen dat ik unbedingt wil opslaan. Ik moet iets leren, ik moet werken, ik moet inzichten opdoen en daar conclusies en gevolgen uit trekken. En dat gaat niet. Het lijkt zelfs wel alsof het steeds minder gaat.
Dus ik krijg dinsdag een MRI. Niet dat er iets te zien zal zijn, verwacht de neuroloog, want mijn reflexen zijn wederom goed. Maar het duurt te lang. Ik wil zo graag dat de gedachten zich weer fatsoenlijk gedragen en pas opkomen waar dat in het toneelstuk hoort. Gewoon, volgens script. Nu jij, dan jij en daarna maken we een buiging omdat er weer een klus geklaard is. Want ik merk het verwarde podium vooral als ik werk. En ik realiseer me heus wel dat ik me er maar eens bij neer moet gaan leggen dat 'volgens script' een andere betekenis gaat krijgen.
Voorheen was het met die 17+ gedachten vooral heel gezellig. Ieder kende haar plek en kwam pas naar voren als ik erom vroeg of als zich de gelegenheid voordeed. Er heerste een ordelijkheid, en een vertrouwde chaos en de zekerheid dat ik eruit kon pikken wat ik nodig had, en de openheid van improv dat een ver weg opgeslagen idee zich blij naar voren mocht wurmen. Als dat waar ik zo van kan genieten niet meer vanzelfsprekend is, dan moet ik het script gewoon herschrijven.
13 mei 2024
Ze ging er vandoor
Mijn oog ging er vandoor. Het zei: óf de schimmel eruit, óf ik eruit. Ik zei, heel dringend: Jij moet blijven! Maar wat ik ook deed, wie ik ook inschakelde, hoe hard ik werkte, de schimmel kreeg ik er niet uit. Het had zich schrap gezet, hield zich met alle draden vast aan de uiteinden van mijn hoornvlies, zwaaide sporen in het rond die groter waren dan de druppels die ik mijzelf elk uur toediende, en lachte de rechtstreekse injecties keihard uit. Tijdens de hoornvliestransplantatie hield het zich verborgen in de kieren van de randen en dat ging ongetwijfeld gepaard met veel binnenpret. En ondertussen stond mijn oog dit spel fronsend en met de armen over elkaar gade te slaan, en doofde het langzaam de laatste hoopvolle sprankjes licht.
Ik moest toezien hoe mijn oog na het zoveelste ultimatum de biezen pakte en vertrok, met medeneming van het hele schimmelse mycelium. Want het bleek dat de schimmel meer van mijn oog hield dan van mij. Het had niet uitgemaakt wat ik deed, met wie ik samenwerkte. Zo'n sterke liefde houd je niet tegen, ook niet als die eenzijdig is.
Waar ze nu zijn weet ik niet, of ze samen zijn en of mijn oog zich heeft overgegeven weet ik ook niet. Vast niet. Wie houdt nou van parasieten?
28 april 2024
De bouwmannen
We aten met de tegelzetter een oranje tompouce in de tuin, en dronken er een biertje bij zodat we toch een beetje een Koningsdag-gevoel hadden. Op zich gaat het leggen van de tegels voorspoedig, wel erg rustig, maar wel goed. Vervelender is dat de wc niet meer doorloopt.
De plek van de pot is vorige week naar acteren verplaatst waardoor een nieuwe afvoer nodig was, en die blijkt niet goed te functioneren. Maar dat is een klus voor maandag, als de aannemer met de installateur komt om de boel weer te verbreken. Hopelijk komt dan ook de kitter, zodat weer iemand anders de douche en kranen kan komen aansluiten. We hebben een hele stoet aan bouwmannen langs zien komen. Drie weken geleden kwam Harry twee dagen slopen, toen kwam Eikert drie dagen leidingen leggen, daarna kwam Gerrie drie dagen stucen, en toen zagen we één dag Rob en zijn maat, de timmerlui. Daarna kwam Sietze in zijn eentje tegels leggen. We hebben vier verschillende soorten en ook maten, want waarom simpel doen? En deze week hadden we drie keer een verstopte wc. Sinds gisteren weten we zeker dat het de afvoer is en nu gaan ze daar korte metten mee maken. Dus we hebben ook al twee keer een riolist uit Pekel over de vloer gehad. Gezellige man.
Ik hoop dan weg te zijn, in de trein en bus naar Borne te zitten met een loeizware rugzak. Dinsdag begin ik aan het Twentepad. Boekje mee, routes gedownload op de app, fikse powerbank en een rugzak vol kleren die geschikt zijn voor koele ochtenden van 11ºC en warme middagen van 24ºC. En dan natuurlijk teenslippers voor bij het 0% aankomstbiertje en nette kleren voor daarna in een restaurant. En dan nog weegt de rugzak minder dan 8 kilo, ik vind dat ik dat netjes doe.
