27 januari 2021

Catharina en de Ukulele


Hij is rood, en ik schijn hem te hebben gekocht toen we zaterdagavond aan de keukentafel genoten van de Uit de Buurt Box, met een extra flesje wijn. Ik had me gelukkig wel zo goed voorbereid dat ik hem blind kon kopen, bleek toen ik de volgende ochtend een mailtje van de lokale muziekwinkel las, en ik precies die ene rode, goedkope sopraan in mijn winkelwagen had gelegd.

Ik verveel me deze lockdown voor geen meter. Ik volgde een zorgtraining, ik schreef een raar essay voor de Jan Hanlo Prijs, ik zocht mee naar een nieuwe bestuurssecretaris, ik heb kaarten gekocht voor het online IFFR en ik schafte me dus een ukulele aan. Gisteravond kwam die, een mini-instrument in een gigadoos met fijn veel kapot te prikken plastic.

Tegen het stemmen zag ik nog het meeste op. Hoe doe je dat zonder absoluut gehoor? Maar je download natuurlijk een app. En voor de rest struin je YouTube af op ukulele-lessen. Massa's zijn er, en ik weet nu al van wie ik wat wil leren. Er is een Nederlands stel dat het leuk en snel doet, alleen is de basis die zij leggen wel heel erg simplistisch. Wat zij het 'ringvingerakkoord' noemen is een C, en ik zeg ook liever A mineur tegen wat volgens hen het 'middelvingerakkoord' is. Gelukkig vond ik een Amerikaanse vrouw in het roze, die me gisteravond laat nog liet zien hoe ik mijn ('mijn') ukulele écht vast moet houden zonder dat 'ie wegglijdt of raar kantelt.

Waarom kocht ik dat ding eigenlijk? Behalve dan vanwege die fles wijn. 

Omdat Catharina van Digitolle Grieze zei dat ik dat moest doen zodat we een bandje konden beginnen. En als ik íets altijd al wilde hebben dan is dat een bandje met Catharina. Het gaat wat ver terug, maar bij het eerste Noord Nederlands LiedjesFestival dat ik organiseerde, en waar iedereen aanwezig was die ik later in het theater trof (De Dames Slier, Vrouw Holland, presentatoren Arno en Ruben, och woeste verleden tijden), stond ook een heel bijzondere man op het podium die zich Kalebas noemde. Hij had een ongenaakbaar achtergrondkoortje met Catharina en volgens mij Haar Beste Vriendin. En terwijl ik met de rest van de deelnemers jarenlang de kroeg indook bleef zij mysterieus, en verdween in de enge onbekende ongenaakbare wereld van de Punk. Tot ze natuurlijk een lieve Taart voor in de Club werd.

En nu zei ze tegen mij: koop ook een ukulele, dan beginnen we een bandje!

Ik kan het ding al vasthouden, stemmen, en drie akkoord spelen. Ik kan calypso strummen (jaja), de buren wakker houden en ik kan Het Ding prachtig in de hoes leggen. Joanne Harris bespeelt er een, Katinka Polderman ook, je kunt alle liedjes van Joni Mitchell op de ukulele spelen en mijn eigenste moeder ziet me wel staan op straat naast een open koffer. Stiekem is mijn ultieme doel natuurlijk om in een heus bandje La Vie en Rose van How I Met Your Mother te spelen. 



4 januari 2021

Morning Pages

Het is drie graden en het worden er vier, en vanavond is er kans op sneeuw. Het is net niet meer pikkedonker, tegen de donkere hemel, lucht bedoel ik, kan ik de daken zien van de huizen achter ons. Eigenlijk schrijf ik in dit schrift alleen maar aan elkaar omdat Cameron wil dat ik 'shorthand' gebruik, en ik wil hier graag één Nederlands woord voor want aanelkaarschrijven, schrijf je niet aanelkaar. Van jou naar mij en weer terug, en de woorden aaneen geplakt. Aan één is niet terug, ik schrijf alleen aan jou, en dit begin van de dag komt omdat ik een essay van Zadie Smith aan het lezen ben over David Foster Wallace en dat moet ik niet doen om zes uur 's ochtends. Misschien is het sowieso beter als ik dat niet doe. Ik hoor dat het waait, tussen het gerommel van de koelkast, het geraas van de waterkoker en het gemompel van de ketel door.

