Posts tonen met het label Hersenschorsing. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Hersenschorsing. Alle posts tonen

19 september 2026

Citroencake

 Woensdag bakte ik een citroencake die ondanks alles goed uit de oven kwam. Koken en bakken levert veel stress op, dat hoort nu eenmaal bij hersenletsel. Het organiseren en overzicht houden gaat niet meer als vanzelf. Dus ik zet alles langzaam en overzichtelijk klaar, vet het bakblik in, bebloem het netjes, mix de boter zacht, voeg de eieren toe en klop lustig verder. Gek genoeg wordt het geen beslag, de boter blijft kleine klontjes hebben en het is maar een waterige toestand. Ik kan niet terugdenken wat er mis zou zijn gegaan, dat gaat niet, dus ik ben blij als ik het bekertje met water zie staan dat ik nog had moeten toevoegen. Dat zal het zijn, denk ik, en maak de waterige substantie nog een tikje wateriger. 

Ik weet dat het niet goed is, maar ik weet ook niet wat ik anders had moeten doen, of wat ik anders deed dan vorige week, dus ik giet het cakeblik vol vloeistof en schuif het in de oven in de volle overtuiging dat er een prachtige cake uit ontstaat.

Gelukkig voor mij rust ik niet meteen daarna uit, wat ik ergotherapeutisch wel zou moeten doen, maar ik ga meteen door met opruimen en schoonmaken. Als eerste zie ik het zakje cakemix onaangeroerd op het aanrecht liggen. Zelden zo hard gelachen om mijzelf. Het bakblik trok ik uit de oven, goot de inhoud terug in de beslagkom, stopte de gardes weer in de mixer en voegde de cakemix toe. Het werd onmiddellijk een mooi beslag, en uiteindelijk ook een heerlijke cake, al zeg ik het zelf, met dank aan de fabrikant die een mix maakt die niet kan mislukken al deed ik nog zo mijn best.

Ik nam de volgende dag een paar plakken mee naar mijn bureau, klopte aan bij de buurvrouw die er niet was maar waar ik wel twee andere vrouwen trof. Decorbouwers van Het Houten Huis die aan het lunchen waren. De cake wilden ze wel, en ook wilden ze weten wie ik was en wat ik daar deed. Ik vertelde mijn verhaal, ging ervan uit dat zij, theatermensen uit Amsterdam, Margôt Ros wel zouden kennen, en zei hoeveel ik had gehad aan haar boek Hersenschorsing. Dat is een vriendin van ons, zeiden ze. Eindelijk had ik de kans om mijn dank door te geven, wat ze beloofden te doen. 

Ik ratelde in de overdrive, ik schoot weer eens door. Die rem vind ik steevast te laat, ik hoor mijzelf, ik zie hoe de stortvloed aankomt bij wildvreemden die verwarde toehoorders zijn geworden, en berust. Dan maar voor gek versleten worden. De groeten aan Margôt, zei ik joviaal, want de vriendin van collega's van een vriendin heeft in feite, als je wat verbindingskoordjes doorknipt, zelf mijn Groningse citroencake geproefd.

25 april 2024

Schuld

 Ik geef het boek Hersenschorsing van Margôt Ros de schuld. Ik leefde mee met haar immense hersenschudding, en prees mijzelf vooral gelukkig dat ik het niet zo erg had. Gaandeweg realiseerde ik me dat ik meer herkende dat ik wilde. Ik ben al aan het rennen terwijl ik het liefst alleen nog maar kruip. Ik geef me niet over aan rust, ik sta nog steeds niet toe dat het allemaal niet lukt, ik stapel er elke twee weken een half uurtje werk bij en ik merk dat ik steeds minder doe, behalve aanwezig zijn.

Daar ben ik tegenwoordig erg goed in: een bureau bezetten en dat 'aanwezig zijn' noemen. Wat het werk naar maakt is de kwestie van de houdbaarheidsdatum. Ik ben er, maar ik doe niet meer mee. Dat merk ik in het feit dat iedereen een fruitmand krijgt bij een verkoudheid, maar ik niet bij een griep, of een hersenschudding. Of dat Marijke zegt: laten we Sjoerd een lief kaartje sturen voor zijn verjaardag want hij heeft een heftig jaar achter de rug. Of dat er geen mens zijn hoofd eens om de deur steekt en uit zichzelf vraagt hoe het gaat. Of dat er een collega is die op mijn vraag hoe het met hèm gaat zegt: dat deel ik niet meer met collega's. Of dat ik een opdracht krijg maar dat er na mijn concept geen reactie komt.

Andersom is al langer duidelijk: De werkplek heeft de houdbaarheidsdatum al in het najaar overschreden voor mij. Ik kon mijn plek niet vinden in de organisatie, en had ook steeds minder zin om daar mijn best voor te doen. Ik was al elders aan het rondkijken en solliciteren toen ik de laatste klap op mijn hoofd kreeg. En toen kon ik niet meer weg. Ik had niemand niks niet meer te bieden. En dat heb ik nog steeds niet, denkt mijn negatieve kant. Dat ligt aan de omgeving, zegt mijn positieve kant.

Sinds ik het boek van Ros las geef ik meer toe aan ongemak, aan verwarring, aan concentratiegebrek. Ik download wel oefeningen maar ik doe ze niet, bang om te falen. En bang om weer de competitiedrang met mijzelf niet te kunnen weerstaan. Wie leest nou drie romans per week? En houdt dat bij in allerlei excelbestanden? Waarom en waarom? Ik leer mijzelf nu dat ik niet per se 5 km per uur hoef te lopen. Dat ik me moet richten op aankomen en dat ik dan niet compleet kapot hoef te zijn.

De oogarts was degene die me zei: wat heeft u veel meegemaakt. Net wat ik nodig had nadat die dag weer een collega aan mij voorbij was gegaan. Verwarrend dat de oogarts het zei, en dat ze net iets anders bedoelde. Maar het was wel de zin die ik moest horen.