Waar ik het meest tegenop zie is die vermoeidheid van mij, en dus vooral de donderdag als de route 26 kilometer lang is. Ik voel nu overdag het kantelpunt van die vermoeidheid, ik weet dat ik eraan moet toegeven en dat die dan vreemd genoeg ook wel weer verdwijnt. Ik weet ook dat die erger word als ik het negeer. Dus zo moeilijk is het niet, denk ik dan, ware het niet dat ik nooit zo alert ben op dat kantelpunt. Het gaat natuurlijk gewoon goed komen. Als ik maar arriveer, maakt mij niet uit hoe of hoe laat.
Er zijn twee dingen waar ik erg naar uitkijk: de hotels annex restaurants als eerste, en de nieuwe volledig voltooide badkamer bij thuiskomst zaterdag als tweede. Ik weet zeker dat ik die badkuip nooit meer uitkom.
26 april 2024
Open armen
Er is groen licht! Ik mag op een nette manier weg.
Ik schreef net over het boek Surrounded by idiots dat me veel heeft geleerd over de organisatie waar ik zo graag weg wil, en waar het maar niet wilde matchen. Hele leuke mensen, maar verschil in (onuitgesproken) ideeën en tempo en kernen. Dit is bovendien hun organisatie, niet de mijne. Maar wat een leerschool is dit weer geweest. Ik ga nu terug naar een plek waar ik eerder met heel veel plezier heb gewerkt, en dus erg naar uitkijk. Ja zelf geregeld, maar wat een feest om met open armen te worden ontvangen.
De tegelzetter is vandaag hopelijk voor het laatst aan het werk. En dan flink schoonmaken want Brigitte komt vanavond eten. Ik had gehoopt dit weekend de badkamer te kunnen schoonmaken en inrichten en gebruiken, maar dat is helaas een weekje te vroeg gejuicht. Als ik terugkom van het Twentepad, dan mag ik los.
Ook het boek van Margôt Ros heb ik vanochtend op mijn boekenblog gezet. Daarbij schreef ik dat ik te snel ben gegaan, te snel wil, en dat ik rap terug moet naar de basis, wat dat dan ook mag zijn. Mooi om op het Twentepad eens te overdenken. Alleen ligt daar nu wel erg veel om te doen en te overdenken, ik maak het weer te vol. Grapjas. Want als je loopt denk je op een gegeven moment helemaal nergens meer aan, zo werkt dat nou eenmaal, en dat zou maar zo nieuwe ruimte in mijn hoofd kunnen zijn. Wat ik natuurlijk met open armen zal ontvangen.
25 april 2024
Schuld
Ik geef het boek Hersenschorsing van Margôt Ros de schuld. Ik leefde mee met haar immense hersenschudding, en prees mijzelf vooral gelukkig dat ik het niet zo erg had. Gaandeweg realiseerde ik me dat ik meer herkende dat ik wilde. Ik ben al aan het rennen terwijl ik het liefst alleen nog maar kruip. Ik geef me niet over aan rust, ik sta nog steeds niet toe dat het allemaal niet lukt, ik stapel er elke twee weken een half uurtje werk bij en ik merk dat ik steeds minder doe, behalve aanwezig zijn.
Daar ben ik tegenwoordig erg goed in: een bureau bezetten en dat 'aanwezig zijn' noemen. Wat het werk naar maakt is de kwestie van de houdbaarheidsdatum. Ik ben er, maar ik doe niet meer mee. Dat merk ik in het feit dat iedereen een fruitmand krijgt bij een verkoudheid, maar ik niet bij een griep, of een hersenschudding. Of dat Marijke zegt: laten we Sjoerd een lief kaartje sturen voor zijn verjaardag want hij heeft een heftig jaar achter de rug. Of dat er geen mens zijn hoofd eens om de deur steekt en uit zichzelf vraagt hoe het gaat. Of dat er een collega is die op mijn vraag hoe het met hèm gaat zegt: dat deel ik niet meer met collega's. Of dat ik een opdracht krijg maar dat er na mijn concept geen reactie komt.
Andersom is al langer duidelijk: De werkplek heeft de houdbaarheidsdatum al in het najaar overschreden voor mij. Ik kon mijn plek niet vinden in de organisatie, en had ook steeds minder zin om daar mijn best voor te doen. Ik was al elders aan het rondkijken en solliciteren toen ik de laatste klap op mijn hoofd kreeg. En toen kon ik niet meer weg. Ik had niemand niks niet meer te bieden. En dat heb ik nog steeds niet, denkt mijn negatieve kant. Dat ligt aan de omgeving, zegt mijn positieve kant.
