9 mei 2012

Woensdag Blues


Mijlpaal bereikt in hardloopschema.
Voel me fitter dan ooit.
Conditie nu al op niveau van halve 4 mijl.
Triomfantelijk hijg ik de hoek om.
Knal tegen roelstoeldame-met-hondje aan.
“Zo,” vraagt ze vriendelijk, “moeten er wat kilo’s af?”

Zo jammer om dan met je mond vol tanden te staan


5 mei 2012

Brullen op 4 mei


Ieder jaar neem ik me voor om op 4 mei naar het Sterrebos te gaan en het begin van De Stille Tocht mee te maken.
Toekijken hoe mensen aan komen fietsen en lopen, hoe ze een plekje proberen te vinden voor hun fiets, zich bij anderen voegen en braaf wachten tot ze met de wandeling naar de Grote Markt kunnen beginnen.
Zeker toen ik in Helpman ging wonen nam ik me dat vurig voor. Ik zou niet alleen gaan toekijken natuurlijk, ik zou stoer meelopen. Ik zou bloemen bij me hebben, en pepermuntjes. Ik zou een vaste loper worden en anderen stimuleren ook te gaan.
Ik zal je eens wat zeggen: Als het aan mij lag zou de Tocht binnen 3 jaar zó veel mensen op de been hebben gebracht dat er geen toeschouwer meer over was.

Maar dat doe ik dus niet.
Het is een prachtig gebaar, het is een wonderlijk schone traditie die absoluut moet blijven. En alleen al daarom zou ik me vreselijk hypocriet voelen als ik mee zou lopen. Het is namelijk niet mijn verdriet, mijn pijn, of mijn herinnering. 
Ik heb het niet van nabij meegemaakt, ik heb geen voorouders verloren in kampen, ik ken geen mensen die nu op oorlogs- of vredesmissies gaan.
Ik wil best mensen herdenken die zijn “omgekomen of vermoord”, maar voor mij is het net als verdriet voelen op een begrafenis van iemand die je niet goed kent. Anderen hebben daar meer recht op.

Daarbij ga ik nooit naar een begrafenis voor degene die is gestorven. Ik ga voor mijzelf, om afscheid te nemen. Of ik ga voor de nabestaanden, om hen te laten weten dat ik er voor ze ben. Ik ga niet voor degene die dood is, want laten we wel wezen: die merkt daar niet zoveel van.
Dus voor wie zou ik dan Een Stille Tocht lopen? Voor mijzelf en de nabestaanden? Die ik niet persoonlijk ken?
Of stiekem toch voor De Buitenwereld? Om aan Anderen duidelijk te maken dat we slachtoffers herdenken, oorlogen afkeuren en respect hebben voor de heiligheid van de 2e Wereldoorlog? Om te tonen hoe goed we zijn?


Alle morele afwegingen daargelaten moet ik ook bekennen dat ik dat meelopen natuurlijk helemaal niet durf. Ik jank al de oceanen uit mijn ogen als ik op het Martinikerkhof sta bij de 2 minuten stilte en de kransleggingen.
En alleen al het idéé om zo veel verbinding te voelen met zo veel mensen op één en hetzelfde moment is zo overweldigend dat ik me niet de straat op waag bij de landelijke begrafenis op 4 mei.
Want ik ben een emotioneel eiwitje. Ik jank. De hele weg.



28 april 2012

4 mijl


De dag dat de inschrijving voor de 4 mijl begon was de dag dat ik spijbelde van mijn hardloophalfuurtje, om 10 uur al aan het gebak zat en waarop ik ’s avonds 3 flessen Pinot Blanc (van verschillend allooi) wegtikte met een oude bekende.
Gelukkig was mijn zus zo slim om mij te bellen en voor te stellen dat zij mij voor álles rondom die 6,4 kilometer zou inschrijven.
Dat leek mij heel prima, zo vanuit de kroeg.

Ze schreef me in voor een clinic, voor een herinnering en voor de afstand zelf natuurlijk. En ik schijn op alles “ja leuk” te hebben gezegd.
Maar dat was rond half 8 en ik geloof ook rond de helft van fles 2.

Tegen de bodem van fles 2 en de laatste gefrituurde kruimels op het grote hapjesbord probeerde ik de email te begrijpen die ik inmiddels van de 4 mijl-organisatie had ontvangen.
Mijn inschrijving was te laat ontvangen waardoor ik op de wachtlijst geplaatst was. Na 15 augustus zou ik bericht krijgen.

