Posts tonen met het label Groningen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Groningen. Alle posts tonen

20 januari 2025

Het einde van een tijdperk

 Ik hoorde het van Sita, die had het van Marcella die het hoorde van Cora en die, geloof ik, had het van Mirjam maar dat weet ik niet zeker. Het was een hersenbloeding of een hartaanval, we wisten het niet. En daarna begonnen de apps als een gek te ratelen, vanuit Zeeland en Amsterdam, vergezeld van artikelen van OOG en het Dagblad. De schok maakte een slag in de rondte en kwam neer met een geweld van jewelste.

Het einde van een tijdperk. En het eind van afgezeken worden als hij mij zag.

Een heleboel anderen uit de kroeg zijn er al niet meer. Ik appte aan een paar mensen dat het misschien gewoon logisch was dat de kroegbaas zich bij de stamgasten voegde die al in de Hemelse Souffleur aan de bar zitten en als vanouds verwachtingsvol over hun schouder kijken, elke keer dat de deur opengegooid wordt.

15 oktober 2022

Snelwandelen


Het is nu een jaar geleden dat we van Hardenberg naar Ommen liepen over het Pieterpad. Op de saaie lange boslaan struikelde ik. We liepen belachelijk snel, iets van 6 km per uur, opgejaagd door de colonne mensen die samen met ons op ongeveer hetzelfde tijdstip Hardenberg verlieten. We waren niet de enigen die zich probeerden los te weken: het viertje met de grote rugzakken liet zich vrolijk kletsend afzakken en inhalen door iedereen, een setje ouderen banjerde nog harder over de bospaden dan wij, een ander setje ouderen schoot meteen op de eerste de beste picknicktafel af om uit te rusten van het eerste uurtje, en twee blije dames, ook zussen, liepen harder dan we dachten en waren lastiger in te halen dan het leek. Maar ook dat lukte.

En toen struikelde ik dus over een boomstronk, maaide met mijn armen om de balans te hervinden en stapte schuin op een tweede boomstronk waardoor ik voorover klapte, en op mijn neus en voorhoofd neerkwam. Mijn armen waren nog druk met het opvangen van de eerste valpartij.

Misselijkheid voelde ik, en warm bloed dat stroomde bovenuit en onderuit mijn neus. Te misselijk om iets te zeggen of om te bewegen. Ik wist zeker dat mijn neus gebroken was en dat mijn kunstoog naar achteren geschoten was. Ik kon beter blijven liggen voor altijd en altijd.

Nathalie hielp me. Met vragen en handen, tot ik half overeind zat en het fietspad onderbloedde. De twee zussen waren inmiddels weer bij ons, en hielpen door 112 te bellen, natte zakdoekjes te geven, vieze zakdoekjes te verzamelen in hun afvalzakje en door boze fietsers te waarschuwen dat ze van het fietspad moesten. Ik kon prima de vragen beantwoorden die 112 aan de grootste zus stelde, en binnen 10 minuten stond er een ambulance midden in het bos. Ik werd opgelapt, verzekerd dat mijn neus en oog recht stonden en ik kreeg paracetamol om weg te zuigen. Nathalie stelde voorbijgangers gerust. En met een zwaluwstaartje op mijn neusbrug stapten we weer vrolijk verder. We waren immers nog maar halverwege. 

De twee uur die volgden voelde ik me prima. Tot we bij het restaurant in Ommen aankwamen en een broodje namen. Ik gaf toe aan de vermoeidheid en schrok van de twee paarse strepen onder mijn ogen. Het viertje met de zware rugzakken zeeg neer aan het tafeltje naast ons en ik vertelde voor de eerste keer de gebeurtenis als een verhaal. Toen pas kon ik me er toe zetten om de autosleutel aan Nathalie te geven en te bekennen dat ik me niet fit genoeg voelde om terug te rijden naar Groningen. 

Mijn neus heeft wel degelijk een bochtje dat er eerder niet zat.



28 juli 2020

Uitgang

Op zondagmiddag om 13.25 uur ging ik met Lydia naar een film over een Deense man die een Deens vrouw wil zijn waar zijn jongste dochter dan moeite mee heeft. Het trok me niks maar ik had me in geen enkele film verdiept en Lydia zou het wel weten.
Voor het eerste zette ik mijn fiets vooraan in de fietsenkelder en reed niet door tot de plek voor brede fietsen waar ook de binnendeur naar het Forum is, die er bovendien toch afgesloten uit zag.
Ik wilde per se bij de uitgang naar binnen en wachtte tot mensen naar buiten kwamen zodat ik tussen de schuifdeuren kon glippen. Zoiets voelt altijd als wachten tot je kunt inspringen terwijl twee meisjes het grote springtouw draaiend houden.

Op het kaartje stond Rabo Zaal 1e verdieping west.
Ik pompte gel op mijn handen en nam de roltrap naar de eerste waar ik zocht naar verdere aanwijzingen. Want hoe kom je op de 1e van Oost naar West? Niet.
Ik nam de roltrap naar beneden. Bij de officiële ingang stonden mensen binnen koorden te wachten tot ze gecontroleerd werden. Ik voelde me niet schuldig dat ik dit had vermeden toen ik hoorde dat de geijkte vragen werden gesteld. Plus ik had mijn handen ontsmet.
Boven de brasserie in de hoek zag ik een tv scherm melden dat daar de trap naar de Rabo Zaal was. Helemaal niet moeilijk te vinden als je heel toevallig in die ene hoek kijkt waar niets te doen is en waar ik normaal gesproken niet kijk. Het rook er lekker, op de 1e verdieping West, de controleur vertelde dat het bamboehout is, en dat het nog zo nieuw ruikt omdat daar weinig mensen komen. Het wordt gebruikt als foyer bij besloten recepties, dat soort zaken. Hij probeerde de deur naar de bar te openen om me dat te laten zien, ik was nieuwsgierig, maar zijn pasje stond dat niet toe. Daarom duwden we onze neuzen tegen het bamboe en keken tussen de deurspleten door naar een mooie bar met uitzicht over de Nieuwe Markt.
Toen plingde de lift en stoof een verhitte Lydia de gang op. Via de vijfde verdieping West had ze nog even gezocht op de eerste verdieping Oost en ik wilde wel vragen hoe ze in een lift op West kwam, maar eigenlijk was ik vooral heel blij dat ik die dag recalcitrant genoeg was geweest om door de Uitgang naar binnen te gaan en adviezen van welwillende medewerkers had vermeden.
De film was mooi, de jongste dochter speelde grandioos en als fijne verrassing zagen we Hadewich Minis op Mallorca Lang zal ze leven zingen. We verlieten het Forum door de Uitgang.



