17 maart 2025

Aannames

 Maandagochtend 10 uur en ik sta alweer te trillen. En wat heb ik nou helemaal gedaan? Was opgevouwen, was gesorteerd, een wolwas in de machine gestopt en de zoveelste rouwkaart van deze winter geschreven.
De waterkoker slaat af, zal ik een hele pot zetten? Ja doe maar (ik praat graag tegen mijzelf), met die nieuwe Ontspanningsthee van D&K, die ik eigenlijk nèt niet lekker vind. Er zit iets vervelends in dat verveine of zo heet. Geen idee wat dat is, maar het klinkt vies, en naar handcrème. Het zal wel gezond zijn, en goed tegen hoge bloeddruk, en nu ik dit heb bedacht wil ik het braaf drinken maar ik weet niet eens of 'verveine' in deze thee van D&K zit. Dit hier hangt van rare aannames aan elkaar. En dan maar denken dat ik niet ontvankelijk ben voor sektes. Ben ik ook niet. Toen mensen in mijn omgeving op Pim Fortuyn wilden stemmen hield ik ze tegen omdat ik vind dat je niet op een persoon mag stemmen, en zeker niet op een zogenaamde ‘sterke man’. Daarom, en alleen daarom, denk ik dat ik geen lid van een sekte kan worden. O en (2) omdat ik de katholieke kerk ook niet meer vertrouw sinds ik leerde dat ik als vrouw eigenlijk niet mag bestaan, tenzij ik de man dien. Ik kijk wel uit. O en (3) sinds ik weet dat een huwelijk niets anders is dan overdracht van eigendom: van vader naar echtgenoot, zie de naamwisseling. Ik ben geen eigendom.
Op naar het volgende punt van de agenda: zou ik fout geweest zijn in de oorlog? Definieer fout, want er zijn tegenwoordig massa’s mensen die zich verrukt over een vers bruin hemd zouden buigen.
Nee, vandaag niet.
Eerst moet dat trillen stoppen, en daarom zet ik nu een fijn potje thee.

10 maart 2025

Fanmail

 Gisteren combineerde ik drie dingen: 

1. Ik ben fan van Marieke Groen, waarvan we Het verhaal van mijn schaarste lazen met de leesclub. Dus ging ik gisteren naar Onder de Vulkaan, de culturele talkshow in het Grand Theatre, waar zij een van de drie gasten was.

2. Sinds een paar weken ben ik zonder sociale media. Ik kan nergens meer een online like geven, of een gesprek beginnen. 

3. Ik ouwehoer graag op papier.

Dus ik schreef een heuse brief aan Marieke, die ik haar na afloop van de talkshow in haar handen duwde. Het liefst had ik Fanmail op de envelop gezet, zozeer zag ik het als een project waar ikzelf de meeste lol om had. Het gekke is dat het heel moeilijk is om zo'n brief te schrijven want wat zet je daar nou in? Het is stom om het over de vorm te hebben, om te zeggen hoe goed ze iets heeft gedaan en hoe mooi en helder ze schrijft. Maar moet ik het dan hebben over de inhoud met veel Ach en wee en ik leef mee? Of wil ik in die brief vertellen welke indruk het op me maakte, dat ik binnen dertig pagina's al zat te hyperventileren van de stress en haar daarna bleef aanmoedigen om andere wegen in te slaan? Ik koos voor het laatste.

Wat ook niet vanzelfsprekend is: ik sluit de brief wel af met mijn naam, maar zet ik daar dan bij hoe zij mij kan bereiken? Vroeger schreef je altijd op de achterkant van de envelop jouw adres. De PTT kon het dan terugsturen als iemand Retour afzender over de geadresseerde kalkte omdat die was verhuisd of overleden of jouw post gewoon niet wilde ontvangen. Maar je liet als afzender daarmee ook weten hoe jij te bereiken bent voor het geval iemand iets terug wil schrijven of ineens bij wijze van verrassing op je stoep wil staan.

Wat te doen met Fanmail? Want als ik mijn adres op de envelop of onder aan de brief schrijf is het net alsof ik een reactie verwacht, wat niet zo is. Alleen, ALS ze een reactie ZOU willen geven, dan heb ik haar die mogelijkheid ontnomen door mijzelf ook in real life onvindbaar te maken. En dan kom ik op de vraag: is het aanmatigend om te denken dat iemand wil reageren op een fan, of is het juist aanmatigend om aan te nemen dat je altijd wel vindbaar bent, voor het geval en stel dat?

Ik moet nog steeds lachen om het idee dat ik een brief heb geschreven en ook nog eens in het handschrift dat niemand kan lezen. Ik ga dit beslist vaker doen, en onderweg zal ik de antwoorden krijgen, die bepaald niet van levensbelang zijn maar wel lekker om mee bezig te zijn.

