31 maart 2020

Kijk nou toch


Kijk haar daar nou eens lekker liggen in een lauwwarm badje met een beetje zout.
Na het poedelen droogde ik haar stevig af en poetste ik haar liefkozend op tot ze glom van pret.
Mijn juf zegt dat een oog onzijdig is en ik geen 'haar' mag zeggen. ik heb het geprobeerd en ik vind er niks aan. Ik ben voorstander van genderrijke organen.

Na het badje belde ik met het CBR omdat ik in De Medische Beschikking las dat het prima is als ik wil autorijden, maar dat ik wel eerst mijn rijbewijs moet laten aanpassen. Internationaal willen ze mijn gebrek terug kunnen vinden als een code.
Ik stak het plein over naar de fotografe en vroeg haar of ze pasfoto's wil maken waarop mijn ogen even groot zijn. Ze deed haar best maar zonder bril zag het er natuurlijk niet uit.
Ik schudde mijn hoofd.
Misschien dat make-up nog iets vrolijks zou kunnen doen.
Ik stak het plein weer over naar de Hema en kocht mascara en eyeliner dat ik voor de spiegel van de fotografe op mijn ogen smeerde.
Mijn rechteroog maak ik op als vanouds. Bij mijn linkeroog gaat dat niet, want als ik dat dicht doe, met het doel om een streepje langs mijn wimperrand te trekken, zie ik niets. Ik heb er wel een truc voor gevonden maar mooi wordt het niet, al was het alleen maar omdat het ene ooglid verder weg woont dan het andere.
Mijn mooie dagen liggen sowieso achter me, zag ik in het schermpje van de fotografe toen ze minder dan anderhalve meter afstand hield om mij het voorlopige resultaat te laten zien.
We kozen de minst lelijke uit, waarop ik ons nieuwe trucje het duidelijkst had toegepast: als ik even beide ogen dicht doe, zijn ze daarna voor heel eventjes even groot.
Ik betaalde voor een flubberende nek, rode oogleden en pafferige wangen.
Ik betaal stevig voor ouder worden.

Buiten keek ik naar mijn schaduw die voor mij uit liep, terug naar het bureau. Mijn opgestoken haar maakte een langwerpig ei van mijn hoofd. Daarna maakte ik een ongelooflijk mooie draai op de hakken van mijn wandelschoenen, trok de knip uit mijn haar en schudde voor een etalage mijn pluizenbos los voor ik opnieuw de fotozaak binnenging.

We maakten nieuwe foto's die me iets minder schrik aanjagen dan de eerdere serie.
'U krijgt ze van mij,' zei de fotografe, die er niet over uit kon hoe mooi mijn nep-oog is.

En nu kijkt ze mij peinzend aan vanaf twee verschillende pasfoto's.
We stonden erbij en keken ernaar hoe ik ineens tien jaar ouder was geworden.



29 februari 2020

Een boek van twee schrijfsters

Ooit had Elizabeth Gilbert een geweldig idee voor een boek, en hoe ze er ook over nadacht en wat ze er ook bij bedacht en wat ze ervan vond, ze kwam er maar niet aan toe om dat geweldige idee uit te werken tot een roman.
Toen kwam ze Ann Patchett tegen. De schrijfsters raakten met elkaar aan de praat en Ann vertelde Elizabeth over het boek waar ze mee bezig was. Dat bleek het verhaal te zijn waar Elizabeth nooit aan toegekomen was.
De hoofdpersoon was dezelfde vrijgezelle vrouw van middelbare leeftijd die voor diezelfde baas naar het zelfde Zuid-Amerikaanse land moest om iets te regelen en toen met dezelfde tegenslagen te maken kreeg.
Het kan de geest van de tijd zijn geweest.
Maar daar is natuurlijk niks aan.

Dus vertelt Gilbert het bij gelegenheid zoals ze het verhaal van Tom Waits vertelt. Als er een lied 'voorbij' komt moet hij het snel opschrijven, anders reist het verder naar iemand die er wel naar luistert.
Er lijkt een grote pot met ideeën te zijn, zegt ze, waar iedereen uit kan pakken wat geschikt lijkt, waarvan je zegt: daar kan ik wel wat mee, dat past bij mij.

