Posts tonen met het label hardlopen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label hardlopen. Alle posts tonen

15 november 2015

Flog op de blog

Op onze gezamenlijke weg naar herstel deed de Zus vandaag zonder mij mee aan de eerste Stadsparkloop van het seizoen. Ik was er bij als toejuicher, ondanks het kutweer.
Er waren meer lopers op komen dagen dan ik had verwacht, want in Nijmegen organiseren ze vandaag ook een of ander loopje.



Supporters heb ik ook gezien. Mallerds.


Met de crew er achteraan


De Heren Verzorgers van de Thee zetten in alle rust hun tent op bij het doorgangspunt, tevens finish. Dat het afdak bij het schommelend verplaatsen tien liter water van zich afwierp in de schoot van een der heren, kon bij de anderen de pret niet drukken.
"Heb je het wel gefilmd?" vroegen ze mij, maar nee. Zo alert was ik niet dat ik dat had zien aankomen.


De eerste lopers hadden al de Zalige Lopersglimlach om hun lippen.
Ik was jaloers natuurlijk en moest mijzelf stevig tegenhouden om niet op rubberen laarzen en in regenpak linksaf te slaan voor een rustig duurloopje.


En daar kwam de Zus over de finish, haar eerste loopje na een blessureperiode van 3 jaar.
Zó stoer! Ik ben een trotse zus.


Thuis broeide ik na van de endorfine die anderen voor mij geregeld hadden.
Volgende maand ben ik er ook bij, wat een verrukkelijk vooruitzicht!



14 september 2014

Dat zullen we nog wel eens zien

Geen 4 mijl? GEEN 4 MIJL??!
Dat zullen we nog wel eens zien mevrouw de huisarts!
Op de afgesproken dag belde ik haar secretaresse voor de foto-uitslag.
Nou, niks aan de hand, geen fractuurtje te zien.
Ik werd pissig. Want hoezo geen fractuur? Waar komt die pijn dan vandaan?
Ik smeet de haak op mijn iPhone en pakte hem meteen weer op om het nummer van de fysiotherapeute te draaien. Maandagochtend kan ik er terecht. Daarna mailde ik Toon de Trainer: je kunt mij maandagavond op de atletiekbaan verwachten!

Op zijn aanraden heb ik vandaag al een klein rondje gelopen. 10x1 met warming up. Stelt niks voor natuurlijk, maar ik was erg blij om te merken dat ik de snelheid nog heb, en dat 10 km/u het logische tempo was.
Verder doen de spieren natuurlijk wat lastig, is de conditie niet meer zodanig dat ik het een uur volhoud en kan ik nu even niet meer zo goed staan op mijn voet.
Dus ik denk dat het wel mee gaat vallen.
Geen PR, dat zou stom zijn. Maar uitlopen gaat lukken.
"Geen 4 mijl". Tsss.

23 maart 2014

Monnikenloop

“Viel het mee?” vroegen ze na afloop in het café.
“Ja!” riep we alle drie.
Het was afzien en zwaar en het motregende, maar eigenlijk viel het mee.
We renden over strand, door mul zand en beklommen helling nummer zoveel richting de vuurtoren. En net toen ik bijna bovenop de duintop was en dacht: hè foei, wat een beklimming, zag ik dat het pad steil naar beneden liep om weer even steil omhoog te gaan.
Het was zwaar maar heerlijk en gaf de kick van een achtbaan. En net als vorige week merkte ik na 40 minuten dat ik eigenlijk veel harder kon.
Marjolein was al uit het zicht, Melanie liet zich zakken en ik versnelde de laatste 3 kilometer.
We waren natuurlijk van alle kanten gewaarschuwd voor het heuvelachtige parcours. Misschien dat ik daarom voorzichtiger was begonnen dan nodig, dacht ik even. Maar nee, mijn vleugels krijg ik, nu al twee weken achter elkaar, pas na 40 minuten aangesnoerd. Ik leer er wel mee rennen.



