7 november 2016

In de lift 2

Drie mannen beenden me voorbij de wachtende lift in. Ik sprintte er eentje op zijn hak met mijn zware schoen omdat ik mee wou en zei wel sorry maar had niet het idee dat zijn It's oké oprecht was.
Een van de andere mannen vroeg op welke knop hij voor me kon drukken en toen ik Thirteen zei staarde hij me aan maar drukte braaf op de knop.
De derde man begon te schuifelen. Wauw, zei hij, ik wist niet dat ze dat nog ergens deden.
Yeah, zei de knopdrukker, daar houden bouwers zoals wij niet van.
Ze keken alle drie wat betrapt naar mij.
O jee, dacht ik, er is weer eens iets aan mij voorbijgegaan. Wat was er op de dertiende verdieping? Een mooi balkon waar ik niks van af wist?
Een goede hotelbar?
Staat het berucht om zijn nachtelijke feesten?
Ik ben zo traag dat ik pas rond floor 4 hun bijgeloof begreep.


En verwarde mannen zijn grappig. Zeker in Amerika. En helemaal verwarde mannen van tegenwoordig, maar daar wil ik het niet over hebben. Nooit meer.



In de lift 1

Op dag vier in winters New York nam ik de lift naar beneden samen met een enthousiaste Amerikaan.
“Nice scarf,” zei hij. Ik keek nog naar de sjaal, zei bijna This old thing? want het was een heel oud ding en er is zelden iemand die er iets over zegt, voor ik me realiseerde dat dit zijn manier was om in gesprek te raken.
Toe maar dan, dacht ik, ik heb dertien verdiepingen de tijd.
“Ze wilden dat ik een evaluatieformulier invulde. Ha! Bij de vraag Beantwoordde het hotel aan uw verwachtingen, heb ik gezegd: het beantwoordde niet eens aan mijn minimale eisen!”
Ik knikte want het lekkende toilet, de vloerbedekking op de gang die op sommige plekken vol dikke plooien zit en op andere plekken met ducttape is dichtgeplakt, de zwarte haren op de badkamervloer en de wel heel vaak in warmte wisselende douchestraal kwamen direct in me op, en in onze kamer liep ik niet op blote voeten onder het mom van Koud & Winter, wat een dikke vette leugen naar mijzelf was.

Vroeger was dit een prima hotel, zei hij, maar nu heb ik zelfs zwarte schimmel op mijn kamer en ik heb een nare hoest gekregen. Ha!
Hij grijnsde nu breeduit.
Ik heb vrienden bij de Health Departement en zodra ik ze dit vertel, real black mold, dan sluiten ze dit hotel IMMEDIATELY! Ik ga het nu regelen en ik hoop voor jullie dat ze een beter hotel als vervanging vinden.
De lift was op de begane grond aangekomen en hij stoof blij naar buiten.
Have a nice day, riep ik hem achterna en hoopte dat het hem overmorgen echt zou lukken het hotel te laten sluiten.



5 oktober 2016

Volwassen

Vrijdag aanstaande gaat de deur open die leidt naar mijn volwassenheid. Verwacht ik.
Op dat moment, twee minuten over tien in de ochtend, zal wijsheid over mij uitgestort worden. 
Ik zal voelen hoe is het is om verantwoordelijkheid voor de wereld te dragen, om glimpen van intellectualisme op te vangen en wie weet zelfs af en toe daadwerkelijk even vast te mogen houden.
Het is het moment dat ik ga geven om deuken in mijn auto en het leeglopen van een bankrekening. Dat ik stop met kopen van boeken en kunst voor de leuk, en ga investeren.
Dat ik op booking.com niet meer aanvink dat ik reis voor mijn plezier.
Vrijdag breekt eindelijk het tijdperk aan waarop ik dit alles ook fijn ga vinden. Vrees ik.
Nog vijf uur tot mijn vijftigste.





12 juni 2016

Lastig

Ik vind het lastig dat mensen zeggen te stoppen met roken en dat vervolgens niet doen of, na een maand of drie lekker fris te hebben gegeurd, toch weer beginnen. En dat een paar keer per jaar. Ik vind het lastig omdat ik steeds enthousiast moet zijn en stimuleren en iedere keer dat het mis gaat ben ik zo teleurgesteld dat ik zeker weet dat ik dat enthousiasme de volgende keer niet meer op kan brengen en dat dan vervolgens tóch doe omdat ik zo hoop dat het goed gaat. De één na laatste keer dat er gestopt werd met stoppen ben ik ongelooflijk kwaad geworden en vloekte ik de zwakheid in de roker volledig stijf. Hielp ook niks.