6 februari 2025

Een kussen, een mens, een papiertje

 Starend naar een excel bestand dat niet binnen wilde komen, bedacht ik dat het hoog tijd is om te verwoorden hoe dat is, iets zien en het niet begrijpen. Ik heb de woorden nodig voor mijzelf, zodat ik die kan opschrijven en zien als een ijkpunt voor later als ik weer beter ben en hoofdschuddend teruglees hoe het was. Ik heb ze ook nodig om anderen uit te leggen hoe het voelt. De analogie waar ik op kwam was: Er ligt iets op de grond dat daar niet hoort. Een kussen, een mens, een papiertje. Dat wil je oppakken. Of je denkt dat je het behoort op te pakken, daar ben je nog niet over uit. En daar is de eerste witte wolk waar je overheen moet stappen. 

Je schuift die eerste vraag opzij en wil dat ding op de grond echt oppakken. Maar hoe moet dat dan? Wat komt eerst? Je kunt het niet overzien. Iets met je handen. Maar je hebt geen gevoel in je handen, die kunnen nooit iets vastgrijpen. En bukken? Dat is iets met knieën toch? Ondertussen mag je je ogen niet afwenden want anders verlies je de controle. Dus spreek je jezelf streng toe. Hup, blijf goed kijken en concentreer je! En dan gaat je hoofd bonken. 

Ik houd de analogie niet vol, moet terug naar het bestand op mijn laptop. Mijn ogen blijven op de randen gefixeerd, kijken naar het rood in het logo. Het is helemaal geen Excel zie ik nu, het is een tabel in Word. Een tabel. Dat betekent iets. Wat betekent dat ook alweer? Iets over degene die het heeft gemaakt? Iets met het doel van de informatie? Of het doel van de reden dat ik hiernaar kijk? Kan ik er dan nog wel wat mee als het Word is?

In de ene cel staat 2x2, in een andere cel staat 3x2. Dat betekent ook iets. Iets met uren. Wat is het verschil? Er is een verschil, denk ik, want het zijn andere cijfers, ik ben niet gek natuurlijk. Alleen zie ik niet hoe dan. Ik moet goed kijken zodat ik achter het verschil kom, dat moet met het verstrijken van de minuten toch wel een keer vanzelf doorsijpelen! Ik vermijd het om te kijken naar omringende cellen met andere getallen. Misschien moet ik eerst even helemáál de andere kant op kijken want van dat gebons in mijn borst wordt niemand blij. En daar is de piep in de oren weer. Gelukkig, want die piep betekent dat ik te veel heb gedaan en dat ik mijn ogen mag afwenden. Nu mag het echt, ik heb permissie gekregen van de piep om de laptop dicht te doen.

Een volgende poging brengt meer kalmte. En meer overzicht, en meer cellen die ik niet alleen bekijk, maar bij poging drie ook beter kan interpreteren en daarna lukt het me zelfs om een eigen versie van de informatie te maken, in excel, met mijn eigen cijfers. We spreken dan wel over poging zoveel, na de eerste tot en met de negende keer naar het kussen op de grond te hebben gestaard en iets door de knieën te zijn gezakt.

31 januari 2025

Mijn mensen

 Ik zag Mijn mensen samen zijn in een theater, en ik was een middagje heel gelukkig dat ik Vroeger zomaar even langs zag komen. 

Iemand zei dat vrouwen onderling niet samen kunnen zijn, daar komt altijd ruzie van en ik herinnerde me haarscherp dat zij degene was die de ruzies altijd aanwakkerde. Ik prijs me heel gelukkig met de vrouwenclubs die ik nu om me heen heb en waar nog nooit ruzie is geweest.

Iemand verweet me weer eens en voor de zoveelste keer dat ik 25 jaar geleden niet had gereageerd op een brief. Elke keer weer, bij elke ontmoeting moet ik het ontgelden en zeggen dat in de brief stond dat ik niet hoefde te reageren. Ik word boos maar hoewel mijn hoofd heel hard roept Get over it, krijg ik dat niet over mijn lippen. Ik zeg dat ik wel een keer aan zal bellen voor een koffie en zie hem vertrekken zodra ik iemand vertel hoe het met mij gaat.

Iemand liet bij de nazit dikke tranen uit zijn ogen glijden, niet omdat hij zo'n goed contact had gehad, maar omdat dat nu eenmaal altijd gebeurt bij dit soort gelegenheden.

Ik lees Café Dorian van Gilles van der Loo en voel hoe gemakkelijk ik Vroeger kan verplaatsen naar het café van de Hollander in het boek. Die bouwt een keuken en ik bouw hem mee in het gangetje van de Souffleur. Die koopt een ijsmachine en ik prop hem in de hoek naast de oude koelkast. Die heeft een plaatsje achter en ik breek een muur open om een deur te creëren naar 'achteren'.