22 maart 2014

Op 't Ailand

Je zou denken dat het stress is, maar het is pure opwinding.
Ik heb alles, ik wéét dat ik alles heb om vandaag op T’ailand te kunnen hardlopen.
Ik heb een douchetas met handdoek en douchespullen en vers ondergoed.
Ik heb mijn loopkleren in een kleine sporttas, bovenop de nieuwe schoenen zodat ze elkaar wat kunnen bijpraten. Ernaast geschoven zit de envelop met startbewijs, en bus- en boottickets.
Ik heb een mini nylon rugzakje met veiligheidsspelden en foerageerspullen: 2 flesjes, een bakje brood en een banaan. Ik heb er ook mijn telefoon-draagarmband in gedaan en ik wou echt heel graag dat iemand daar eens een fatsoenlijk en vooral ook logisch woord voor zou uitvinden.
Mijn lift staat over 45 minuten bij het station, de boot vertrekt over 2 uur.
Ik heb alvast een knip in mijn haar gedaan en papiergeld in mijn broekzak.
Ik moet alleen niet vergeten om vanavond een halfje bruin te kopen als ik terug ben.


14 oktober 2013

Voor de hele familie


“Maar wat als Ward volgend jaar meedoet en hij houdt het niet vol?” vraagt mijn nichtje Anna als ik met haar naar de start van de 4 mijl dribbel.
Ik heb geen idee. Mijn hoofd staat naar hele andere dingen, zoals zo snel mogelijk bij de kledingwagen zien te komen om mijn en haar tas af te geven. Over de vaardigheden van mijn neefje van 5 kan ik me dit jaar nog niet druk maken.
Ik waai het beeld weg en spoor Anna aan een tikje sneller te dribbelen.

Bij de kledingwagen proppen we joggingbroeken en windjacks in onze tassen. We geven ze af en zoeken dan ons startvak op waar ik op mijn gemak wil kunnen rekken en strekken.
Allebei hebben we een luxueus 8000-nummer gekregen. Anna omdat ze vorig jaar de snelste tijd had van meisjes 13-18 jaar en daarom dit jaar was UITGENODIGD voor de 4 mijl, en ik omdat ik aan de clinics heb meegedaan. Ik ben echt blij met die clinics. Je leert veel, traint verstandig, krijgt een startbewijs en mag ook nog eens vooraan bij de recreanten starten.
Als er een hek opengaat omdat een eerdere groep mag starten, springen we met 1.000 man een stuk naar voren.
We rekken, strekken, dartelen heen en weer, en proberen elkaar de zenuwen uit het hoofd te praten door bekenden te begroeten en een vreemde man te vragen hoe het GPS horloge werkt dat Anna van mijn zus om haar pols gegespt heeft gekregen.
Er opent weer een hek en wij dribbelen weer opgetogen 200 meter verder richting start.

“Wat ken jij veel mensen!” zegt ze nadat ze zelf iemand van haar zwemteam heeft toe geroepen en vlak voor ze een klasgenote enthousiast schouderduwtjes geeft.
Dat is waar. We staan een beetje samen populair te zijn in ons vak, wat ik een fijne manier vind om de spanning in bedwang te houden.
Ik wijs Anna op een meisje uit mijn clinicgroep dat vorige week nog een tijd van 28 minuten neerzette.
“Haar moet je volgen,” zeg ik. “Zij weet hoe je een race op moet bouwen en als je dit jaar 26 minuten wilt lopen kun je haar na 4 kilometer gewoon voorbij lopen.”
Dat lijkt me verstandig tante-advies. Wij zijn geen familie van keuvelend meedoen voor de gezelligheid. Persoonlijke records willen we breken! Het verleden willen we verpletteren! En waar mogelijk onze oude zelven schaterlachend inhalen.

In het echte startvak aangekomen loopt Anna van me weg, naar voren. Ze hangt haar poncho aan het hek en zwaait nog even vrolijk achterom. Dan houdt zij, en ik en iedereen om ons heen, geconcentreerd de vinger klaar boven de startknop van mobiel en horloge.
Ik weet niet eens of er een fluit klinkt, een pistoolschot of hoorngeschal, ik weet alleen dat ik vanaf dat moment 37 minuten lang aan niets anders kan denken dan aan hoe heerlijk het is om hier in de zon te lopen, dat ik een trance-cadans heb gevonden en hoe ik voel dat ik eigenlijk nog veel harder kan maar dat nog even niet doe.

Anna evenaart nèt haar PR niet en keert zich per direct van het hardlopen af. Volgend jaar begeleidt ze haar kleine broertje wel tijdens zijn 4 mijl debuut, zegt ze in de bus terug.
“We zullen zien,” zeg ik, en geef haar de helft van mijn banaan.
We zullen zien.