21 juli 2020

Fles

'We komen er ineens achter dat de fles leeg is,' zeg ik tegen de serveerster. Zo grappig is het niet, maar iedereen aan tafel lacht. We zijn begonnen met drankjes als Negroni, dat ik na het lezen van Ilja Pfeijffer altijd al eens wilde proberen, en Aperol Spritz. Als we niet naar Italië kunnen dan halen we Italië wel naar Groningen.
Voor het eerst in de acht jaar dat ik in het bestuur van de kunstruimte zit gaan we samen uit eten. We doen het altijd rustig aan met de centen, gooien niets overboord, en dan nog weet een commissie heel zeker dat we wel met minder geld toe kunnen.
De directie houdt het al dertig jaar vol om talent te scouten en te scoren, ze hebben landelijk en internationaal een geweldige reputatie, trekken altijd weer jong publiek, en toch bedacht die commissie dat we het allemaal niet meer kunnen bijbenen, dat we paradoxaal genoeg te veel activiteiten ontplooien, en dat het wellicht tijd is om jongere initiatieven een kans te geven.
Welk jonger initiatief, vragen wij ons dan af.
De mammoet die al jaren niets produceert omdat er al jaren geen pit meer in zit, maar sinds kort zelfstandig is en daarom als 'jonge instelling' geldt en een smak duiten mee krijgt? Of het jongere initiatief dat in pop-ups werkt, door We the North is omarmd als het enige dat echte sympathie verdient, en bij 'onze' directie met enige regelmaat om raad en steun aanklopt?
Of de club die volgens de commissie meer geld moet krijgen dan wij, om helemaal niks te doen behalve zichzelf en de panden die ze in beheer hebben in stand te houden?
Ik ken weinig mensen die zich met zoveel vuur wijden aan het tentoonstellen van werk van jonge kunstenaars. We zijn weliswaar geen jong initiatief, maar trekken wel het jonge publiek en stellen wel werk van jonge talenten tentoon. En hoe onwerkelijk is het dan dat we steeds hard moeten roepen om gezien te worden, in plaats van dat de directie overal waar ze hun gezicht laat zien onmiddellijk op een schild wordt gehesen?

We hadden het tijdens het etentje maar eens niet over hoe hard we hebben moeten werken om de wethouder een praatje te laten houden op de opening van de jubileumexpositie, hoe weinig vruchtbaar de 'nee we krijgen écht héle goede' persberichten zijn, hoe volhardend onze pogingen zijn om de gemeenteraad te laten zien wat we überhaupt doen en welke rol we spelen in het landschap.
Soms voelt het als trekken aan een dood paard dat in de woestijn ligt en waar we roepend omheen staan.
Dus vierden we alles wat er is en was en hopelijk nog heel lang zal zijn, en vonden we die ene extra fles, of twee, ons wel gegund.



10 juli 2020

Kapper

Hij begint tegenwoordig een uur eerder, die nieuwe kapper van mij, om aan alle vraag te kunnen voldoen. Hij noemt het 'overwerken', wat ik fijn vind omdat hij dus geen calvinist blijkt te zijn en ik heb ook helemaal niks met calvinisme. Je doet jezelf al genoeg naars aan als je niet uitkijkt.

Mijn jas druipt, ik leg de ongebruikte paraplu en een pakket met 10 mondkapjes die ik net nog even snel bij de Hema heb gescoord, bovenop de kapstok. Ik hoef geen mondkapje te dragen, hij doet het wel en denkt dat het voldoende bescherming biedt voor ons beiden. 
Tijdens het bijpraten en voorbereiden ('sorry nog even geen koffie en thee') drink ik zijn inrichting in, met de mooie oude kasten, de enorme tafel met prachtige lampen, het art decor glaswerk. In feite heeft hij een kapsalon midden in een bric-a-brac winkel. Zo zou mijn huis eruit moeten zien.
De eerste keer dat ik er was zeiden we na afloop tegen elkaar 'tot over een paar weken', waar hij aan toevoegde: 'als het tenminste bevalt' wat het deed maar ja, ik had nog genoeg haarknips en schuifjes en elastieken in huis om dat virus haarsgewijs het hoofd te kunnen bieden. 
Het voelt nu ook best wat vroeg om weer te gaan.

