9 januari 2013

De vreugde die LinkedIn ons brengt


Ineens werd mijn LinkedIn pagina veel bekeken. Zelfs vaker dan de 1.397 hits die ik daar normaal gesproken dagelijks heb.
Dit superintelligente websitebrein, dat ik zowel op mijn laptop als op mijn mobiel heb geïnstalleerd met één en hetzelfde account en dat me er desondanks eens in de maand aan herinnert dat ik ook een app op mijn mobiel kan installeren, zit intern blijkbaar zo ingenieus in elkaar dat ik het niet begrijp.

Maar ze doen ook goede dingen.
Vanochtend kreeg ik dus de melding dat veel mensen hadden gekeken. Ik denk graag dat ik zo mijn charmes heb maar daar bleek het niet om te gaan. Want ook mijn eigen Huisschilder had me bekeken op LinkedIn.
Raar.
Hij weet toch wel wat ik doe en heb gedaan?
Of liet hij iemand zien wat voor geweldige vriendin hij heeft? en raadde hij mij bij iemand aan als mogelijke medewerker omdat ik toevallig een sympathieke, harde werker ben met briljante ideeën, brede ervaring en een bizar groot netwerk?
Wat natuurlijk heel wel mogelijk is, dat begrijp ik best.

Hij mailde me: “Volgens LinkedIn heb je een nieuwe baan!! Gaaf!”
Ik mailde terug: “O wat gaaf! Waar dan? betaalt het goed?”
En dat is hij nu even aan het uitzoeken.
Ondertussen wip ik op mijn stoel van plezier, dat kunt u zich vast wel indenken.

Eindelijk weer aan de bak!
Plannen maken, beleid opstellen, afspraken maken, gesprekken voeren, dingen regelen, ideeën uitwerken, excel tabelletjes in elkaar draaien, aanvragen schrijven, samenwerkingsverbanden aangaan en maandelijks geld ontvangen (al zal ik de onderhandelingen over mijn salaris wel moeten openbreken want die hebben dus zonder mij plaatsgevonden).

Ik hoop dat LinkedIn snel laat horen waar ik wanneer moet zijn.
Kan niet wachten.




19 december 2012

Externe schijf


"Buiten het geluid van de zwarte nacht hoorden ze alleen het kraken van de sneeuw onder hun wandelschoenen. Beurtelings droegen ze de vracht een paar honderd meter in hun armen, tot ze aan de voordeur van de studentenflat waren gekomen. Met de gruwelen van deze tijd in hun hoofd hadden ze er bewust voor gekozen hun kindje niet op de stoep van een RK kerk achter te laten."


Dit was mijn gezwollen inzending voor de Webschrijvers-wedstrijd "Kerstverhaal-in-3-Zinnen 2011", dat ik net terugvond bij het opruimen van mijn computer.
Ik was helemaal vergeten wat een enorm dieptepunt de katholieke kerk vorig jaar kende toen steeds meer mensen met hun verhaal over misbruik door RK priesters naar buiten kwamen. Veel meer dan men wilde weten.
De kerkheren zijn niet gedaagd wegens 'verjaard' en 'niet bewezen'. En sommigen niet omdat ze dood waren gegaan. Je mag hopen uit schaamte.

Als ik die 3 zinnen van mij niet had teruggevonden was dit hele proces van verhalen, commissies en schuldvragen bij mij verder weggezakt tot ik het met volle overtuiging in de vorige eeuw had laten plaatsvinden. Want je kunt je toch niet voorstellen dat die mannen hun straf tegenwoordig zouden kunnen ontlopen?
Waarin maar weer eens is bewezen dat mijn geheugen net zo selectief werkt als dat van de gehele RK kerk.
En nou weet ik ook al niet meer wat ik bedoelde met het vervelende "het geluid van de zwarte nacht". Ik herinner me alleen maar dat ik er enorme lol om had toen ik het opschreef. Maar ik hoef wel vaker het waarom niet te weten.