2 juli 2013

High


Gisteravond werd ik van het ene op het andere moment overgenomen door de runnershigh.
Mijn lichaam was weg, mijn gloeiende hoofd, het zweet op mijn rug, mijn trekkende hamstrings en de vastgeplakte zenuw achter mijn linkerknie kon ik me niet meer herinneren.
Ineens was alles anders en wist ik dat hardlopen voor altijd mijn enige echte natuurlijke beweging is. Ik gleed er gewoon zoetjes in, in dat gevoel van eeuwigheid.

De inspanning van de afgelopen 13 trainingsrondjes gleed weg en ik zag niet langer op tegen de langste en zwaarste rondjes die nog moesten komen. Op het allerlaatste pad versnelde ik zelfs zonder enige moeite.

We zijn 5 nieuwelingen in een bestaande loopgroep waarin ook geharde triatleten zitten. Niveaubepaling is nog lastig dus houden we ons wat afzijdig in de verwachting dat óf acceptatie óf assimilatie vanzelf zal volgen.
Gisteren liepen mijn vriendin met de woeste krullen en ik de “Running the Stars“ training met een vrouw die vanaf de 4 mijl bij de groep was gekomen. Niet dat we veel praatten, maar we weten nu wel hoe ze heet. En dat wij sneller zijn.
Ik ben nog steeds zo high als wat.


10 juni 2013

Twee PR's


Ik dacht “Kip, ik heb je,” toen ik ingehaald werd door een vrouw met een fijn tempo. “Jij bent degene bij wie ik ga aanhaken en met wie ik samen over de streep zal komen.”
We waren 3 kilometer op weg, iedereen had zijn plek in de rij ingenomen en de eerste van de vier rondjes zat er op.
Ze droeg een blauw shirt, zag ik vanuit mijn ooghoeken, en had heel lang donker haar met hier en daar een grijze highlight.
Onze voeten sloegen in hetzelfde tempo op de weg, onze armen bewogen synchroon langs onze lichamen.
Mijn nieuwste beste vriendin en ik namen de 2 vrouwen voor ons als hazen.
Op 4,5 kilometer verloor ze wat tempo, ik liet me iets zakken zodat zij gemakkelijk weer kon aanhaken, en daarmee hadden we de grootste inzinking van de middag achter de rug.
“Zullen we dat gat dichtlopen?” vroeg ik haar na 6 kilometer toen onze hazen er vandoor gingen. Het was het eerste wat ik tegen haar zei. Zo gek, want we waren al een heel rondje een team.
Met haar glimlach kwamen we in gesprek.
“Hoe lang loop je al?”, en “Is dit de eerste keer dat je meedoet met de Ladies Run?”, werden door haar beantwoord zonder te hijgen.
Twee jaar geleden had ze haar laatste operatie gehad.
Ik wierp een blik op haar borsten, die er niet meer zaten.
Om de kans op osteoporose te verkleinen had de arts haar aangeraden na de chemo te gaan hardlopen, wat ze meteen had opgepakt en waar ze erg van was gaan houden.
Haar borstkanker was erfelijk, ze maakte zich zorgen om haar twee dochters. En ze moest bekennen, zei ze wat beschroomd, dat ze ook liep voor haar nichtje die vorige week was overleden aan dezelfde ziekte. Je weet maar nooit of ze iets aan die gedachte kon hebben, waar ze ook was.
“En jij?” vroeg ze, “Loop jij ook voor iemand?”
Ik keek naar het roze shirtje dat schitterend om mijn C cup spande.
“Ik hou gewoon van hardlopen,” zei ik. En ik besloot om voor mijn nieuwe beste vriendin onze beide PR’s aan diggelen te lopen.


7 juni 2013

Ladies Run


Had ik al verteld dat ik zondag mijn tweede 10 kilometer ooit ga lopen?
Ik word wat gehinderd door een blessure en een dreinende griep, maar ik zál 4 Ladies Run-rondjes lopen van de Grote Markt naar de Westerhaven, via het Zuiderdiep en de Brugstraat.
Het is de eerste grote Loop van de zomer, met als malle eigenschap dat alleen vrouwen mee mogen doen. Ik heb daar verder geen mening over.

Omdat ik na bijna een jaar hardlopen nog steeds snelheid mis, gaf ik me op voor de clinics (die ik training noem om vergissing met die jaren 80-vinding uit de Arie Selinger-volleybalwereld te voorkomen).