Enfin, waar het om gaat, en wat ik probeer te vertellen maar niet goed weet hoe, is het volgende: 
Zodra ik in die stoel ga zitten en het messing stoofje onder mijn voeten schuif, gebeurt er iets raars.
Ik voel me in één klap gegrond, vastgezogen, naar beneden geduwd. Zozeer zelfs dat ik er de eerste keer bijna van moest huilen.
Nu schrik ik er weer van, maar ik stop de tranen weg en slik alleen een paar keer van ontroering.
Peter praat gezellig door over het virus en voorzichtige feesten, voorzichtige vakanties naar Italië, over voorzichtig doen.
Ik denk aan dat ik moet terugpraten, dat ik moet genieten van deze bizarre ontroering, dat ik moet reageren op wat hij zegt en dat ik vooral moet vertellen hoe kort ik mijn haar wil hebben en dat ik dit gevoel moet zien vast te houden.
Dus ik laat de gronding zijn wat het is en doe verbaal wat ik kan, tot ik en de ontroering één geheel zijn.
Zouden meer mensen dat daar hebben?
Mijn vorige kapster was een hele leuke vrouw die na twintig jaar nog steeds mijn scheiding aan de verkeerde kant trok en me steevast föhnde alsof ik in een tijdschrift zou komen. Ach, ik verzamel ook maar wat informatie om dat fenomeen te verklaren.



26 juni 2020

Coronastilte

Ik mis de coronastilte.
Ik mis het dat ik niets hoef, dat ik me mag opsluiten en dat mensen me niet willen aanraken. Dat mis ik.
We dronken thee in mijn tuin, ik had een stretcher tussen ons in gezet, kussens erop, zodat we daar onze voeten op konden leggen en achterover leunend langzaam bijkletsten, fruit eten en cake en dan ineens een wijntje in de hand hebben.
's Avonds zat ik met drie anderen aan de waterkant, jullie moeten de groeten hebben van de middagvisite, wat zijn dat toch, groeten? en fietsten we in het holst van de nacht naar huis, blij met de man naast mij die zulke vreselijk slimme dingen zegt, en die geweldig lieve dingen zegt over mij, en die het geen enkel probleem vindt om diepe bewondering voor studenten uit te spreken.

Het is allemaal fijn. Zomers. Neigend naar vakantie, maar dat is mijn eigen schuld want ik heb een fantastische tuin en het is ook niet mijn schuld dat het dit wonderbaarlijke weer is (of deels wel omdat ik de aardkloot bewoon en niet stop met vlees eten).
De finnisage waar ik straks naartoe ga en de monoloog die ik vanavond voorlees zie ik nu als onvermijdelijke plicht. Het is me wat te veel want ik heb nog steeds niet het idee dat ik echt rust heb gekregen, dat ik goed naar mijn navel heb gestaard zoals ik dat toch oprecht van plan was te doen nadat ik klaar was met de opdracht voor de provincie.

We fietsten vannacht langs Pitcairn, het kleinste museum van Groningen waar onze avond-gastheer directeur van is. Je kunt het niet fysiek betreden, alleen voor het raam staren.
Dat zou ik wel willen.



6 februari 2017

Zusje van Rotterdam


Ik zag een film over Chinese moslims. Ik wist niet dat daar moslims waren. Dom, naïef? In ieder geval weer wat geleerd. Ik wist niet dat Columbus een stad vol architectuur was. Weer wat geleerd. 
Ik wist niet dat er zo weinig vrouwelijke regisseurs als 'de moeite waard' worden gezien om getoond te worden op een festival. 
Na zoveel jaren leer ik nog steeds bij.
Wij kregen bij één film een inleiding, ronduit het slechtste deel van de avond. Laat ik het nog maar eens zeggen: een inleiding moet gaan over de achtergrond van het verhaal of over het maakproces. En mag niet een recensie zijn.
Ook geleerd: de afwezigheid van een plot stoorde me mateloos in Arabia en interesseerde me niks in Futuro Perfecto. 
Ik heb lieve en leuke en slechte films gezien. En hou je vast: geen enkele verrassing. Nul.

Ik heb me supergoed vermaakt. Op naar het IFFRiG 2018


30 december 2014

De portal van Teun

Neefje Teun is mijn portal naar tijdreizen. Of niet hij, maar zijn toekomstige hij die ik steeds vaker zie opduiken.
In de zomer van 2013 hadden we net de tent opgezet op de camping bij Milaan, toen een paar Italiaanse jongens van een jaar of 19 vrolijk kletsend langs liepen. 
Ik staarde naar een van die jongens, kon mijn ogen niet van hem afhouden. En nee, dat was niet omdat het cougar-kwijl uit mijn mond liep, maar omdat ik daar mijn bloedeigen neefje van 12 zag lopen, maar dan als hij 19 is.
Ik zeg 19, ik weet niet waarom ik daar geen ander getal voor neem. Maar negentien nestelde zich in mijn hoofd en negentien zal daar blijven.
Teun is ondertussen 13, en hij mag nog niet in kroegen aan de bar hangen. Dus toen ik hem gisteravond toch zag zitten in de Kroeg van Klaas, en hoorde praten met de barman over games en nerven en nogzowatzaken in een taal die niet van mijn tijd is, wilde ik hem eerst vermanend toespreken.
Maar hij is echt 20, zei hij, en hij woont al 20 jaar in Groningen!
We hebben hem gemaand elders te gaan studeren, en gaven hem nog een biertje. Terwijl de Barman en de Huisschilder en mijn 20-jarige neef met elkaar spraken over DLC, seasons pass en meer van die futuristische termen die de 13-jarige ook beheerst, checkte ik of de ogen hetzelfde waren, en vroeg ik me af of Teun wel echt zo breed gaat lachen na zijn beugelperiode.
De zus vroeg vanochtend om een foto, heb ik niet gemaakt, wel overwogen. Ik denk niet dat een foto de portal had overleefd.


11 oktober 2014

Hergroeperen

Op de fiets belde ik met mijn moeder. 
Ik zei "Mam, alles gaat zo lekker en mijn leven is zo heerlijk! Als ik nu dood neer val dan is dat goed. Begrijp je dat?"
"Ja heel goed," zei mijn moeder en ik wist dat ze het ook echt begreep.
Daarna heb ik het eigenlijk nooit meer met iemand besproken want ik wist nu, we spreken zo rond de eeuwwisseling, dat er mensen bestonden die dit ook zo zagen.
Een maand geleden zat ik met een vriendin in de auto en omdat we in Leeuwarden waren geweest en via de toeristische route terugtuften naar Groningen, kwamen we te spreken over doodgaan. Dat ik daar geen probleem mee heb en dat het prima is als het gebeurt.
Zij schrok daarvan. Was ik suïcidaal?
Daar schrok ik weer van. Nee, natuurlijk niet.
Maar waarom dan?
Nou, gewoon, omdat doodgaan niet erg is. Wel de ziektes en andere nare situaties die er aan vooraf kunnen gaan, maar sterven zelf is een natuurlijk fenomeen. En dat vind ik prima.
We waren even stil.
"Ik zou het heel erg vinden voor mijn zoontje," zei ze, "Dat die zonder moeder moet opgroeien."
Ja dat leek mij ook akelig.
Wat later zat ik met een andere vriendin op een terras. Ze vertelde dat er 400 mensen bij de uitvaart van haar vader waren.
Ik probeerde het me voor te stellen maar dat ging niet. Ik zou al blij zijn als er 50 voor mij komen opdagen. En dan niet persoonlijk natuurlijk, want ik sta dan toch op het punt voor altijd te verdwijnen, maar blij voor mijn nabestaanden.
Voor nabestaanden is de dood anders, die moeten zich hergroeperen.
Ik had ooit drie katten. Eentje was een lobbes, eentje was een felle en eentje een parmantige. Toen de lobbes stierf werden de andere twee wat liever. Kwestie van herverdelen van eigenschappen.
Blijft nog één vraag over: Wie gaat welke eigenschappen overnemen na mijn dood?


3 september 2014

Plattelandseten

"Dus," zei hij bij thuiskomst, doodmoe van 13 dagen aaneengesloten werken en hevig verlangend naar een ontspannende aflevering van Dexter, "Jij wilt vanavond met mij uit eten?"
Arme Man. Ik heb het hem niet aangedaan.
Ik wil natuurlijk wel elke dag uit eten, maar ik had al een bak humkessoep uit de diepvries gehaald om 's avonds op te warmen. Humkessoep is geloof ik Twents en de Man is dankzij Balkenbrij huiverig voor alle gerechten waarvan ik zeg dat ze Twents zijn. Het schoot me er over de humkessoep ook al uit voor ik het in de gaten had. Ik kreeg een wantrouwige blik en een "toch niet óók van afval hè?" terug, omdat slachtafval ooit als basis diende voor de eerste balkenbrijen.
Toen ik nog in Twente woonde maakten mijn ouders iedere winter samen balkenbrij. Mijn moeder hield de pan stevig vast en mijn vader hing er boven met de boormachine waarop hij een forse haak gemonteerd had. Rondom het fornuis was alles wit van de bloem, inclusief mijn ouders die een half uur lang in dezelfde houding stonden. Lever, bouillon en bloem werden in de pan een grauwe, kleverige smurrie, die ondanks de grote hoeveelheid piment nergens naar rook. Ze schepten het in 10 schalen die ze in de kelder plaatsten of weggaven. Het water loopt me nu al weer in de mond.

Maar nee, in Humkessoep zit scharrelbig.
Het is soep van groene en witte bonen, een stuk vlees, ui, prei en aardappel. En niet gepureerd op het eind maar gewoon met lekker grove stukken, een beetje van mijn Mam en een beetje van Mijzelf.
Ik heb een foto gemaakt van het stilleven van ingrediënten, bij wijze van recept-notatie.

Ik maak wel vaker recepten naar aanleiding van foto's. Met Kerst waren we bij de schoonfamilie in Doesburg, waar een boek over hun stad op tafel lag. Ik bladerde wat door de herinneringen van andere mensen en las een stuk over de mosterdfabriek waar het stadje trots op is. Nu schijnt de huidige mosterdmaker dolgraag met pensioen te willen maar niet te kunnen omdat hij geen opvolger heeft, waardoor de fabriek met sluiting wordt bedreigd. Ik maakte met mijn telefoon foto's van het recept voor de typische mosterdsoep met echte Doesburgse mosterd, dat erbij stond, opdat ik de mosterdmaker niet zal vergeten.
Laatst heb ik het gemaakt, met heerlijke mosterd uit de Marne, want daar woon ik dichter bij. Niet dat ik op de fiets een potje kocht aan de fabrieksdeur, dat had oom Albert al voor me gedaan. En bovendien, als ik de weilanden in zou trekken om te foerageren vind ik eigenlijk dat ik dan ook het vlees van het abattoir en de melk bij de boer moet halen en ik heb geen goede melkfles of thermosfles om de melk in te laten tappen. Dat lijkt me toch het meest ideaal, ook voor de boer. Tenzij die wegens regulering van het een of ander een absoluut verbod heeft op verkoop aan de deur. Dat kan natuurlijk ook en is volgens mij niet eens zo vergezocht.
De Groningse mosterdsoep was heerlijk.
Ik zou nog wel eens uit eten willen op het Groningse platteland, waar ze op Groningse wijze plukken, slachten en tappen, ik noem daar een Piloersemaborg in Zuidhorn. Net iets te ver om te fietsen, maar dat moest ik maar niet aan oom Albert overlaten. Zeker niet vanwege de wijnen die ze daar zo graag schenken.
Er schijnt ook een Twentse wijnboer te zijn, bedenk ik. Eens kijken of ik een foto op internet kan vinden.