Vandaag begin ik aan een online training om vrijwilliger in de ouderenzorg te worden, en ben ik jaloers op de datumstempel die de morningpages-schrijfster van het plaatje gebruikt.



11 december 2020

Bond

Er zitten vijf of zes medewerkers van de kunstenbond bij ons Zoom-koffiedrinkuurtje, naast vijf of zes leden die zich deze week hebben aangemeld. We luisteren naar elkaar, om en om mutend, het zijn allemaal ondernemers. 

Er is iemand die een krassende vogel op de achtergrond heeft. Of ze daar iets aan kan doen. Ze zou wel willen, zegt ze, maar ze heeft helemaal geen vogel. We dachten aan een papegaai. Nee, die heeft ze ook niet. 
Ik weet niet wat ze vertelt, ik hoor alleen de niet bestaande vogel en denk aan het boek dat ik laatst las, over een gigantische tuin op de Molukken vol exotische dieren en geesten van vermoorde mensen. En dan mag ik vertellen over wie ik ben en wat ik doe, en vertelt de lobbyist van de bond mij welke regelingen in ontwikkeling zijn, en waar ik misschien wel voor in aanmerking kom.

Er is een componist die met zijn Thaise vrouw een cateringbedrijf is gestart, er is een zangeres die net moeder is geworden, en iemand anders heeft helemaal nergens last van, zij heeft namelijk meteen cursussen uit de grond gestampt, toegespitst op de huidige behoefte aan 'iets met trainingsacteurs'. 
Kijk haar nou eens. Wat een triomf. Wat een ondernemerslust! Het enige waar ze van baalt is dat haar opera niet doorgaat. Niet alleen qua locatie, maar ook qua zangers want de meesten hebben allerlei verplichtingen die door corona in het gedrang zijn gekomen. Ach wat een tegenslag nou.
De zangeres annex verse moeder biedt zich aan om te komen zingen. De operaorganisatrice houdt dat af. De directrice van de bond juicht desondanks en tegelijkertijd over de fijne bijkomstigheid van het koffieuurtje, dat tot vruchtbare samenwerkingen leidt.
Ik noteer de urls die de communicatievrouw van de bond in de chat schrijft en nodig snel een paar bondmensen uit om te linken. Dan is het uur weer voorbij en kauw ik nog een beetje boos wat dropjes weg vanwege de afwijzing die eerder vanmiddag binnenkwam en die niets met de bond heeft te maken.




19 oktober 2020

Hoe meer er verandert

Op de tuin, bij een overgroeide en smalle t-splitsing, komt uit het struikgewas een kruiwagen van rechts. Ik deins achteruit want ik draag geen mondkapje, en laat de vrouw die de handvaten van de groene bak stevig vasthoudt, voorgaan. Ze heeft een blond pagekapsel en een bril met ronde glazen en draagt een zwart fleecejack dat ik ook heb. Hoe oud ze is kan ik niet inschatten, ouder dan ik? jonger dan vijftig? en voor ik mijzelf weer in beweging kan zetten verschijnt ze nog een keer. Weer van rechts en nu zonder kruiwagen. Met hetzelfde pagekapsel, de bril met ronde glazen en het zwarte fleecejack. Nu praat ze, tegen haar eerdere versie. Zou zij zich niet naakt voelen, zo zonder kruiwagen?

Ik pak mijn fiets, trek het hek achter me dicht, en stamp aan de overkant van de straat voorzichtig de natte grassprieten van mijn schoenen. Beetje dom om nat gras te willen maaien, ik gaf het na drie paden eindelijk op en was daarna langer bezig om de maaier en kantjesknipper schoon en droog te krijgen dan dat ik ze gebruikt had. Ik heb het behaaglijk warm in mijn tuinjas die stamt uit de jaren tachtig. Het is de lichte versie van de jas die mijn toenmalige vriend ook had. Ik waakte er in die tijd wel voor om nooit tegelijk met hem die jas te dragen. En al is hij oud, hij is nog steeds mooi en warm (de jas, niet de ex) en vertoont nergens rafels of scheuren. Ik koester hem (nog steeds niet die ex, ik weet niet eens waar die woont, laat staan of hij die jas ook nog heeft).

Uit een zijstraat van rechts zie ik vijf jongens op de fiets naderen. Ik ben ze net voor, en rem dan een beetje af zodat ze me inhalen, je zult mij nooit aan de kop van de polonaise vinden. Ik zie vijf kort geknipte koppies boven vijf zwarte jassen, vijf zwarte broeken, vijf paar lichte gympen en vijf keer blote enkels. Ik ga niet zeggen wat ik dacht.