17 december 2012

Ja hoor: maandag!


Zeg, achterlijke Sean met je Indiase accent, natuurlijk ben ik the owner of this phone number! Ik ben toch degene die opneemt! Overdag, op een maandagmorgen!
Of dacht je dat ik de schoonmaakster was?
Of een Vrouw des Huizes die natuurlijk geen zeggenschap kan hebben over de prijzige telefoonnummers die onder gezag van haar kostverdienende man vallen?
Of vind je dat ik met mijn 46-jarige stem iets infantiels heb?

Dapper hoor, Indiase Sean, dat je mij ondanks de slechte verbinding heus wel geringschattend hoort lachen en tóch je praatje vervolgt met “I would like to talk to you about your current Windows operating system”.
Malle jongen, hoe kan ik anders dan nog harder lachen en je over the bad connection heen toe schreeuwen “We don’t use Windows! We use Macintosh! Have a nice day”, en dan ophang terwijl ik mijzelf afvraag hoe ik er in hemelsnaam bij kom om het woord Macintosh te gebruiken.


13 december 2012

Ik ben niet zo van de drugs, maar wat ik nu toch meemaak!


Ik vind gebruikers van cocaïne, hash en de rest enorme aanstellers. Pubers, eigenlijk. Het slaat nergens op en is nergens voor nodig.
Je neemt spul om socialer te zijn terwijl je juist asocialer wordt maar dat niet in de gaten hebt omdat je alleen maar méér gefocust bent op jezelf. Ja, zo lust ik er nog wel een paar.
“Maar dan ben ik leuker. Maar dan houd ik het langer vol. Maar ik ben zo bang om iets te missen. Maar het is zo'n lekker geheim sfeertje voor ingewijden. Maar dan voel ik me zo heerlijk relaxed weet je”. Wat een flauwekul.

Aan de andere kant: als je dat graag wil nemen moet je dat doen. Hou gewoon je mond, val mij er niet mee lastig, iedereen blij.
Overigens gebeurt het nooit dat mij iets wordt aangeboden. Of het ontgaat mij natuurlijk.
Ik logeerde eens met een vriend in Brussel bij vrienden van hem. Ik had niets gehoord of gezien tot die vriend ineens zei: "Nee zij niet, maar ze vindt het niet erg."
Ik had geen idee waar hij het over had. Sterker nog: ik zat me een tijdje stilletjes af te vragen waarom ze ineens met hun snufferd tegen de tafel geplakt zaten vóór mij iets begon te dagen.
Daarna kwam er uit die groep geen stom woord meer. Ik hoop dat zij het wel heel gezellig hadden met elkaar en die halve zinnen die er om het uur uitkwamen.

Helemaal zuiver ben ik natuurlijk ook niet, want ik drink graag alcohol. Ik denk dan dat ik mijzelf daarmee onder controle kan houden. En zo hou ik mijzelf wel vaker voor de gek.
Maar controle is wel het sleutelwoord. En misschien ook wel de reden dat ik geen drugs gebruik.
Ik weet nog dat ik in een ver verleden een kwart (jawel!) pilletje had genomen en volledig de tijd kwijt was geraakt. Stond ik ’s ochtends om half 8 nog flink te oreren in de duistere kelder van de Motorclub.
Dat vond ik doodeng, die tijd kwijt zijn. Wat mij overhaalde om dit niet weer te doen.
Gelukkig ben ik zónder pilletje veel leuker en grappiger. En dat scheelt wel moet ik zeggen.

Maar wat moet ik nu in hemelsnaam vinden van die drugs die ik tegenwoordig wél gebruik, in overvloed, puur en alleen omdat mijn lichaam die zelf aanmaakt?
Laat ik voorop stellen dat ik er niet om gevraagd heb!
Het enige wat ik heb gedaan is beginnen met hardlopen. Want sporten is goed voor je. Maar waar je denkt gezond bezig te zijn, raak je geleidelijk aan verstrikt in de drogerende en ongrijpbare wereld van de endorfine.

