Vandaag is het een maand geleden dat mam overleed. Ik wandelde net en dat ging ronduit nou ja, niet goed. Al na 600 meter en 8 minuten was de pijn in mijn knie zo hevig dat ik stil moest blijven staan. En toen zei de schrijver in mijn oortjes tegen de interviewster dat zijn hoofd ‘heel bijzonder’ nooit stil stond en riep ik van meerdere frustraties hardop over straat NIEMANDS HOOFD STAAT OOIT STIL ALS JE NIET IN COMA LIGT, EIKEL! En ik probeerde verder te lopen, mijn schreeuwspot achter me te laten, maar die knie liet dat niet toe.
Ik kon wel janken van de pijn en natuurlijk vooral van de woede om die pijn, dus ik slenterde naar een bankje en probeerde een meditatie met langsrijdende auto’s, wat mij wonderwel goed helpt. Ik moet ruis op de achtergrond, anders krijg ik een piep in mijn oren die steeds luider wordt waardoor ik mijn hoofd NIET STIL krijg. Meditatie probeert hoofden stil te krijgen en dus is meditatie een kunst.
En toen belde pa, intens verdrietig. Hij was gisteravond op het koor begroet met condoleances, en vanochtend ook bij de bank, en hij wil wel verder met het doen van dingen maar hij loopt steeds tegen dat vermaledijde verdriet aan. Ik was verdrietig met hem. En toen maakten we een boodschappenlijstje voor zijn verjaardag. Waar halen we het gebak, waar de broodjes, en hoeveel, en dan blijkt dat we nog maar met zeven zijn en dan geven we ons toch weer over aan het verdriet.