7 januari 2014

De Hertogin

Ik ga zó knap om met dit hele werkeloos zijn, zegt een vriendin in de Prinsenhof tegen mij.
Het is oktober.
Zij drinkt wit, ik drink rood omdat ik me al aan het verheugen ben op de winter, al is het bizar warm voor de tijd van het jaar.
Door haar opmerking lig ik direct een half glas op haar voor, zo hard slik ik mijn vragen in.
Hoezo ben ik knap omdat ik niet de hele dag in bed zelfmedelijden lig te hebben?
En wat is het algemene beeld dan van iemand zonder werk?
Ik zeg “Dank je wel voor het compliment, lief dat je dit zegt,” en vermijd het zure gevoel te benoemen.
Zegt ze nu dat ik onderaan de waarderingsladder sta? Op de plek waar alleen heel waardeloze mensen zich bevinden? En dat ik me wel erg arrogant gedraag door niet als een hoopje ellende op mijn plek te blijven, maar te doen alsof ik wél wat voorstel?
Ik moet denken aan Thérèse uit de Franse film die ik afgelopen zomer met een andere vriendin zag.
Ik weet niet meer of ze de man met wie ze trouwde ooit leuk had gevonden, maar het huwelijk was een zakelijk besluit en zij was een sterke vrouw. En toen ging het mis.
Nadat ze haar man had geprobeerd te vergiftigen trok ze trok zich al kettingrokend terug op de zolder van een eigen huis. Ze zei niets meer, en liet zich door niets raken.
De filmvriendin had zielsveel medelijden met Thérèse.
Ik vond haar ronduit belachelijk. Ze had het heft in eigen hand kunnen nemen in plaats van zo passief uit het raam te staren en langzaamaan zogenaamd gek te worden.
Pas toen haar man haar jaren later naar Parijs bracht zodat ze daar kon gaan leven, kikkerde ze op.
Wat ben jij een verwende troela, dacht ik. Er is zoveel wat je kunt doen! Je kunt het hele landgoed eens flink door elkaar schudden qua tuinieren of schuren bouwen, je kunt op pad gaan, je hebt een sociaal leven en je kunt zó veel lezen! Je hebt een kind waar je mee op avontuur kunt, en een groot landgoed dat je mede kunt gaan beheren.
Maar verzin iets!
Ik werd kwaad dat ze niets deed maar van pure verwendheid, en ik vermoed ook kwaadaardigheid, geen stap te veel zette. Tot ze haar zin kreeg.
Tegenover De Vriendin in oktober houd ik deze tirade voor mij.
We praten over verbouwingen van monumentale panden. Daarna fantaseren we over ons leven als we niet voor het geld hoefden te werken. Ik zie mijzelf wel op een landgoed wonen. Zij ziet mij daar ook wel, zegt ze, als Hertogin Moniek.
Dat bevalt me beter dan “dappere werkeloze”.
Soms voel het alsof ik oud geld heb, en raak ik in verwarring omdat het in werkelijkheid niet zo is.


Het schilderij is "Red Geranium Basking" van Linda Jacobus

28 december 2013

Dagloos

Als Kerst de draaikolk speelt, omdat het midden in de week valt en het de vaste dagen meesleurt in zijn schreeuwende triomftocht, raak ik wat in verwarring.
Ik hou juist zo van die dinsdag en woensdag en donderdag vanwege hun vaste plaats in de rij. En ik kan ze wel pakken, maar nu het vanzelfsprekende is opgetild en weggeblazen moet ik me er harder op concentreren dat ik ze stevig bij de lurven grijp.
Deze week deed ik maar halfslachtige pogingen. Ik riep wat op Twitter, kreeg hier en daar wat bijstand en merkte niet eens hoe dat direct oploste.
De lurven gleden moeiteloos weg door mijn handen. Het laatste eindje, stevig dichtgebrand en vastgezet met gaffatape, kon ik wel iets langer houden maar ach, wat was de zin als ik eigenlijk wilde weten hoe het zou voelen om dagloos te zijn en me te laten leiden door omstandigheden.

