Posts tonen met het label moeder. Alle posts tonen
Posts tonen met het label moeder. Alle posts tonen

31 augustus 2026

Lekkere troel


 We stonden een week op de vertrouwde en rustige camping toen ik op een donderdagmiddag twee uur lang aan de telefoon zat met mijn ouders. Samen met pa probeerde ik mam uit bed te krijgen. Ze was 5 dagen ervoor gevallen en had haar ribben gekneusd wat haar ontzettend veel pijn deed.

Mam je moet eruit, je moet bewegen, je moet eten en drinken, kom op! Ik bleef haar maar aansporen om het niet op te geven. Ze liet zich overhalen en huilde van de pijn. Nee dat was nou ook weer niet onze bedoeling, snel maar weer het bed in. 
Die avond ging ze aan de morfine en de volgende ochtend braken we ons kamp op en vertrokken we naar Nederland, 2 weken eerder dan gepland.

Toen we de ochtend erna in Twente waren reageerde ze niet anders meer dan met kneepjes in de hand en heen en weer schudden van haar hoofd als ze aan wilde geven of ze iets wel of niet wilde. Haar ogen hield ze dicht en als ze sliep ging haar ademhaling onregelmatig en reutelend.

Anderhalve week eerder waren we op weg naar Italië langs geweest om dag te zeggen, zoals we dat elk jaar doen. Daarna belden we veel, we appten elke dag met elkaar, en stuurden foto's. Dat mam ons bij onze terugkeer niet meer kon toelachen, mij geen lekkere troel meer kon noemen en niet meer kon zeggen dat ze van me hield, voelt niet als een gemiste kans. Ik ben er de afgelopen 4 jaar bijna wekelijks geweest, van een 'gemiste kans' is geen sprake. Het was goed om er te zijn en haar hand vast te houden. En het was zelfs goed om haar zondagavond te vinden toen ze was overleden.

18 oktober 2025

Ochtend met Baarzen

 Elke ochtend appen we hoe het is, wat we gaan doen, wat we hebben gedaan en soms zelfs hoe de nacht was. Dat laatste doet mijn vader, over mijn moeder. Hoe de nachten in Groningen zijn is niet interessant, vind ik, vinden we allemaal. Soms slapen mijn ouders niet omdat de oogoperatie van mijn moeder voor problemen zorgt, is ze misselijk van de medicatie, moet ze overgeven, knappen de hechtingen en voor ze het weten is het bed ondergebloed. Want ook kleine operaties gaan nooit zonder slag of stoot bij haar.

Toen ze na de eerste hartinfarct deze zomer een pacemaker kreeg kwamen twee artsen ons vertellen dat we even moesten gaan zitten voordat mam de kamer op zou komen. Bonk-bonk klonk het in onze oren. Natuurlijk was er tijdens de operatie iets mis gegaan, een arts stak uiteraard ergens dwars doorheen en iets anders stroomde vol bloed en de hersenen hadden even geen zuurstof gekregen. Bonk-bonk-bonk bonsde het hart in onze oren. En gezien de status van haar dementerende hersenen moesten we ons voorbereiden op het ergste.

Mam werd de kamer op gereden, hield de ogen gesloten. De arts schreeuwde haar toe: weet u wie ik ben? Ze opende haar ogen, keek en knikte. Ze sloot haar ogen en krabde aan haar jeukende neus. Ik moet die test vaak voor neurologen uitvoeren, dus ik kende er meteen een grote betekenis aan toe. Die gaat gewoon weer opkrabbelen en heeft aan het eind van de dag weer het hoogste woord wisten we op dat moment.

Altijd hetzelfde verhaal: het gaat grondig mis en daarna veert ze gewoon overeind. 

Na de tweede infarct, een week na de pacemaker-operatie, zei de arts dat we er over moesten nadenken om de behandeling te stoppen. Ik keek naar haar, hoe ze stilletjes in bed lag met gesloten ogen, met vingers die aan haar jeukende neus krabden. Nee, zei ik met een blik op pa. We zijn ons absoluut bewust van de ernst van de situatie, maar ze is nog te goed om te stoppen. En toen greep ze pa's arm, en zei: 'Ga eens achteruit, ik kan de dokter niet zien.' We glimlachten wat meewarig naar de jonge arts, want hij kende haar gewoon nog niet. Drie keer raden wie die avond weer het hoogste woord op de afdeling had.