Wat een opluchting.
Ik hoefde niet mee te doen! Ik hoefde mijzelf niet te testen, ik hoefde niet af te gaan, maar ik mocht gewoon veilig langs de route blijven staan net als alle andere jaren.
Ik kon dus in de kroeg blijven zitten en fles 2 tot de laatste druppels leegknijpen.
En het mooie: ik hoefde ook niet meer te betalen voor al die extra’s die WE erbij hadden besteld.
‘We’, want als de zus het niet had voorgesteld had ik niet geweten dat Clinics en Memorabilia tot de mogelijkheden behoorden en had ik niet ja gezegd. Ik zat in de kroeg immers, en zeg je toch sneller dan normaal Ja op veel dingen. Vind ik.
Dus trokken we zeer tevreden elders fles 3 open.

De verwarring kwam de volgende ochtend in de vorm van een email. 
Omdat ik me had ingeschreven voor de clinics bleek ik toch recht te hebben op een gegarandeerd startbewijs.
Het ziet ernaar uit dat ik met fles 4 ga wachten tot de avond van 14 oktober.
En dat lijkt mij heel prima, zo vanuit mijn sportschoenen.

23 april 2012

Zondag


Zondagochtend jogde ik langs de muziekkoepel in het bos om de hoek. Er stonden 3 mannen al gezellig aan het bier.
"Hey, maak je karnemelk?" schreeuwden ze me toe.
Ik zei streng "Goedemorgen heren".
Ze antwoorden braaf en een stuk stiller "Goedemorgen mevrouw".

Kijk, daar heb ik nou lol om.

21 april 2012

Boeken Crush

Na het lezen van het magistrale “Making History” van Stephen Fry liep ik deze week nog een tijdje door huis “O, o, o” voor me uit te stamelen en met mijn hoofd te schudden uit ongeloof en bewondering.
Dat heb ik met sommige boeken.
Die lees ik met kloppend hart en zo snel mogelijk. Ze gaan mee naar wc, tandenpoetsen, koffie zetten en aan- of uitkleden.

Ik weet niet of het goede boeken zijn, ik weet wel dat echte O-o-o-boeken 20 jaar na het lezen nog steeds diepe gevoelens bij mij oproepen.

Afgelopen zomer had ik er ook al één: “Bonita Avenue”.
Al “o, o, o,” fluisterend liep ik over de camping. Grote ogen van wanhoop. Het is uit. Het komt nooit meer voor de eerste keer binnen. Maar o, wat een wereld ben ik ingezogen geweest.
Wát een wereld!

Het punt is nu dat ik het allerliefst alleen maar O-o-o-boeken wil lezen, en er tegelijkertijd voor vrees dat ik dat niet aankan.
Hartkloppingen, om de 20 pagina’s naar de man roepen dat het briljant is (maar dat vervolgens niet in detail kunnen delen omdat hij het nog moet lezen), tijdgebrek, slaapgebrek, in een andere sfeer leven.
Het lijkt wel verliefdheid.
Of nee, dat is niet waar: het ís verliefdheid.
Op de geest van een schrijver en zijn verhaal.

Ik ben helemaal niet verliefd geworden op de schrijver Peter Buwalda, wist niet hoe hij er uit zag en had er ook geen enkele behoefte aan dat te weten te komen.
Op Dave Eggers ook niet, toen ik in 2000 zijn “Hartverscheurend Verhaal over Duizelingwekkende Genialiteit” las, en ook niet op Oriana Falacci nadat ik “Een Man” in 1991 in 3 dagen had uitgelezen.
“Zen and the Art of Motorcycle Maintenance”, “Een Zoon van het Circus”, “Mists of Avalon”, “Het leven uit een Dag”. Indrukwekkend, bepalend, gekmakend geweldig.
En op dezelfde manier opwindend als de serie “Een Schitterend Ongeluk”.

Van de meeste schrijvers van die O-boeken wil ik helemaal geen tweede boek lezen.
Ik wil niet dat zij hun taal en geest gebruiken om een ander verhaal te vertellen dan dat waar ik zo verliefd op geworden ben. En ik wil ook niet dat ze mij teleurstellen met een ander boek.
En ik wil al helemaal niet dat in een ander boek hun persoonlijkheid meer voelbaar wordt en te nadrukkelijk aanwezig is om het verhaal nog te kunnen opnemen.
Schrijvers moeten van hun boeken afblijven. Daar komt het eigenlijk wel op neer.

