Posts tonen met het label Ladies Run. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Ladies Run. Alle posts tonen

10 juni 2013

Twee PR's


Ik dacht “Kip, ik heb je,” toen ik ingehaald werd door een vrouw met een fijn tempo. “Jij bent degene bij wie ik ga aanhaken en met wie ik samen over de streep zal komen.”
We waren 3 kilometer op weg, iedereen had zijn plek in de rij ingenomen en de eerste van de vier rondjes zat er op.
Ze droeg een blauw shirt, zag ik vanuit mijn ooghoeken, en had heel lang donker haar met hier en daar een grijze highlight.
Onze voeten sloegen in hetzelfde tempo op de weg, onze armen bewogen synchroon langs onze lichamen.
Mijn nieuwste beste vriendin en ik namen de 2 vrouwen voor ons als hazen.
Op 4,5 kilometer verloor ze wat tempo, ik liet me iets zakken zodat zij gemakkelijk weer kon aanhaken, en daarmee hadden we de grootste inzinking van de middag achter de rug.
“Zullen we dat gat dichtlopen?” vroeg ik haar na 6 kilometer toen onze hazen er vandoor gingen. Het was het eerste wat ik tegen haar zei. Zo gek, want we waren al een heel rondje een team.
Met haar glimlach kwamen we in gesprek.
“Hoe lang loop je al?”, en “Is dit de eerste keer dat je meedoet met de Ladies Run?”, werden door haar beantwoord zonder te hijgen.
Twee jaar geleden had ze haar laatste operatie gehad.
Ik wierp een blik op haar borsten, die er niet meer zaten.
Om de kans op osteoporose te verkleinen had de arts haar aangeraden na de chemo te gaan hardlopen, wat ze meteen had opgepakt en waar ze erg van was gaan houden.
Haar borstkanker was erfelijk, ze maakte zich zorgen om haar twee dochters. En ze moest bekennen, zei ze wat beschroomd, dat ze ook liep voor haar nichtje die vorige week was overleden aan dezelfde ziekte. Je weet maar nooit of ze iets aan die gedachte kon hebben, waar ze ook was.
“En jij?” vroeg ze, “Loop jij ook voor iemand?”
Ik keek naar het roze shirtje dat schitterend om mijn C cup spande.
“Ik hou gewoon van hardlopen,” zei ik. En ik besloot om voor mijn nieuwe beste vriendin onze beide PR’s aan diggelen te lopen.


7 juni 2013

Ladies Run


Had ik al verteld dat ik zondag mijn tweede 10 kilometer ooit ga lopen?
Ik word wat gehinderd door een blessure en een dreinende griep, maar ik zál 4 Ladies Run-rondjes lopen van de Grote Markt naar de Westerhaven, via het Zuiderdiep en de Brugstraat.
Het is de eerste grote Loop van de zomer, met als malle eigenschap dat alleen vrouwen mee mogen doen. Ik heb daar verder geen mening over.

Omdat ik na bijna een jaar hardlopen nog steeds snelheid mis, gaf ik me op voor de clinics (die ik training noem om vergissing met die jaren 80-vinding uit de Arie Selinger-volleybalwereld te voorkomen).

De eerste training viel me tegen. Qua sociaal gedrag dan. Van de Loopjes waar ik het afgelopen jaar aan mee heb gedaan ben ik gewend dat hardlopers erg sociale mensen zijn. In de kleedkamers praat je over het parcours, de temperatuur, de Loop van de maand ervoor en het nieuwste loopgadget. Gewoon, met willekeurige vreemden over je hobby kletsen.
De clinic-vrouwen praatten niet, behalve met hun eigen vriendinnen en dan ook nog eens over hun kinderen. Tijdens die eerste training kreeg ik op mijn vragen soms niet eens een antwoord, er was iemand die het uitlopen per se niet naast mij wilde doen en naar haar vriendinnen sprintte zodra ze de kans kreeg, en ik hoorde hoe de snelste vrouw uit de groep smalend ‘haantje’ genoemd werd.
Nee, dat beviel me niks. "Vrouwen zijn nare, rare wezens," riep ik thuis tegen de Huisschilder.