Ik vind het een leuk idee, dat zoiets zou bestaan. Ik vind het ook leuk dat er niet-bedachte rode draden zijn in iemands leven. Waarom niet? Dat je tegen jezelf kunt zeggen: en nu is het tijd voor huppeldepup, wat je vervolgens je eigen kosmos ingooit, wel ziet wat ervan komt, en dat je het je heel goed herinnert als huppeldepup daarna ook werkelijkheid wordt.

Iemand zei laatst tegen me "Tuurlijk, mensen kunnen zichzelf van alles wijsmaken" en ik was een beetje teleurgesteld dat zij, die zo van literatuur houdt, niet met dat idee mee kon gaan.
Het is niet zo moeilijk om cynisch te zijn en te zeggen dat alleen simpele zielen geloven in een vleugje magie in het leven. Ik doe dat erg graag, en ik baal ervan dat er tijden zijn dat ik het vergeet.
Maar dan lees ik twee boeken door elkaar, van twee geweldige schrijfsters, en als ik het tweede met een diepe zucht heb dicht geslagen herinner ik me het verhaal dat de een ooit het boek van de ander heeft afgeschreven en hou ik weer heel veel van die toevalligheid.

Voor de lol hier een link naar het Tom Waits verhaal.





12 februari 2020

Opstarten

Het voordeel van dit blog is dat ik nauwelijks hoef uit te leggen wat er met me is gebeurd. Dat scheelt in de vaart der gesprekken, net zoals berichten op Facebook al een aftrap zijn voor de conversatie daarna op straat.
Het nadeel van dit blog is dat ik niet meer weet hoe ik terug moet naar die tijd ervoor. Hoe ik weer gewoon over wufte zaken kan schrijven die me raken.
Ik wil het wel, dus trek ik het me aan als B en T op de verjaardag van N vragen waar nieuwe stukjes blijven, en dat ze niet per se over mijn oog hoeven gaan. En dus vind ik het heel grappig dat docent L drie dagen daarna met een ferme knipoog zegt dat het nou juist zo leuk is om op blogs over andermans ellende te lezen (hij zei 'ziekte' geloof ik, maar dat voeg ik hier nu alleen maar tussen haakjes aan toe omdat de kans bestaat dat hij dit leest en ik hier, in tegenstelling tot in zijn proza-lessen, alleen waarheidsgetrouw schrijf, al vraag ik me nu af waarom).

Geen ellende meer voor mij.
Ik kondig het maar vast aan.
En ik merk vanzelf wel of het oog nog een rol speelt in dat wat me interesseert.



31 oktober 2019

Zware geuren

In de wachtkamer bij de oogarts zit een oudere man op stoel 2 van 4. Ik ga naast hem zitten, op de eerste stoel, zodat ik de deur van mijn arts in de gaten kan houden. Het zit mijn buurman niets lekker, dat voel ik best.
Terwijl ik mijn boek pak, en mijn jas en sjaal en tas goed op mijn schoot leg en tussen mijn benen plaats, zucht hij diep, kijkt me van opzij aan, buigt naar voren, naar achteren, draait, mompelt wat en als ik me eindelijk heb geïnstalleerd staat hij op en gaat op stoel 4 zitten.

Wat krijgen we nou?
En als ik dat echt wil weten, hoe vraag ik dat dan?
Onze hoofden gaan als poppetjes in een weerhuisje: als ik naar hem kijk, kijkt hij vooruit, en andersom. Dan hou ik mijn blik op hem gericht en wacht tot hij mij aankijkt.
'Zat ik te dichtbij?' vraag ik.
'Ja,' zegt hij vlot.
Oké, dat kan natuurlijk, kwestie van in iemands ruimte zitten.
'U geeft een bepaalde geur af.'
'Mijn shampoo?' vraag ik snel, ik bedoel: de wachtkamer zit vol publiek en ik wil toch niet dat al die mensen denken dat ik stink. Ik hoop tenminste dat ik niet stink, maar dat zou maar zo kunnen want ik heb net dertig minuten in hoog tempo van huis naar ziekenhuis gewandeld met zware spullen in mijn rugtas. Het zou me in ieder geval niet verbazen als ik inderdaad keihard stink naar zweet. O fuck ik stink natuurlijk niet alleen naar oksel- en rugzweet, maar waarschijnlijk houden deze schoenen ook de geur van mijn sokken niet tegen. Heb ik weer.
'Dat kan,' zegt de man, 'mijn hersenen kunnen die geur niet meer aan, want ik heb te veel oplosmiddelen gesnoven.'
Ons publiek kijkt hem kritisch aan en ik krijg een rode kleur van opluchting.
'Schildersziekte.'
'Wat vervelend.'
'Tja, wat doe je er aan?'
Ver weg gaan zitten, blijkbaar.