Welnu, het is Pure Sensatie, kan ik melden.
Dit is mijn high, mijn niet-gegrond zijn.
Hoog in de lucht rondgedraaid worden en door die oude jurk als een parachute maar heel langzaam kunnen dalen.
In de verte zie ik Oud en Nieuw kleine sprongen en pirouettes maken als training voor de wervelstorm die zij volgende week door ons heen laten stuiven.
Om daar naartoe te mogen zweven buiten de tijd is een privilege. De verwarring laat ik los tot volgend jaar. Zelfde tijd, zelfde plaats.




21 december 2013

Goede Voornemens

“Ik ben nu een jaar of vier of vijf of drie geleden in januari gestopt met roken.”
“Ah! Januari! Vanwege de Goede Voornemens?”
“Nee, volgens mij was het Een Besluit.”
“O hemel. Nou oké, toe maar dan. Wat bedoel je met Besluit?”
“Dat een Goed Voornemen te vrijblijvend is. Dat je denkt: Ik zeg ook wat leuks, en dan kan ik er later om lachen in de kroeg omdat het zo snel mislukt.”

“O ja, van: Ik bereed op 3 januari al weer een andere vent."
“Ja, en van: Ik had op 2 januari al weer een kater.”
“Ga maar terug naar dat Besluit. Waarom zo serieus?”
“Waarom niet? Wat is je doel? Wil je echt stoppen met roken of wil je alleen een leuk voornemen hebben?”
“Niet te denigrerend over die stoppogingen doen! Allen Carr zegt in zijn boeken dat rokers geen slappelingen zijn. Het kost heel veel doorzettingsvermogen om te blijven roken terwijl je weet hoe slecht het is.”
“Ja. En hij zegt ook dat iedere sigaret tot doel heeft zin in de volgende aan te wakkeren.”
“Fijn. Precies het belerende verhaaltje waar ik op zit te wachten. En nu? Mag ik nu niet meer stoppen met roken dan?”
“Nee.”
“Mooi.”
“Tenzij het een Besluit is.”
“Zal ik eens fijn besluiten dit jaar een hele lange lijst met Goede Voornemens te maken waar ik dan stiekem 1 Besluit tussen stop?”
“Dat lukt je toch niet. Daarvoor ben je veel te veel Doorzetter in Slechte Dingen.”
“Chapeau voor mij dan maar! Plop!”

Mijn hersenhelften zijn uitgesproken.
Ik leg mijn pen neer, zet koffie en pak een vers boek qua donkere middag op de kortste dag van het jaar. Nog vóór ik op pagina 25 ben heeft het woord Besluit (met eveneens een hoofdletter) me al vier keer vanaf de bladzijden in mijn gezicht gespuugd.

Dat verzin je toch niet?


2 december 2013

Hoor wie klopt daar

Ik was al jaren niet meer naar een Koopzondag geweest.
Dus omdat ik de hele Sintsfeer een beetje dreigde mis te lopen door sterfgevallen, faillissementen en beschikkingen, trok ik er gisteren op uit. Ik hoopte me ruim te kunnen voeden met vrolijke “Hoor wie klopt daar”-liedjes uit luidsprekers op straat.
Eerst moest ik wat papieren afgeven bij Sign en daar vertellen dat ik twijfels heb over mijn bestuurswerk voor de galerie, nu de rechter heeft bepaald dat een (willekeurige) directeur er in zijn personeelsbeleid met de pet naar mag gooien, geen visie hoeft te hebben en absoluut geen verantwoordelijkheid draagt voor financiën.
Wat heeft het voor zin bestuurslid te zijn als je de verantwoordelijke voor de dagelijkse leiding daar formeel niet meer op aan kunt spreken?
Ik ben nog niet toe aan een besluit. Ik denk alleen dat ik er misschien over na zou moeten denken. Want ik twijfel zwaar. Over het nut.

“En ja,” zei ik thuis nog, “Formeel gaat dit het bestuur aan, niet de directie. Dus misschien moest ik het eigenlijk eerst maar eens met Klaas bespreken. In alle rust.”
Daarna fietste ik naar Sign waar geen directie was, maar waar wel Klaas zat te surveilleren, die meteen een pot koffie zette en stroopwafels serveerde.
We spraken vurig over rechtszaken, de gemeente en woonschepen. Klaas’ favoriete onderwerp is die drie samen.
Mijn twijfels, die ik tussen de regels doorvlocht, werden liever niet gehoord. Af en toe spraken we ook met dichteres Anneke die ondertussen de expositie bewonderde. Ik denk dat zij een goed observator is.

Er is veel te zeggen over de afgelopen anderhalf jaar. Veel ondermaats presteren dat beloond wordt. Veel weglopen voor verantwoordelijkheden dat niet bestraft wordt. Veel actieve houdingen die genadeloos bespeeld worden.
Ik dronk een kleine twee uur koffie met mijn secretaris in het kantoortje van Sign en luisterde naar verhalen en maakte plannen voor de volgende cultuurnota, want de activist in mij kan dat toch niet laten.
Daarna kocht ik mijn Sintkado en vergat ik te luisteren naar muziek uit luidsprekers.


21 november 2013

In Doesburg

Sommige mensen zoenen mij, de meesten niet.
Ik sta in de rij tussen twee schoonzussen die ook niet iedereen kennen.
Ze overleggen wel.
“Wie is dat ook weer?”
en
“Kijk, die zijn er ook!”
Er komen meerdere oude mannen langs met linten en kruizen op hun borst.
Ik wil ze vragen naar het verhaal erachter, misschien wel omdat het zo gek is dat ik die mensen niet ken en niets te zeggen heb behalve "Dank u wel".
Aan sommige tafels zitten hele gezinnen, en sommige mandjes met brood zijn snel leeg.
Ik zie iemand die ik als bijzonder heb leren kennen en als ik haar dat zeg weert ze me.
“Niet doen, zegt ze, “anders ga ik huilen.”

Het is fijn om sommige mensen even stevig vast te houden. Bij anderen richt ik me op de uitgestoken hand en stel me voor. Van iedereen is het goed dat ze er zijn.



10 november 2013

Pasklaar

Voor het sollicitatiegesprek had ik de keuze uit 3 outfits: een flamboyante rode, een vlammende oranje, en een degelijke donkergroene.
Ik wil dat ze me onthouden (exit degelijk), en ik wil me van mijn representatieve kant tonen (exit flamboyant, maar die kan ik altijd nog voor een tweede gesprek gebruiken).

Er zaten drie vriendelijk knikkende en glimlachende dames tegenover me.
De eerste vraag luidde: “Waarom zou jij dit nog willen? Je zet stappen terug.”
Ik perste me hardop uit alle macht in de functie en bedacht ondertussen een dijk van een metafoor.

Eigenlijk vind ik vrijwel elk sollicitatiegesprek te vergelijken met een veel te nauwe jurk waar ik me willens en wetens in probeer te persen omdat ‘ie aan het rek zo leuk lijkt.
En terwijl ik wurm en wriggel weet ik al dat ‘ie helemaal niet bij me past, maar dat zeg ik natuurlijk niet als er voor het paskamertje 3 mensen op me staan te wachten die de jurk ook willen hebben.
Ik hoor mijzelf zelfs zeggen: “Wat een prachtige jurk!” en hoop dat niemand ziet dat ik de rits niet tot bovenaan dicht kan krijgen.
Maar de dames tegenover me hadden wel door dat de rits niet tot bovenaan dicht ging en ik me niet vrij kon bewegen, al toonde ik nog zo mijn goede kant.