28 juli 2020

Uitgang

Op zondagmiddag om 13.25 uur ging ik met Lydia naar een film over een Deense man die een Deens vrouw wil zijn waar zijn jongste dochter dan moeite mee heeft. Het trok me niks maar ik had me in geen enkele film verdiept en Lydia zou het wel weten.
Voor het eerste zette ik mijn fiets vooraan in de fietsenkelder en reed niet door tot de plek voor brede fietsen waar ook de binnendeur naar het Forum is, die er bovendien toch afgesloten uit zag.
Ik wilde per se bij de uitgang naar binnen en wachtte tot mensen naar buiten kwamen zodat ik tussen de schuifdeuren kon glippen. Zoiets voelt altijd als wachten tot je kunt inspringen terwijl twee meisjes het grote springtouw draaiend houden.

Op het kaartje stond Rabo Zaal 1e verdieping west.
Ik pompte gel op mijn handen en nam de roltrap naar de eerste waar ik zocht naar verdere aanwijzingen. Want hoe kom je op de 1e van Oost naar West? Niet.
Ik nam de roltrap naar beneden. Bij de officiële ingang stonden mensen binnen koorden te wachten tot ze gecontroleerd werden. Ik voelde me niet schuldig dat ik dit had vermeden toen ik hoorde dat de geijkte vragen werden gesteld. Plus ik had mijn handen ontsmet.
Boven de brasserie in de hoek zag ik een tv scherm melden dat daar de trap naar de Rabo Zaal was. Helemaal niet moeilijk te vinden als je heel toevallig in die ene hoek kijkt waar niets te doen is en waar ik normaal gesproken niet kijk. Het rook er lekker, op de 1e verdieping West, de controleur vertelde dat het bamboehout is, en dat het nog zo nieuw ruikt omdat daar weinig mensen komen. Het wordt gebruikt als foyer bij besloten recepties, dat soort zaken. Hij probeerde de deur naar de bar te openen om me dat te laten zien, ik was nieuwsgierig, maar zijn pasje stond dat niet toe. Daarom duwden we onze neuzen tegen het bamboe en keken tussen de deurspleten door naar een mooie bar met uitzicht over de Nieuwe Markt.
Toen plingde de lift en stoof een verhitte Lydia de gang op. Via de vijfde verdieping West had ze nog even gezocht op de eerste verdieping Oost en ik wilde wel vragen hoe ze in een lift op West kwam, maar eigenlijk was ik vooral heel blij dat ik die dag recalcitrant genoeg was geweest om door de Uitgang naar binnen te gaan en adviezen van welwillende medewerkers had vermeden.
De film was mooi, de jongste dochter speelde grandioos en als fijne verrassing zagen we Hadewich Minis op Mallorca Lang zal ze leven zingen. We verlieten het Forum door de Uitgang.



27 juli 2020

Vechten

De conclusie van ons gesprek was dat we eigenlijk wel klaar zijn met dat vechten. Daarna rekende zij onze wijntjes af en zeiden we hoe fijn het was om elkaar weer gezien te hebben.
Ik geef weer toe aan die toevallige terrasafspraken. Zonder aanraken, met afstand houden, en instinctief terugdeinzen voor de nieuwe barkeeper, ook al is hij een vers gepubliceerde schrijver van verhalen over zijn Ikea-leven.

Ik ben net klaar met cijfers voor de kwartaalaangifte en heb mijn lijstje met vragen over de houtbestellingen geformuleerd, als de zus me vraagt of ik een wijntje bij Mulder kom drinken, wat een van mijn lievelingshobby's is ook al gaat Mulder verhuizen naar de Minnaar.
Tijdens onze wijn loopt haar dochter langs, we vinden haar leuk omdat ze zo open en direct is en een hele leuke broek draagt. Ondanks dat wil ze niks met ons drinken want ze moet zo werken. Ik zie haar anderhalf uur later een terras op de Vismarkt opbouwen en dan zwaait ze alwéér heel blij.
Het zit fijn op het strookje stoep, ook al is dat in de rook van iemand die heel attent voor zijn tafelgenoot de andere kant op blaast. We wuiven het weg, en als we ook zelf willen verdwijnen komt een vriendin de hoek om. Nou vooruit, nog eentje dan.
We zijn het met elkaar eens dat je een relatie pas kunt beëindigen op het moment dat er een waarheid van een koe je hoofd binnendendert en er niet meer uit komt. Zoiets heb je nodig, zo'n zetje dat je laat zien tegen hoeveel onzin je steeds hebt gevochten en dat er niets zal veranderen.
Nou, zeggen we, dat verdient nog wel een wijntje. Waarna we onze hoofden schudden over alle stupide bazen die we hadden. Blijven vergt vaak moed maar is meestal heel stom. En dan kun je wachten tot je gered wordt door een waarheid als een koe, je kunt ook eerder bedenken dat je helemaal geen zin meer hebt in een gevecht dat gaat om het ego van iemand anders.
Misschien vindt het echte stierenvechten helemaal niet plaats in Pamplona.