Ik ben niet tegen, want hé, mijn lichaam maakt het zelf aan. Maar het werkt wel verslavend. Ik wil wéér en méér. En ik ga glimlachen als ik aan hardlopen denk. Ik wissel blikken uit met mede-hardlopers. En ik loop liever 4 dan 3 keer in de week.
Ik ben er nog niet uit natuurlijk. Het blijft drugs, ook al is het gratis en hoef ik er niet smiespelig over te doen of me over een spiegeltje, bankbiljet of de spoelbak te buigen.
Normaal gesproken ben ik echt niet zo van de drugs. Maar als ik nou even met 2 maten meet en er een blogje aan wijd, dan mag ik morgen weer halen.



28 november 2012

Het staat leuk


Er zat iemand tegenover me die bepaald niet zo arrogant was als ik na het telefoongesprek had besloten.
We spraken over de functie en de visie en ik raakte in verwarring. Het bleek voor hem geen vraag te zijn of ze een directeur of een secretaresse zochten. Hij noemde het office-manager.
In het afwijzend telefoongesprek werd gehint naar de onbezoldigde bestuursfuncties die ook vrijkwamen. Vrijwillige directeur. Het staat leuk op je cv maar je verdient er niet je boter mee.


17 november 2012

Ongrijpbaar genot en mooie woorden


Het hardlopen ging opvallend gevleugeld toen ik op een ochtend koos voor de korte verhalen van “Hollands Diep” in mijn oren, in plaats van de afgetrapte discomuziek waar ik het al een half jaar mee doe.
Bij thuiskomst ging ik meteen een stap verder: ik haalde de 5-minuten-melding uit de instellingen van mijn Coach Runkeeper.
Geen afleiding meer die me precies iedere 5 minuten vertelt dat het weer 5 minuten later is, hoeveel kilometer ik heb gelopen en in welk tempo. De afleiding die elk Hollands Diep-verhaal onnodig onderbrak.
Vanaf nu gaat het anders. Geen tijdmelding meer, geen muziek.
Ik loop alleen nog op mooie woorden.

Op de weblog van TonRozeman las ik over korte verhalen van the New Yorker, te beluisteren via podcast.
Ha, Podcast! Dat verschijnsel waar ik per ongeluk een app van heb, waar ik hoogstwaarschijnlijk kan vinden wat ik zoek, maar dat me tegelijkertijd akelig veel angst inboezemt vanwege Nieuw en Groot en Onoverzichtelijk. Weer een onbekende wereld om te ontdekken!
Mijn verzet duurde kort. Toch begin ik steeds meer begrip te krijgen voor hoe mijn vader zich moet voelen als ik hem telefonisch door een aanmelding op internet leid waarbij hij zo vaak mogelijk alles stijf vervloekt. Waar hou je je aan vast als alles steeds virtueler en ongrijpbaarder wordt?

Inmiddels ben ik geabonneerd op de Podcasts Boeken van de VPRO, op The New Yorker: Fiction en heb ik gisteren 5 kilometer lang geluisterd naar Sherlock Holmes die het geheim van The Naval Treaty voor mij ontrafelde.
Ik weet niet wat me meer opwindt: dat 2 genotvolle hobby’s nu zijn verenigd of dat ik dat toch helemaal zelf heb bedacht en voor elkaar gekregen.
Of dat ik dinsdag weer mag.
Of dat overgave aan Ongrijpbaar te mooi voor woorden is.

13 november 2012

Ego's in de comfortzone


Het klinkt helemaal nergens naar: “Promotiedagen Noord Nederland”.
Geen kraak, smaak of ander zintuigverrijkend genot is er uit titel of inhoud te halen. Ik geef toe dat het me ook fysiek pijn doet om die schraalheid te ervaren.
De ene rolluikenfabrikant naast de andere cateringaanbieder zit met een collega in zijn stand wezenloos naar voorbijgangers te kijken. Of wisselt in setjes van 3 personen visitekaartjes en pepermuntjes uit.