Mijn Vroeger is weg en dat is niet erg. Het is een blauwdruk voor cafés en ook een beetje voor mij.

27 januari 2025

Hang-mensen-van-alle-leeftijden

 Wat heb je nou echt nodig? Sociale media, nicotine, vrienden, alcohol? Of de piramide van Mazlow? Of kunnen we het wel samenvatten met: alles wat je in je eerste levensjaar nodig had, dan hoef je de piramide er niet voortdurend op na te slaan?

Ik hoorde eens een verhaal dat me niet loslaat, in de goede betekenis. Een wijze (het zal in India zijn geweest), kwam elke ochtend naar een plein waar hij vragen van mensen beantwoordde. Iemand vroeg hem: 'Hoe kan ik ervoor zorgen dat de pijn die me dag en nacht beheerst, verdwijnt?' De wijze stond op, liep naar een boom die hij stevig omarmde en riep uit: 'Laat me los! Laat me toch los!'

Zo eenvoudig zou het moeten zijn. En dat bleek voor mij ook te gelden voor Nicotine, Facebook, Twitter (ik vertik het om de nieuwe naam te gebruiken). Van Insta kan ik nog niet weg, omdat ik denk dat ik hele leuke berichten heb geplaatst en die wil ik bewaren, voor mijzelf. Maar dat kost tijd en aandacht en ik krijg mijn hoofd nog niet zover. 

Wat me het meest verbaast is dat mensen met alternatieven aan komen. Nu we niet meer Big Tech willen sponsoren zoeken we naar vervangers. En dat jeukt enorm. Het maakt me ook boos. Hou eens op zeg! Wie heeft ons wijs gemaakt dat we niet zonder sociale media kunnen? Ik merk al dat ik ga huiveren als mensen vertellen iets op Facebook te hebben gezien. Ik vind het oprecht niet erg dat ik dingen niet weet, en als ik wél wil weten hoe het met iemand is, maak ik een afspraak en app of Signal ik ze (Ach ja whatsapp, ook zoiets. Volgende stap). 

Het zou isolementen verbreken, roept iemand. O ja, echt? En waarom is de eenzaamheid tegenwoordig dan zo'n belangrijke kwestie op de agenda van elke overheid?

Maar ik fiets nu hard voorbij het punt dat ik eigenlijk wilde onderzoeken: Wat als het echt zo zou zijn dat een mens niets anders nodig heeft dan wat we in ons eerste levensjaar nodig hebben (en als we mazzel hebben ook krijgen)? Eten en drinken, veiligheid, liefde en mensen, kleren, een dak boven ons hoofd. En contacten die we in de ogen kijken. 

Ik suggereerde op insta dat we wat vaker de kroeg in moeten, natuurlijk gebaseerd op mijn nostalgie-aanval van vorige week. Iemand zei dat een kroegbezoek tegenwoordig erg duur is. daar heb ik geen antwoord op. Misschien dat je een uurtje over je thee moet doen, of afspreken in een park waar we hang-mensen-van-alle-leeftijden kunnen zijn, of gewoon bij iemand thuis. Ik weet het niet. Maar zo moeilijk moet het toch niet zijn om weer te leren contact te hebben zoals we dat vóór sociale media en vóór corona deden?


21 januari 2025

Ik was erbij

 Er komen op groepsapps foto's en herinneringen binnen. Ik herinner me niet alles, de begintijd van de Souffleur was woest, en alles was mogelijk. Marjan appt net dat ze daar verkering kreeg met Karel, op een avond dat het heel druk was en Luuk en ik samen achter de bar stonden. Ik stuurde haar een hartje, en twijfel nog of dat niet een gebroken hartje moest zijn. Want het breekt een beetje in drieën als ik denk aan Karel, aan de Souffleur en aan Luuk. Onverwoestbaar leken ze, alledrie.

Een paar jaar geleden stuurde Reyer me een foto die hij had genomen van Luuk en mij, toen we in 1998 (denk ik) het Noord Nederlands Liedjes Festival organiseerden. Het was mijn eerste echte klus, en Luuk bleek geen cijferman te zijn, maar dat mocht de pret niet drukken. Het werd een legendarisch festival, met presentatoren Ruben van Gogh en Arno van der Heijden, met deelnemers als Kalebas (met Marjan in het achtergrondkoortje), Vrouw Holland, De Dames Slier, Eric & Floris. Ik denk dat ik toen meteen heel cultureel Groningen heb leren kennen. 'Ik was erbij', zeg maar.





