1 april 2019

Update

Vrijdag wordt mijn hoornvlies vervangen door dat van iemand anders.
Ik hoop dat het een blij hoornvlies is; opgewekt, positief, met een frisse kijk op chirurgische ingrepen.
Het is een trucje dat ze gaan toepassen, het hoe en waarom hoor ik woensdag.
Ik ga nu even genieten van een paracetamol / tramadol / diclofenac cocktail, en de goede zorgen van Nathalie.

28 maart 2019

Vette pech


Iemand belde om me ergens voor af te wijzen en toen ik mijn mond opendeed en ‘jammer’ zei schoot het puberjongetje naar voren. Ik wist niet dat het zijn dag was want ik had de hele dag nog niet veel hardop gezegd, behalve aan de telefoon tegen mijn moeder maar dat was voornamelijk reageren op en luisteren naar de bewondering die zij heeft voor mijn vader.
De afwijzer begon zijn afwijzing met veel sympathie te omkleden. Ik schraapte zacht mijn keel en hoestte voorzichtig maar kreeg de puberjongen die mijn stem liet overslaan niet weg.
Dan maar weinig terugzeggen en klinken als een huilebalk en me verheugen op het moment dat we ophangen waarop ik lekker die baard uit mijn keel weg kan schrapen en kuchen.

Ik ben niet goed in huilen. Lydia zocht laatst voor mij naar huil-aanjagers en suggereerde Het Kleine Huis op de Prairie. Grappig dat ze dat noemde, ik had net de dag ervoor gedacht aan het mooie zusje Mary dat blind werd. Maar nee. Die serie doet het niet voor mij. Hello Goodbye zou wel een goed idee zijn. Als ik tv had kunnen kijken.

Er ontsnappen de hele dag door, zonder dat ik daar moeite voor hoef te doen, al genoeg warme tranen uit mijn rechteroog, Mijn rode, opgezwollen, halfdicht-hangende, pijnlijke en blinde oog.
-even wachten-
Nee, zelfs mijzelf zielig maken helpt niet.
Gisteren liet een arts me zien dat het wéér slechter is geworden in plaats van beter, en hij zei tegen me “Ik heb echt met u te doen. Dit is zo’n vette pech!”
Buiten belde ik Cor en herhaalde die woorden. En toen pas merkte ik dat ik het gewoon nog niet kan geloven wat er de laatste weken gebeurt. Dat ik woorden van anderen nodig heb om het juiste perspectief te kunnen zien.
Maar laten we wel wezen: het spel is nog niet uitgespeeld.
Ik krijg maandag nog een injectie; schimmels reageren sowieso traag; de nieuwe massa kan ook bestaan uit toxische stoffen die de schimmel uitscheidt omdat 'ie zich aangevallen voelt (mijn favoriet), en als alles faalt dan is er volgend jaar nog de hoornvliestranplantatie.
Ondertussen kom ik elke dag wel iemand tegen die me vertelt dat ze ook maar 1 goed oog hebben. Ik vroeg Wenda of er een radar bestaat waardoor we elkaar herkennen. Zij heeft dat inderdaad, zei ze.
Ik zie een schone taak voor me om dat te gaan ontwikkelen. 
En als het puberjongetje nou wat vaker verschijnt dan lijkt het tenminste nog wat.




26 maart 2019

Vlekken en Vermoedens

Binnen drie weken raakte ik het zicht in mijn rechteroog kwijt.
Ik zie daarmee nu net zoveel als wanneer ik (met mijn goede oog) probeer om door het plakplastic op de ramen in onze woonkamer heen te kijken. Ik noem het 'nul'.
Ik druppel veel, krijg nu injecties en voel hoe heel in de verte de hoornvliestransplantatie lonkt.

Voorafgaand aan de tweede injectie wilde dokter S. gisteren even kijken of de eerste überhaupt enig effect had gehad. Hij zocht en tuurde en bewoog de apparatuur als een razende heen en weer. 'We hebben het nog niet onder controle,' zei hij, en klonk teleurgesteld.
We moeten de serie van drie injecties afmaken, wat ik prima vind. Kom maar op met dat superstrakke goedje dat als enige kans heeft om mijn hoornvlies te verbeteren.