Het is vooral lastig omdat ik het steeds minder begrijp. Het ziet er niet uit, kost kapitalen en het is niet bepaald goed voor je lichaam. Bovendien is het een lachwekkende afhankelijkheid. Er is een hele industrie bij gebaat om mensen zo afhankelijk mogelijk te houden en mensen doen daar geheel vrijwillig aan mee. Sterker nog, ze verdedigen het roken. Die stof en die mannetjes hebben het voor elkaar gekregen dat ze verdedigd worden. Nu zijn er meer vergiften in de samenleving die verdedigd worden maar vaak is dat uit zelfbehoud. Waarom verdedigde ik mijn rookgedrag? Omdat ik het zag als deel van mijn identiteit en dacht dat ik stoer was en er stoer uit zag als ik rookte. Dat ik daar zo lang in gestonken ben, ik begrijp het niet. Ik moest eerst van buitenaf toekijken denk ik.

Het is ook lastig omdat het mij eigenlijk niets aan gaat. Het is niet mijn gevecht met die gewoonte. Ik hoef zelf niet meer te doen alsof het me ooit gaat lukken (alleen toevallig nèt even deze keer niet). Ik ga eens stoppen met me iets aantrekken van stoppogingen van anderen.
Iedereen gelukkig, niks lastigs aan.


20 mei 2016

De Baas


De laatste dagen heb ik echt last van een ochtendhumeur. Misschien al wel langer dan een paar dagen. Ik merk het vooral als ik de werkkamer in kom om kleren te pakken uit mijn kast, en daar het halfdonker van de kamer tegen het lijf loop. De beide dakramen zijn afgeplakt met plastic en de lucht is bedompt. De was laat ik al langer hangen dan nodig, uit pure baldadigheid. Als het niet is zoals ik wil dan ga ik niet mijn best doen.
's Nachts is het benauwd in de slaapkamer. Niet alleen omdat de ramen niet open kunnen en we steeds vergeten om de deur wagenwijd open te zetten, maar ook omdat de kozijnen zijn afgetimmerd met hout waar ik niet tegen kan, denk ik, al zie ik dat alleen als mogelijkheid wanneer ik het zie. Ik heb een lousy geheugen.
Gisteren appte Cor een foto van een slaapkamerraam. Een echt raam in onze slaapkamer. Eentje met een grote sticker in het midden. Eentje waardoor ik de lucht en de bomen in de tuin kon zien.
Er zijn nog geen gordijnen, de aannemer noemt het "Sterren kijken". We lachten digitaal want ach, hoe erg is dat nou? Onder de blote hemel liggen waar alles zes weken lang zo donker is geweest en voorwaar ik lieg. Vóór die zes weken hebben we het gordijn voor dat grote raam al een jaar niet omhoog kunnen krijgen en het raam zelf kon al twee jaar daarvoor niet meer open. Zo'n aftandse bende was dat in mijn eigen huis en zo gemakkelijk, want stap voor stap, waren we er aan gewend geraakt. 
Wat wel raar was op de foto, zag ik toen ik die tijdens een volgende vergadering beter bestudeerde, was dat er geen handvat op het raamkozijn zat.
Cor belde op het moment dat ik in de auto stapte. Hij was inmiddels thuis en vertelde dat de hendels bovenaan de ramen zitten, waar we niet bij kunnen, en begon uit te leggen hoe tuimelramen werken. Ik merk al een paar dagen dat ik ook 's middags niet het humeur heb van een lieve aardige geduldige vrouw en dat ik dat wel probeer te zijn, of te doen alsof, omdat ik weet dat ik alleen mijzelf er mee heb als ik er aan toegeef. Of als ik toegeef aan mijn vermoeidheid. Of als ik doe alsof ik aan het eind van de dag nog steeds informatie binnen kan laten komen, opslaan en er op reageren.
's Avonds blijkt de pijp steeds vroeger leeg te zijn. Wil er niets meer bij? Wil ik met mijn hoofd op de tafel liggen? Vervloek ik in stilte iedereen in mijn omgeving met de breedste engelenglimlach om mijn mond? Hoogste tijd om een eind aan de dag te maken.
Dus Cor legde uit hoe het met tuimelramen werkt en ik haalde mijn schouders op. Natuurlijk weet ik dat. Iederéén weet dat. Het enige wat de aannemer hoeft te doen is de ramen er uit te halen en om te draaien.
Cor viel stil.
"Dat probeer ik je net uit te leggen," zei hij, "Dit is geen kwestie van omdraaien, dat is niet mogelijk want dat zou in dit geval betekenen dat een open raam een soort kuip is die regen opvangt en naar binnen loodst."
"Nee," zei ik. "Dat gaat er niet meer in. Dat moet ik zien."
Cor liet het me zien zodra ik thuis was en we lachten tot de tranen over mijn wangen liepen.
Zo lang gewacht en zo blij en zo moe en zo niet wat ik verwachtte.
We appten Kees.
Verdomd, appte hij terug, nooit bij stil gestaan.
Een minuut later kwam hij met een oplossing: een bijbehorende stok die hij ons vanochtend demonstreerde op het moment dat de schoonmaaksters kletsend en aandacht vragend binnen kwamen.
Afsluiten voor ruis lukt me de laatste tijd wél erg goed. Ik gebruik daar mijn engelenglimlach voor.
Ik kies mijn tijd en mijn strijd. Ik volg mijn agenda en werk acht uur per dag.
Ik sluit me af voor werksters en voor rommel. Zoals ik me ook jaren heb kunnen afsluiten voor dichtgespijkerde ramen en slecht geventileerde slaapkamers.
Kees gaf de stok aan Cor. Vandaag plaatsen ze de resterende ramen en een flink deel van de dakpannen, morgen en overmorgen de rest.
Toen ik naar mijn werk vertrok haalde Cor al mijn jurken uit de kast en legde ze op het bed zodat de heren in mijn kast aan het werk konden met de afzuiging voor de douche. Die was ook al tien jaar slecht.