De eerste training viel me tegen. Qua sociaal gedrag dan. Van de Loopjes waar ik het afgelopen jaar aan mee heb gedaan ben ik gewend dat hardlopers erg sociale mensen zijn. In de kleedkamers praat je over het parcours, de temperatuur, de Loop van de maand ervoor en het nieuwste loopgadget. Gewoon, met willekeurige vreemden over je hobby kletsen.
De clinic-vrouwen praatten niet, behalve met hun eigen vriendinnen en dan ook nog eens over hun kinderen. Tijdens die eerste training kreeg ik op mijn vragen soms niet eens een antwoord, er was iemand die het uitlopen per se niet naast mij wilde doen en naar haar vriendinnen sprintte zodra ze de kans kreeg, en ik hoorde hoe de snelste vrouw uit de groep smalend ‘haantje’ genoemd werd.
Nee, dat beviel me niks. "Vrouwen zijn nare, rare wezens," riep ik thuis tegen de Huisschilder.

Plan: Ik zou alleen maar voor mijzelf gaan en me concentreren op mijn eigen benen tijdens de climaxloopjes, heuveltrainingen en hartslagsprintjes.
Natuurlijk lukte dat niet. Alsof ik mijn Twentse grapjes voor me kan houden! Ik kon mijzelf ook wel slaan om die eeuwige nieuwsgierigheid. “Hoe heet jij eigenlijk?” was een van mijn lievelingsvragen, naast “Doe je vaker mee aan Loopjes?”.
Ik was niet de enige. De vrouw met de pet kletste honderduit tegen iedereen, de vrouw met de kniekousen vertelde ook graag en het evenbeeld van Ireen Wüst kon er ook wat van. Als iemand haar bij kon houden tenminste.
De vrouw met de woeste krullen liep altijd naast me bij het in- en uitlopen, uiteraard nu voor eeuwig mijn nieuwe beste vriendin.

De katten vielen langzaam uit de boom, en voor ik het besefte was die onwennige vrouwengroep zomaar een leuke hardloopgroep geworden.
De laatste training begon en eindigde met belangstelling van anderen voor de blessure die ik vorige week had opgelopen, we dichtten tijdens het lopen gaten in de rij, moedigden hijgend iemand aan die het bijltje er 2 minuten voor het einde bij neer wilde gooien, legden elkaar de aanpassingen van de laatste Runkeeper-update uit en vergeleken tijden en dure GPS-horloges.
Gewoon, alsof we met trainingsgenoten over onze hobby kletsten.


17 mei 2013

Fysiotherapie


Ze laat me op de rand van de massagetafel plaatsnemen, waar ik kleine oefeningen moet doen met alleen mijn hoofd en nek.
Bovenin mijn schouders zitten trosjes spieren het zo knus te hebben met elkaar dat ze zich liever in een knoop kleven dan terug gaan naar hun eigen plek. Het voelt ook allemaal wat minder soepel dan vorig jaar, toen ik nog niet zo serieus hardliep. Al leg ik dit verband liever niet zo vlak voor de Ladies Run.
Ze knijpt bovenin mijn schouders en duwt onprettig hard in het theekransje.

Qua afleiding kauw ik op ‘schouder’ als in Schouw-der. Ogen in je rug. Argos, nee die had er 100, ik nul. Ik kan zo gruwelijk blind zijn.
Ik kauw wat verder op de spieren in mijn schouder, dat ondefinieerbare gebied waarvan ik niet weet waar het begint en waar het eindigt. Ik zal het thuis eens opzoeken.
En tot waar lopen de armspieren eigenlijk door in de schouder? Want stel dat ik na een vliegtuigramp midden in de jungle een arm bij mijzelf of iemand anders moet afhakken, dan is het wel handig om te weten hoeveel ik van de arm zelf en de oorspronkelijke armspieren moet bewaren om een kunstarm goed te kunnen laten functioneren.

Ik zoek tussen de afbeeldingen aan de muur, maar voor ik de juiste amputatie-aanwijzing gevonden heb moet ik op mijn buik liggen.
“Ontspan,” zegt ze met een vuist stevig op mijn wervels, “Gewoon ontspannen, dan gaat dit het best.”
Ik adem uit en ontspan fanatiek. Ik adem nog meer uit en frons mijn hele hoofd. Er ontsnapt een klein “au”-tje.
Ik maak me zorgen dat ik geen goede cliënt ben.
Nog 2 wervels te gaan. Nog 2 herkansingen.
Als ze straks maar wel opschrijft dat ik mijn best doe.


5 mei 2013

Je peinst wat af als hardloper


Het is lang geleden dat ik op atelierbezoek ben geweest.
Dus stap ik deels uit schuldgevoel, deels uit plicht maar voor het grootste deel natuurlijk uit nieuwsgierigheid op zaterdagmiddag op de fiets en trap richting het voormalig Biologisch Centrum in Haren.
Daarbij doorkruis ik 3 van mijn hardlooproutes en kan ik alleen nog maar aan hardlopen denken.

Hier ga ik rechtdoor als ik maar 3 kilometer wil lopen. Hoeveel zou dat driehoekje door Essen nou echt bijdragen aan de tijd? Hoeveel hardlopers zouden er per dag door Essen lopen? Ik kom er altijd wel een paar tegen.
Zal ik volgende week weer eens door de Molenweg lopen? Dan ben ik al na 3,5 km bij het BC, een kilometer nadat het fatsoenlijke asfalt weer begint. Zo gek dat de dure huizen aan het begin van de Kerklaan hobbelige stoepen hebben. Overal opkomende boomwortels. Mag dat wel van de sjieke buurtvereniging?

Die weg inslaan betekent 9 kilometer.
Zal ik morgen ook met koud weer in korte broek gaan lopen? De 20 minuten naar het zuiden en dan weer 20 minuten terug geven me wel mooi binnen een maand hele bruine benen.
Eerst maar eens zien of het niet regent. Gek dat ik de regen en sneeuw nooit echt opmerk als ik loop. Het zal wel niet hard regenen, of is dat verhaal van trance echt waar?
Ik knik op de fiets naar een hardloper en zeg "hoi". Zo zielig om als fietser aan te geven "ik hoor bij jullie, hoor". Ik besluit de slip of the tongue te zien als compensatie voor de studentikozen die zich wat afzijdig houden van ons genootschap.

Op dit kruispunt wil ik toch weer eens na 15 minuten aankomen, in plaats van pas na 18. Dat is me ooit gelukt en dat wil ik weer!
En hier zeg ik altijd in gedachten tegen fietsende tegenliggers: “Ja ik loop aan de linkerkant ja. Hoezo weet je dat niet? Heb je geen verkeersles gehad? Altijd aan de linkerkant lopen!” En ik zeg ook in gedachten: “Ja ik weet wel dat er een strook voor voetgangers is, maar daar loop ik alleen op als ik mijn enkels wil breken. Kijk toch hoe slecht dat er bij ligt.”
En dan ben ik weer in Groningen met het strakke fietspad, en merk ik dat ik vergeten ben om naar het atelier te fietsen.

1 maart 2013

Man, vrouw, hond


Op de Helperzoom worden veel honden uitgelaten. Het is soms net een open vlakte, die lange weg van Essen naar de nieuwe fietstunnel onder het Euroborg Station. Een vlakte waarop het wel eens hard waait en vooral kleine hondjes stevig aan de riem gehouden moeten worden.
Het lange pad bestaat uit aan elkaar gelegde betonplaten met aan de slootkant een grasberm en aan de straatkant perken met struiken vol rozenbottels.

Het is ook een geliefde strook voor hardlopers.
De anonieme hardloopster die vanochtend de betonplaten op bijzonder elegante wijze nam, zag al vanuit de verte de oude man en het teckeltje de hele breedte van het pad in beslag nemen.
Je zag haar al rennend denken: zal ik links lopen? of kiezen voor het gras in de berm? Of gewoon hard mijn keel schrapen?
De oude man keek geschrokken op toen hij haar voeten hoorde stampen op het pad. Hij trok zijn hondje vlug naar links maar keek tegen een hard gesnoeid perk aan, schatte zijn tijd in en besloot voor de rechterkant te kiezen waar het hondje hem de drassige berm in trok.
Ongelukkig met zijn beslissing durfde hij zich niet te verroeren tot de hardloopster hem had gepasseerd. Maar haar blije “Dank u wel” maakte zijn natte schoenen toch een heel klein beetje goed.





13 december 2012

Ik ben niet zo van de drugs, maar wat ik nu toch meemaak!


Ik vind gebruikers van cocaïne, hash en de rest enorme aanstellers. Pubers, eigenlijk. Het slaat nergens op en is nergens voor nodig.
Je neemt spul om socialer te zijn terwijl je juist asocialer wordt maar dat niet in de gaten hebt omdat je alleen maar méér gefocust bent op jezelf. Ja, zo lust ik er nog wel een paar.
“Maar dan ben ik leuker. Maar dan houd ik het langer vol. Maar ik ben zo bang om iets te missen. Maar het is zo'n lekker geheim sfeertje voor ingewijden. Maar dan voel ik me zo heerlijk relaxed weet je”. Wat een flauwekul.

Aan de andere kant: als je dat graag wil nemen moet je dat doen. Hou gewoon je mond, val mij er niet mee lastig, iedereen blij.
Overigens gebeurt het nooit dat mij iets wordt aangeboden. Of het ontgaat mij natuurlijk.
Ik logeerde eens met een vriend in Brussel bij vrienden van hem. Ik had niets gehoord of gezien tot die vriend ineens zei: "Nee zij niet, maar ze vindt het niet erg."
Ik had geen idee waar hij het over had. Sterker nog: ik zat me een tijdje stilletjes af te vragen waarom ze ineens met hun snufferd tegen de tafel geplakt zaten vóór mij iets begon te dagen.
Daarna kwam er uit die groep geen stom woord meer. Ik hoop dat zij het wel heel gezellig hadden met elkaar en die halve zinnen die er om het uur uitkwamen.

Helemaal zuiver ben ik natuurlijk ook niet, want ik drink graag alcohol. Ik denk dan dat ik mijzelf daarmee onder controle kan houden. En zo hou ik mijzelf wel vaker voor de gek.
Maar controle is wel het sleutelwoord. En misschien ook wel de reden dat ik geen drugs gebruik.
Ik weet nog dat ik in een ver verleden een kwart (jawel!) pilletje had genomen en volledig de tijd kwijt was geraakt. Stond ik ’s ochtends om half 8 nog flink te oreren in de duistere kelder van de Motorclub.
Dat vond ik doodeng, die tijd kwijt zijn. Wat mij overhaalde om dit niet weer te doen.
Gelukkig ben ik zónder pilletje veel leuker en grappiger. En dat scheelt wel moet ik zeggen.

Maar wat moet ik nu in hemelsnaam vinden van die drugs die ik tegenwoordig wél gebruik, in overvloed, puur en alleen omdat mijn lichaam die zelf aanmaakt?
Laat ik voorop stellen dat ik er niet om gevraagd heb!
Het enige wat ik heb gedaan is beginnen met hardlopen. Want sporten is goed voor je. Maar waar je denkt gezond bezig te zijn, raak je geleidelijk aan verstrikt in de drogerende en ongrijpbare wereld van de endorfine.

Ik ben niet tegen, want hé, mijn lichaam maakt het zelf aan. Maar het werkt wel verslavend. Ik wil wéér en méér. En ik ga glimlachen als ik aan hardlopen denk. Ik wissel blikken uit met mede-hardlopers. En ik loop liever 4 dan 3 keer in de week.
Ik ben er nog niet uit natuurlijk. Het blijft drugs, ook al is het gratis en hoef ik er niet smiespelig over te doen of me over een spiegeltje, bankbiljet of de spoelbak te buigen.
Normaal gesproken ben ik echt niet zo van de drugs. Maar als ik nou even met 2 maten meet en er een blogje aan wijd, dan mag ik morgen weer halen.



17 november 2012

Ongrijpbaar genot en mooie woorden


Het hardlopen ging opvallend gevleugeld toen ik op een ochtend koos voor de korte verhalen van “Hollands Diep” in mijn oren, in plaats van de afgetrapte discomuziek waar ik het al een half jaar mee doe.
Bij thuiskomst ging ik meteen een stap verder: ik haalde de 5-minuten-melding uit de instellingen van mijn Coach Runkeeper.
Geen afleiding meer die me precies iedere 5 minuten vertelt dat het weer 5 minuten later is, hoeveel kilometer ik heb gelopen en in welk tempo. De afleiding die elk Hollands Diep-verhaal onnodig onderbrak.
Vanaf nu gaat het anders. Geen tijdmelding meer, geen muziek.
Ik loop alleen nog op mooie woorden.

Op de weblog van TonRozeman las ik over korte verhalen van the New Yorker, te beluisteren via podcast.
Ha, Podcast! Dat verschijnsel waar ik per ongeluk een app van heb, waar ik hoogstwaarschijnlijk kan vinden wat ik zoek, maar dat me tegelijkertijd akelig veel angst inboezemt vanwege Nieuw en Groot en Onoverzichtelijk. Weer een onbekende wereld om te ontdekken!
Mijn verzet duurde kort. Toch begin ik steeds meer begrip te krijgen voor hoe mijn vader zich moet voelen als ik hem telefonisch door een aanmelding op internet leid waarbij hij zo vaak mogelijk alles stijf vervloekt. Waar hou je je aan vast als alles steeds virtueler en ongrijpbaarder wordt?