We benen door de wachtkamer naar de operatiekamer en voor hij de deur opendoet blijf hij even verward staan.
'U heeft uw zus meegenomen?' vraagt hij. Altijd grappig als mensen ietwat van slag raken door onze gelijkenis. Zeker als we, zoals gisteren, dezelfde kleuren dragen.
Als hij me daarna hoogstpersoonlijk een douchemuts opzet en schoenenslofjes omdoet wil ik weer eens voorstellen om te tutoyeren, maar elke keer als ik die neiging heb herinner ik me dat ik een vrouw van middelbare leeftijd ben en dat bovendien het beste moment om dat voor te stellen al drie afspraken geleden was.

In de operatiekamer begroet ik de andere roze douchemutsen en blauwe uniformen als oude bekenden. Ongetwijfeld zitten Sanne en Sandra hiertussen, die me al eerder verdovingsdruppels gaven. Herkennen doe ik ze niet. Zonder bril en zonder lenzen bestaat mijn wereld uit Vlekken en Vermoedens.
Ik krijg nog meer verdovingsdruppels, en een verpleegkundige beschildert mijn oog met jodium. We giechelen als er een druppel in mijn oor glijdt.
Dokter S. legt een blauw zeiltje over mijn gezicht, met een uitsparing voor mijn oog. Het plakt meteen vast aan mijn huid, even moet er wat losgescheurd en herplakt worden. Hij plakt mijn wimpers vast en bevestigt de oogklem.
En nee, dat is niet erg.
Ten eerste merk ik er helemaal niks van. Ik heb immers verdovings!
En ten tweede: ik ben erg blij dat ze dit doen.
Dokter S. hield me de eerste keer prima op de hoogte omdat er toen een arts in opleiding bij was die van elke stap moest leren. Nu gaat het veel sneller, en ik probeer de vijf spuitjes te tellen. Maar ik ben nog maar bij drie als ik hoor dat de oogklem weer wordt losgedraaid en het blauwe zeil zacht zuigend van mijn gezicht wordt afgetrokken.

De sta-opstoel zetten ze langzaam omhoog, we geven elkaar een hand en bespreken de controle-afspraak deze week. Hij kan er niet bij zijn vanwege een congres. Hoor ik nou teleurstelling of verontschuldiging?
In de bijkomkamer verwijdert Sandra de douchemuts en schoenenslofjes, en vraagt ze me of ik iemand heb meegenomen die ze voor me kan ophalen.
Mijn man, zeg ik.
'Meneer Baars?', vraagt ze voor de zekerheid, en heel even kom ik in de verleiding om ja te zeggen.
Alleen al het idee van Cor's geschrokken gezicht vind ik hilarisch en dat is voor nu voldoende.
Sandra en Esmee/ Aimee/ Esmeralda geven me 1.000 mg paracetamol, een lap met een kap over mijn oog, en drie keer toestemming om thuis diclofenac te nemen, waar ik verguld mee ben.

Cor gaat terug naar de academie, Nathalie brengt me naar huis.
We wachten af tot het vervelende uur voorbij is, waarin de verdoving is uitgewerkt en de diclofenac nog niet aan functioneren toe is gekomen.
Daarna drinken we thee, eten we boterhammen en geeft ze me om het uur mijn druppels.
Ik bof met dit Team Baars.



24 maart 2019

Oogluikend

Morgen jassen ze weer een spuit in mijn oog, in onze gezamenlijke poging om te voorkomen dat ik aan dat oog blind word. De spuiten komen in drieën, die van morgen is de tweede.
Vorige week werd ik de dag na de spuit gebeld door het UMCG, afdeling nazorg. Ze hadden mazzel dat ik opnam, meestal laat ik 'anoniem' rustig rinkelen.
Hoe het ging, wilde ze weten, en of het oog erg dik en rood was geworden. Nu kijk ik al een aantal weken niet meer in de spiegel (ja hoe wonderlijk kan zo'n nieuwe realiteit zijn), dus speciaal om haar te plezieren zocht ik er eentje op.
'Ja het is rood en dik,' zei ik, met mijn neus tegen het glas gedrukt, 'maar ik weet niet of het anders is dan anders.'
Nu slikte ik die dag diclofenac en rende ik euforisch rond, al weet ik niet of dat kwam vanwege het achterwege blijven van de pijn of van een slinkse werking van de diclofenac, maar ik ratelde tegen de dame een heel eind weg over anonieme nummers, spiegels en maagbeschermers. Toen ik ophing was ik leeg.
Het is namelijk doodvermoeiend om niet te weten of het harde werken wat mijn lichaam nu doet, wel zin heeft. Ik druppel een paar middeltjes 16 keer per dag en ik ga een paar keer per week naar het ziekenhuis. Eerst het Martini Ziekenhuis, maar toen moesten er kweekjes komen die ze daar niet konden maken en sindsdien is mijn stek het UMCG.

