11 oktober 2015

Humkessoep


De Hollandse keuken bevalt mij over het algemeen wel. Ik had graag gezegd "de Twentse Keuken", want mijn lievelings zijn toch wel Balkenbrij en flinke soepen zoals Humkessoep, maar dat zijn dan ook meteen de enige echte Twentse gerechten die ik ken.
Vorig jaar serveerde ik de groenebonensoep voor het eerst op mijn verjaardag, en dit jaar beweerde iemand dat hij daar al reikhalzend naar had uitgekeken.
Zowaar, een succes!
En dat deel ik graag. Dus bij deze:



Humkessoep
6 personen, Bereidingstijd 15 minuten, Wachttijd 180 minuten

Ingrediƫnten
Boter en olie
400 gram schouderkarbonade (scharrel uiteraard)
2 uien
2 aardappelen, licht kruimig
1 liter rundvleesbouillon
1 prei
200 gram snijbonen
200 gram sperziebonen
340 gram witte bonen

Bereiden
Maak een liter bouillon van 2 bouillontabletten. Fruit in een stevige soeppan de gesnipperde ui aan in de combinatie van boter en olie. Voeg de in grove stukken gesneden schouderkarbonade toe en laat het vlees bruin worden.
Giet de bouillon erbij, en voeg de in grove dobbelstenen gesneden aardappelen, de in halve ringen gesneden prei en alle groene bonen toe.
Laat minimaal 2,5 uur zachtjes koken met deksel op de pan. Hoe langer hoe beter. Roer regelmatig.
Voeg de witte bonen toe en laat de soep nog een half uur doorkoken.





5 oktober 2015

Laarzen die niet mogen

In de vroege herfst van 2010 vergaderde ik met drie collega's in het horecakantoor van de Stadsschouwburg.
Gegil van buiten stoorde ons, het was pauze bij het gymnasium van de buren. We konden niets anders dan zelf ook even pauzeren en naar de uitgelaten jeugd kijken die naar buiten stroomde.
De twee mannelijke collega's sprongen ineens op en riepen naar het raam: "Uit met die achterlijke laarzen! Het is nog geen winter! Foei!"
"Maar dat staat heel leuk, die laarzen onder een kort rokje," zeiden wij verbaasd.
"Niks ervan," was het oordeel.
Ook thuis schudde de Huisschilder zijn hoofd. Vloeken in de kerk, die combinatie.
Sindsdien voel ik me altijd een beetje rebels als ik een kort rokje draag met laarzen. Hoog tijd om dat weer eens te doen.



27 september 2015

Mabon

Afgelopen woensdag werden we ziek en het was niks aan.
Ik hing beneden, hij hing boven, en de dagen zoefden in onmacht voorbij. 
Ik las wat en viel in slaap, keek Miss Fisher en Hustle, en viel halverwege in slaap. Ik dacht 's ochtends stiekem aan hardlopen en voelde hoe mijn benen uit protest in slaap vielen. Nee, er was niks aan.
Soms kwam de Huisschilder tussen het slapen door even beneden en vertelde dan iets over onze auto wat ik niet begreep omdat ik de woorden niet kon vasthouden. Maar dat zei ik niet natuurlijk. Ik stelde belangstellende vragen op de plekken waar de stiltes vielen, in de trant van "Echt?" en "Wisten we dat al?" en kreeg geloof ik ook nog wel antwoord. Gelukkig putte dat de Huisschilder zo uit dat hij weer naar boven sjokte. Ik heb hem nog nooit zo lang zo ziek meegemaakt.
Vrijdagmiddag kreeg ik heel fijn heel leuk bezoek dat taarten meebracht. We kregen het over tia's en Asperger, en echtelijke ruzies en over dames die niet konden komen omdat ze ziek en verkouden waren en andere ellende. Ik steeg er spontaan van boven mijn griep uit. Na twee koffie en twee wijn en twee parmantige blosjes zakte ik pas in.
Maar ik heb hier dus mooi een slinkse oppepper gevonden.
Vanavond moeten we uit eten wegens een afspraak met de Albert Heijn actie. Ik begin denk ik met twee wijn, gevolgd door twee blosjes en twee koffie. Variatie is goed voor de mens.

En zo ben ik oprecht dankbaar voor wat ik deze week heb geoogst.

31 mei 2015

Stickers

Op de overloop staat een blauw koffertje met achter de stoffen rits, tussen de metalen stangen, nog de gympen en de sandalen. Ik vergeet al drie dagen om de schoenen er uit te halen, in de kast te gooien en de koffer op zijn vaste plek terug te zetten. Alsof hij niet zojuist gebruikt is voor 5 dagen Rome, alsof hij niet volledig uitgepakt op de tegels van een warme hotelkamer heeft gestaan. Er is niets gebeurd, zegt de koffer en ik mis ineens een gewoonte die ik niet ken: ik wil stickers hebben die ik op de koffer kan plakken zodat ik en de koffer weten wat we samen hebben gedaan.

