11 november 2024

Bibliotheekje spelen


 Ik zoek de boeken van Paul uit. Het is hartverscheurend om in de dozen die ik open zijn leven tegen te komen. Wat hij heeft bewaard en verzameld en belangrijk vond.

Ik heb 10 dozen gedaan, 20 te gaan.


22 oktober 2024

Boekenkasten


 Op Valentijnsdag werden 30 dozen boeken op mijn bureau neergezet. Het is de nalatenschap van Paul die in januari overleed en mij aanwees als de curator van zijn boeken. Omdat ik het afgelopen jaar niet echt lekker in mijn vel stak stonden de dozen daar maar te staan en zag ik ze al bijna niet meer. Als iemand binnenkwam zei ik 'Let er maar niet op' wat diegene dan ook niet deed, waarna ik er over uit ging weiden.

Vorige week bood buurvrouw Sandra aan dat ik wel handige kasten van haar mocht lenen, en toen pas realiseerde ik me dat ik al die tijd had zitten wachten tot ik een oplossing had bedacht voor de logistiek. Want hoewel ik had bedacht om de boeken uit te pakken en op de grond in categorieën bijeen te leggen, trok me dat natuurlijk niks. Ik kon het door mijn NAH/PCS niet overzien. En overzien is wat mij nu makkelijk moet worden gemaakt, het liefst door anderen.

Gisteren hebben we twee uur gezwoegd om de kasten in elkaar te zetten. Super handige stellages die een heel eenvoudige verbinding hebben, en daarmee helaas ook heel eenvoudig weer uit elkaar glijden wanneer je ze nét een ferme tik met de hamer hebt gegeven. Interesseert ze niks, die makkelijke verbindingen.

Maar ze staan. Ze kostten pleisters, zweet en een duur broodje van de nieuwe bakker op het plein. Maar ze staan. Ik heb gisteren een doos uitgepakt en vandaag weer één waar gelukkig romans in zaten. In februari had ik aangegeven dat de boeken in de woonkamer, plus twee planken (bestickerd) uit de werkkamer mee konden, de rest bestond uit oude kopietjes en tijdschriften als Allerhande uit 1989, waar niemand blij van zou worden. 

En toen bevatten de eerste dozen die ik hier opende papieren ik niet als waardevol zou willen bestempelen: een bumastemra-wijzer uit 1994 en fietspaden in Groningen en Drenthe uit 2002. Ik vind het dus spannend of ik wel de kookboeken uit Pauls werkkamer aan zal treffen, of dat de snelle verhuizers naar andere stickers op de stellingkast hebben gekeken.

In november (of december) stuur ik de vrienden van Paul een mail dat ze één weekend lang mogen komen grasduinen, in boekenkasten en levens die voorbij gaan.

21 oktober 2024

Levens

 Ik had zaterdag mooie momenten in de stad, eerst toen ik fijne boeken vond, daarna toen ik Suze tegenkwam en ik mijn boeken blij aan haar kon laten zien, onze fietsen tussen straat en stoep beschermend tegen verkeer, en daarna toen ik het beeldje van Paul ophaalde bij Marga. 

Er zat een enorme emotie in het doosje, dat eruit ontsnapte toen ik het witte plakband openscheurde en de vier flappen opsloeg. Op weg naar de stad dacht ik aan de mensen van mijn leeftijd die er zomaar niet meer zijn. Bert en Paul, Jose, Hillie, Ismael, Arno, Karel, Susanne. Dat het zo is en dat het niet te begrijpen valt dat hun leven wel degelijk impact heeft gehad nu we de gaten opvullen en met weemoed aan hen denken en gewoon verder leven.


Ik opende het doosje en alles wat ik voelde zuchtte diep als stoom de openheid in. Alle emoties die ik had maar niet mocht hebben omdat ik niet iedereen even goed had gekend, of niet iedereen zo goed (meer) kende als van mij werd verwacht.

Het was een mooie puf die de weg naar de wereld insloeg en die onderweg wat mist in mijn ogen achterliet.

