2 november 2026

Mug


 Het is 2 november, in de kamer is het nog koud, en in de wereld is het Allerzielen, als staartje van Samhain. Er zoemt een mug om mijn hoofd die ik af en toe wegwuif wat verspilde moeite is want hij komt terug, al moet hij daar een paar minuten voor wachten. Ik besluit mijn gesprek met de mug te staken, dat toch niet verder gaat dan 'Wat doe je hier nog het is wintertijd', en ook neem ik me voor om de mug met rust te laten, al gaat hij me dan steken. Laat hem maar steken, want dan is het in een keer klaar en kan ik ophouden met wuiven.

Het is best lastig om die automatismen met confrontaties op te merken, en te bedenken dat het nergens voor nodig is. Dat vergt een hele intense denkoefening die graag botst met mijn gedrag. Zo ben ik ook al een tijdje bezig om mensen op straat, tijdens een wandeling, niet te vermijden maar daar juist naartoe te lopen, omdat ik me afvraag waarom ik liever oversteek dan de confrontatie met een groepje jongeren (of ouderen) uit de weg te gaan. Eigenlijk niet alleen met groepen, maar met alle mensen, zelfs als ze alleen zijn en er doorsnee uit zien steek ik de straat wel over of maak een bocht. Dat wil ik niet meer, maar ik moet me wel eerst bewust zijn van de neiging, voor ik tegen mijzelf kan zeggen: ga daar nou eens lekker naartoe.

En omdat er nooit iets raars gebeurt, het me zelfs een shotje adrenaline bezorgt (hoe simpel kan het zijn), leeft nu weer de vraag waarom ik het nog niet automatisch doe. Waarom moet ik mijzelf er steeds weer aan herinneren om recht op het obstakel af te lopen?

Mijn zus noemt mij een thrillseeker wanneer ik juichend en schaterend door de Efteling loop. Ik zoek de shotjes in de Baron en in Joris en de Draak. Nu leer ik dat die kleine confrontaties, als ik me pardoes stort in trossen mensen op straat, me net zoveel opleveren. Hoezo steek ik over? Het is veel interessanter om te kijken wat er gebeurt als ik in een troep terechtkom. En naast al dit gemijmer over confrontaties zoeken en vermijden doet het me goed om te merken hoe fatsoenlijk mensen meestal zijn.

De mug hoor ik nu niet meer. Ik voel over een uurtje wel waar hij me heeft gestoken.