Plan: Ik zou alleen maar voor mijzelf gaan en me concentreren op mijn eigen benen tijdens de climaxloopjes, heuveltrainingen en hartslagsprintjes.
Natuurlijk lukte dat niet. Alsof ik mijn Twentse grapjes voor me kan houden! Ik kon mijzelf ook wel slaan om die eeuwige nieuwsgierigheid. “Hoe heet jij eigenlijk?” was een van mijn lievelingsvragen, naast “Doe je vaker mee aan Loopjes?”.
Ik was niet de enige. De vrouw met de pet kletste honderduit tegen iedereen, de vrouw met de kniekousen vertelde ook graag en het evenbeeld van Ireen Wüst kon er ook wat van. Als iemand haar bij kon houden tenminste.
De vrouw met de woeste krullen liep altijd naast me bij het in- en uitlopen, uiteraard nu voor eeuwig mijn nieuwe beste vriendin.

De katten vielen langzaam uit de boom, en voor ik het besefte was die onwennige vrouwengroep zomaar een leuke hardloopgroep geworden.
De laatste training begon en eindigde met belangstelling van anderen voor de blessure die ik vorige week had opgelopen, we dichtten tijdens het lopen gaten in de rij, moedigden hijgend iemand aan die het bijltje er 2 minuten voor het einde bij neer wilde gooien, legden elkaar de aanpassingen van de laatste Runkeeper-update uit en vergeleken tijden en dure GPS-horloges.
Gewoon, alsof we met trainingsgenoten over onze hobby kletsten.


3 juni 2013

10 kilometer zorgen


Ik maak me zorgen.
Om wat er vandaag in de wereld gebeurt. Om hoe er in Turkije, Syrië, Amerika en Nederland omgegaan wordt met mensen die vrijheid zeggen na te streven.
Om het doel van deze ellende: Macht met de hoofdletter W van Wil opleggen.

Ik maak me ook zorgen om de armoede. De fysieke armoede, ontstaan door de kip en ei van crisis en politiek beleid, en de geestelijke armoede die ik steeds vaker aantref in alle soorten en maten en op alle niveaus: het ontwijken en ontkennen van verantwoordelijkheden.
Het zijn de slechtste leidinggevenden die nooit een fout toegeven, of die dat een enkele keer en dan met zoveel aplomb doen dat je meteen weet wat de agenda is.

Ik neem de wereld waar zoals die mij wordt geschetst in de krant, op het journaal en via de correspondenten die ik volg op Twitter.
Dus lees ik daarnaast graag over hele andere dingen. Ik las dit weekend de boeken Bossypants van Tina Fey, en One Hundred Names van Cecilia Ahern uit. Ik las 2 verhalen van David Sedaris, de weekendkrant over theater en literatuur, en ik zag eindelijk de bejubelde College Tour met A.F.Th. van de Heijden en de Lincoln-film van Spielberg.
Alle verhalen en stemmen van schrijvers en strijders bij elkaar op één grote hoop gegooid kwam deze hele wereld me als een immens en surrealistisch kunstwerk voor.
“Kunst heeft geen nut, maar is uitermate zinvol”, is de favoriete uitspraak van mijn Huisschilder. Het Gesamtwerk van de wereld als Strijdtoneel, als Kunstwerk. De krachten die strijden, verbeeld als mensen.

Ik onderteken petities hoewel ik feitelijk bang ben voor mensen met een fanatieke blik in hun ogen en manieren.
Daarom teken ik zorgvuldig geselecteerd, want ik ben het er mee eens dat zaden vrijelijk gezaaid mogen worden, dat atletiekstadions geen voetbalstadions zijn, en dat cultuur belangrijk is.
Ik heb ook de petitie ondertekend tegen pesticiden en andere rommel van Bayer, zodat bijen, en dus de mensheid, kunnen blijven voortbestaan. Maar eigenlijk weet ik helemaal niet of ik dat wel juist vind. Hoe erg zou het nou echt zijn om te verdwijnen? In mijn ogen heeft de mensheid geen nut en is zeker niet zinvol.
Ik kan mensen ook niet met kunst vergelijken. De strijders voor vrijheid, waarheid en schoonheid kan ik alleen waarderen van een objectieve afstand, niet als ik besef dat ik er als aardbewoner deel van uitmaak. Dan moet ik verantwoordelijkheid nemen en verstijf ik in mijn stoel. Waar te beginnen? Met petities ondertekenen?