9 april 2016

In de trollen valkuil

Het wekelijkse boek uit Engeland viel op de mat en omdat ik was vergeten wat ik nu weer had besteld voelde het uitpakken als een kadootje.
Het dikke vuilniszakkenplastic onthulde Captain Corelli's Mandolin. Was ook zo: getriggerd door de goede recensies van zijn opvolger had ik deel één aangeschaft voor £ 0,01. 
Na de opwinding kwam de teleurstelling.
De omslag was zo gehavend dat ik er niet eens in durfde te bladeren om het welkom te heten. Het  eerste uur liet ik het op tafel liggen en deed alsof ik het niet had ontvangen.
Daarna wou ik dat ik het niet had geopend. 
Op iedere bladzijde waren zinnen met pen onderstreept en stonden opmerkingen in de kantlijn geschreven. Dit boek wou ik niet in huis hebben en in ieder geval nooit meer openen.

Ooit kreeg ik van een psychotische buurman een beeldje van een hertje, als goedmakertje voor zijn nachtelijke schreeuwsessies met satanische rock. Ik moest dat beeldje niet. Ik kon er niet eens naar kijken, zó droeg het de buurman in zich die op deze manier ook zelf in mijn huis aanwezig was. Ik heb het teruggegeven zodra ik een beleefde manier vond om dat te doen.
Deze mandoline van Captain Corelli voelde precies zo.

Ik klapte het snel dicht en was blij dat het slechts om één Britse cent ging.

De volgende dag checkte ik de bevestigingsmail van Amazon. "Used - Very Good" had ik gekocht.
Een beetje pissig want ik-sta-in-mijn-recht plaatste ik er foto's van op Twitter, lekker shamen, waarop Amazon meteen vroeg of ik de leverancier al had gemaild.
Nee, ik had ze alleen getagd. 
Subtiel, Amazon! Ik schaamde me dat ik in de sociale valkuil was getrapt en mailde de club die zich op hun beurt de ogen uit hun kop schaamde na het zien van de foto's.
Ze vonden een nieuw exemplaar van Captain Corelli en zegden toe dat meteen op te sturen. Of ik alsjeblieft wilde wachten met het geven van feedback op Amazon omdat zelfs een 'neutrale' waardering al funest voor ze was.
Dat is best, antwoordde ik, ik wacht wel af.
Wat ik niet zei was dat ik de foto's op twitter liet staan.
Want ik lieg niet, ik kreeg een waardeloos exemplaar.
Aan de andere kant kostte het maar een paar cent, kreeg ik excuses en ook de belofte van een nieuw boek. Dan heb ik toch gekregen wat ik fatsoenlijkerwijs mag verwachten?

Vandaag besluit ik dat ik een aardig persoon ben. Ik schaam me dat ik heb geshamed alleen omdat het kon en ga de trol begraven. Woensdag ligt Captain Corelli in een doos aan straat waar de oudpapierdienst hem oppakt om te vermalen. Met de vermaledijde pennenstreken en de trol erbij.




