We stonden een week op de vertrouwde en rustige camping toen ik op een donderdagmiddag twee uur lang aan de telefoon zat met mijn ouders. Samen met pa probeerde ik mam uit bed te krijgen. Ze was 5 dagen ervoor gevallen en had haar ribben gekneusd wat haar ontzettend veel pijn deed.
Die avond ging ze aan de morfine en de volgende ochtend braken we ons kamp op en vertrokken we naar Nederland, 2 weken eerder dan gepland.
Toen we de ochtend erna in Twente waren reageerde ze niet anders meer dan met kneepjes in de hand en heen en weer schudden van haar hoofd als ze aan wilde geven of ze iets wel of niet wilde. Haar ogen hield ze dicht en als ze sliep ging haar ademhaling onregelmatig en reutelend.
Anderhalve week eerder waren we op weg naar Italiƫ langs geweest om dag te zeggen, zoals we dat elk jaar doen. Daarna belden we veel, we appten elke dag met elkaar, en stuurden foto's. Dat mam ons bij onze terugkeer niet meer kon toelachen en niet meer kon zeggen dat ze van me hield, voelt niet als een gemiste kans. Ik ben er de afgelopen 4 jaar bijna wekelijks geweest, van een gemiste kans is geen sprake. Het was goed om er te zijn en haar hand vast te houden. En het was zelfs goed om haar zondagavond te vinden toen ze was overleden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten