Posts tonen met het label Runkeeper. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Runkeeper. Alle posts tonen

7 juni 2013

Ladies Run


Had ik al verteld dat ik zondag mijn tweede 10 kilometer ooit ga lopen?
Ik word wat gehinderd door een blessure en een dreinende griep, maar ik zál 4 Ladies Run-rondjes lopen van de Grote Markt naar de Westerhaven, via het Zuiderdiep en de Brugstraat.
Het is de eerste grote Loop van de zomer, met als malle eigenschap dat alleen vrouwen mee mogen doen. Ik heb daar verder geen mening over.

Omdat ik na bijna een jaar hardlopen nog steeds snelheid mis, gaf ik me op voor de clinics (die ik training noem om vergissing met die jaren 80-vinding uit de Arie Selinger-volleybalwereld te voorkomen).

De eerste training viel me tegen. Qua sociaal gedrag dan. Van de Loopjes waar ik het afgelopen jaar aan mee heb gedaan ben ik gewend dat hardlopers erg sociale mensen zijn. In de kleedkamers praat je over het parcours, de temperatuur, de Loop van de maand ervoor en het nieuwste loopgadget. Gewoon, met willekeurige vreemden over je hobby kletsen.
De clinic-vrouwen praatten niet, behalve met hun eigen vriendinnen en dan ook nog eens over hun kinderen. Tijdens die eerste training kreeg ik op mijn vragen soms niet eens een antwoord, er was iemand die het uitlopen per se niet naast mij wilde doen en naar haar vriendinnen sprintte zodra ze de kans kreeg, en ik hoorde hoe de snelste vrouw uit de groep smalend ‘haantje’ genoemd werd.
Nee, dat beviel me niks. "Vrouwen zijn nare, rare wezens," riep ik thuis tegen de Huisschilder.

Plan: Ik zou alleen maar voor mijzelf gaan en me concentreren op mijn eigen benen tijdens de climaxloopjes, heuveltrainingen en hartslagsprintjes.
Natuurlijk lukte dat niet. Alsof ik mijn Twentse grapjes voor me kan houden! Ik kon mijzelf ook wel slaan om die eeuwige nieuwsgierigheid. “Hoe heet jij eigenlijk?” was een van mijn lievelingsvragen, naast “Doe je vaker mee aan Loopjes?”.
Ik was niet de enige. De vrouw met de pet kletste honderduit tegen iedereen, de vrouw met de kniekousen vertelde ook graag en het evenbeeld van Ireen Wüst kon er ook wat van. Als iemand haar bij kon houden tenminste.
De vrouw met de woeste krullen liep altijd naast me bij het in- en uitlopen, uiteraard nu voor eeuwig mijn nieuwe beste vriendin.

De katten vielen langzaam uit de boom, en voor ik het besefte was die onwennige vrouwengroep zomaar een leuke hardloopgroep geworden.
De laatste training begon en eindigde met belangstelling van anderen voor de blessure die ik vorige week had opgelopen, we dichtten tijdens het lopen gaten in de rij, moedigden hijgend iemand aan die het bijltje er 2 minuten voor het einde bij neer wilde gooien, legden elkaar de aanpassingen van de laatste Runkeeper-update uit en vergeleken tijden en dure GPS-horloges.
Gewoon, alsof we met trainingsgenoten over onze hobby kletsten.


17 november 2012

Ongrijpbaar genot en mooie woorden


Het hardlopen ging opvallend gevleugeld toen ik op een ochtend koos voor de korte verhalen van “Hollands Diep” in mijn oren, in plaats van de afgetrapte discomuziek waar ik het al een half jaar mee doe.
Bij thuiskomst ging ik meteen een stap verder: ik haalde de 5-minuten-melding uit de instellingen van mijn Coach Runkeeper.
Geen afleiding meer die me precies iedere 5 minuten vertelt dat het weer 5 minuten later is, hoeveel kilometer ik heb gelopen en in welk tempo. De afleiding die elk Hollands Diep-verhaal onnodig onderbrak.
Vanaf nu gaat het anders. Geen tijdmelding meer, geen muziek.
Ik loop alleen nog op mooie woorden.

Op de weblog van TonRozeman las ik over korte verhalen van the New Yorker, te beluisteren via podcast.
Ha, Podcast! Dat verschijnsel waar ik per ongeluk een app van heb, waar ik hoogstwaarschijnlijk kan vinden wat ik zoek, maar dat me tegelijkertijd akelig veel angst inboezemt vanwege Nieuw en Groot en Onoverzichtelijk. Weer een onbekende wereld om te ontdekken!
Mijn verzet duurde kort. Toch begin ik steeds meer begrip te krijgen voor hoe mijn vader zich moet voelen als ik hem telefonisch door een aanmelding op internet leid waarbij hij zo vaak mogelijk alles stijf vervloekt. Waar hou je je aan vast als alles steeds virtueler en ongrijpbaarder wordt?

Inmiddels ben ik geabonneerd op de Podcasts Boeken van de VPRO, op The New Yorker: Fiction en heb ik gisteren 5 kilometer lang geluisterd naar Sherlock Holmes die het geheim van The Naval Treaty voor mij ontrafelde.
Ik weet niet wat me meer opwindt: dat 2 genotvolle hobby’s nu zijn verenigd of dat ik dat toch helemaal zelf heb bedacht en voor elkaar gekregen.
Of dat ik dinsdag weer mag.
Of dat overgave aan Ongrijpbaar te mooi voor woorden is.

6 november 2012

De logistieke hardloper


Voor een beginner is het wat verwarrend, die losse logistiek rondom lopen, al kan dat ook aan mij liggen omdat ik dol ben op strak georganiseerde details.
In de afgelopen 4 weken heb ik, als nieuweling, aan 2 lopen meegedaan. De grootste vraag bleek te zijn: wat doe ik met mijn spullen?

De 4 mijl viel me erg zwaar. Lange lappen weg met rijen toeschouwers die en masse zwijgend toekeken. Bof-bof-slip op het wegdek, hier en daar een oorverdovend bandje en daar tussendoor, op prachtige afstanden van elkaar, luidkeels en enthousiaste “Hup Moniek!”-aanmoedigingen. Fans te midden van hele dikke stiltes. Verademend!
Ik liep mijn streeftijd (45 min.) met loodzware benen. Ik weet dus nu al dat ik volgend jaar weer een PR loop.

Mijn fiets had ik vooraf bij het beginpunt op de aangeraden plek gezet, die ver van de kleedwagens was verwijderd die weer ver van mijn hok met 8000-nummers stonden. Reminder voor volgend jaar: vertrek eerder van huis.
Na afloop op de Vismarkt volgde ik de stroom mensen naar mijn kleedwagen om mijn tas met warme spullen te halen, en daarna dezelfde stroom mensen om de bus terug naar Haren te nemen.
Het heeft iets geks om je ervaringen uit te wisselen met totaal onbekenden. Maar aangezien iedereen bijzonder tevreden is en nog bruist van energie is het een vrolijke bedoening, zeker als de buschauffeur de weg in Haren eigenlijk niet blijkt te kennen. Iets van een schoolreisje met een omgekeerd grapje.
De bus stopte ver van het beginpunt waar mijn fiets stond. Reminder voor volgend jaar: zet je fiets alleen op de door de organisatie aangeraden plek als je héél lang en über-goed wilt uitlopen.

De Plantsoenloop afgelopen zaterdag was een feestje. Minder kilometers dan de 4 mijl, en toch een serieuze loop vanwege de steile heuvels.
Mijn Runkeeper meldde om de 5 minuten dat ik in een ongekend rustig tempo liep wat ik heel niet erg vond gezien de modder, de ongeleide kinderprojectielen en de niet kinderachtige afdalingen van 15%. Ik liep de 4 km in 27 minuten (streeftijd 30 min.) dus zo’n drama bleek dat rustige tempo nou ook weer niet te zijn.

Opvallend vind ik toch wat het lopen tussen andere mensen met mij doet. Als ik in mijn eentje wat rondjes door de buurt huppel en ik ben moe na 10 minuten, dan wandel ik een minuutje. Het voelt als spijbelen, ik doe het toch.
In zo’n loop werkt dat blijkbaar anders.
Bij de eerste doorkomst in het Noorderplantsoen zei Runkeeper dat ik 14 minuten onderweg was.
Ik schreeuwde (inwendig natuurlijk) “O NEE! Nu moet ik nóg een rondje! Maar ik kán niet meer!”, liet vervolgens die gedachte los en rende gewoon verder.
Na nog eens 500 meter rende mijn clinic-loopmaatje bij me weg en kwam mijn nieuwe vriendin Endorfine naast me lopen. Ik had het eerst niet in de gaten, tot ergens hoog in mijn borst een groot gevoel kwam zitten dat 1 kilometer verderop bijna barstte. Het is verrukkelijk. Meer zeg ik er niet van. Maar het kwam gratis en voor niks en het duurde 24 uur.

Mijn tas met regenkleding en handschoenen, droge schoenen en sokken, bananen en water wilde ik zaterdag niet toevertrouwen aan een onbewaakte kleedkamer. Mijn Cor kwam mee om op mijn tas te passen en om mij verkleumd en wel ook nog eens hard toe te juichen. Ik gunde het hem zó dat hij zich op de fiets terug naar huis net zo euforisch geëndorfineerd had kunnen voelen als ik!

Zaterdag 1 december ga ik hardlopen op Nienoord in Leek. Ik weet nog niet wat ik dan met mijn voor-en-achteraf-warmhoudend trainingsjack moet doen, of met mijn handschoenen, autosleutel en banaan.
Wat doen andere hardlopers met hun spullen in de logistieke toestand van het lopen? Met hun fiets, hun jack, hun tas en, ook niet geheel onbelangrijk: wat doen zij bij thuiskomst met al hun medailles?