Er worden met enige regelmaat prachtige heldere kleurenfoto's van mijn oog gemaakt, waarop het eruit ziet als een zonnestelsel waar de schimmel in frivole wolkjes doorheen danst. Je reinste Star Trek.

Ik doe braaf wat me wordt gezegd want ik ken deze hele wereld niet.
Natuurlijk loop ik naar mijn opticien voor extra informatie (toen we nog dachten dat het de acantamoebe zou kunnen zijn), bestel ik ooglapjes bij de apotheek om de hoek (die ik niet draag omdat ze te strak zitten en te groot zijn), maar verder heb ik me heel gedeisd gedragen.
Een lesje in geduld en overgave, zeg ik steeds. Maar eerlijk gezegd ben ik veel te moe om dingen te ondernemen en daar geef ik ook aan toe sinds de arts me vreemd aankeek toen ik vroeg of ik de vergadering van die middag dan maar beter kon afzeggen. Hij kwam voor me staan, keek me streng in mijn ene oog, en zei: 'Het is nu zaak om uw prioriteit bij het herstel van uw oog te leggen.'
Daar schrok ik wel van.

Nu doe ik langzamerhand weer wat dingen en niet méér dan ik kan.
Ik kijk niet in fel licht, hard licht, naar tv-schermen of filmdoeken. Het enige waar ik echt moeite mee heb is medelijden. Als ik donderdagavond na een halve cursusavond besluit dat het genoeg is geweest en in de pauze mijn tas inpak, schrik ik me rot als ik opkijk en merk dat mijn klasgenoten en de juf om me heen staan en stil toekijken. Ik ga niet dood mensen, ik doe wat ik kan en als het niet gaat doe ik het niet meer.
Eigenlijk is het een lesje in grenzen leren kennen.



19 februari 2019

Zeventien

Ik zei: 'Zeven oktober zesenzestig.'
In de stilte die volgde werd digitaal gebladerd.
'En hoe is uw achternaam?'
'Baars.'
Ze mompelde mijn geboortedatum 'Zeventwintig november zesenzestig,'
'Nee,' zei ik, 'mijn geboortedatum is zeven oktober zesenzestig,' en ik vond het heel knap van mijzelf dat ik überhaupt reageerde en me niet stilletjes bescheurde om zo'n rare uitspraak.

Sinds mijn volleybaltrainer eens sarcastisch zei: 'Zeventien wat? Welke maand?' alsof ik superdom was en mijn eigen geboortemaand vergeten was, en ik verbijsterd antwoordde 'oktober,' zonder te zeggen dat de dag zeven moest zijn, omdat ik het zo sneu vond om haar te verbeteren waar anderen bij waren, zeg ik nooit meer "zeven, tien, zesenzestig".
Dat iemand er zeventwintig november van maakt is uniek en prijzenswaardig. Zoveel fantasie had ik niet verwacht van een doktersassistente wat dan natuurlijk mijn eigen vooroordeel is. Wie weet zat ze gewoon nog met de vorige patiënt in het hoofd die in hetzelfde jaar is geboren als ik en vanwege dat toeval haakte ze onze gegevens aan elkaar die dan niet overeenkomen met mijn achternaam.
Als ik 8x7 ben zal ik stoppen met denken voor anderen maar dat is omdat ik al 3x17 ben geweest. En eigenlijk wel heel raar dat dit gebeurt als ik bel met de poli van Oogheelkunde.