31 augustus 2014

Magisch uur

Vriendin S zit midden in nare familieomstandigheden en we smsen nu omdat ik haar niet wil storen voor het geval zij in het ziekenhuis is.
Donderdagmiddag stap ik zelf na een werkafspraak het ziekenhuis uit en check mijn mobiel op een bericht van haar, maar nee. De hele dag heb ik nog niets gehoord en dat baart me wel zorgen. "Hoop dat het goed met je gaat", whatsapp ik voordat ik op mijn fiets naar huis stap.

Het is vijf uur geweest, en dat, plus familieomstandigheden van iemand anders, plus einde werkdag, plus dat later (wat ik op moment van fietsen natuurlijk nog niet weet) een stuk van mijn kies afbreekt en ik een scheur in mijn lange leren jas trek, doen mij erg verlangen naar een glas wijn op een terrasje.
Ik fiets de Tuinstraat in en beloof mijzelf dat ik meteen ga plaatsnemen als de Smederij buiten een leeg tafeltje heeft staan. Maar dat heeft de Smederij niet.

Heel goed, hou ik mij voor, heel verstandig. Dat gedrink almaar, en dat Bourgondisch doen, daar moest ik maar een tijdje mee ophouden.
Toch denk ik met spijt aan de terraslege route die ik naar Helpman af te leggen heb.

Op het Schuitendiep fiets ik een stukje tegen het verkeer in naar de Poelebrug. Altijd als ik dat doe denk ik "eigen schuld, moeten ze het maar beter regelen voor fietsers", om mijzelf vrij te pleiten. En dan voel ik mij toch betrapt als ik luid mijn naam hoor roepen.
Daar zit Vriendin S met Haar Broer B op het rijtje terrassen. Aan de witte wijn.
We hebben niet lang want ze moeten zo weer terug naar het ziekenhuis, maar ik krijg wel even de kans om precies te doen wat ik mijzelf nog geen 10 minuten daarvoor beloofde: bijpraten met S en een wijn drinken op een terras.
Ik moest die magie vaker oproepen.
Voor vanavond lijkt het me bijvoorbeeld leuk om heerlijk uit eten te gaan met mijn man. Ik zeg het maar vast.

8 maart 2014

Fenominisme

We gingen naar een debat over vrouwen en seksualiteit. Twee van ons dachten dat het over de overgang zou gaan en waren in het begin lichtelijk teleurgesteld; twee van ons genoten zichtbaar, en alle vier van ons verheugden zich vrijwel meteen na aanvang op het drankje in de bar om eens goed en grondig na te kunnen praten.
In die bar schoven we aan bij vier van die anderen die net als wij meer hadden verwacht van dit panel, dat bestond uit vier landelijk bekende feministes. Het was niet zozeer dat ze geen goede dingen zeiden, het was meer dat ze zich door de zaal lieten verleiden op stupide details in te gaan en het af en toe helaas bij goede inzetten lieten.

Twee van de panelleden waren Sunny Bergman en Linda Duits. Daar was een fittie gaande, bleek al snel. Maar aangezien ik niet bekend ben met de Randstedelijke glitter & glamour wist ik dat niet.
Ze keken elkaar bij voorkeur niet aan en omdat iedereen het werk van Sunny kende en waardeerde, en omdat Linda als een Amerikaans meisje al haar zinnen als een vraag liet eindigen, was de zaal op Sunny’s hand.

Rumoer en gemompel als Linda weer wat zei. Geen gekke dingen, maar ja, ze viel Sunny af en die kon alleen maar zeggen: “Hoe kom je daar nu bij?” dus wij dachten ook maar dat Linda de docu’s van Sunny gewoon niet had begrepen.

Twee van de panelleden gaven zichzelf een typering die helemaal niet bleek te kloppen. “Ik zit hier heerlijk een halve man te zijn,” zei Asha ten Broeke, “en ik geniet ervan omdat dat mag.” Asha heeft een zachte stem, hoger dan die van een man, en ze heeft zichtbaar borsten. Dat lijkt mij typerend voor een hele vrouw, maar wie ben ik dat ik een broek en kort haar niet typisch mannelijk vind.
Myrthe Hilkens noemde zichzelf een chaotische gespreksleidster en bleef daarna scherp overal bovenop zitten. En gooide er een ijzersterke managementtruc in toen ze die oude zeur van een man vriendelijk vroeg of hij kon zeggen hoe ze/we/feministen het dan wél moesten doen.
Want o, die zaal, die was me er eentje!

De eerste rij werd in beslag genomen door mannen. Waarom? Ik had het willen vragen, maar dan zou ik buiten het onderwerp treden en dat leek me niet het doel van zo’n avond. Nou waren er een hele hoop 60-plussers die niet die scrupules hadden, en die hun zorgvuldig thuis voorbereide statement als vraag poneerden en verlangden dat het panel hen dankbaar was voor de 2e feministische golf en laten we het nu hebben over niet-witte niet-Europese (en niet-aanwezige) vrouwen. Bijvoorbeeld.
Of dat alles wat de dames op het podium zeiden “wetenschappelijke flauwekul” was; dat vrouwen uit moesten kijken niet de mannen achterna te gaan; dat het Star Wars T-shirt van Linda symbool stond voor oorlogsgevoelens, en vooral: dat het heel erg was om als kind op te groeien in een streng feministisch gezin tijdens de eerste wereldoorlog feministische golf.
We dronken in de bar een drankje of tig, en gooiden onze seksuele fantasieën op tafel. Want daar waren we ten slotte voor gekomen.


14 oktober 2013

Voor de hele familie


“Maar wat als Ward volgend jaar meedoet en hij houdt het niet vol?” vraagt mijn nichtje Anna als ik met haar naar de start van de 4 mijl dribbel.
Ik heb geen idee. Mijn hoofd staat naar hele andere dingen, zoals zo snel mogelijk bij de kledingwagen zien te komen om mijn en haar tas af te geven. Over de vaardigheden van mijn neefje van 5 kan ik me dit jaar nog niet druk maken.
Ik waai het beeld weg en spoor Anna aan een tikje sneller te dribbelen.