1 oktober 2024

In geuren en kleuren

 Bij Ikea viel de geur me het meest op. Niet direct natuurlijk, ik liep eerst ouderwets onbeschermd rond en keek keurend naar de verschillende inrichtingen en dacht 'kijk mij dit eens even heel goed doen'. Tot het niet meer ging en ik dat het eerst merkte door de smerige zeeplucht die een groep mensen voor me met zich meedroeg. Zo'n vieze penetrante 'ik ben schoon hoor'-lucht. Maar toen ik ze voorbijsnelde met mijn oog op de vloer gericht tegen al die vrolijke tl-verlichting, duurde het maar kort voor diezelfde lucht weer mijn neus invloog. Het zijn de geurkaarsen, denk ik nu. Maar gisterochtend dacht ik alleen: het is een Teken. Een signaal dat ik moet maken dat ik hier weg kom, dat ik toch te veel aan het doen ben. Dus ik glipte het magazijn in en sloot aan bij de kassarij.

Het waren alleen zelfscanners. En ik wist het niet, ik was het vergeten want ik moet dat soort gedachten beter opslaan (maar waar dan? mijn hoofd wil ze niet hebben), maar ik word er tegenwoordig wat paniekerig als ik in een vreemde winkel geen ouderwetse rolbandkassa zie. De zelfscanner van de AH is superfijn, maar die ken ik van begin af aan. Bij de zelfscan van de Jumbo vind ik het geruststellend dat er iemand bij staat, want ik moet alle handelingen stap punt voor punt stap punt doen. Het blijft lastig als ik veel heb en ik het systeem in die winkel niet ken.

Bij Ikea bleek dat ik twee keer hulp nodig had. Wat het minder erg maakt, is dat de medewerkster deed alsof het de normaalste zaak van de wereld was dat ik de Betalen-knop niet aangetikt kreeg en dat ik de knop voor de papieren zak tevergeefs aan bleef tikken terwijl ik natuurlijk de code op de zak zelf had moeten scannen. Het was niet eens een Hindert niks, het was een Normaalste zaak.

Waarom lukt me dat niet? Omdat mijn hoofd niet af kan stappen van het enige dat ik voor me zie: de knop op het scherm. Dat ik afstand moet nemen en even naast me moet kijken is te groot, te ver weg. Ik kan het niet uitleggen. En nee het helpt niet dat ik door dat oog een andere manier van kijken heb en dat de felle lampen zorgen voor felle flitsen en dat ik pas buiten denk: Waarom zet ik niet gewoon mijn zonnebril op? Waarom heb ik niet in de gaten dat de luchten en de lichten en de geluiden (O mensenliefde waarom moeten jullie toch zo schreeuwen naar elkaar?) te veel zijn? Het is niet zo moeilijk te bedenken dat ik die dingen niet doe en of voel omdat ik er geen zin in heb. Ik wil ook wel weer eens ergens gewoon en normaal rondlopen zonder het gevoel te hebben dat ik een zeikerd ben.

Enfin, ik heb de zinken stellingkast 's middags in elkaar gezet, vol planten en potten en geinige dingen geramd en nu ben ik supertevreden. Dat ik nu nog steeds in 'oranje' zit, is niet erg. Kleine prijs, groot plezier.

23 september 2024

en vier

 Natuurlijk word ik wel boos. Op mensen die geluid maken. Houd je bek, wil ik schreeuwen, en woedend uit bed stappen om de achterburen met een kaakslag te verstommen. Ik ben boos als mensen hun fiets zo parkeren dat onze handremmen in elkaar zitten. Als ze langzamer een trap oplopen dan ik, of een smalle ruimte, en ik steeds moet afremmen. Ik ben boos als mijn moeder in tien minuten tijd vijf keer dezelfde vraag stelt, als ze niet héél even haar mond kan houden uit angst voor stilte en veroordeling. En ik ben boos als hij de was verkeerd in de kasten legt. Ik ben boos als ik blauwe sokken bij zwarte vind, en het ene type onderbroek op dezelfde stapel blijkt te liggen als het andere type. Als de hemdjes binnenstebuiten liggen, en als ik hemdjes schrijf terwijl ik vijftig jaar geleden leerde dat het hemdjes moest zijn. Natuurlijk word ik dan boos.



