Posts tonen met het label zomer. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zomer. Alle posts tonen

9 september 2025

In het zwembad

Hoe kan het dat ik de hele zomer in het zwembad geen vrienden voor het leven heb opgedaan? Ik had voor het eerst een 12-banenkaart gekocht en ging ongeveer eens in de week. Slecht weer en hartinfarcten bij de moeder hielden me wel eens weg. Maar over het algemeen zwom ik trouw 20 minuten per week. Eerst in het wedstrijdbad, en toen in het kleinere bad ernaast, waar ik van de cijfers 1.30 naar de 1.30 aan de overkant zwom, langs de waarschuwing hier niet te duiken. Meestal maak ik overal op zijn minst kennisvrienden, maar het bleef lang stil rond mij. Zou iedereen op dezelfde dag en op hetzelfde tijdstip zwemmen of zijn er ook mensen zoals ik die naar de Papiermolen fietsen wanneer dat uitkomt?

Eens was er een man die dwars door iedereen stug zijn baantjes bleef trekken. Ik vroeg hem na een paar van die storingen in mijn pad: Heb je wel eens overwogen om niet overdwars maar over de lengte te zwemmen? Ik zei niet 'overdwars en over de lengte', ik maakte snijdende handgebaren. Hij keek me verstoord aan. 'Nee. Iedereen zwemt toch zó!' En hij gebaarde in de richting zoals ze in het wedstrijdbad gaan. Ik schudde mijn hoofd, de man keerde terug zoals hij gekomen was en klom daarna uit het bad. De dames die steeds in hadden gehouden voor de man, en zwijgend doorzwommen, knikten me toe. Maar op één 'Fijn dat je er wat van zei,' na bleef het stil in ons badje.

De tiende keer dat ik zwom was al na de zomer. Er dreven gele blaadjes in het water. De twaalfde keer was twee dagen geleden. Mijn tenen werden koud in het bad, hoezeer ik ook met ze trappelde, en de blaadjes die ik tegenkwam waren bruin. Voor de zomer dreven vooral heel veel wespen en lieveheersbeestjes in het chloor, meestal nog wat spartelend met de vleugels. Die redde ik door ze uit het water te scheppen en op de kant te gooien. Als ik na twee baantjes terugkeerde aan die kant waren ze vertrokken. Ik verdien een lintje.

Soms denk ik om mijn slag, en hoe die in 50 jaar tijd ineens ouderwets blijkt te zijn geworden. Soms steek ik mijn handen tegen elkaar aan naar voren, als in gebed, en leg ik ze plat neer als ik even uit-drijf. Om te kijken hoe ik eigenlijk zwem. Dan voel ik ineens het plankje dat ik vast had toen ik het leerde. Hoe kan ik dat nou ineens echt weer voelen?

De elfde keer dat ik zwom vroeg de vrouw die de eerste leuke baan langs de rand innam of ik daar wilde zwemmen, want daar was veel schaduw en je moet tegenwoordig uitkijken met een teveel aan zon. Nee hoor, zei ik, ik zwem hier prima, zolang ik de kant maar een beetje in de gaten houd vanwege het recht zwemmen. In ons badje zijn geen strepen op de bodem getrokken, we kijken met een schuin naar elkaar en naar de rand. De dame in de schaduw had een knotje, en zwom zonder de kanten te raken. Waar ik altijd die beugel grijp, me omdraai en me dan afzet tegen de kant, draait zij vlak voor de rand en zwemt een half rondje. Mijn twaalfde keer was ze er ook, we zeiden zomaar Hoi. Toen kwam er een oudere vrouw in strakke badmuts, met zwembril en gespierde schouders pal naast ons zwemmen, niet zo snel en zeker niet in rechte banen. Aan de ene kant eindigde ze tussen mij en het Knotje, aan de andere rand eindigde ze tussen mij en de vrouw met spierwit haar. Het Knotje schudde haar hoofd en zei 'Ze begrijpt het niet'. Ik lachte en zei alleen in mijn laatste baantje: Tot volgend jaar en een fijne winter. Of ik niet doorging? Nee, het binnenbad is niets voor mij. Fijne winter! Misschien één kennisvriendin dan.

De laatste dag dat het zwembad open was maakte ik mijn twaalfde strip op. Het was ook mijn twaalfde keer ooit in de Papiermolen. Ik heb regelmatig tijdens het zwemmen moeten denken aan die keer dat Paul me eens meevroeg, en ik dacht dat hij een grap maakte, tot ik om half 8 een sms kreeg waar ik bleef.

7 juli 2020

In de buurt

We mochten het tafeltje bij het raam hebben dat van twee kanten leuk is: de uitbater laat zien dat er gezellige mensen in de zaak zitten en wij hebben uitzicht naar twee kanten.
Een driegangen lunch op steenworp afstand, om de eerste vakantiedag van de zus te vieren. Eén glas wijn mocht, vonden we, om het zomerse gevoel te benadrukken. Buiten regende het bij vlagen, en scheen de zon als de regen even uit fatsoen zijn schreeuwende muil hield. 
De eigenaar-kok van het restaurant aan de overkant kwam lunchen ('Hé hoi vrije dag', Hé hoi vakantie'), en maakte precies dezelfde opmerking als ik tien minuten daarvoor, en als de mensen die daarna kwamen: 'Wat leuk dat jullie lunches serveren. Sinds wanneer?' waar iedereen hetzelfde antwoord op kreeg. 
Ik ving dat niet geheel per ongeluk op, ik leg mijn oor bij zoiets onmiddellijk te luisteren want ik wil weten wat mensen doen met Een Verhaal, hoe klein ook.
Zelf mag ik graag variëren. Voor mijn eigen alertheid, voor de frisheid van het verhaal, en dan voeg ik er graag stilletjes in mijn hoofd aan toe: uit respect voor diegene die luistert.
Natuurlijk is dat een trucje. Maar ik heb afwisseling nodig om hetzelfde verhaal te kunnen blijven vertellen, en bovendien leer ik van de dingen die ik hoor als ik ze zeg, en dat brengt mij dan weer verder. Ja zo werkt dat, ik luister naar mijzelf en ik wil niet steeds opnieuw hetzelfde verhaal horen anders val ik in slaap.

We zaten er rustig twee uur, kopje thee voor de afronding, en toen het weer even droog was stapte Nathalie op de fiets naar Noord en wandelde ik de hoek om naar huis.
Op de voicemail stond Emil of ik hem wilde bellen (een klus! denk ik dan toch onwillekeurig hoewel ik dat afkeur om te denken), en in mijn straat fietste Frank me achterop en praatte me bij over optredens en kleine kinderen.
Emil had een oude stichting op gediept waarvan ik ooit penningmeester was. We waren in de veronderstelling dat we opgeheven waren maar bleken alleen diep te slapen en nu schudde Emil ons weer wakker. 'Is goed,' zei ik, 'Ik zal het LinkedIn te vertellen.'
En ik soesde weg zoals men doet na een fijne lunch en aangename gesprekken.