Bij de kledingwagen proppen we joggingbroeken en windjacks in onze tassen. We geven ze af en zoeken dan ons startvak op waar ik op mijn gemak wil kunnen rekken en strekken.
Allebei hebben we een luxueus 8000-nummer gekregen. Anna omdat ze vorig jaar de snelste tijd had van meisjes 13-18 jaar en daarom dit jaar was UITGENODIGD voor de 4 mijl, en ik omdat ik aan de clinics heb meegedaan. Ik ben echt blij met die clinics. Je leert veel, traint verstandig, krijgt een startbewijs en mag ook nog eens vooraan bij de recreanten starten.
Als er een hek opengaat omdat een eerdere groep mag starten, springen we met 1.000 man een stuk naar voren.
We rekken, strekken, dartelen heen en weer, en proberen elkaar de zenuwen uit het hoofd te praten door bekenden te begroeten en een vreemde man te vragen hoe het GPS horloge werkt dat Anna van mijn zus om haar pols gegespt heeft gekregen.
Er opent weer een hek en wij dribbelen weer opgetogen 200 meter verder richting start.

“Wat ken jij veel mensen!” zegt ze nadat ze zelf iemand van haar zwemteam heeft toe geroepen en vlak voor ze een klasgenote enthousiast schouderduwtjes geeft.
Dat is waar. We staan een beetje samen populair te zijn in ons vak, wat ik een fijne manier vind om de spanning in bedwang te houden.
Ik wijs Anna op een meisje uit mijn clinicgroep dat vorige week nog een tijd van 28 minuten neerzette.
“Haar moet je volgen,” zeg ik. “Zij weet hoe je een race op moet bouwen en als je dit jaar 26 minuten wilt lopen kun je haar na 4 kilometer gewoon voorbij lopen.”
Dat lijkt me verstandig tante-advies. Wij zijn geen familie van keuvelend meedoen voor de gezelligheid. Persoonlijke records willen we breken! Het verleden willen we verpletteren! En waar mogelijk onze oude zelven schaterlachend inhalen.

In het echte startvak aangekomen loopt Anna van me weg, naar voren. Ze hangt haar poncho aan het hek en zwaait nog even vrolijk achterom. Dan houdt zij, en ik en iedereen om ons heen, geconcentreerd de vinger klaar boven de startknop van mobiel en horloge.
Ik weet niet eens of er een fluit klinkt, een pistoolschot of hoorngeschal, ik weet alleen dat ik vanaf dat moment 37 minuten lang aan niets anders kan denken dan aan hoe heerlijk het is om hier in de zon te lopen, dat ik een trance-cadans heb gevonden en hoe ik voel dat ik eigenlijk nog veel harder kan maar dat nog even niet doe.

Anna evenaart nèt haar PR niet en keert zich per direct van het hardlopen af. Volgend jaar begeleidt ze haar kleine broertje wel tijdens zijn 4 mijl debuut, zegt ze in de bus terug.
“We zullen zien,” zeg ik, en geef haar de helft van mijn banaan.
We zullen zien.


2 juli 2013

High


Gisteravond werd ik van het ene op het andere moment overgenomen door de runnershigh.
Mijn lichaam was weg, mijn gloeiende hoofd, het zweet op mijn rug, mijn trekkende hamstrings en de vastgeplakte zenuw achter mijn linkerknie kon ik me niet meer herinneren.
Ineens was alles anders en wist ik dat hardlopen voor altijd mijn enige echte natuurlijke beweging is. Ik gleed er gewoon zoetjes in, in dat gevoel van eeuwigheid.

De inspanning van de afgelopen 13 trainingsrondjes gleed weg en ik zag niet langer op tegen de langste en zwaarste rondjes die nog moesten komen. Op het allerlaatste pad versnelde ik zelfs zonder enige moeite.

We zijn 5 nieuwelingen in een bestaande loopgroep waarin ook geharde triatleten zitten. Niveaubepaling is nog lastig dus houden we ons wat afzijdig in de verwachting dat óf acceptatie óf assimilatie vanzelf zal volgen.
Gisteren liepen mijn vriendin met de woeste krullen en ik de “Running the Stars“ training met een vrouw die vanaf de 4 mijl bij de groep was gekomen. Niet dat we veel praatten, maar we weten nu wel hoe ze heet. En dat wij sneller zijn.
Ik ben nog steeds zo high als wat.


