Posts tonen met het label kroeg. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kroeg. Alle posts tonen

7 januari 2024

Granola

 Uit drie verschillende recepten heb ik mijn eigen verse granola bedacht, want ik wil weer gaan ontbijten, maar dan niet met brood en niet met iets viezigs. Eigenlijk heel eenvoudig als je alle ingrediënten hebt, dan hussel je ze door elkaar en stopt ze 30 minuten in de oven. Het is in ieder geval al lekker om van te knabbelen. Verder liep ik 40 minuten naar de kroeg en een uur later 45 minuten weer naar huis waar ik een vegetarische cassoulet had voorbereid, recept van 'Wat schaft de podcast'. En weer deed ik 9 minuten iets op de bakplaat in de oven waar ik zelf nooit op gekomen was: boerenkool, olie, peper en zout. Ik voelde me zeer voldaan. Misschien, ooit, gaat dit soort eten en lekkers maken beklijven en normaal worden.

Mam is nog steeds dolblij met haar dagje met andere ouderen. Wanneer mag ik weer? vraagt ze steeds. Ik heb Loes in de kroeg een tas gegeven met lampjes voor pa's diaprojector, Joop ter Heul voor mam, en een potje granola voor haarzelf. Ook weer afgevinkt. Ik ben een zeikerig regelmens dat ik niet meer wil zijn. Ik houd mijn mond al vaker, neem geen initiatieven meer, laat de energie-slurperij bezit van me nemen en voel het niet meer als mijn verantwoordelijkheid.

Overigens gaat het beter met mijn rug, ik trok die wandeltochten prima. Alleen toen ik thuis op de bank ging zitten leek het alsof mijn rug weer helemaal knakte. Er moeten dus veel kussens onder mijn billen en veel in mijn rug gestopt worden, dan gaat het beter. Of ik ga eens beginnen met de oefeningen, wil ook wel eens helpen.

Michel appte dat het niet goed gaat. Energielek, noemde hij het. Volgende week krijgt hij thuiszorg, familie, vrienden en buren doen de rest, bezoekjes kan hij maximaal 30 minuten hebben. Hij hoopt me komende week te zien. Ja ik ook. Dit klinkt niet goed.



27 mei 2014

Radslag

Na een paar biertjes of, afhankelijk van het jaar dat ik leefde, een paar wijntjes, mocht ik graag in mijn kroeg op de aflopende vloer een radslag maken. “I feel a radslag coming up”, was mijn strijdkreet. Ik herinner me dat mensen dat leuk vonden al heb ik nooit begrepen waarom. Daar staat iemand het ene moment leuk met je te praten en het volgende moment mensen uit de weg te sommeren.
“Aan de kant!” beval ik, en dan was het ieders eigen keuze of ze een schoen in hun gezicht wilden of liever op een veilig afstandje mijn benen uit elkaar zagen gaan.
Zou het dat zijn geweest? Vrouw gooit benen geheel vrijwillig en ver uit elkaar?

Soms had ik drank op, soms ook niet. Dan was het de adrenaline die me de weg vrij deed banen van de toog tot aan de deur waar vroeger, toen we de kroeg net hadden overgenomen, nog een aimabel halletje zat. Eentje met kleine ruitjes en een schuifdeur waar een straalbezopen gast met veel herrie een eind aan heeft gemaakt.
Het zal er wel één van de oude garde zijn geweest, de club die vond dat ze recht hadden op de muziek van hun keuze, op de bardame of –heer van hun keuze, en vooral op heel veel geruzie gevolgd door een lekker onhandig fysiek gevecht met de persoon van hun keuze. Veel mismeppen en ernaast schoppen. En daar gingen de charmante ruitjes van het halletje.
Soms maakte ik een radslag uit pure overbodige energie, opgekropte woede of een fikse dosis ongenoegen. Meer niet. En soms riep ik geen waarschuwing vooraf want ik vond dat ik als barvrouw het recht had te doen en laten waar ik zin in had in de kroeg die meer bij mij hoorde dan bij die oude hap.

Onderling voerden ze de gevechten vooral uit afgunst. De één verkocht nog wel, de ander was zo afgegleden dat hij ’s ochtends eerst een paar glazen wijn moest hebben voor hij met een penseel überhaupt het doek kon raken.
De één had een erfenis gehad en hield zich wonderwel staande tussen het geweld. Dat kon ook, hij hoefde niet te drinken om te vergeten.
De ander was een rechtenstudent die in de groep terecht was gekomen omdat hij zo goed kon drinken. Laatst zag ik hem weer, wankelend, hij had nog niets van zijn inname en uitgifte talent ingeleverd.
Er was iemand die me een armbandje gaf. Zomaar, zei ze eerst. Ik wilde het niet hebben, ze bleef aandringen en ik liet het stiekem in de la glijden. Meteen de eerstvolgende keer dat ik haar de kroeg uit wilde zetten kreeg ik het verwijt ondankbaar te zijn. Ik graaide in de la en pakte haar arm. Hier, moet jij eens opletten hoe snel jij en je armbandje buiten staan.
Arme vrouw, trapte altijd in de val van het kroegverbod.
Ze waren dronken binnen een half uur, en de rest van de avond stoned, op de been gehouden door pure valsheid en vooral het belang van eigen gerief. Het enige dat waarde had, dat te versjacheren was en dat ze met zich meedroegen als het hoogste goed.
Ik heb ook wel eens een radslag buiten voor de deur geprobeerd, maar dat had toch niet hetzelfde kalmerende effect.