24 november 2018

Onder dromers

“Ik heb over je gedroomd,” zei ik eens tegen een vriend.
Hij kleurde ervan.
“Nee nee,” haastte ik me te zeggen, “Niet zó’n droom!” waarop zijn kleur zich verdiepte en hij mijn blik ontweek.
Ik dacht: waarom schrikt hij zo? Als ik over hem droom weet hij dat toch? Hij was er immers zelf bij!
Ik kan best begrijpen dat niet iedereen zich elke droom herinnert, of wil herinneren, maar het ontkennen van een ontmoeting in de droom is op zijn minst onsympathiek te noemen.
Waarom ontkennen mensen toch dat ze samen een boeiend leven leiden in het holst van de nacht?

Het is logisch we elkaar elders ontmoeten om zaken waar we overdag niet aan toe zijn gekomen eens uit te spreken, na te spelen of af te maken. Hoe vaak ben ik niet duistere kelders ingedoken, heb ik spinnenwebben weggeveegd en stilletjes gewacht op wat komen ging. Soms werd ik ontvoerd door iemand die ik niet kende. Soms ook pakte een bekende me bij de hand om de tuindeuren door te gaan en huiswerk te maken op een schip. Soms rende ik hard achter iemand aan of voor iemand uit.
Of ik zat op de stoeprand uit te hijgen van het rolschaatsen en het ophangen van kleine kunstwerkjes.

Natuurlijk weet ik (door het tijdscontinuüm) niet altijd wat er aan de hand is, en dat is het verwarrende. Ik denk dat we daar onderling gewoon betere afspraken over moeten maken.
Maar waar te beginnen?
Wellicht bij de belangrijkste of meest indrukwekkende dromen: nachtmerries en seksdromen. Daar waar je hart sneller van gaat slaan.
Wat zou je hierover kunnen afspreken?
Bijvoorbeeld de rol van de partner. Een seksdroom met je partner is eigenlijk overbodig. Tenzij je heel druk bent en die extra droomtijd gebruikt voor die dingen waar je overdag geen tijd voor hebt. Hoe dat precies zit met de één die wakker is en de ander die over hen beiden droomt, weet ik niet zeker, maar het schijnt te maken te hebben met de synchroniciteit van tijd (aan tijd) waarbij alle momenten niet in een lintvorm achter elkaar doorlopen maar bovenop elkaar op een prikker zijn geduwd. De prikker zijn wij en onze ervaring.
Dat zou ook kunnen betekenen dat een gezamenlijke droom in verschillende jaren beleefd kan worden. Ik denk hier maar even hardop hoor.
Ik wilde geen seksdroom met die blozende vriend ook al dacht hij door mijn opmerking dat hem misschien een mooie droom te wachten stond. Wat we hierover kunnen afspreken is alleen maar: Verwacht niet te veel en dring je niet op. Plus: als je een geheime droomrelatie hebt, houd anderen daar dan buiten en val je partner er niet mee lastig.

De nachtmerrie is gecompliceerder. Ik heb ze de laatste jaren nauwelijks, wat me ietwat bevreemdt.
Want wat betekent dat? Blijkbaar hebben weinig mensen een appeltje met me te schillen, wat ik moeilijk vind om te geloven. Ik heb mensen ontslagen, kritiek geuit op hun werk of persoon, ik heb gelachen om wat geen grapje bleek. Ik heb ook andere onaardige dingen gedaan.
Toch blijkbaar weer niet zó veel dat ze me er om willen vermoorden, martelen of bang maken.

Maar, dat ben ik.
Andere mensen dromen vreselijk naar, schijnt. Vanochtend las ik nog een tweet: "Moest vannacht een kookworkshop geven voor 2000 man in een hangar met nauwelijks ingrediënten of spullen #gelukkigweerwakker".
Ze worden zwetend en gillend wakker. Te bang om uit bed te stappen voor een glas water of om alleen maar dat enge bed uit te zijn. Wat geen wonder is, want de droom-opjager houdt je daar vast met koorden die rechtstreeks uit de prikker komen.
De nachtmerrie die je hebt wordt veroorzaakt door iemand die daar zijn zinnen op heeft gezet, zich er misschien de hele dag wel op heeft verheugd. We willen niet doden, want dood is dood en dan is het spel meteen afgelopen. Iemand moet bang worden en zwetend en schreeuwend wakker worden. 