16 juli 2020

In Borne

Er zit een Mexicaan in het pittoreske dorp, maar we gaan er niet naartoe.
Pa heeft geen zin om uit te gaan, hij wil liever met vrouw en dochters eten in de eigen tuin aan de eigen tafel, en zo luid kunnen praten en lachen als hij zelf wil. Hiermee boort hij ons wel cocktails door de neus, maar zo lang er wijn ligt te koelen kan ik daar overheen komen. Hij verruilt zijn werkkleding voor een net overhemd om ons eten af te halen.
Mijn moeder prikt iets uit de categorie 'Kleine Amigos'. Vindt ze heel erg grappig.
Als ik bel om onze bestelling door te geven vraag ik of ze die cocktails ook voor afhalen beschikbaar hebben. Ik hoor aan haar 'Nee,' dat het een hele rare vraag is en dat ze ondertussen denkt 'waarom eigenlijk niet?'
Natuurlijk is het een rare vraag, maar ik vind het grappig om rare vragen te stellen.
Na het eten maken we een wandeling naar de ijssalon in het centrum en voor het eerst vallen mij de mooie huizen en gevels op in de Grotestraat, wat mij in al die jaren dat ik er als klein kind en puber rondfietste nooit ene moer kon schelen, maar daar ben je puber voor. Als vrouw van middelbare leeftijd ontkom ik niet aan die ongein van waardering voor, en instandhouding van, dat wat leefbaarheid betekent, en waar ik grote verhalen vermoed.
In de ijssalon wijs ik naar een hoorntje, ik wil nu het liefst 'cono' zeggen, het is voor het eerst dat ik merk hoe graag ik nu in Italië op een camping had gestaan, en verman me. 'Zo een,' zeg ik maar als ik niet op het woord kan komen, eigenlijk net zoals ik in Italië vaak doe.
We lopen via de andere weg terug, staan stil bij het klooster waar ma's tante Lena woonde als zuster Alexandra, bij onze oude muziekschool die nu voor een miljoen te koop staat, bij de mooie gevel van de Dames de Man die een lampenzaak bestierden, de slijterij van Van Wanrooij met de gedoogde minikroeg in het steegje, en Villa Meijling aan de ovonde dat nu een verzorgingshuis is. 'Héél duur!' jubelt ma over straat, wijzend met haar Nordic stok.
We pikken de andere spoorwegovergang mee en in het laatste stuk vertelt pa hoe verbaasd hij is als mannen van zijn leeftijd het liefst terugkijken op hun leven. 'Daar ben ik nog helemaal niet aan toe,' zegt hij, 'Ik heb nog veel te veel te doen. En ik moet er niet aan denken om nu in een of ander appartement te trekken en niet te genieten van de opbrengst van alle klussen waar ik nu mee bezig ben.'
De volgende dag bij het ontbijt heeft hij de bretels al weer over zijn zwarte t-shirt gehesen, klaar om heel veel dagen toe te voegen aan zijn eigen verhaal.



29 maart 2013

De Roverhoofdman


"Geloof me nou maar," zei mijn leraar Engels, "Als je een sonnet van Shakespeare uit je hoofd leert heb je altijd iets waar je op een party mee aan kunt komen." Dus ik leerde Shall I compare thee to a Summer's Day, en kreeg het niet meer uit mijn hoofd verwijderd.

We zaten laatst in een eetcafé en mijn moeder mompelde voor zich uit: “Pedro vertel.”
Waarop mijn vader en ik zonder nadenken invielen: “En Pedro begon: Het was nacht, pikdonkere nacht. Zeven rovers zaten om het vuur en de roverhoofdman zei: ‘Pedro vertel’. En Pedro begon: Het was nacht...”

De Huisschilder zat wat ongemakkelijk toe te kijken. Ik wist niet dat ik hem na bijna 9 jaar nog met iets kon verrassen over mijn familie maar blijkbaar hadden we dit vers al die tijd niet voorgedragen en zo wel, dan zeker niet in zijn bijzijn.
Het komt door mijn moeder dat ik soms uitspraken doe als “Goedemorgen, zeiden de kippen tegen de korven. Komen we er vandaag niet, dan komen we er morgen. Goedemorgen”.
In het begin keek de Huisschilder nog angstig, nu weet hij meteen “je moeder zeker”.

Mijn moeder heeft een heel eigen repertoire dat deels bestaat uit oude reclameliedjes ("Dit is de Biko") en deels uit vanzelf gegroeide zinnen en verzen. Ik denk niet dat mijn leraar Engels dit op een cocktailparty of in een restaurant had willen horen maar mij verschaft het veel genoegen om spontaan met een gezelschap te kunnen declameren over rovers om een kampvuur.