10 juni 2013

Twee PR's


Ik dacht “Kip, ik heb je,” toen ik ingehaald werd door een vrouw met een fijn tempo. “Jij bent degene bij wie ik ga aanhaken en met wie ik samen over de streep zal komen.”
We waren 3 kilometer op weg, iedereen had zijn plek in de rij ingenomen en de eerste van de vier rondjes zat er op.
Ze droeg een blauw shirt, zag ik vanuit mijn ooghoeken, en had heel lang donker haar met hier en daar een grijze highlight.
Onze voeten sloegen in hetzelfde tempo op de weg, onze armen bewogen synchroon langs onze lichamen.
Mijn nieuwste beste vriendin en ik namen de 2 vrouwen voor ons als hazen.
Op 4,5 kilometer verloor ze wat tempo, ik liet me iets zakken zodat zij gemakkelijk weer kon aanhaken, en daarmee hadden we de grootste inzinking van de middag achter de rug.
“Zullen we dat gat dichtlopen?” vroeg ik haar na 6 kilometer toen onze hazen er vandoor gingen. Het was het eerste wat ik tegen haar zei. Zo gek, want we waren al een heel rondje een team.
Met haar glimlach kwamen we in gesprek.
“Hoe lang loop je al?”, en “Is dit de eerste keer dat je meedoet met de Ladies Run?”, werden door haar beantwoord zonder te hijgen.
Twee jaar geleden had ze haar laatste operatie gehad.
Ik wierp een blik op haar borsten, die er niet meer zaten.
Om de kans op osteoporose te verkleinen had de arts haar aangeraden na de chemo te gaan hardlopen, wat ze meteen had opgepakt en waar ze erg van was gaan houden.
Haar borstkanker was erfelijk, ze maakte zich zorgen om haar twee dochters. En ze moest bekennen, zei ze wat beschroomd, dat ze ook liep voor haar nichtje die vorige week was overleden aan dezelfde ziekte. Je weet maar nooit of ze iets aan die gedachte kon hebben, waar ze ook was.
“En jij?” vroeg ze, “Loop jij ook voor iemand?”
Ik keek naar het roze shirtje dat schitterend om mijn C cup spande.
“Ik hou gewoon van hardlopen,” zei ik. En ik besloot om voor mijn nieuwe beste vriendin onze beide PR’s aan diggelen te lopen.


7 juni 2013

Ladies Run


Had ik al verteld dat ik zondag mijn tweede 10 kilometer ooit ga lopen?
Ik word wat gehinderd door een blessure en een dreinende griep, maar ik zál 4 Ladies Run-rondjes lopen van de Grote Markt naar de Westerhaven, via het Zuiderdiep en de Brugstraat.
Het is de eerste grote Loop van de zomer, met als malle eigenschap dat alleen vrouwen mee mogen doen. Ik heb daar verder geen mening over.

Omdat ik na bijna een jaar hardlopen nog steeds snelheid mis, gaf ik me op voor de clinics (die ik training noem om vergissing met die jaren 80-vinding uit de Arie Selinger-volleybalwereld te voorkomen).

De eerste training viel me tegen. Qua sociaal gedrag dan. Van de Loopjes waar ik het afgelopen jaar aan mee heb gedaan ben ik gewend dat hardlopers erg sociale mensen zijn. In de kleedkamers praat je over het parcours, de temperatuur, de Loop van de maand ervoor en het nieuwste loopgadget. Gewoon, met willekeurige vreemden over je hobby kletsen.
De clinic-vrouwen praatten niet, behalve met hun eigen vriendinnen en dan ook nog eens over hun kinderen. Tijdens die eerste training kreeg ik op mijn vragen soms niet eens een antwoord, er was iemand die het uitlopen per se niet naast mij wilde doen en naar haar vriendinnen sprintte zodra ze de kans kreeg, en ik hoorde hoe de snelste vrouw uit de groep smalend ‘haantje’ genoemd werd.
Nee, dat beviel me niks. "Vrouwen zijn nare, rare wezens," riep ik thuis tegen de Huisschilder.

Plan: Ik zou alleen maar voor mijzelf gaan en me concentreren op mijn eigen benen tijdens de climaxloopjes, heuveltrainingen en hartslagsprintjes.
Natuurlijk lukte dat niet. Alsof ik mijn Twentse grapjes voor me kan houden! Ik kon mijzelf ook wel slaan om die eeuwige nieuwsgierigheid. “Hoe heet jij eigenlijk?” was een van mijn lievelingsvragen, naast “Doe je vaker mee aan Loopjes?”.
Ik was niet de enige. De vrouw met de pet kletste honderduit tegen iedereen, de vrouw met de kniekousen vertelde ook graag en het evenbeeld van Ireen Wüst kon er ook wat van. Als iemand haar bij kon houden tenminste.
De vrouw met de woeste krullen liep altijd naast me bij het in- en uitlopen, uiteraard nu voor eeuwig mijn nieuwe beste vriendin.

De katten vielen langzaam uit de boom, en voor ik het besefte was die onwennige vrouwengroep zomaar een leuke hardloopgroep geworden.
De laatste training begon en eindigde met belangstelling van anderen voor de blessure die ik vorige week had opgelopen, we dichtten tijdens het lopen gaten in de rij, moedigden hijgend iemand aan die het bijltje er 2 minuten voor het einde bij neer wilde gooien, legden elkaar de aanpassingen van de laatste Runkeeper-update uit en vergeleken tijden en dure GPS-horloges.
Gewoon, alsof we met trainingsgenoten over onze hobby kletsten.


5 mei 2013

Je peinst wat af als hardloper


Het is lang geleden dat ik op atelierbezoek ben geweest.
Dus stap ik deels uit schuldgevoel, deels uit plicht maar voor het grootste deel natuurlijk uit nieuwsgierigheid op zaterdagmiddag op de fiets en trap richting het voormalig Biologisch Centrum in Haren.
Daarbij doorkruis ik 3 van mijn hardlooproutes en kan ik alleen nog maar aan hardlopen denken.

Hier ga ik rechtdoor als ik maar 3 kilometer wil lopen. Hoeveel zou dat driehoekje door Essen nou echt bijdragen aan de tijd? Hoeveel hardlopers zouden er per dag door Essen lopen? Ik kom er altijd wel een paar tegen.
Zal ik volgende week weer eens door de Molenweg lopen? Dan ben ik al na 3,5 km bij het BC, een kilometer nadat het fatsoenlijke asfalt weer begint. Zo gek dat de dure huizen aan het begin van de Kerklaan hobbelige stoepen hebben. Overal opkomende boomwortels. Mag dat wel van de sjieke buurtvereniging?