1 april 2016

Urban Trail Groningen

Negen mannen zaten om de tafel, plus ik. 'Heren,' sprak de Grote Urban Trail Leider ons toe en klikte de presentatie naar het volgend stuk parcours met hindernissen. We krijgen hekken, linten en een groep vrijwilligers. Op te pikken op zondagochtend 06.00 uur, samen met een kop koffie en een broodje.
We keken naar een filmpje over de Urban Trail in Antwerpen en meteen steeg de adrenaline aan de tafel in Groningen. Blij werden ze van de startmethodes in waves die de massa verspreidt. Trots waren ze op onze stad waarvan monumentale panden en hofjes tweeduizend hardlopers toelaten. En verrukt huiverden we over de negentien graden die het zondag gaat worden.
We bestudeerden de autoluwte op sommige plekken en de verplichte stoeproute op anderen. We zagen dat het goed was en namen een Organisatie jas mee.


10 maart 2016

De lift

We namen de lift naar beneden. Collega Communicatie keek naar de knopjes en merkte de dikke vette alarmknop op. Ik daagde haar uit. Druk maar, zei ik.
Nee joh, schrok ze. Dat kun je niet maken!
Ik keek haar cynisch aan. Alsof dingen in het nieuwe gebouw het allemaal al doen. Ik dacht het niet.
Druk dan, zei ik nog eens.
Ik wilde dolgraag weten wat voor gevolgen het indrukken van die knop heeft en had er nooit eerder over nagedacht maar nu de gelegenheid zich voordeed in de vorm van een even nieuwsgierige collega kwam de kwajongen in mij weer naar boven. Een oud-collega zei ooit dat ik een ondeugend jongetje word als ik heb gedronken, wat ik vond wringen omdat ik geloof dat ik daar geen alcohol voor nodig heb.
Collega C drukte op de alarmknop die groter was dan een muntstuk van twee euro.
Meteen hoorden we uit de speakers "U heeft de alarmknop ingedrukt", waar we zo om moesten lachen dat we de rest van de boodschap niet meer hoorden.
Met Collega Educatie bespraken we nog het een en ander terwijl we om beurten stiekem naar buiten keken of we een sirene zagen naderen wat natuurlijk niet gebeurde. Collega C vertrok en wij liepen naar de balie die op dat tijdstip niet meer bezet was.
Er kwam ons een piepje tegemoet.
Collega Bouw liep op dat moment de trap af. 
Collega! riepen we hem toe, wat is dat voor piepje en kun jij dat verhelpen?
Man als hij is tikte hij onder onze toeziende ogen en kritische opmerkingen en luide aanmoedigingen en schaamteloze blikken tien minuten lang op een scherm dat geavanceerd behoort te zijn maar ik zag van een afstandje een look-and-feel die me verdacht veel deed denken aan mijn op DOS draaiende eerste computer uit 1990.
Het piepje bleek niet te zijn veroorzaakt door de alarmknop in de lift maar door het verwarmingsprogramma wat wel enige opluchting gaf.
Collega B slaagde en vertelde dat er wel mensen zijn in het gebouw die een soortement van instructie hebben gehad om dat paneel te bedienen. Toen hij ze opsomde ontviel mij 'jongensclubje', waar collega B op reageerde met 'maar er komt ook instructie op menukaarten in Jip en Janneke-taal', wat ik een verbijsterende reactie vond. 
Aha, zei ik. Breek jij daar je mooie hoofdje maar niet over dus.
Nee maar je moet niet willen programmeren, zei collega B, dat wil ik ook niet.
Wie heeft het over programmeren, dacht ik. De heren krijgen uitleg terwijl het dames zijn die op die plek zullen werken. Ik hoorde de heren al in mijn hoofd: leer ons die dames kennen, die willen dat toch niet weten.
Nee, antwoordde ik hen in mijn hoofd. Als je het brengt als iets vreselijk ingewikkelds dat ze eigenlijk niet willen weten en laat het maar aan de grote stoere kerels over want jullie begrijpen het toch niet, dan bestaat inderdaad de kans dat de bewuste dames zeggen nee dank u, stelletje holbewoners, we hebben geen enkele zin om moeilijk te doen en zeker niet als dat jullie in je eer aantast.
Want zo zijn de dames wel.
Ik heb echter van begin af aan geluiden gehoord dat de dames het frustrerend vinden dat ze niet één van de apparaten weten te bedienen omdat er maar geen uitleg komt. Ja, voor een jongensclubje dat er overdag niet is, begrijp ik nu.
Enfin. Hoewel we gezellig aan het kouten waren moest ik toch naar huis en de meldkamer had niemand gestuurd om ons uit de lift te redden wat ik zwaar teleurstellend vond.
In het halletje waar mijn tas stond lag een mobiele telefoon aan de lader. Niet vergrendeld.
In alle vrijheid tikte ik op het cameraatje en maakte een selfie.
Alles keihard van me af lachend liep ik naar buiten.
Puck is back!