Posts tonen met het label zondag. Alle posts tonen
Posts tonen met het label zondag. Alle posts tonen

20 februari 2017

Zoveel

Ik eet een soepje met een vriendin in Huis de Beurs.
Het drama in haar familie maakt haar dunner dan ooit. De soep eten we langzaam terwijl zij vertelt en ik mijn vragen stel.
Daarna loop ik over de Vismarkt en Tussen beide Markten naar Van der Velde waar oud-collega's naar een andere oud-collega luisteren maar ik heb de verkeerde boekhandel gekozen. Bovendien is het al een uur na aanvang. Ik dwaal wat rond, pak het boek van Georgina Verbaan op en maak ruimte voor de man naast mij die een foto maakt van een boek dat naast Georgina ligt.
"Mooie cover," zeg ik.
"O hee hoi," zegt hij. "Dat ook, maar ik ken de schrijver en wil hem laten weten dat zijn boek hier ook ligt."
Mijn brein slinkt, ik herken de man niet. Hij lijkt op een Herman en hij zei "O hee hoi" en ik herken hem niet.
Hij heeft zich omgedraaid. Gelukkig, want ik loop nog steeds te graven naar zijn naam. En jammer, want door een gesprek zou ik op zijn naam kunnen komen.
Ik grasduin door boeken en voel een wanhoop opkomen. Zoveel boeken, zo weinig tijd om te lezen. Zoveel te zeggen en te doen en te kijken en te beleven.
Teveel mensen voor wie de tijd nog sneller loopt dan voor mij.




17 januari 2016

Glad ijs

Het had weer gesneeuwd en de stoep was glad toen ik zondagmiddag de deur uit ging om boodschappen te doen. Twee huizen verderop leunde een oudere vrouw diep voorover gebogen tegen de muur.
Gaat het, vroeg ik. Nee, zei ze, ik word duizelig als ik overeind kom.
Op haar knieën had ze twee natte plekken, maar ze vertelde dat ze keihard op haar achterwerk was gevallen.
Water wou ze niet en ze was ook nooit eerder duizelig geweest en ze moest de bus naar huis halen.
Ja daar sta je dan met je goede bedoelingen een beetje naar elkaar te kijken.
Ik vroeg of ze wou zitten.
Ja dat leek haar wel wat.
Blij sprintte ik over ijs naar huis al had ik nog geen idee wat voor stoel ik daar buiten in de sneeuw zou gaan zetten tot ik onder de trap het lage campingklapstoeltje zag staan.
Daar zette ik haar in. Of eigenlijk viel ze er een beetje in want het stoeltje was nog lager dan ik me herinnerde.
Wat fijn om te zitten zei ze steeds.
Ik pakte mijn boodschappentas weer op, trok mijn handschoenen aan en sprak haar streng toe. De volgende bus komt nog lang niet dus doe vooral rustig aan en ik ben zo weer terug.

In de winkel stonden de eieren op de bovenste plank vrij achteraan.
Kom op, zei ik terwijl mijn vingertoppen tegen de rand van het doosje aantikten in een poging het te draaien, ik bijt niet! Of nou ja nú niet, dat komt later wel.
Toen ik me omdraaide met de eieren in de hand stonden twee jongens me raar aan te kijken.
Ik vergeet wel eens dat mensen horen wat ik zeg als ik hardop denk of met voorwerpen praat. Laatst liep ik langs een groepje meisjes en ik zei "Fijn" omdat ik dat toevallig dacht en dat was lastig voor die meisjes die dat meteen op henzelf betrokken.
Lastig voor mij wordt het pas tegen de tijd dat ze me daar om willen opsluiten.
Terug op de Hereweg zag ik de oudere dame voorzichtig richting bushalte schuifelen.
Het campingstoeltje stond keurig ingeklapt bij de buren tegen de muur.
Dat is lief van haar, zei ik tegen het stoeltje en ik zette het weer onder de trap. Ik was blij voor hem dat hij weer eens gebruikt werd want zo vaak mag hij niet meer mee op vakantie.