23 oktober 2026

Over het geschenk van Tijd

 Vanochtend las ik dit artikel in de VK over hersenschuddingen, natuurlijk geschreven door iemand die genezen is en die vindt dat anderen moeten doen wat zij heeft gedaan. 

Ik stond al op mijn achterste benen toen ik doorkreeg wat er precies gezegd werd, en waar ik iets aan zou kunnen hebben: ga niet zes weken in een donkere kamer liggen en nietsdoen. Dat helpt niet. Ik haalde opgelucht adem. Dat heb ik niet gedaan, ik zoek zelf niet bepaald de onder-prikkeling op. Mij valt niets te verwijten, zogezegd.

Ik ga naar voorstellingen, ik zit in de trein, ik loop door de supermarkt, ik ontmoet mensen en ik ga naar borrels, al is het maar heel even. Natuurlijk ben ik daarna moe, maar ik ga me niet buiten het leven plaatsen.

Ik bedacht later dat ik wel de signalen herken, van tunnelvisie, van vermoeidheid, van niet meer begrijpen wat mensen zeggen tot niet meer kunnen reageren (laat staan adequaat), maar dat ik toch iemand anders nodig heb om me daarop te wijzen. Het enige wat ik voel en wat me op zo’n moment bezighoudt is dat ik moeite moet doen. Dat het me zoveel moeite kost om normaal te doen. Om sprankelend te zijn. Daar ben ik dan mee bezig.

Tot iemand anders zegt: ‘Je zult wel moe zijn, laten we naar huis gaan’, zoals Lydia laatst zei na die voorstelling in Grand.

Ik dacht toen dat het wel meeviel, maar op het moment dat zij dat zei voelde ik dat het mocht. Ik mag moe zijn en hee verhip, die tunnelvisie, dat gebrek aan verstandige woorden, aan interesse, dat mag, dat hoort hierbij.

Nog steeds.

 

Na het lezen van dat artikel las ik in Over de berekening van ruimte deel 5 dat mensen hun omstandigheid (dat de tijd gestopt is op 18 november) moeten zien als een geschenk. Want nu kunnen we zonder elkaar te beconcurreren, zonder ons af te vragen wat het doel is, zonder je te hoeven verantwoorden, alles onderzoeken wat je ooit zou willen onderzoeken.

Maar natuurlijk, dacht ik! Ik kan deze tijd zien als een geschenk. Ik kan alles doen wat ik wil. Alles. Als ik naar de film wil of wandelen, of iemand wil zien, dan doe ik dat. Als ik in de trein naar Schiedam wil om een tentoonstelling te zien dan doe ik dat. Als ik een raar boek wil schrijven dan kan dat gewoon. Wie doet me wat?

Het is een geschenk.

14 oktober 2026

Een hele lange maar niet zo lang als ons darmstelsel is

 En toen lag ik drie nachten in het ziekenhuis, inclusief de nacht op de SEH die tegenwoordig verdomd veel lijkt op die in The Pitt.

Ik belde dinsdagmiddag de spoedlijn van de huisarts, na drie dagen fikse buikpijn en nadat ik een wandeling had gemaakt van 800 meter waar ik 20 minuten over had geschuifeld. Nou toe maar dan, zei de assistente met duidelijke tegenzin. Ik zat van 4 tot 5 uur bij de HA, ontstekingswaarden waren hoog (100 met vingerprik) dus door naar de SEH van het UMCG waar we in de loop van de avond en nacht één chirurg zagen, twee gynaecologen (want o hemel wat een hoeveelheid vleesbomen!), een radioloog en een MDL arts. En iedereen duwde in mijn zere buik. Uiteindelijk viel ik onder de laatste arts, maar omdat op de afdeling MDL geen bed vrij was kreeg ik een kamer voor mij alleen op Orthopedie & Plastische Chirurgie. Daar werd ik om 03.00 uur op mijn verjaardag naartoe gereden.

Ze zagen een stuk ontstoken darm, de ene zei endeldarm, de ander hield het op het eindstuk van de dunne darm, en ze vermoedden sterk dat ook de blindedarm was ontstoken, maar dat was op de CT scan niet goed te zien. Dus ‘we houden u een nachtje hier’, moest dan maar. 

Ik had nooit gedacht dat ik mijn zestigste jaar daar zou inluiden. Als het maar niet de voorbode is voor de rest van het jaar, of de rest van mijn leven want daar heb ik geen enkele zin in. Het moet nu maar eens opgehouden zijn met deze flauwekul.

Cor ging om half 3 weg. Ik wilde dat graag want hij was doodmoe en ik zou het verschrikkelijk vinden als hij achter het stuur in slaap viel en tegen een boom reed of het water in plonsde. Haha, zei hij, ken jij één persoon wie dat is overkomen? Jazeker, de broer van mijn eerste vriendje. Die gaf een volleybaltraining na een fikse werkdag en reed laat terug naar zijn zwangere vrouw, en reed hup onderweg tegen een boom. Vreselijk.

Dus please! Hij vertrok en ik appte een half uur later dat ik op B2 lag, kamer 23. Helemaal voor mij alleen.

Om 6 uur in de ochtend bracht iemand mij pijnstillers en een klysma dat onmiddellijk werkte, en toen rolde het door. MDL artsen duwden weer in mijn buik die het meest pijn deed op het moment dat ze loslieten, en vertelden dat ze verder bloedonderzoek wilden en een uitstrijk van mijn ontlasting (huh had dat eerder gezegd), en een echo om die blindedarm goed te kunnen zien. Maar de chirurg die een uur later kwam zei dat de radioloog geen echo wilde omdat die niets zou toevoegen aan de CT scan. Ze adviseerde de MDL artsen om niet te snijden maar te werk te gaan met antibiotica, wat betekende dat ik nog een nacht moest blijven.

Ik schoot figuurlijk overeind. Nog een nacht? Maar ik ben jarig! We hadden het restaurant wel afgezegd maar kom op zeg! En bovendien zouden we over twee dagen naar Malta vliegen. Ai, dat kon ze niet verbieden, zei ze, maar ze raadde het wel ten zeerste af.

Zo, zei de verpleegkundige later, we gaan antibiotica geven via het infuus en dat betekent dat u nog drie nachten blijft.

Weer schoot ik overeind. Drie? Dit betekende dat Malta nu definitief van de baan was.

 

Dus dinsdagavond kwam ik binnen, woensdag was ik jarig. Cor bracht ’s ochtends een tas vol spullen, en later kreeg ik verjaarsbezoek van vriendinnen en Cor natuurlijk. Het leek wel een feestje, wat superlief was. Donderdag kwamen toch weer andere vriendinnen en at Nathalie haar avondeten bij mijn bed op, wat ik heel gezellig vond. Cor was er elke ochtend met spullen en elke namiddag met zichzelf. 

Ik voelde me superschuldig omdat ik hem wéér een vakantie door de neus boorde. Eerst door het overlijden van mam, en nu omdat ik weer zo nodig zelf iets moet hebben. Nee ik ben het echt spuugzat.

Ik lag woensdag en donderdag en vrijdag van 14.00 tot 15.00 uur aan het infuus. Ik sliep veel, ik kletste natuurlijk veel, ik liep wat over de gangen, de MDL arts kwam elke ochtend aan bed zitten en vrijdag zei ze dat ik na het infuus naar huis mocht en nog slechts een week antibiotica moest slikken. Ze hebben goede hoop dat ze de ontstekingen op deze manier de baas zijn. Niks meer snijden, gewoon medicijnen.

Alle artsen waren vrouwen en zaterdag gaan we mijn verjaardagsdiner inhalen met misschien wel heel veel alcohol als ik daar zin in heb.

En dit is een heel lang stuk, maar darmen zijn ook ellenlang en daar zit dan weer het woord ellende in wat natuurlijk nooit op mij slaat.

9 oktober 2026

Alternatief hotel

 De blindedarm laat zich liever niet opereren en verschuilt zich op de scan achter een stukje darm dat wél zeker weten ontstoken is. Dus opereren ze niet, maar leggen ze me dagelijks een uurtje aan een infuus met antibiotica. Zo bracht ik mijn zestigste verjaardag door, en twee dagen erna ben ik er nog steeds. De ontstekingswaarden bleken gisteren al gedaald, hopelijk zet dat door en hoor ik vandaag wanneer ik naar huis mag.

Onze Malta vakantie hebben we kunnen verplaatsen, en met mijn gecancelde verjaardagsdiner komt het ook goed: zodra ik van die antibiotica af ben ga ik onmiddellijk een eind maken aan mijn alcoholloze periode in het restaurant dat antwoordde met ‘geen probleem’ op ons bericht over een ziekenhuisopname.

Het was weer even slikken maar het is gelukkig allemaal niet onoverkomelijk. Wel vermoeiend. Dus ik kruip weer even in het bed dat net voor me is opgemaakt. Het lijkt wel een hotel hier. En dan begin ik in januari wel ECHT aan de zeven vette jaren.

5 oktober 2026

Sowieso uniek

 Waar ik me nu de meeste zorgen om maak zijn de columnisten die niet Paulien Cornelisse heten. Wat staat hen voor eerbetoon te wachten als ze overlijden? Krijgen zij ook een katern met ingezonden brieven, favoriete columns, herinneringen van collega's? Heeft de krant er wel over nagedacht dat zij anderen dit nu ook verschuldigd zijn? Of gaan ze er juist voor om met deze exposure de lezers duidelijk te maken dat andere columnisten, achteraf, niet zo bijzonder zijn als ze hopen te zijn?

En van de kant van de columnist zal er nu ook wel stiekeme onrust heersen, want worden zij na hun dood ook wel zo origineel en uniek bevonden als iedereen nu roept over Cornelisse? Waar moeten zij nog aan voldoen om ook zo'n eerbetoon in de krant en op tv te krijgen?

Om mijn zorgen te verminderen hoop ik dat ze het van zich af laten glijden, en vooral meedoen in het huidige verdriet. En verder uiteraard blijven geloven dat iedereen al uniek is, of dat nu gezien wordt door velen of door weinigen. Maar dit is natuurlijk advies aan ieder levend wezen, ik gooi het maar het luchtledige in.