Ik baande me vorig jaar in mijn mantelpakje een weg naar het Cultuurplein, waar een flink aantal culturele organisaties zich had verzameld. En daar gebeurde gek genoeg helemaal niets anders dan in de stands waar ze rolluiken aanbieden.
Die culturele instellingen, die vol vuur over ‘presentatie’ en ‘publiek’ in hun visie en motto hadden geschreven wisten blijkbaar niet hoe daar mee om te gaan in een omgeving waar zij nu eens de genodigden waren.
Om in termen van die omgeving te blijven: ze werden uit hun comfortzone gehaald en faalden jammerlijk om te herkennen hoe nieuw publiek zich voelt bij hun eerste voorstelling of expositie.

Vorige week was ik er weer. Ik had gehoord dat Sign een stand had met een geweldige act en inderdaad: 2 kunstenaars smeten het bedrijfsleven met hun eigen prachtig nietszeggende termen om de oren tot het zwaar gefrustreerd en niet-begrijpend afdroop.
Ik zag het CBK, het Kunstencentrum, NP3 en het NNO. En het Drents Museum.
De rest was thuis gebleven.

Gisteren hoorde ik wat er vorig jaar achter de culturele schermen was gebeurd. Hoe ego’s het in hun ellebogenwedstrijd wonnen van samenwerking. Hoe onmogelijk het bleek om alleen al een gezamenlijk doel te formuleren en daar naartoe te werken.

Er is één ding waar je goed in bent, waar je mensen van wilt laten genieten. Je hebt één middel gekozen dat je inzet om te vertellen wat je belangrijk vindt. En dan struikel je over de vorm omdat je niet wilt dat een andere organisatie het thema verzint of een plan bedenkt.
Nee, we gaan eerst op de rem tot we onze eigen zin krijgen en vooral niet die van een ander.
Ja, je omgeving is anders, en ja, je gelegenheidspartners doen niet wat jij zegt dat ze moeten doen. O, the misery of it van elke culturele directeur die het vertikt om uit zijn of haar haantjesarena te komen.
Gebruik andere woorden, gebruik een andere omgeving en stel je jouw doel voor ogen. Verloochen niet wie je bent, wat je bent en waar je voor staat maar laat verdomme toch gewoon zien waar we goed in zijn! Wat onze, excusez les mots, "Unique Selling Points" zijn.
Hoe moeilijk is het om een écht plein te creëren? Waar mensen op durven rond te lopen omdat daar, op dat fysieke plein, bijzondere dingen te beleven zijn? Te horen, te zien en aan te raken? Om publiek uit hun eigen comfortzone van rolluikenstands te halen en zachtjes door elkaar te schudden onder het mom van verleiden?

Ik begrijp steeds beter dat de gemeente ‘samenwerking’ zo hoog op de culturele agenda heeft gezet. Maar ik hoop wel dat de gemeente begrijpt dat ze hier hard de regie op moet gaan voeren als ze dat tot een succes wil maken.
Ik weet dat dit moeilijk is in een stad waar mensen eerst op de rem gaan staan omdat ze uitgelegd willen hebben waarom ze mee zouden moeten doen, in plaats van “ja” te roepen en uit te zoeken wat de mogelijkheden zijn.

En dan zijn wij degenen die het creatieve voorbeeld moeten geven door onmogelijke ideeën dichterbij te halen.
Of moeten we dat soms aan die rolluikenman overlaten?

6 november 2012

De logistieke hardloper


Voor een beginner is het wat verwarrend, die losse logistiek rondom lopen, al kan dat ook aan mij liggen omdat ik dol ben op strak georganiseerde details.
In de afgelopen 4 weken heb ik, als nieuweling, aan 2 lopen meegedaan. De grootste vraag bleek te zijn: wat doe ik met mijn spullen?