Er circuleert nu ook een foto, die ik twee keer kreeg opgestuurd, van mij en Luuk terwijl hij een aflevering opnam voor Volledige Vergunning. Er staat me helemaal niets meer van bij. Behalve dat ik een keer aan tafel zat te praten met een microfoon onder mijn neus en dat ik me superongemakkelijke voelde, en schandalig slecht uit mijn woorden kwam. Iets met Femmes Fatales, de tentoonstelling in het Groninger Museum toen. Blijkbaar sloeg ik dicht als ik geïnterviewd werd en niet zelf de microfoon in mijn hand had. Misschien was het deze uitzending wel.

Er gebeurde zo veel, en het liep na een paar jaar zó met een sisser af, dat het echt een vorig leven lijkt en ik mijzelf moet voorhouden dat ik er echt wel bij was en deel uitmaakte van dat rare en woeste geheel.

20 januari 2025

Het einde van een tijdperk

 Ik hoorde het van Sita, die had het van Marcella die het hoorde van Cora en die, geloof ik, had het van Mirjam maar dat weet ik niet zeker. Het was een hersenbloeding of een hartaanval, we wisten het niet. En daarna begonnen de apps als een gek te ratelen, vanuit Zeeland en Amsterdam, vergezeld van artikelen van OOG en het Dagblad. De schok maakte een slag in de rondte en kwam neer met een geweld van jewelste.

Het einde van een tijdperk. En het eind van afgezeken worden als hij mij zag.

Een heleboel anderen uit de kroeg zijn er al niet meer. Ik appte aan een paar mensen dat het misschien gewoon logisch was dat de kroegbaas zich bij de stamgasten voegde die al in de Hemelse Souffleur aan de bar zitten en als vanouds verwachtingsvol over hun schouder kijken, elke keer dat de deur opengegooid wordt.

19 januari 2025

Associatief Detectivewerk

 Mijn werk zie ik als detectivewerk. Ik denk dat ik daarom zo graag op projectbasis werk. 
Ik kan met nieuwe ogen naar een bedrijf en de medewerkers kijken. Ik hoef niets te beoordelen in goed of fout terwijl ik mijn klus doe, ik merk alleen maar op, werk ermee of eromheen. Stiekem krijg ik wel graag óók de geheime opdracht om te onderzoeken waarom een bepaalde afdeling is zoals die is. Dat is vaak heel simpel, waarbij je moet denken aan: er zitten alleen beleidsmakers en geen mensen die de praktische vertaalslag kunnen maken. Of iemand krijgt te veel ruimte, en zelfs trof ik eens een bedrijf waar heel veel mensen te veel ruimte kregen. Verwaarloosd, heet dat dan, een heel bijzondere term die pas klopt als je er goed over nadenkt. 

Is de onderste steen eenmaal boven, heb ik eindelijk die verborgen kamer met schuwe collega’s ontdekt, touwtjes aan elkaar geknoopt, vraagstukken opgelost en een leuk verslag getypt, dan kan ik het overdragen aan iemand die alleen maar de status quo hoeft te bewaken, en kan ik verder trekken. Ik klopt het zand van mijn handen, wrijf ze goed schoon met een zachte doek, en meld me klaar voor het volgende mysterie.
Ik mis het dat ik dat niet meer kan.

Over een paar weken begint het filmfestival (het IFFRiG). Tot twee jaar geleden bestudeerde ik elk jaar het programma, pikte er de 20 films uit die ik wilde zien, kruiste die met de films die mijn zus wilde zien waarbij ik alle beschikbare dagen en tijden meenam, en kwam zo tot een leuk rooster voor ons beiden. Vanochtend opende ik het programma en het vloog me nogal aan. Dit jaar nog maar niet.

Het helpt natuurlijk niet dat ik de 2e hersenschudding (februari 2023) opliep een half uur voor ik aan het festival wilde beginnen. De loeizware transportfiets wilde niet in de verdomde bovenlader van het fietsenrek en ik werd gekatapulteerd tot mijn achterhoofd de betonnen vloer raakte. Mensen, hulp, geneeskunde studenten en de bhv’er, ogen dicht op de roltrap naar de filmzaal, vrolijk zwaaien naar bekenden in de zaal, omdraaien naar het scherm en de inloop-dia's in neon op me af zien springen. Ik vluchtte de zaal uit, moest weer eens tegen een ambulancebroeder met zijn lampje zeggen dat hij niet in mijn rechteroog hoefde te schijnen (en altijd denk ik: wat zou er gebeuren als ik zweeg?). 

Film kijken heb ik wel opgebouwd, maar dan in de luxe zaal, en overdag. Geen chips-eters, gewoon oudere vrouwen zoals ik met een kopje thee.

Wat dit te maken heeft met detectivewerk weet ik niet meer. Ik schijn nogal vrij te associëren. Is óók een kunst.