Als ik veroorzaker ben en mijn wens uitvoer in mijn droom, is de ander dan willoos slachtoffer? Of speel je alleen maar uit wat op het niveau van de prikker is afgesproken?
Daar zou meer onderzoek naar moeten komen, vind ik.



31 oktober 2018

In volle vaart

De blogs waar ik het meest van houd zitten vol vaart, net als mijn favoriete podcasts. Ik ben een consument van de snelheid. Niet te snel natuurlijk, ik ben wel 52. Gisteravond zaten we bij een Cinemadiner in het Forum, met andere vijftigers. Nooit zie je twee mannen aan een tafeltje, beetje genieten van een leuk uitstapje onderwijl bijkletsend over hun leven en werk en die boeken die ze maar niet uit krijgen. 
Ze zijn er wel, maar verscholen achter een vrouw, met zijn tweeën achter twee vriendinnen, enfin ik ga er eens beter op letten of de man ook uithangt waar ik verpoos en of dit gendergevoelige zaken zijn.

De film die onder het eten werd vertoond was A casa tutti bene. Sommige mensen aten echt in het donker omdat de film blijkbaar een strak tijdschema had en het licht direct na het uitserveren van de soep en daarna ook van het hoofdgerecht baf uitging, wat bij het hoofdgerecht wel fijn voor ze was, lijkt me, want dat was een raar ratjetoe van ingrediënten: gnocchi, courgette, champignons, spinazie en gamba's.
Deed me eraan denken dat ik laatst zalm met pecorinokaas kreeg. Ik geloof niet dat ik een snob ben, maar vis en kaas moet je toch echt niet samen serveren. Net zomin als grote garnalen gooien op aardappelgnocchi in tomatensaus. Ik wil wel melden dat de amuse van chorizokroketjes en toast met ei en Parmezaan, en de soep van zo'n vergeten groente waar ik even niet op kan komen en dit is geen grapje, en het nagerecht van appelcake met allerlei frisse toevoegingen werkelijk verrukkelijk waren.

Italianen in films spreken supersnel. De familie van gisteravond was ook nog eens groot in getale en deed er in het begin totaal geen moeite voor om uit te leggen wie wie was. Het kwam langs maar, zoals een loge opmerkte: het zal allemaal wel, dat ga ik echt niet onthouden. En inderdaad, zodra ik dat losliet onthield ik alles. Ook dat de vrouwen in deze familie degenen waren die overal een drama van maakten. Het zal wel een man zijn, die regisseur, dacht ik nog en dat heb ik na afloop niet eens gecheckt.
In The Buried Giantvan Ishiguro dat ik laatst las stonden ook twee knoeperds van manuitglijders. Ach ik wil het er niet eens meer over hebben.

Wie weet nog een paar lekkere snelle blogs voor me om te volgen?



6 juli 2018

Roepen

Ik slaap. Je roept me. Ik schrik wakker. Ik pak mijn telefoon en zie dat je 7 minuten geleden hebt geappt dat je naar huis komt. Misschien ben je je sleutels vergeten en heb je daarom geroepen.
Ik blijf wakker, besluit ik, tot je binnen bent.
Je fietst het gangetje in. Zachter dan ik verwacht. Open je de achterdeur nou of beweeg je alleen tevergeefs de klink? Ik hoor je plassen. Ik hoor je tandenborstel. Ik laat je schrikken door hoi te zeggen als je de slaapkamer in komt. Zal ik je vertellen over mijn droom waarin twee van onze buurvrouwen een relatie blijken te hebben maar wel, en in goed overleg, vanwege de kinderen bij hun mannen zijn blijven wonen (maar soms samen slapen)?
Je zegt hoi terug. Je stem is dik van dronkenschap. Ik glimlach en laat je even praten. ‘Nu ga ik weer slapen,’ zeg ik. ‘Oké,’ zeg jij. Je stapt in bed.
Ik lig wakker.
Jij snurkt een beetje.
Ik wou je nog vertellen hoe het werkt als ik soms wakker geroepen wordt.