10 september 2026

Lief

 Ik wil helemaal geen boze stukjes schrijven. Net deed ik dat wel omdat ik me al een etmaal lang zat op te vreten en het boze gevoel maar niet voorbij ging.

Het begon gisteren allemaal omdat ik dacht alles goed gepland te hebben: eerst mijn morning pages schrijven, dan een cake bakken, en als die in de oven zit maak ik een fijne wandeling en dan kan ik nog net even douchen voor de bezoeker er is.

En zo was het ook. Alleen merkte ik tijdens het wandelen al dat cake bakken (want koken van recept) me in het Rood zet, en dat een wandeling ook een ferme Oranje is, volgens de stoplichtanalogie van de ergotherapeut. 
Koken is altijd rood, de was doen is rood, het bed verschonen is rood, een dag leven is rood. Mensen ontmoeten is meestal Oranje, want dat levert tegelijkertijd ook energie en verrijking op, dus dat is een oogluikende kwestie.

Behalve gisteren dus. Ik heb het gesprek op een gegeven moment afgekapt, laten we het over iets anders hebben dan dat jij mijn leven mislukt vindt.

Dat ik er zo in bleef hangen kwam niet alleen door wat de bezoeker zei, maar ook omdat ik al een tijd in het Rood vertoefde. Ik heb de afspraak van die middag afgezegd. Ja, die had ik natuurlijk in zijn geheel niet moeten plannen, dat weet ik ook wel. Ik ga vanaf nu weer alle activiteiten een kleurtje geven om het overzichtelijk te houden.

Vandaag heb ik op mijn bureau kennis gemaakt met een nieuwe Verteller van de toeslagenaffaire. Ze vertelde niet alleen over de belastingen, maar ook over haar familie en achtergrond. Daarna deelde ik op de gang wat plakken meegebrachte cake uit. Het gesprek was Oranje, neigend naar Rood. Het cake uitdelen bleef netjes Groen. En nu ga ik thuis maar eens een uurtje liggen en lezen. Dat is Blauw, denk ik, want ik ben een spiegelbeeld-stoplicht aan het bedenken, dat onder de Groen verder gaat in het positieve kríjgen van energie.

Mij 'sterk' noemen is geen compliment

want eigenlijk beweer je dan dat ik een kutleven heb. Dat ik je medelijden 'verdien', dat het onbegrijpelijk is dat ik opgewekt doorleef, me niet teneer laat slaan, dat het onvoorstelbaar is dat ik geen eind aan mijn leven maak en nog opties zie ook! Jeetje wat draag ik het dapper, want EIGENLIJK, zeg je dan, is mijn leven wel helemaal voorbij. Toch?

Haar leven is voorbij en Moniek doet alsof dat helemaal niet het geval is. Wat sterk en dapper dat ze toch lichtpuntjes blijft zien.

Nee mensen zo zit dat niet in elkaar, zo werkt dat niet. Ik kan niet anders. En daarmee doe ik niks geks. Dit noemen we Leven, dit noemen we Obstakels.

Het gaat niet eens om mij, die reactie op mij, want natuurlijk zegt het alleen iets over die anderen die mij niet kunnen zien zoals ik ben, en hun eigen (angst-) beeld op mij plakken. Maar het maakt me wel witheet van woede dat mensen zo openlijk beperkt zijn, zelfs als ze me al lang kennen, en niet meer mij als mens zien maar als Het Defect dat ik meedraag.

En dus kan ik nu ook niet meer anders dan banden verbreken met die mensen die medelijden met me hebben, en uitdragen dat mijn leven niks meer waard is, zeker afgezet tegen het fantastische leven dat zij hebben. Die Moniek kan echt niks meer, ze kan niet eens meer werken!