Die weg inslaan betekent 9 kilometer.
Zal ik morgen ook met koud weer in korte broek gaan lopen? De 20 minuten naar het zuiden en dan weer 20 minuten terug geven me wel mooi binnen een maand hele bruine benen.
Eerst maar eens zien of het niet regent. Gek dat ik de regen en sneeuw nooit echt opmerk als ik loop. Het zal wel niet hard regenen, of is dat verhaal van trance echt waar?
Ik knik op de fiets naar een hardloper en zeg "hoi". Zo zielig om als fietser aan te geven "ik hoor bij jullie, hoor". Ik besluit de slip of the tongue te zien als compensatie voor de studentikozen die zich wat afzijdig houden van ons genootschap.

Op dit kruispunt wil ik toch weer eens na 15 minuten aankomen, in plaats van pas na 18. Dat is me ooit gelukt en dat wil ik weer!
En hier zeg ik altijd in gedachten tegen fietsende tegenliggers: “Ja ik loop aan de linkerkant ja. Hoezo weet je dat niet? Heb je geen verkeersles gehad? Altijd aan de linkerkant lopen!” En ik zeg ook in gedachten: “Ja ik weet wel dat er een strook voor voetgangers is, maar daar loop ik alleen op als ik mijn enkels wil breken. Kijk toch hoe slecht dat er bij ligt.”
En dan ben ik weer in Groningen met het strakke fietspad, en merk ik dat ik vergeten ben om naar het atelier te fietsen.

21 januari 2013

Schrijver op het Hoogeland


Op de 60ste verjaardag van Marjan, die ze een jaar te laat vierde, sprak ik Dominic na lange tijd weer eens in persoon.
We hadden wel contact via Facebook en zijn blog over het Hoogeland, dat ik graag las, maar het was al weer even geleden dat we elkaar ook echt de hand konden schudden.
De feestelijk aangeklede blokhut dampte zo van de swingende toneelspelers en de vrolijke gesprekken dat even bijkletsen buiten moest gebeuren.
We spraken over zijn gezondheid en de wijn, maakten alvast een afspraak voor ‘binnenkort in Mulder’ en kregen het toen over ons werk.
Dat werk en functies zo gebonden zijn aan identiteit realiseerde ik mij pas toen ik door een bestuursfunctie ineens overspoeld werd met LinkedIn verzoeken van totaal onbekenden, wat ik niet fijn vind.
Dominic vertelde dat hij het miste om niet meer een duidelijke functie in een organisatie te hebben.
“Het is veel gemakkelijker om naar pak ‘m beet Hilversum te bellen als directeur van een lokale omroep, of als artistiek leider van een theatergezelschap. Al was het alleen maar omdat dan meteen duidelijk is hoe ze je kunnen plaatsen en wat je waarschijnlijk van ze wilt. Als freelance schrijver en theatermaker ben je één van de velen.”

Het duurde nog een jaar voor we elkaar weer troffen. Inmiddels had hij met de webschrijvers een mooie hit te pakken in amateurschrijvend Groningen.
De ideeën vlogen hem aan, leek het. En tijdens het wijntje in Mulder dat we nu dan eindelijk echt dronken vertelde hij daar graag over.
Trots op nieuwe plannen, trots op zijn initiatieven en op lopende producties nodigde hij me uit voor Verdwaald Verlangen. Ik zag een besloten voorstelling in Stad en was diep onder de indruk.
Niet alleen van spel, muziek en tekst, maar vooral van de geest die zoiets prachtigs wist te creëren.
Ik was blij dat hij schrijver en theatermaker was. Zoals hij zijn er niet veel.


De foto is van Dominic's website en genomen vorig jaar winter.


8 juli 2012

Subtiele kunst


Voor we weggingen had ik een vest in mijn tasje gestopt, bovenop mijn boek.
Ik neem graag boeken mee, want je weet maar nooit wanneer ik niets te kijken heb of wanneer ergens geen internet is zodat ik niets te kijken heb op mijn telefoon.

Gisteren gingen we kunst kijken.
Studenten kunstacademie studeerden af en lieten hun examenwerk zien op een aantal locaties in Stad. Lekker losjes verdeeld in en rond het centrum. Fietsbaar, toegankelijk en genoeg uitpufcafés langs de route.
Het zou een festival kunnen zijn als de productie beter was geregeld en niet over tig mensen verdeeld, maar blijkbaar werkt dat niet zo in een onderwijssysteem.

Binnen liepen docenten feliciterend rond en stelden vragen als “Wat ga je nu doen?”
Een student antwoordde: “Een baantje zoeken zodat ik verder kan met mijn werk.”
Dat vond ik een mooiere zin dan ik tot dusver in mijn boek was tegen gekomen.


5 juni 2012

Potlood


Hardlopend door Helpman kwam ik gisterochtend langs de bushalte waar ik 20 jaar geleden eens in de stromende regen op de bus naar het centrum wachtte. 
Het was toen ook zomer, ook koud en nat en het zag ernaar uit dat de bus nog wel even op zich liet wachten.
Ik kroop knus in een abri-hoekje met mijn boekje “Wat willen vrouwen eigenlijk?” waar ik volledig in opging. Ik wilde dat ik het lef had om in dit onderzoek te strepen en te schrijven en uitroeptekens te plaatsen.
We spreken 1992 en ik was een brave.
Er stopte een auto op de busstrook. Een onbekende man opende het raam en bood me een lift aan naar de stad.
Ik bedankte vriendelijk en nogmaals “nee, echt niet”, en daarna stukken minder vriendelijk, voor ik een potlood uit mijn tas pakte, mijn boek op mijn knie legde en in alle rust op pagina 77 in de kantlijn schreef: “...in ieder geval niet opgepikt worden bij de bushalte”.
Toen ik op keek was de auto weg.
Ik streepte ook die ene overbodige e op pagina 76 door.