27 september 2013

Een poging tot Agnes


Mijn drankheldin is Agnes, die al sinds eind jaren 80 probeert om wijn en Arthur te vermijden, en dan toch een paar keer in de week éven in de kroeg gaat kijken of het daar nog wel gezellig is.
Ze is er een kei in om vol overgave toe te geven aan haar zwaktes. Dat bewonder ik het meest in haar: er is geen sprake van half werk.

Woensdagmiddag liep ik de trappen van een groot pand af en dacht: wat nou als ik Agnes was?
De gesprekken die ik had gevoerd hadden me van mijn stuk gebracht. Ik kon er simpelweg niet de vinger op leggen wat zojuist gebeurd was.
Murw van de dikke wolken die om mijn brein hingen dacht ik “Het is goed, ik ga niet alleen grappen maken over onbegrip verzuipen in de kroeg, ik ga het doen ook!"
In Mulder was het nog leeg. Peter achter de bar, Floris op straat, ik in de etalage zoekend naar een stuk papier om woorden op te zetten.
In het glas koos ik voor een simpele Sauvignon. Op de middag drinken in de kroeg moet je niet overdrijven door duur te gaan doen. Dat deed Agnes ook alleen maar als ze gefêteerd werd.
De woorden in mijn hoofd dansten al iets kalmer toen er een man met dozen binnenstapte.
Meer witte wijn, betere wijn: de Viognier.
Wijnhandelaar Meester en Peter vertelden mij en elkaar wat ze vonden van de regelgeving rond Australische wijnen, wat niet zo best was, en over geënte druiven en irrigatie en Frankrijk. Ik knikte flink met mijn mistige hoofd en schreef het adres van Meester's online winkel op mijn papiertje. Als hij een fysieke winkel had gehad was ik daar beslist eens langsgegaan, al was het maar om hem te horen vertellen. Nu bleven zijn woorden een beetje in willekeurige volgorde tegen de wolken aanstoten.
Peter schonk me een bodempje in van de rode wijn van Meester. Gewoon, om te proeven.
Aards, vond ik het, en gevaarlijk lekker. Een wijn die smaakte naar herfst en open haard en een boek en uren Vermaak Met Meer Wijn.
Dus doe me maar gauw weer een Sauvignon, anders word ik nog dronken, gebaarde ik met mijn rechter wenkbrauw.

Floris kwam terug van boodschappen doen, nieuwe klanten kwamen binnen en de jazz werd iets harder gezet.
Het gesprek in het grote pand die middag viel zoetjes op zijn plek. De rol die we tot dan toe hadden ingenomen, en hadden moeten innemen, was veranderd. Het is fijn als ineens een capabel persoon op de juiste plek zit, het is wrang als die persoon je daar op moet wijzen.
Ik was er uit.
Ik rekende de wijntjes af en haalde mijn man op van zijn werk.
Ik ben een Agnes van niks.


28 april 2012

4 mijl


De dag dat de inschrijving voor de 4 mijl begon was de dag dat ik spijbelde van mijn hardloophalfuurtje, om 10 uur al aan het gebak zat en waarop ik ’s avonds 3 flessen Pinot Blanc (van verschillend allooi) wegtikte met een oude bekende.
Gelukkig was mijn zus zo slim om mij te bellen en voor te stellen dat zij mij voor álles rondom die 6,4 kilometer zou inschrijven.
Dat leek mij heel prima, zo vanuit de kroeg.

Ze schreef me in voor een clinic, voor een herinnering en voor de afstand zelf natuurlijk. En ik schijn op alles “ja leuk” te hebben gezegd.
Maar dat was rond half 8 en ik geloof ook rond de helft van fles 2.

Tegen de bodem van fles 2 en de laatste gefrituurde kruimels op het grote hapjesbord probeerde ik de email te begrijpen die ik inmiddels van de 4 mijl-organisatie had ontvangen.
Mijn inschrijving was te laat ontvangen waardoor ik op de wachtlijst geplaatst was. Na 15 augustus zou ik bericht krijgen.

Wat een opluchting.
Ik hoefde niet mee te doen! Ik hoefde mijzelf niet te testen, ik hoefde niet af te gaan, maar ik mocht gewoon veilig langs de route blijven staan net als alle andere jaren.
Ik kon dus in de kroeg blijven zitten en fles 2 tot de laatste druppels leegknijpen.
En het mooie: ik hoefde ook niet meer te betalen voor al die extra’s die WE erbij hadden besteld.
‘We’, want als de zus het niet had voorgesteld had ik niet geweten dat Clinics en Memorabilia tot de mogelijkheden behoorden en had ik niet ja gezegd. Ik zat in de kroeg immers, en zeg je toch sneller dan normaal Ja op veel dingen. Vind ik.
Dus trokken we zeer tevreden elders fles 3 open.

De verwarring kwam de volgende ochtend in de vorm van een email. 
Omdat ik me had ingeschreven voor de clinics bleek ik toch recht te hebben op een gegarandeerd startbewijs.
Het ziet ernaar uit dat ik met fles 4 ga wachten tot de avond van 14 oktober.
En dat lijkt mij heel prima, zo vanuit mijn sportschoenen.