Ik zou tegen de bezoeker van gisteren willen zeggen: 'Ik zie jou niet als Die Dove. Ik zie jou in je geheel waarin doofheid slechts een aspect is, net zoals dat je een bepaald beroep hebt gehad, dat je kunst maakt, dat je schrijft, dat je verre wandeltochten maakt, dat jij je verdiept in Martha Gellhorn, dat je in een bepaald dorp woont, dat een van je kinderen ergens mee kampt. Allemaal aspecten van één Persoon. Niet Die Dove waardoor ik medelijden met je moet hebben. Waardoor ik je Sterk moet vinden omdat je gewoon blijft doorleven en niet uit het leven stapt. 
Ik hoef geen medelijden met je te hebben, ik hoef je niet Sterk te noemen. Je bent gewoon wie je bent, en je doet alles met de mogelijkheden die jij hebt maar dat is eigenlijk helemaal niet interessant. Wat interessant is, is dat jij dingen doet en je leven leeft op jouw geheel eigen manier. En dat ik het leuk vind dat jij hele gekke vragen stelt, en dat jij anders naar de wereld kijkt. En ik had gedacht (en ik had gehoopt) dat jij niet mensen zou beoordelen in termen als zielig en sterk.'

Bah. Ik heb helemaal geen zin meer in mensen die mij zo zien. Die na een etentje tegen me zeggen dat ze zien dat ik het nu langer volhoud, en me daarom prijzen want ik ga de goede kant op (waarom ervaar ik dit als fout? omdat ik blijkbaar niet goed ben zoals ik nu ben en sorry maar dat zal niet meer veranderen). 
Die me na mijn oogsituatie nu keihard Gehandicapt noemen.
Die verstijven als ze horen dat ik waarschijnlijk (en hopelijk) afgekeurd ga worden, want ja, wat beteken ik dan nog voor de samenleving?
Die aangedaan zijn, tot tranen geroerd, als ze mijn verhaal horen. Gatverdamme. Hou je arrogante oordeel dat mijn leven minderwaardig is, lekker thuis.

2 september 2026

Stil hoofd

 Vandaag is het een maand geleden dat mam overleed. Ik wandelde net en dat ging ronduit nou ja, niet goed. Al na 600 meter en 8 minuten was de pijn in mijn knie zo hevig dat ik stil moest blijven staan. En toen zei de schrijver in mijn oortjes tegen de interviewster dat zijn hoofd ‘heel bijzonder’ nooit stil stond en riep ik van meerdere frustraties hardop over straat NIEMANDS HOOFD STAAT OOIT STIL ALS JE NIET IN COMA LIGT, EIKEL! En ik probeerde verder te lopen, mijn schreeuwspot achter me te laten, maar die knie liet dat niet toe.

Ik kon wel janken van de pijn en natuurlijk vooral van de woede om die pijn, dus ik slenterde naar een bankje en probeerde een meditatie met langsrijdende auto’s, wat mij wonderwel goed helpt. Ik moet ruis op de achtergrond, anders krijg ik een piep in mijn oren die steeds luider wordt waardoor ik mijn hoofd NIET STIL krijg. Meditatie probeert hoofden stil te krijgen en dus is meditatie een kunst.
En toen belde pa, intens verdrietig. Hij was gisteravond op het koor begroet met condoleances, en vanochtend ook bij de bank, en hij wil wel verder met het doen van dingen maar hij loopt steeds tegen dat vermaledijde verdriet aan. Ik was verdrietig met hem. En toen maakten we een boodschappenlijstje voor zijn verjaardag. Waar halen we het gebak, waar de broodjes, en hoeveel, en dan blijkt dat we nog maar met zeven zijn en dan geven we ons toch weer over aan het verdriet.
 
 

1 september 2026

Uit duizenden

 De week tussen overlijden en plechtigheden verliep emotioneel en kalm tegelijk, emoties wisselen elkaar nu eenmaal snel af als de tijd niet bestaat. Ik ben blij dat we een week kregen om alles te regelen, hoe doen mensen dit toch in vier dagen?

Thuis opbaren? Nee. Cremeren? Ja. De besluiten namen we snel. Avondwake of avondviering? Viering. Huren we dragers in? Nee, doen we zelf. Kist, catering, evangelie ('Ze was een goede zelfopofferende moeder', stelde de voorganger voor. Ik gruw daarvan en ik wist hoe Nathalie erover denkt dus ik zei: Zus wat vindt jij? en zij zei Echt niet! en trok scherp onderbouwd van leer dus werd het een stuk over de barmhartige Samaritaan, onder de voorwaarde dat de voorganger in de beschouwing erna de nadruk zou leggen op haar compassie, en dat zij mensen zág). Voor de crematieplechtigheid moest ik even pleiten voor rock & roll, maar toen ik voorstelde dat ik het zou inleiden was het goed. 