Inmiddels ben ik geabonneerd op de Podcasts Boeken van de VPRO, op The New Yorker: Fiction en heb ik gisteren 5 kilometer lang geluisterd naar Sherlock Holmes die het geheim van The Naval Treaty voor mij ontrafelde.
Ik weet niet wat me meer opwindt: dat 2 genotvolle hobby’s nu zijn verenigd of dat ik dat toch helemaal zelf heb bedacht en voor elkaar gekregen.
Of dat ik dinsdag weer mag.
Of dat overgave aan Ongrijpbaar te mooi voor woorden is.

6 november 2012

De logistieke hardloper


Voor een beginner is het wat verwarrend, die losse logistiek rondom lopen, al kan dat ook aan mij liggen omdat ik dol ben op strak georganiseerde details.
In de afgelopen 4 weken heb ik, als nieuweling, aan 2 lopen meegedaan. De grootste vraag bleek te zijn: wat doe ik met mijn spullen?

De 4 mijl viel me erg zwaar. Lange lappen weg met rijen toeschouwers die en masse zwijgend toekeken. Bof-bof-slip op het wegdek, hier en daar een oorverdovend bandje en daar tussendoor, op prachtige afstanden van elkaar, luidkeels en enthousiaste “Hup Moniek!”-aanmoedigingen. Fans te midden van hele dikke stiltes. Verademend!
Ik liep mijn streeftijd (45 min.) met loodzware benen. Ik weet dus nu al dat ik volgend jaar weer een PR loop.

Mijn fiets had ik vooraf bij het beginpunt op de aangeraden plek gezet, die ver van de kleedwagens was verwijderd die weer ver van mijn hok met 8000-nummers stonden. Reminder voor volgend jaar: vertrek eerder van huis.
Na afloop op de Vismarkt volgde ik de stroom mensen naar mijn kleedwagen om mijn tas met warme spullen te halen, en daarna dezelfde stroom mensen om de bus terug naar Haren te nemen.
Het heeft iets geks om je ervaringen uit te wisselen met totaal onbekenden. Maar aangezien iedereen bijzonder tevreden is en nog bruist van energie is het een vrolijke bedoening, zeker als de buschauffeur de weg in Haren eigenlijk niet blijkt te kennen. Iets van een schoolreisje met een omgekeerd grapje.
De bus stopte ver van het beginpunt waar mijn fiets stond. Reminder voor volgend jaar: zet je fiets alleen op de door de organisatie aangeraden plek als je héél lang en über-goed wilt uitlopen.

De Plantsoenloop afgelopen zaterdag was een feestje. Minder kilometers dan de 4 mijl, en toch een serieuze loop vanwege de steile heuvels.
Mijn Runkeeper meldde om de 5 minuten dat ik in een ongekend rustig tempo liep wat ik heel niet erg vond gezien de modder, de ongeleide kinderprojectielen en de niet kinderachtige afdalingen van 15%. Ik liep de 4 km in 27 minuten (streeftijd 30 min.) dus zo’n drama bleek dat rustige tempo nou ook weer niet te zijn.

Opvallend vind ik toch wat het lopen tussen andere mensen met mij doet. Als ik in mijn eentje wat rondjes door de buurt huppel en ik ben moe na 10 minuten, dan wandel ik een minuutje. Het voelt als spijbelen, ik doe het toch.
In zo’n loop werkt dat blijkbaar anders.
Bij de eerste doorkomst in het Noorderplantsoen zei Runkeeper dat ik 14 minuten onderweg was.
Ik schreeuwde (inwendig natuurlijk) “O NEE! Nu moet ik nóg een rondje! Maar ik kán niet meer!”, liet vervolgens die gedachte los en rende gewoon verder.
Na nog eens 500 meter rende mijn clinic-loopmaatje bij me weg en kwam mijn nieuwe vriendin Endorfine naast me lopen. Ik had het eerst niet in de gaten, tot ergens hoog in mijn borst een groot gevoel kwam zitten dat 1 kilometer verderop bijna barstte. Het is verrukkelijk. Meer zeg ik er niet van. Maar het kwam gratis en voor niks en het duurde 24 uur.