Waarom ik dit nog zou willen?
Omdat ik wil werken.
De ene dag omdat ik wel weer eens geld wil hebben op mijn bankrekening, de andere dag omdat ik bij dat legertje fietsers wil horen dat ’s ochtends breed zwijgend naar het werk gaat.
Soms is het omdat ik me nuttig wil voelen, die dagen heb ik ook, en andere keren wil ik alleen maar mijn hersenen gebruiken in een werkomgeving. En contact hebben met collega’s is af en toe ook een reden.

Dus ja, ik pers me wel eens in een jurk die me niet staat of niet past. Maar soms kan ik dat niet weten voordat ik in het pashokje sta.
Het enige dat echt goed paste was mijn metafoor waar zelfs de afwijzing het goed in deed: ze dachten dat de functie voor mij ‘te nauw’ zou zijn.



30 oktober 2013

Een boompje opzetten


Ik zag net een foto van Arie Boomsma langskomen en ik dacht wat ik altijd denk als ik een foto van Arie Boomsma langs zie komen: Ik moet er toch niet aan denken om de vriendin van Arie Boomsma te zijn!
Wat dat ben je dan: De Vriendin Van.
Het is jammer voor die jongen, maar dat heb ik er niet voor over.
Hetzelfde geldt overigens voor Johnny Depp.





22 oktober 2013

Publieke vrouw



De enige keer dat ik naar Pinkpop ging, ergens in de jaren 90, heb ik niets meegekregen van de bands die daar speelden.
Ik was druk met kijken naar de opstelling van camera’s en tv-crew, want ik werkte in die tijd bij de Kindertv van het Academisch Ziekenhuis en wilde zien hoe een professionele organisatie dat aanpakte.
Ik lette ook op de verkooppunten en de prijzen van de horeca, want als verse barkeeper van een verse kroeg hou je toch een oogje op wat gangbaar is.
En al die mensen in een officieel Pinkpop T-shirt hadden ook mijn aandacht: wat deden die vrijwilligers precies? En hoe? En kon ik dat als vrijwilligerscoördinator van Noorderzon en het Bevrijdingsfestival ook naar het noorden halen?
De bands zijn dat festival volledig aan mij voorbij gegaan omdat ik me verlustigde in een duur weekendje beroepsdeformatie.

Ik voel me zo bloot als publiek. Om achter de schermen vandaan te komen en zonder nut of een taak te staan.
Publiek zijn is kwetsbaar zijn. Ik vind publiek heel knap.
Ik denk met bewondering terug aan mijn nichtje dat vroeger bij voorstellingen in het Kruithuis meteen bij binnenkomst haar schoenen uittrok en gezellig in kleermakerszit helemaal opging in de voorstelling.
Dat wil ik ook. Maar ik vind wel dat het erg veel tijd kost om daar te komen!

Laatst had ik een culturele dag waarbij ik oud-opdrachtgevers bezocht.
’s Middags liep ik rond bij de fotomanifestatie van Noorderlicht in de Suikerfabriek. Ik dwaalde tussen de tentoonstellingen en dacht maar een hele klein beetje aan alle voorbereidingen die ik nog zo goed ken. Toen ik steeds méér ging denken aan tekstbordjes, plattegronden en magazines schudde ik even met mijn hoofd, lette gauw op ander, écht publiek en deed zoals zij deden: loop kijk lees loop kijk lees.
’s Avonds leunde ik in de Stadsschouwburg achterover in het pluche. Het kostte me verrassend genoeg geen moeite om me af te sluiten voor al die zaken achter de schermen. Hoeveel buffetten open, hoeveel publiek dus, waar blijven de acteurs, hoe laat vertrekt de portier en dat de opstelling voor de inleiding inderdaad kan blijven staan. Ik dacht er pas aan toen Techniek en Floormanager bij ons aan tafel schoven tijdens de nazit. Als een restantje scherm, net als de vriendinnen met wie ik die dag op pad was en die nog steeds bij die instellingen werken.

Ik hoor niet meer bij dat wat gemaakt is. Ik hoor nu bij dat wat komt kijken.
Dat is goed en daar ga ik zo goed in worden dat ik in kleermakerszit kan kijken.
Wel met speciale slofjes aan natuurlijk.