Zus en ik spraken allebei zowel in de kerk als in het crematorium, en maakten twee verschillende stukken om voor te lezen. Anna las in de kerk voor uit Mio mijn Mio, en pa schreef een stuk dat Cor de tweede dag voorlas. Elke keer dat een van ons naar voren ging om voor te lezen liep de ander mee en stond ernaast. Niet om in te vallen als het niet meer ging, want daar hadden we geen moeite mee, maar om het samen te doen. Om uit te stralen: dit zijn WIJ. Wij zijn één front, één familie. We hadden één moeder en dat was er een uit duizenden.

31 augustus 2026

Lekkere troel


 We stonden een week op de vertrouwde en rustige camping toen ik op een donderdagmiddag twee uur lang aan de telefoon zat met mijn ouders. Samen met pa probeerde ik mam uit bed te krijgen. Ze was 5 dagen ervoor gevallen en had haar ribben gekneusd wat haar ontzettend veel pijn deed.

Mam je moet eruit, je moet bewegen, je moet eten en drinken, kom op! Ik bleef haar maar aansporen om het niet op te geven. Ze liet zich overhalen en huilde van de pijn. Nee dat was nou ook weer niet onze bedoeling, snel maar weer het bed in. 
Die avond ging ze aan de morfine en de volgende ochtend braken we ons kamp op en vertrokken we naar Nederland, 2 weken eerder dan gepland.

Toen we de ochtend erna in Twente waren reageerde ze niet anders meer dan met kneepjes in de hand en heen en weer schudden van haar hoofd als ze aan wilde geven of ze iets wel of niet wilde. Haar ogen hield ze dicht en als ze sliep ging haar ademhaling onregelmatig en reutelend.

Anderhalve week eerder waren we op weg naar Italië langs geweest om dag te zeggen, zoals we dat elk jaar doen. Daarna belden we veel, we appten elke dag met elkaar, en stuurden foto's. Dat mam ons bij onze terugkeer niet meer kon toelachen, mij geen lekkere troel meer kon noemen en niet meer kon zeggen dat ze van me hield, voelt niet als een gemiste kans. Ik ben er de afgelopen 4 jaar bijna wekelijks geweest, van een 'gemiste kans' is geen sprake. Het was goed om er te zijn en haar hand vast te houden. En het was zelfs goed om haar zondagavond te vinden toen ze was overleden.

9 augustus 2026

Stoethaspel

Nu mijn moeder is overleden voel ik me sociaal nog stoethaspeliger dan anders. Ik weet aan de telefoon niet wat te zeggen als het niet zakelijk is. Mijn hoofd is leger dan ooit. 

We rijden nu naar Borne om vanavond de Avondviering in de kerk bij te wonen, een stukje te vertellen en om gecondoleerd te worden. 

Morgen is de crematie. Dan vertellen we nog een keer wat mam voor ons betekende. En dat ze niet meer wist wie we waren, maar wel dat ze enorm veel van ons hield. 

26 mei 2026

203

Ze stonden stilletjes onder de kapstok, en daarmee uit het zicht en in het geheel niet in de weg, en gebruiken deed ik ze al een tijdje niet meer. Maar ze beschermden me tegen overmoed, zo zie ik het. Ze herinnerden me er aan dat ik niet te snel moest willen en ook: zolang ze daar stonden kon ik erop terugvallen. En ja, daar dacht ik regelmatig aan. Het was wel eens verleidelijk maar ik deed het nooit, want dat zag ik toch als een knieval en vandaag, op dag 203, bracht ik de krukken eindelijk terug naar het ziekenhuis waar ze horen. Ik was wel klaar met die valse veiligheid.

