Iemand die ik ken gaat sterven en ik kan het met niemand delen. Vorig jaar stierf Luuk, twee jaar geleden stierf Paul, drie jaar geleden stierf Bert, en laatst is Wil S. overleden. Er waren altijd wel mensen in de buurt met wie ik dingen kon bepraten. Hoe was jullie contact? Waar kenden jullie elkaar van? Weet je nog dat? Wist je van de ziekte, van wat er is gebeurd?
Deze vrouw heeft kanker, en eindigt, na even schoon te zijn geweest, met negen metastasen in haar hoofd. Ze neemt van iedereen afscheid middels klein blogjes en een interview, en kan nog wat mailen. Maar het einde nadert en zij vindt dat helemaal oké.
Ik werkte drie jaar voor haar. Ze had een onmogelijke taak en ik weet ook niet of zij de juiste persoon was die het moest uitvoeren, maar de manier waarop ze aan alle kanten werd tegengezeten en soms ronduit niet serieus werd genomen heeft me altijd gestoord. Maar ik zal toch niet de enige oud-collega uit die periode zijn die een uitnodiging heeft ontvangen om haar blogjes te volgen?
Ze zei eens dat je als directeur geen vrienden hebt in je bedrijf, niemand om mee te kletsen, om dingen samen te doen. En er is eigenlijk niemand die tegen je zegt dat je het goed doet, of die überhaupt met je bespreekt hoe je het doet, behalve je bestuur, en dat zijn veelal geen professionals, en al helemaal geen mensen die jou meemaken in je dagelijkse werkomgeving. Dus wat zijn eventuele complimenten en opmerkingen dan waard? Bovendien weten zij alleen wat jij ze vertelt.
Hoewel dat heel duidelijk een ervaring is die bij háár en haar managementstijl hoorde heb ik het meegenomen naar daaropvolgende werkomgevingen. Ik zag hoe veel van mijn opdrachtgevers en leidinggevenden wel degelijk iemand hadden om mee te kletsen, eerlijk mee te zijn en dingen samen mee te doen. Maar ik zag ook dat complimenten en positieve oordelen niet altijd bij de personen zelf terecht komen, en dat mag wel, vind ik. Nu stellen sommige opdrachtgevers een afstand erg op prijs, maar het voordeel van mijn werk als freelancer was dat ik ook prima kon dienen als praatpaal, want ik ben toch weer weg voor je het weet. Ik vind het naar als iemand keihard werkt en zich eenzaam en ongezien voelt in dat werk.
Ik ken niemand meer van onze gezamenlijke werkplek, ik kan niet met een oud-collega bespreken of er nog contact was, of ze wisten van de ziekte en wat er is gebeurd, en al helemaal niet van Weet je nog dat?
Zij was een vreemde eend in de bijt en ik zat daar ook bepaald niet op mijn plek. Het was daar een en al achterdocht en oordelen en toch zei ze in een van haar interviewtjes op haar blog dat ze blij was met hoe ze deze klus had geklaard. Daarna, na haar zestigste, heeft ze nog een mooie carrière-switch gemaakt van de cultuur naar de zorg. Dat zouden meer mensen moeten doen.