Met The Queen and I van Sue Townsend in gedachten denk ik dat het tijd wordt om eens uit te schrijven hoe het zou zijn als in een Nederland de maskers zouden vallen en men openlijk zou doen wat sommige mensen denken: "Ik wil geen Macht delen. En ik wil geen ander moeten helpen."
Bezuinig niet op sociale voorzieningen, maar schaf ze helemaal af. Geen uitkeringen, geen onderwijs, geen kunst. Een kleine overheid en geen defensie (behalve hekken om je eigen huis). Geen verzorging, geen stimuleringsprojecten, geen saneringshulp en geen infrastructuur.
Er is maar 1 god en die heet Pecunia. Nee wacht, er zijn er natuurlijk twee: Ego en Pecunia.
Er zijn Republikeinen in Amerika die beweren dat ‘Hollywood’ een linkse weergave is van wat zo mooi en goed kan zijn. Waarom zouden Ego en Pecunia alleen voor dood en verderf van morele waarden zorgen, en worden verhalen over hen altijd verfilmd als de apocalyptische hel?
Waarom niet stralende golfvelden, witte kleding en eten in overvloed? Ik wil graag weten voor hoeveel mensen dit op zou gaan. Wat wordt de waarde van geld als er zo veel van is voor zo'n kleine groep? En wat is de waarde van onderwijs als je een nieuwe werkelijkheid kunt scheppen?
Snel vooruitspoelend denk ik dat de rest van de mensheid verkommert en sterft, wat de overblijvende groep zal genoodzaken zich op te delen in een nieuwe onder- en bovenlaag waarna het patroon zich herhaalt.
Er blijft 1 persoon over.
Wat een bofkont.

“Kunst heeft geen nut maar is uitermate zinvol”.
De mensheid heeft geen nut en is niet zinvol.
Behalve dan dat de mensheid de kunst creëert. (Waarmee ik graag zou willen zeggen dat kunst het doel van het leven is, maar dat gaat helaas niet omdat scheppen van zinvolle zaken niet objectief is.)

Ik maak me in al dit geweld toch wel de grootste zorgen om het kleinste leed: dat ik door een minuscule blessure, die ik vorige week woensdag op de training opliep, misschien aanstaande zondag de 10 kilometer niet kan lopen op de Ladies Run.
En nee, dat is niet die achterlijke loop op hoge hakken.
Ik wilde wegsprinten op nat gras, gleed uit en wist mijzelf op te vangen met mijn bovenbenen. Dat gaf een klap op de spieren die nog steeds gevoelig zijn en die ik ook zeker niet te vroeg weer wil inzetten. Ik heb het dit weekend wel geprobeerd, maar in plaats van na 45 minuten was ik al na 8 minuten weer terug.
Daar gaat mijn Ego.


Het schilderij is van Rudolf Nissi

17 mei 2013

Fysiotherapie


Ze laat me op de rand van de massagetafel plaatsnemen, waar ik kleine oefeningen moet doen met alleen mijn hoofd en nek.
Bovenin mijn schouders zitten trosjes spieren het zo knus te hebben met elkaar dat ze zich liever in een knoop kleven dan terug gaan naar hun eigen plek. Het voelt ook allemaal wat minder soepel dan vorig jaar, toen ik nog niet zo serieus hardliep. Al leg ik dit verband liever niet zo vlak voor de Ladies Run.
Ze knijpt bovenin mijn schouders en duwt onprettig hard in het theekransje.

Qua afleiding kauw ik op ‘schouder’ als in Schouw-der. Ogen in je rug. Argos, nee die had er 100, ik nul. Ik kan zo gruwelijk blind zijn.
Ik kauw wat verder op de spieren in mijn schouder, dat ondefinieerbare gebied waarvan ik niet weet waar het begint en waar het eindigt. Ik zal het thuis eens opzoeken.
En tot waar lopen de armspieren eigenlijk door in de schouder? Want stel dat ik na een vliegtuigramp midden in de jungle een arm bij mijzelf of iemand anders moet afhakken, dan is het wel handig om te weten hoeveel ik van de arm zelf en de oorspronkelijke armspieren moet bewaren om een kunstarm goed te kunnen laten functioneren.

Ik zoek tussen de afbeeldingen aan de muur, maar voor ik de juiste amputatie-aanwijzing gevonden heb moet ik op mijn buik liggen.
“Ontspan,” zegt ze met een vuist stevig op mijn wervels, “Gewoon ontspannen, dan gaat dit het best.”
Ik adem uit en ontspan fanatiek. Ik adem nog meer uit en frons mijn hele hoofd. Er ontsnapt een klein “au”-tje.
Ik maak me zorgen dat ik geen goede cliënt ben.
Nog 2 wervels te gaan. Nog 2 herkansingen.
Als ze straks maar wel opschrijft dat ik mijn best doe.