Zoals de fysio een tijd geleden de vergelijking maakte met trainen voor de marathon (wat overigens een raar voorbeeld was, want waar zij bedoelde dat ik niet alles in één week voor elkaar zou kunnen krijgen moest ik er (uiteraard pas later) aan denken dat je alleen maar een marathon kunt lopen als je flink traint, kwestie van verschil in POV), zo hield ik vast aan de krukken. Niet alles in één keer kunnen vergt training, te veel training zorgt voor overbelasting en terugval, en zo verzeilde ik in associaties die mij nu zelfs tijdens het typen afleiden en naar Griekenland brengen (ik denk terug aan een podcast over De Marathon die ik zondag luisterde, en aan het zwembad), en de vraag hoe ik mijzelf hier en nu bij die les hou om dit tot een einde te typen.

Door het over trainingen te hebben. Zonder training geen vooruitgang. Zonder training geen overbelasting. Zonder een beetje overbelasting slechts een beetje vooruitgang. Daar ga ik weer. 

Door het over vanochtend te hebben. Toen ik ervoor koos om niet te gaan zwemmen omdat ik eigenlijk nog niet moet denken aan de kniebeweging, al is het in het water. Dan maar fietsen.

Ik stopte de krukken op de kop in de fietstas en vertrok naar het ziekenhuis. Onderweg kreeg ik van automobilisten én fietsers voorrang en bemoedigende knikjes, die kleine aardige gebaren die ik zal missen. In de bus staat iedereen voor me op! Stond. Bij het Martini haakte ik mijn ellebogen nog even gezellig in de klemmen, en steunde er van fietsenhok naar draaideur op alsof ik ze nodig had. Ik wilde per se een klein afscheid hebben. Het deed me niks, ik was echt toe aan stokdumping.

De dame van Vegro had Roxane van Iperen-haren en grote ogen en ze deed er heel lang over om me af te melden. 'Tot ziens', zei ze toen ik wegliep en dan kan ik het toch niet laten om te zeggen 'Dat hoop ik niet, en een fijne dag.' Betweter die ik ben.

16 mei 2026

Deugende vriendschappen

 Een vriendin had een leuk jurkje aan, ik complimenteerde haar daarmee. Triomfantelijk zei ze, heel Nederlands: 'Maar 13 euro! Bij Temu!'

Ik verstrakte maar ik zei niks, ik zocht naar woorden om op een fatsoenlijke manier te zeggen 'Waar de fuck ben jij mee bezig? Hoe haal je het in je botte hersenen?' wat ik dus niet zei want we waren beschaafd aan het lunchen op een terras.

Ik ben vaker stil tegen haar, uit verbijstering en gebrek aan woorden om uiting te geven aan die verbijstering, en misschien ook wel uit respect, denk ik, voor de vriendschap. Maar wat is een vriendschap en wat is respect voor die vriendschap als je niet kunt zeggen wat je belangrijk vindt? Ik begrijp wel meer niet van haar wat ik voor me houd. 

Tegen een andere vriendin heb ik me vanochtend wel uitgelaten over wat ik ergens van vind, ik denk dat het een opstapje kan zijn naar de Temu-vriendin. Want hoe formuleer ik dat ik iets echt heel erg vind? Hoe kun je nu kinderen hebben en er geen ene moer om geven dat je al het gras voor hun voeten wegmaait, sterker nog: dat je ze aanmoedigt om lekker alles te vernietigen zodat zijzelf over een paar jaar niks hebben laat staan hun kinderen en de kleinkinderen van de mensen waar ik mee omga?

Dus die tweede vriendin vertelde over hoe ze ai gebruikt bij het schrijven van een roman. Mijn woorden waren nu eens eerlijk, ik oefen er in. Ik appte haar terug: 'Tja. Ik ben ferme tegenstander van ai. Niet alleen vanwege de verdommisering, en het losjes omgaan met auteursrechten, maar vooral om de vergenoegzaam opgestoken dikke vinger naar de duurzaamheid.'

Waarna zij opmerkte 'Snap ik. Ik niet. Ik wil het onderzoeken,' waarna ik, de smaak te pakken gekregen en hoog te paard naar beneden appte: 'Ik begrijp dat je dat zegt. Er zijn daarnaast al genoeg mensen die dit zeggen om eigenbelang.'

Dat 'om' had natuurlijk 'uit' moeten zijn. Verder heb ik geen spijt. Ik voel me wel langzaamaan woedend worden. Ik wacht op een gelegenheid om de Temu-vriendin ook zo van repliek te dienen. Dan maar geen vriendschap.