Ze stonden stilletjes onder de kapstok, en daarmee uit het zicht en in het geheel niet in de weg, en gebruiken deed ik ze al een tijdje niet meer. Maar ze beschermden me tegen overmoed, zo zie ik het. Ze herinnerden me er aan dat ik niet te snel moest willen en ook: zolang ze daar stonden kon ik erop terugvallen. En ja, daar dacht ik regelmatig aan. Het was wel eens verleidelijk maar ik deed het nooit, want dat zag ik toch als een knieval en vandaag, op dag 203, bracht ik de krukken eindelijk terug naar het ziekenhuis waar ze horen. Ik was wel klaar met die valse veiligheid.
Zoals de fysio een tijd geleden de vergelijking maakte met trainen voor de marathon (wat overigens een raar voorbeeld was, want waar zij bedoelde dat ik niet alles in één week voor elkaar zou kunnen krijgen moest ik er (uiteraard pas later) aan denken dat je alleen maar een marathon kunt lopen als je flink traint, kwestie van verschil in POV), zo hield ik vast aan de krukken. Niet alles in één keer kunnen vergt training, te veel training zorgt voor overbelasting en terugval, en zo verzeilde ik in associaties die mij nu zelfs tijdens het typen afleiden en naar Griekenland brengen (ik denk terug aan een podcast over De Marathon die ik zondag luisterde, en aan het zwembad), en de vraag hoe ik mijzelf hier en nu bij die les hou om dit tot een einde te typen.
Door het over trainingen te hebben. Zonder training geen vooruitgang. Zonder training geen overbelasting. Zonder een beetje overbelasting slechts een beetje vooruitgang. Daar ga ik weer.
Door het over vanochtend te hebben. Toen ik ervoor koos om niet te gaan zwemmen omdat ik eigenlijk nog niet moet denken aan de kniebeweging, al is het in het water. Dan maar fietsen.
Ik stopte de krukken op de kop in de fietstas en vertrok naar het ziekenhuis. Onderweg kreeg ik van automobilisten én fietsers voorrang en bemoedigende knikjes, die kleine aardige gebaren die ik zal missen. In de bus staat iedereen voor me op! Stond. Bij het Martini haakte ik mijn ellebogen nog even gezellig in de klemmen, en steunde er van fietsenhok naar draaideur op alsof ik ze nodig had. Ik wilde per se een klein afscheid hebben. Het deed me niks, ik was echt toe aan stokdumping.
De dame van Vegro had Roxane van Iperen-haren en grote ogen en ze deed er heel lang over om me af te melden. 'Tot ziens', zei ze toen ik wegliep en dan kan ik het toch niet laten om te zeggen 'Dat hoop ik niet, en een fijne dag.' Betweter die ik ben.