17 september 2024

Boos en boos is drie

 Op de verjaardag vertelde iemand op onplezierige manier over haar hersenletsel, als in: ik ben heel bijzonder en heb een heel schokkend en dramatisch verhaal dat iedereen moet horen. Haar voorhoofd waren twee bizarre deuken en een bobbel waar ik niet te opzichtig naar wilde staren, maar het liefst had ik daar allemaal vragen over gesteld. Want verhalen over niet kunnen plannen en tellen of op woorden kunnen komen ken ik nu wel. Doe mij maar een smeuïge anekdote over een vet ongeluk.

Ze stortte tijdens het vertellen een hele hoop boosheid de tuin in. De vrouw met wie ze hiervoor sprak vluchtte weg toen ik bij het gesprek kwam, ik nam het haar niet kwalijk en luisterde afstandelijk zodat haar verongelijktheid me niet kon raken. Maar ja, ik moet dan zelf ineens ook vertellen, geen idee waarom ik dacht dat ze wel zou luisteren, en dat was keihard want door over mijn eigen NAH te vertellen pakte ik een stuk uniekzijn van haar af. Vervolgens zei ik tegen haar man dat we een soort van lotgenotengesprek voerden, en tenslotte vloerde ik haar met mijn afwijzing van Beatrixoord. Daar komt niemand overheen en ik baalde dat ik dat had genoemd. Ik wilde helemaal niet in een opbieding zitten, ik wou alleen maar delen. En ik denk ook dat ik begrip wilde van iemand die weet hoe het is. Maar dat lukt natuurlijk niet als de ander in een voortdurende strijdbare houding zit.

Ik vroeg hoe het zat met haar acceptatie, omdat ik daar nu zelf ben aanbeland, en dat ik dat eens moet aanpakken als ik van mijn huidige somberte af wil komen. Rouwverwerking, noemt de ergotherapeute dat. Het voorhoofd schudde heel beslist heen en weer. Niks ervan, met dat acceptatie-gedoe kwamen ze ook al aanzetten bij haar revalidatie. Flauwekul. En toen zei ik het gewoon: dat het haar wel zou kunnen helpen met haar boosheid. En voor het eerst voelde ik bij haar een klik. Zou ze dan vooral gezien willen worden in die boosheid? En hielp het dat ik wist waar ze het over had?

Alles komt natuurlijk in drieën, en de ochtend na het feestje las ik in De Keuze van Edith Eger dat je niet rouwt over wat er is gebeurd, maar over wat er niet is gebeurd, en dat er geen vergeving bestaat zonder je woede te hebben geuit, en dat je jezelf helpt als je een ander helpt. Daarna bladerde ik door Pinterest, op zoek naar een plaatje om te sturen naar de jarige van het feestje. Wat zomaar opdoemde was een hele irritante illustratie die wrevel opriep en die ik toen maar accepteerde. Ik ben gewoon nog niet boos genoeg. Hoe gaan we dat voor elkaar krijgen?

15 september 2024

Hoofd schouders knie en teen

 Bert en ik zaten op een bankje te luisteren naar de stukjes. Ik wist nog niet dat hij Bert heette en hij begreep mijn grapje over Repelsteeltje niet, waarin ik een leuke knik maakte naar het geheim van mijn naam. Bert moest echt even zitten vanwege de val onlangs op zijn net nieuwe knie. Ik moest ook zitten maar ik weet nooit precies waarom dus hoewel Bert me de gelegenheid gaf om te vertellen hield ik me daarover stil. Maar misschien wilde ik er gewoon van genieten dat ik achteraf zat, en in alle rust kon kijken naar de feestvierders die dicht bij de musicerende neven stonden. Ik wil nu ook een buitenhuisje in de bossen.

9 september 2024

Snackbar

 De meeste mensen die stilstaan op straat, een stoep, een plein, en die voor zich uit in het niets staren of een hand voor de ogen houden, zoals de man net, die mensen die ik dan vraag of 'Het wel gaat', kijken verrast op en zeggen betrapt Ja hoor, ik stond gewoon even. Fijn, zeggen we dan, en Fijne dag. De man die ik dat vijf minuten geleden vroeg keek stralend op uit zijn handen en vertelde dat hij wachtte tot de snackbar 10 meter verderop om half 12 openging. Volgens mijn horloge was het dat precies. Dus daar gaan mensen zitten als de brasserie en de bakker maandags gesloten zijn. En bij deze lantaarnpaal wachten ze dan met dichte ogen, afgesloten van de buitenwereld, tot het zover is.