Soms lees ik hier wat terug, meestal om te controleren of ik iemand niet al te hard heb genoemd, en ik bleef laatst haken bij 30 oktober, toen ik me afvroeg hoe ik de rust zou kunnen behouden als ik vanaf 3 november zonder vangnet zit van arbodienst en behandelaars die me hielpen met die bewustwording over de noodzaak van rust. Het leek me niet zo heel erg om ze te verliezen, omdat die hele club ook als ballast voelde. Zij waren gericht op Werk, op Het Werkend Leven. Kan ik het, zo ja: wat kan ik dan nog, wat dan, hoe dan, waar dan. Zo nee: voor hoeveel procent kan ik dat niet.
Ik verheugde me op een herstelperiode met Echte Rust, zonder te hoeven denken aan het hijgende Werk, wat zeker tot september 2026 zou duren vanwege die achterstanden bij het UWV. Eerder zou ik niet gekeurd worden.
Enfin. Ik verheugde me, en ik vreesde tegelijk een beetje dat ik te snel te veel hooi op mijn schouders zou nemen. Ik zou het gaan zien als een nieuw probeersel. Rust, opbouw, rust, opbouw, vind de balans. Interessant. Vijf dagen later viel ik van de trap, één dag nadat ik bij het UWV was ondergebracht.
Was dit een bericht van de kosmos die vrolijk naar me zwaaide en riep: 'Ik heb je gehoord hoor! Is helemaal prima, denk je dat je aan een half jaar voldoende hebt?'. Of was dit stom toeval, wat uiteraard kan, maar absoluut niet sexy is. Of, en dit vond ik wat pijnlijk: heb ik het met opzet gedaan, niet helemaal bewust natuurlijk want het was nogal pijnlijk, maar toch?
Discuss, zei ik op een avond toen ik dit met iemand wilde overpeinzen. Maar zij zei: 'Je was moe, want je hebt NAH, en dus keek je niet uit'. En toen vertelde ze verder over haar dag. En ik moet dat soort dingen ook niet met iedereen willen bespreken. Zeker niet de pijnlijkste ideeën.