24 juli 2020

Een buiging voor de regels

Ineens woonden acht mensen bij elkaar in één huis. 
De hele dag stond het tosti-ijzer aan, lag brood op het aanrecht, en had 's avonds niemand meer honger. De zorgvuldig gekookte maaltijden bleven onaangetast op de eettafel staan, billen schoven ongeduldig op de stoelen, ogen keken alleen naar even-schuldige ogen aan de andere kant van de tafel.
'Wie heeft het heft gezien?' vroeg ze. Ze haalden hun schouders op en keken bewust niet in die ene hoek zodat ze het vond en in haar handen nam. Vanaf dat moment zat iedereen om half negen 's ochtends aan tafel, aangekleed en wel, verdween het tosti-ijzer naar zolder, verdeelden ze de huishoudelijke taken op een eerlijke maar volstrekt willekeurige manier met een dobbelsteen, en mocht er één keer per dag over het RIVM worden gepraat.
's Avonds na het eten deelden ze, in een korte periode, die irritaties van de dag die ook na 10 tellen niet waren verdwenen, en speelden ze Monopolie tot het bedtijd was.



23 juli 2020

Prut

Ik zag de vriendinnen voor het eerst sinds maanden weer, op het terras van het Feithhuis. Ik was iets later, zij hadden al een glas wijn voor zich staan, zag ik uit mijn ooghoek toen ik langsfietste richting de fietsenkelder onder het Forum.
Mijn energie was al dagenlang prut. Ik moet dan ook al dagenlang denken aan het eten dat we elkaar in de studententijd voorzetten: zilvervliesrijst, satésaus en een prutje van ja, dat weet ik dus niet meer. Ui en prei natuurlijk, gehakt, en dan misschien wat paprika?
We noemden het glorieus Prutje en we zeiden dat het niet gebonden was aan voorschriften, maar ondertussen.
Laatst stelde ik voor om dat te eten, uit een spontane behoefte aan zilvervliesrijst maar vooral omdat ik er achter wilde komen wat de ingrediënten ook al weer waren. 'Al doende leert men' en dat op zijn middelbaars: 'al doende haalt men terug uit krochten en fietsenkelders'. Het voorstel stuitte op weinig enthousiasme, zacht uitgedrukt. Niet iedereen wil zich dat studentenvoer kunnen herinneren.
Enfin, op het terras was het goed toeven, ook met kamillethee waar ik van mijzelf mee moest beginnen vanwege die lakse energie.
Ik weet niet of het door de thee kwam, maar ik zat daar en ik hoorde mijzelf ineens praten en lachen en actief luisteren en energieker zijn dan ik de afgelopen twee dagen was. Buitenshuis zijn, me onder de mensen begeven doet me blijkbaar toch meer goeds dan ik denk. Al die maanden beviel het me prima om niemand te zien, om met zijn tweeën kluizenaar te zijn, om één keer in de week boodschappen te doen en alle voorstellen tot 'live' afspraken tegen te houden. Ik hield ervan.
'Het was ook niet niks,' zeggen ze dan, 'natuurlijk zijn we moe en hebben we geen energie meer,' heet het.
Het duurt wel even voordat ik daarin mee wil gaan. Koppig bestrijden dat ik ben als iedereen.

Thuis vond ik een nieuwe buitenkraan en twee contactdozen buiten aan de gevel. Cor klust gestaag door tot volgende week het hout voor de bijkeuken en keuken wordt gebracht en iemand komt om de nieuwe ketel te installeren. Zelden heb ik hem zo vaak horen fluiten en zingen als nu. Het lijkt wel een feestje.