Ja, krom, ik weet het.
Zeker als je bedenkt dat ik van Stephen Fry gisteren wel meteen een paar andere boeken heb gekocht bij Bol.
Ze komen woensdag. Ik reken er op dat het stuk voor stuk O-o-o-boeken zullen zijn.
Of op mijn minst Sjonge-jongejonge.
Had ik al eens verteld van Sjongejongejonge-boeken?


23 februari 2011

Koorspel

Donderdagavond wisten we het ineens: we beginnen een gemengd koor.
We hadden er wat moeite mee om het onze omgeving te vertellen want we zagen de teleurstelling over de onmiddellijke ledenstop al een wig drijven in vriendschappen en familiebanden. Maar we moeten wel, anders klopt de naam "Gemengd koor Cor & Moniek" niet meer!
Binnenkort volgt de eerste ledenvergadering. Ik denk dat we vergaderen nog leuker gaan vinden dan die hele koor-business.

17 februari 2011

Van oude bossen

Mijn vader moet gedotterd worden. Ik dacht altijd dat het alleen heel oude mensen overkwam maar mijn vader is nog maar 69 jaar.
En ja natuurlijk: 69 is relatief gezien oud. Dat weet ik ook wel. Ik ben gewoon verbaasd. Ik heb het blijkbaar niet zo bijgehouden allemaal, de laatste 20 jaar.

Ik ben zonder dat ik het in de gaten had meegeschoven de hogere cijfers in. Ik heb plotseling vriendinnen die in de overgang zijn. En dat is niet eenvoudig te bevatten. Hoe kan het nou zomaar ineens zo laat zijn? Dat van die overgang, dat overkomt toch alleen maar hele oude vrouwen met kleinkinderen op de middelbare school?
Ik ben wat in verwarring.

En dat heeft eerlijk gezegd niet zo veel te maken met ouder worden. Maar wel met dat mijn vader blijkbaar ook mankementen kan krijgen. En omdat hij de afgelopen weken van een actieve "oudere" man veranderde in iemand die het liefst binnen zit te sudokuën.

Natuurlijk wilde ik helemaal niet luisteren naar zijn verhalen over hoe hij die ochtend weer wakker was geschrokken van een razende bloeddruk, van pijn op de borst, van bonkende hoofdpijnen en ledematen. En al helemaal niet van berichten dat de weekenddokter hem op zaterdagavond tabletjes onder de tong kwam geven.
Ik zei dat hij moest gaan wandelen.  

Ze hebben een prachtig en oud Twickels bos om de hoek waar hij meer rust uit kan halen dan de Balloër heide mij op mijn tweemaandelijkse tochten kan geven (maar dat laatste komt waarschijnlijk omdat ik als echte Tukker blijf verlangen naar een oud, groot en majestueus bos hier in Stad Groningen).
Ik wil het gewoon liever hebben over grote bossen en oude landgoederen dan over mijn vader en over welke leeftijd hij heeft en welke artsen hem hebben beklopt, bekeken en beluisterd.
Ik zal hem dit weekend eens meenemen op zijn wandelschoenen het Twickelse bos in. Zal me goed doen.

1 februari 2011

Douchen

Al mijn weblogs schrijf ik onder de douche. Tegen de tijd dat ik de kraan dicht doe is het verhaal af en o jongens, iedere keer weer een voortreffelijk geconstrueerd geheel mag ik wel zeggen.  
Als ik me helemaal afgedroogd heb is het verhaal weg. Verdwenen. Met iedere druppel die ik in mijn handdoek strijk verdwijnt een woord. En voor iedere nieuwe gedachte die in mijn hoofd opkomt verdwijnt een complete zin van het prachtige verhaal.
Op deze manier ben ik al een Bestseller of drie kwijt geraakt.
En ook dat ene Lied waarmee we eindelijk weer eens het Songfestival hadden kunnen winnen is door het doucheputje weggestroomd. 
Vreemd genoeg blijft het Filmscript hangen. Sterker nog: het breidt zich dankzij douchebezoek op een prachtige manier uit. Het krijgt steeds meer vorm en ik denk dat het nu wel krachtig genoeg is om niet meer weg te sijpelen zodra ik even niet kijk.
Ik denk zo tegen 2013 de première aan te kunnen kondigen. De Toespraak hiervoor heb ik al af. Of nou ja, gisterochtend dan. Eventjes.