Mijn tas met regenkleding en handschoenen, droge schoenen en sokken, bananen en water wilde ik zaterdag niet toevertrouwen aan een onbewaakte kleedkamer. Mijn Cor kwam mee om op mijn tas te passen en om mij verkleumd en wel ook nog eens hard toe te juichen. Ik gunde het hem zó dat hij zich op de fiets terug naar huis net zo euforisch geëndorfineerd had kunnen voelen als ik!

Zaterdag 1 december ga ik hardlopen op Nienoord in Leek. Ik weet nog niet wat ik dan met mijn voor-en-achteraf-warmhoudend trainingsjack moet doen, of met mijn handschoenen, autosleutel en banaan.
Wat doen andere hardlopers met hun spullen in de logistieke toestand van het lopen? Met hun fiets, hun jack, hun tas en, ook niet geheel onbelangrijk: wat doen zij bij thuiskomst met al hun medailles?


4 oktober 2012

Leren hardlopen is best apart


Ik loop nu al 6 weken hard volgens het schema van Gerard Nijboer zodat ik op 14 oktober klaar ben voor de 4 mijl.
En gisteren, voor de allereerste keer in die 6 weken voelde het lopen eindelijk anders dan anders!
Het gemak waarmee ik liep was ongekend. Ik concentreerde me nergens op, het ging als vanzelf: de cadans en mijn ademhaling die 1 op 2 gelijk liep met mijn passen.
Ik begon er natuurlijk wel even aan om “hoe lang moet ik nog en 5 minuten inlopen plus 6 minuten hard plus 2 langzaam plus 6 minuten dan ben ik dus over 4 minuten bij het kerkhof, of moet ik Begraafplaats zeggen? Klinkt mooier, is ook prachtig. Herfst is prachtig. Rode blaadjes, nat wegdek, herfst is romantisch, altijd” en dwaalde dus volledig af.
Ik wist niet dat het zo fijn kon zijn!
Ik vloog en ik wilde altijd wel rennen. Wat een verrukkelijk spul, die endorfine!

Dat ik mijn hoofd niet kon houden bij berekeningen maken en route vastleggen en het in mijn hoofd in kaart brengen van het schema, oftewel: dat ik mijn controle gefreak zomaar losliet, maakte me blij.
Ik probeerde me dit in te prenten, het moment vast te houden. Want deze overgave wil ik altijd wel voelen als ik loop!

Toen ik vlak voor het kerkhof van het loopgrind de weg opstapte om een hondenuitlaatster het pad te gunnen tussen container en berm, merkte ik dat er weer iets was veranderd. Het was op 17 minuten precies dat mijn lichaam aangaf niet meer te willen.
Er hingen geen romantisch-rode bladeren meer voor het kerkhof, altijd al een mijlpaal op mijn weg, ik zag alleen nog maar plassen en grassen in het grind en grind en grind. Mijn benen werden zwaarder dan ik ooit had gevoeld, mijn longen kreeg ik niet meer vol, mijn lichaam voelde niet meer van mij en ik raakte in paniek.
Ik realiseerde mij dat ik het helemaal niet ga redden, die 4 mijl!
Het gaat mij niet lukken en dat moet ik nu maar eens onder ogen zien.
Het was eigenlijk heel helder.
Ik was veel te optimistisch geweest, had met de trainingen veel te veel gegeven.
Ik liep langs het kerkhof geen 6 maar slechts 5 ½ minuut, ik week af van het schema.

Ongelooflijk! Hoe was het mogelijk dat ik niet eens een paar keer 6 hard - 2 zacht kon lopen waar ik vorige week nog 25 minuten achter elkaar liep?
Zo snel als de man met de hamer net had toegeslagen zo zoetjes sloop een nieuwe gedachte binnen: zou dit ook zo bagger zijn gegaan als ik die avond ervoor niet 2 cafés plus een restaurant had bezocht? En daarna nog 1 café want Willem was jarig en we kwamen er met een heel klein omweggetje toch langs?
Ik vind leren hardlopen vooral heel confronterend.


9 mei 2012

Woensdag Blues


Mijlpaal bereikt in hardloopschema.
Voel me fitter dan ooit.
Conditie nu al op niveau van halve 4 mijl.
Triomfantelijk hijg ik de hoek om.
Knal tegen roelstoeldame-met-hondje aan.
“Zo,” vraagt ze vriendelijk, “moeten er wat kilo’s af?”

Zo jammer om dan met je mond vol tanden te staan