Het is lang geleden dat ik op atelierbezoek ben geweest.
Dus stap ik deels uit schuldgevoel, deels uit plicht maar voor het
grootste deel natuurlijk uit nieuwsgierigheid op zaterdagmiddag op de fiets en trap richting het
voormalig Biologisch Centrum in Haren.
Daarbij doorkruis ik 3 van mijn hardlooproutes en kan ik alleen nog maar aan hardlopen denken.
Hier ga ik rechtdoor als ik maar 3 kilometer wil lopen. Hoeveel
zou dat driehoekje door Essen nou echt bijdragen aan de tijd? Hoeveel hardlopers zouden er per dag door Essen lopen? Ik kom er altijd wel een paar tegen.
Zal ik volgende week weer eens door de Molenweg lopen? Dan
ben ik al na 3,5 km bij het BC, een kilometer nadat het fatsoenlijke asfalt weer begint. Zo
gek dat de dure huizen aan het begin van de Kerklaan hobbelige
stoepen hebben. Overal opkomende boomwortels. Mag dat wel van de sjieke buurtvereniging?
Die weg inslaan betekent 9 kilometer.
Zal ik morgen ook met koud weer in korte broek gaan
lopen? De 20 minuten naar het zuiden en dan weer 20 minuten terug geven me wel mooi
binnen een maand hele bruine benen.
Eerst maar eens zien of het niet regent. Gek dat ik de regen en sneeuw nooit echt opmerk als ik
loop. Het zal wel niet hard regenen, of is dat verhaal van trance echt waar?
Ik knik op de fiets naar een hardloper en zeg "hoi". Zo zielig om als fietser aan te geven "ik hoor bij jullie, hoor". Ik besluit de slip of the tongue te zien als compensatie voor de studentikozen die zich wat afzijdig houden van ons genootschap.
En hier zeg ik altijd in gedachten tegen fietsende
tegenliggers: “Ja ik loop aan de linkerkant ja. Hoezo weet je dat niet? Heb je
geen verkeersles gehad? Altijd aan de linkerkant lopen!” En ik zeg ook in
gedachten: “Ja ik weet wel dat er een strook voor voetgangers is, maar daar
loop ik alleen op als ik mijn enkels wil breken. Kijk toch hoe slecht dat er
bij ligt.”
En dan ben ik weer in Groningen met het strakke fietspad,
en merk ik dat ik vergeten ben om naar het atelier te fietsen.