De 4 mijl viel me erg zwaar. Lange lappen weg met rijen toeschouwers die en masse zwijgend toekeken. Bof-bof-slip op het wegdek, hier en daar een oorverdovend bandje en daar tussendoor, op prachtige afstanden van elkaar, luidkeels en enthousiaste “Hup Moniek!”-aanmoedigingen. Fans te midden van hele dikke stiltes. Verademend!
Ik liep mijn streeftijd (45 min.) met loodzware benen. Ik weet dus nu al dat ik volgend jaar weer een PR loop.

Mijn fiets had ik vooraf bij het beginpunt op de aangeraden plek gezet, die ver van de kleedwagens was verwijderd die weer ver van mijn hok met 8000-nummers stonden. Reminder voor volgend jaar: vertrek eerder van huis.
Na afloop op de Vismarkt volgde ik de stroom mensen naar mijn kleedwagen om mijn tas met warme spullen te halen, en daarna dezelfde stroom mensen om de bus terug naar Haren te nemen.
Het heeft iets geks om je ervaringen uit te wisselen met totaal onbekenden. Maar aangezien iedereen bijzonder tevreden is en nog bruist van energie is het een vrolijke bedoening, zeker als de buschauffeur de weg in Haren eigenlijk niet blijkt te kennen. Iets van een schoolreisje met een omgekeerd grapje.
De bus stopte ver van het beginpunt waar mijn fiets stond. Reminder voor volgend jaar: zet je fiets alleen op de door de organisatie aangeraden plek als je héél lang en über-goed wilt uitlopen.

De Plantsoenloop afgelopen zaterdag was een feestje. Minder kilometers dan de 4 mijl, en toch een serieuze loop vanwege de steile heuvels.
Mijn Runkeeper meldde om de 5 minuten dat ik in een ongekend rustig tempo liep wat ik heel niet erg vond gezien de modder, de ongeleide kinderprojectielen en de niet kinderachtige afdalingen van 15%. Ik liep de 4 km in 27 minuten (streeftijd 30 min.) dus zo’n drama bleek dat rustige tempo nou ook weer niet te zijn.

Opvallend vind ik toch wat het lopen tussen andere mensen met mij doet. Als ik in mijn eentje wat rondjes door de buurt huppel en ik ben moe na 10 minuten, dan wandel ik een minuutje. Het voelt als spijbelen, ik doe het toch.
In zo’n loop werkt dat blijkbaar anders.
Bij de eerste doorkomst in het Noorderplantsoen zei Runkeeper dat ik 14 minuten onderweg was.
Ik schreeuwde (inwendig natuurlijk) “O NEE! Nu moet ik nóg een rondje! Maar ik kán niet meer!”, liet vervolgens die gedachte los en rende gewoon verder.
Na nog eens 500 meter rende mijn clinic-loopmaatje bij me weg en kwam mijn nieuwe vriendin Endorfine naast me lopen. Ik had het eerst niet in de gaten, tot ergens hoog in mijn borst een groot gevoel kwam zitten dat 1 kilometer verderop bijna barstte. Het is verrukkelijk. Meer zeg ik er niet van. Maar het kwam gratis en voor niks en het duurde 24 uur.

Mijn tas met regenkleding en handschoenen, droge schoenen en sokken, bananen en water wilde ik zaterdag niet toevertrouwen aan een onbewaakte kleedkamer. Mijn Cor kwam mee om op mijn tas te passen en om mij verkleumd en wel ook nog eens hard toe te juichen. Ik gunde het hem zó dat hij zich op de fiets terug naar huis net zo euforisch geëndorfineerd had kunnen voelen als ik!

Zaterdag 1 december ga ik hardlopen op Nienoord in Leek. Ik weet nog niet wat ik dan met mijn voor-en-achteraf-warmhoudend trainingsjack moet doen, of met mijn handschoenen, autosleutel en banaan.
Wat doen andere hardlopers met hun spullen in de logistieke toestand van het lopen? Met hun fiets, hun jack, hun tas en, ook niet geheel onbelangrijk: wat doen zij bij thuiskomst met al hun medailles?