In de woonkamer staat sinds gisteravond een grijze koffer met een rode rits.
Aan die koffer is niet te zien dat die een week door Noorwegen heeft gereisd, fjorden heeft bekeken en de immense meikou heeft gevoeld. De rits staat open en een dikke trui, een handdoek en een iPad-oplader kijken me aan.
Ik luister naar Vroege Vogels en het tikken van de klok.
Als ook de grijze koffer is leeggeruimd bestaat deze week niet meer.


13 maart 2015

De hoofden van Malevich

Achter elkaar zie ik ze verschijnen: gezichten van bekenden die dat op het tweede gezicht niet zijn. Voor het station zie ik een man weggedoken achter een broodje. Hij staat 20 meter verderop, en ik vraag me af wat die ex in Assen doet. Ik draai mijn hoofd nog even in het voorbijgaan om te checken of hij het wel is, maar de man kijkt me recht aan en dan is verder checken geen optie meer.
Die dag loop ik in het Drents Museum drie bekenden tegen het lijf. Iemand die er werkt, iemand die in de buurt werkte, en midden tussen de schilderijen iemand die met pensioen is. Ik vermijd hem eerst en concentreer me op mijn telefoon, andere bezoekers, de muur en iets groens, voor ik zeker weet dat hij het is.
"Hou jij de wacht hier?" vraagt hij na de begroeting.
Ik kijk naar mijn donkerblauwe kokerrok. "Vind je dat ik er zo uit zie dan?"
"Nee nee," zegt hij, "het was meer de manier waarop je in de ruimte keek."
Ik gooi het op Malevich die mijn blik niet vast kan houden.
Als hij een film in duikt probeer ik opnieuw, en anders, naar het werk te kijken. Het lukt niet, alleen het schilderij met de rode paarden komt binnen. De oud-directeur van de academie heeft gelijk in zijn observatie van mij.
Ik verstuur een tweet en beƫindig mijn pauze tussen de niet-ingevulde hoofden van Malevich.


12 februari 2015

Eetplekken

Op een van mijn werkplekken eten ze gezond. Het zijn dan ook bijna allemaal vrouwen en dat stimuleert denk ik.
Op mijn andere werkplek nemen ze zo vaak en zoveel mogelijk soep en tosti’s en kroketten, laat ik me vertellen. Niet omdat ze dat altijd al deden, maar omdat het straks niet meer kan als de keuken tussen de middag gesloten is.

De eerste werkplek, de nieuwste, heeft als gewoonte dat we om 12.00 uur allemaal aan een grote tafel gaan zitten en onze meegenomen pakketjes uitpakken. Het zijn veelal bakken vol salades, en ook nog eens zelfgemaakt. Als ik op een dag een bak van oom Albert meebreng voel ik me bijna schuldig dat ik overvloedige conserveringsmiddelen aan tafel heb uitgenodigd. De collega naast me vertelt over het dieven van tomatenplantjes in haar moestuin en ik kijk naar de brokken gorgonzola die in mijn saladebak aan de amandelen kleven.
Als ik mijzelf niet hoefde te verdelen over twee werkplekken zou ik de hele dag ook wel tomatenplanten willen dieven. Als ik wist hoe dat moest dan.

Op de Vrouwen Werkplek halen we koffie voor elkaar, ook tijdens vergaderingen.
Er staat een automaat en we hebben allemaal een sleuteltje. Er is geen bediening die de helft van de tijd niets zit te doen om af en toe mensen te ontvangen en te woord te staan. De ontvangst is op werkplek ƩƩn namelijk geregeld door een wisselende baliemedewerker die gewoon haar eigen werk doet op een balieplek.
Soms hoeft het niet zo formeel te zijn ingericht.
Maar het leukste van werkplek één is wel dat ik vorige week de vrijmibo heb geïntroduceerd met mijn meegenomen flesje Cabernet Sauvignon, en dat niemand dat vervelend vond. En dat er geen bediening op een glas meer of minder keek.



1 februari 2015

Zoet

“Dat ga ik ook doen,” schamperde man X, “Een club oprichten en dan zelf bepalen wie er in mag.”
Ik zei niets terug, in de hoop dat hij zelf hoorde wat hij zei. En ook omdat ik niet hardop wilde zeggen hoe erg ik het voor hem vond dat hij blijkbaar niet de vrijheid voelt om zelf te bepalen wie hij op zijn feestjes wil hebben.

Man Y zei: “Je zit dus gewoon met een paar vrouwen bij elkaar, drinkt wat thee en wijn en eet taart? En je hebt dan meteen maar een Club? Maar dan kun je toch Ć”lles wel een Club noemen! Dan had ik gisteren met mijn vrienden in de kroeg ook een club!”
“Ja. En?”

De stem van man Z sloeg bijna over.
“Je bakt niet, je wisselt geen recepten uit, je gaat alleen maar met een stel vrouwen ƩƩn taart eten en je noemt het De Taartenclub!”

Ik vind jaloezie maar een lelijk monster.