Sinds ik het boek van Ros las geef ik meer toe aan ongemak, aan verwarring, aan concentratiegebrek. Ik download wel oefeningen maar ik doe ze niet, bang om te falen. En bang om weer de competitiedrang met mijzelf niet te kunnen weerstaan. Wie leest nou drie romans per week? En houdt dat bij in allerlei excelbestanden? Waarom en waarom? Ik leer mijzelf nu dat ik niet per se 5 km per uur hoef te lopen. Dat ik me moet richten op aankomen en dat ik dan niet compleet kapot hoef te zijn.
De oogarts was degene die me zei: wat heeft u veel meegemaakt. Net wat ik nodig had nadat die dag weer een collega aan mij voorbij was gegaan. Verwarrend dat de oogarts het zei, en dat ze net iets anders bedoelde. Maar het was wel de zin die ik moest horen.
24 april 2024
Bepakking
Het hoofd doet nog steeds niet wat ik wil. Lezen gaat niet, elke vorm van concentratie ontbreekt. Vorige week heb ik niet één boek uitgelezen, en het gemiddelde van drie per week haal ik al helemaal niet meer.
Volgende week ga ik vijf dagen wandelen op het Twentepad. Erg veel zin in, maar het zijn voor mij pittige etappes (de langsten zijn 22 en 26 km) en ik hoop dat me dat met bepakking gaat lukken. Ik loop nu wel bijna elke dag 5-8 km, om te oefenen, en vanmiddag ga ik voor de 5 km met volle bepakking. Tenminste, als het niet regent.
Ik heb langs de route hotels met goede restaurants geboekt, dus wat uitrusten betreft zit ik helemaal prima. En het wordt volgende week ook nog beter weer dan nu, wat wil ik nog meer? Ik verheug me er al wekenlang op. En toch is de echte zin in de afgelopen dagen weggezakt.
Gisteren liep ik 8 kilometers, ik droeg mijn nieuwe lichte wandelbroek en dat was met 11ºC zeker in het begin behoorlijk koud. Daarna viel ik thuis op de bank in slaap, werd wakker om te eten, en sliep daarna verder. Mijn rug en spieren doen zeer, wat raar is want ik wandel toch best een aantal kilometers per week.
Maandag zei de oogarts dat alles goed was met mijn linkeroog en rechterholte, dat er wat beschadigingen op de prothese zaten en verder zag alles er prima uit. Ze adviseerde me om, als ik weer een lens wil, een afspraak te maken met de oculist in het UMCG. Allemaal goed nieuws. Maar ze begon de afspraak met een blik op mijn dossier, zei "Wat heeft u veel meegemaakt", en ik merkte dat iets onbekends in mij die woorden wilde vastgrijpen, wat ik snel opzij duwde omdat het me in verwarring bracht. Het laatste ingrijpende wat ik heb meegemaakt zijn deze drie hoofdklappen in twee jaar tijd, en dat herstel is nog steeds heftig en verwarrend en niet klaar, en dit is het even waar het nu bij mij om gaat. Maar dat is blijkbaar niet zo. Haar woorden raakten me omdat ik het verdwijnen van mijn oog er ineens bij optelde.
Ik wist me geen andere houding te geven dan de hoofdtoestand te melden en te vragen of ze het felle licht in mijn oog wat kon dimmen. Even zakelijk blijven, anders word ik in een groot gat gezogen en verdwijn ik, achter mijn oog aan.
Daarna heb ik gefrustreerd wandelbroeken gepast bij de Bever, en slaagde ik wonderwel met armenvol bij de Decathlon, en voor de powerbank van mijn voorkeur bij de MediaMarkt. Vol, voller, volst, en thuis aten we pizza.
Werk lukt overigens niet. Geen concentratie. Als ik een half uur met een collega praat is dat te veel. Dan schreeuwt mijn hoofd om rust en vinden er interne gesprekken plaats als: Zal ik nu al zeggen dat het genoeg is? Laat ik haar nog haar zin afmaken, of sta ik keihard op en loop ik weg?
Het is tijdens mijn wandelweek geen nieuwe maan, wat ik jammer vind. Nieuwe ideeën bedenken en zaaien zou zo mooi passen bij deze tocht. Dinsdag is het wel Walpurgisnacht. Ook een mooi moment om in het oeroude Twente te zijn. Als Freya en Wodan winterdemonen kunnen verjagen, wie ben ik dan om dat niet ook te doen?