Posts tonen met het label bril. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bril. Alle posts tonen

4 juni 2019

Krabben aan het korstje

De bril die ik draag is elf jaar oud.
Omdat hij slechts als bijbril diende naast mijn lenzen, kon het mij niet zo deren dat de sterkte niet regelmatig werd aangepast aan de verslechtering van mijn ogen.
Tegenwoordig draag ik hem dagelijks, want mijn lenzen liggen in de prullenbak van het UMCG-lab en ik weet nog niet of ik wel weer lenzen, sorry, een lens wil.
Hij is leuk hoor, die bril, maar de glazen, sorry, het glas, is nu wel echt toe aan vervanging.

Anderhalve week na de operatie liep ik naar de nieuwe opticien om de hoek. Daar werkte een bijzonder aardige man. Voorkomend, behulpzaam en heel lang. Hij poetste mijn oude bril op, mat de glazen door, draaide de pootjes aan en gaf ondertussen vriendelijk uitleg.
Ik slikte vooral. En wendde mijn hoofd af. En slikte nog wat vaker.
Want dit trok ik helemaal niet.
Ik haalde diep adem, hield mijn hand op voor mijn bril, zei snikkend dat dit nog veel te vroeg was en liep de deur uit.

Een week later maakte ik bij twee opticiens afspraken voor een oogmeting en om hun collectie brillen te bekijken.
Ik was vooral benieuwd of ik weer zo geraakt zou worden. Een beetje krabben aan het korstje.
's Ochtends fietste ik naar Haren, 's middags naar het centrum van Groningen. Ze gaven gek genoeg iets andere cijfers van de cilinder en het leesgedeelte. Verder hadden ze in Haren leukere brillen en in Groningen vlotter personeel.
Maar daar ging het me niet om.
Ik was op onderzoek voor een heel andere reden en moest constateren dat het me niks deed. Misschien omdat ik de 'Eerste keer in een brillenzaak' al had meegemaakt en ik weer een aantal stappen verder was.

Vanochtend vertelde ik de maatschappelijk werkster over de verwachtingen van andere mensen, waar ik af en toe tegenaan loop. Die mij zeg maar op mijn vingers tikken als ik aanstalten wil maken om aan het korstje te gaan pulken.
En over de verwachtingen van mijzelf waarvoor ik andere mensen in hun normale wereld nodig heb, zoals een opticien die niet opkijkt van een oog meer of minder. Zij helpen mij om te reflecteren, om te zien waar ik nu sta en om te testen of ik al een paar meter verder kan staan.
Zij zijn de kleine korstjes die me laten zien hoever ik al genezen ben.



25 september 2014

Waarom een bril te verfoeien is


Ten eerste vind ik verfoeien een prachtig woord al drukt het bij lange na niet uit hoezeer ik er naar verlang om weer stukjes glas in mijn ogen te mogen stoppen.

Ik draag mijn bijbril, tegen mijn zin in, fulltime.
Ik word ouder, mijn ogen droger, en mijn lenzen ondraaglijk pijnlijk. Logisch.
De opticien stelde voor om een tijdje een bril te dragen zodat ze andere lenzen op een nieuwerwetse manier konden aanmeten. Maar dan moesten ze wel eerst op cursus en die was pas eergisteren. Dus zat ik er vandaag om te leren wat zij hadden opgestoken.
Dat is het volgende: een nieuwe lens kost € 150,- en gaat slechts 1 jaar mee. Maar helpt mij wel.
Doet u mij er dan maar 1, dan kijken we over een paar jaar wel of de linker ook zo’n super-de-luxe exemplaar verdient. Als ik die rechter maar heel snel krijg want ik ben in mijn diepste wezen geen brildrager. Gewoon niet.

Ten tweede tot en met vijfde: Hardlopen is niet fijn met bril. Het kan wel, maar de neusbrug zweet, de glazen beslaan en als ik niet toevallig mijn enkelbanden had verrekt, dan had ik om een hele stomme reden niet willen lopen.
De glazen moeten steeds gepoetst.
Er hangt voortdurend iets bovenin mijn zicht.
En het allerergste en wat ik niet begrijp dus help me even: hoe maken brildragende vrouwen met min 5 ½ hun ogen op? Ik moet zó dicht voor de spiegel staan dat er geen ruimte overblijft om een potlood handig te manoeuvreren.
Mascara kan op de gok, dat is geen probleem, maar omdat ik nu vrijelijk in mijn ogen wrijf (“Ha! Zie wat ik kan zonder lenzen!”) smeer ik die zwarte pasta over mijn wangen zonder dat te beseffen dus eigenlijk is make-up waardeloos voor brildragers.
En dat maakt mij (ten zesde?) een ander persoon. Eentje die zich om 9.00 uur gisterochtend, als ze de eerste vergadering binnenstapt, realiseert dat ze de hele dag nog niet in de spiegel heeft gekeken.
Ik borstel mijn haar, ik douche, zet mijn bril op, kleed me aan en ga de deur uit.
Het moge duidelijk zijn dat ik daar wat van schrik. Ik heb natuurlijk ook wel eens gehoord van behekste spullen.

Dus toen ik een half uur na de opticien met Paul koffie dronk en ik dit voor hem samenvatte, begreep ik wat me te doen staat.
Ik regel lasertochten naar Tsjechië, neem per keer 7 mensen mee in een Volkswagenbusje, want dat is een mooi aantal dat in één dag geholpen kan worden. Ik sluit een deal met een vakantiepark, want dat moest van Paul die er ook graag evenementen omheen wil organiseren.
Ik hoop dat hij bedoelt dat hij ons met zijn mooie stem gaat voorlezen als we ’s avonds in dat vakantiepark in de grote bungalow om de open haard zitten te staren in het niets want bij sommigen zal het niet goed zijn gegaan en die moeten dan blind terug naar Nederland.
Met anderen, mij bijvoorbeeld, gaat het voorbeeldig, dus ik schenk de drankjes in en leer de blinden in 2 dagen met hun handicap omgaan.
Zulke schone taken zie ik nog wel op mijn weg liggen. Ik ben een echte visionair.


11 september 2012

Hoge poten


Nu ik last krijg van mijn lenzen draag ik mijn bril weer vaker.
Robuust model met vlindertrekken waar een schaamverhaal aan kleeft.

De dag nadat ik mijn nieuwe bril had opgehaald liep ik op hoge poten terug naar de brillenwinkel. Ik was boos over de manier waarop het glas in het montuur was gezet waardoor het er aan beide kanten een millimeter uitstak.
De brillenman schrok van mijn houding, nam mijn bril aan die hij uit automatisme meteen poetste en woog zijn woorden.
“U heeft normaal gesproken lenzen?”
“Waarom denkt u dat?”
Hij gaf geen antwoord maar voor mij viel het kwartje.
“U bedoelt dat ik jampotjes heb!”

Natuurlijk probeerde hij het in andere woorden te vatten. Maar die hoorde ik niet. Ik liep de winkel uit en dacht met een dubbel gevoel aan mijn lenzen.