We kijken weer voor ons uit, met twee lege stoelen tussen ons in. Een struise oudere dame en haar begeleidster komen het toneel op en rennen bijna naar de lege plaatsen. Ik ruik de zeephanden op stoel 2 en ben blij voor de man dat die wapperen buiten zijn reukveld. De struise dame is ongeduldig omdat ze al meer dan vijf minuten wacht. Ze zegt haar tekst in keurig ABN.
Ons publiek glimlacht wat voor zich uit, dit toneelstukje is tenminste vertrouwd.



12 september 2019

Waarin Mevrouw vertelt hoe het nou echt is gesteld met dat vermaledijde zicht

Ik zie prima.
Wel zie ik mijn neus steeds in beeld. Dat ziet iedereen, maar als je twee goed functionerende ogen hebt kun je door je neus heen kijken en dat gaat bij mij niet. Mijn neus schendt mijn gezichtsveld, zeg maar.
De enige keer dat ik er echt last van heb is als ik op de fiets zit en iemand inhaal. Zeker in het begin van dit hele verhaal trof ik telkens weer zo'n fietser die tijdens mijn inhaalmanoeuvre ging versnellen zodat ik niet terug naar rechts kon. Dus versnelde ik ook. En ja hoor, die rottige fietser deed net zo hard mee!
Het duurde even, en vele blikken over mijn schouder, om te zien en te geloven dat ik die fietser inmiddels al tien meter achter me had gelaten.
Wat ik voor de fietser aanzag was mijn neus. En die haal je niet zo gemakkelijk in.

Het tweede rare is dat ik niets meer in één oogopslag kan zien.
Vermindering van het aantal ogen blijkt gelijk te staan aan verdubbeling van het aantal oogopslagen dat ik nodig heb om een boekenkast, drankenkast, gedekte tafel, rekken in de supermarkt, kledingrekken, ruimte vol mensen, enzovoorts in me op te kunnen nemen.
Weg is de snelle blik.
Mijn hoofd moet ook helemaal meebewegen wil ik niet met mijn neus hoeven kijken.

Beide situaties zijn niet erg en een kwestie van wennen. Dan maar wat langzamer, dat is niet erg. Bovendien was ik altijd al wel érg snel, duizelingwekkend vond ik het soms, dus dit compenseert dat een beetje.
Het enige waar ik tegenwoordig nog snel in ben is afvallen. En dat moet ook, want ik bekeek mijn kledingkast laatst eens goed, want langzaam, en zag daar allemaal leuke kleren hangen waar ik al een tijd niet meer in kan.

Ik vertel mijn zicht-verhaal graag en zo vaak mogelijk, omdat ik ben gaan houden van het moment dat iedereen scheel kijkt als ik zeg dat je door je neus heen kunt kijken.




29 augustus 2019

Kijken kijken

Ik zat net bij de diëtist in de wachtkamer. Ze deed de deur open en meteen stoven allerlei dames op haar af. 'Heb je iets te doen,' vroegen de dames, 'of kunnen we even wegen?' Ze had niks te doen, zei ze, waarna ik ('daar denk ik toch echt anders over') opsprong, me tussen die zichzelf wegende dames wurmde en haar vroeg of zij Truus van Truzenberg was, want dan had ik een afspraak met haar. Ze wist van niks, haar hoogzwanger voorgangster had onze afspraak niet in de agenda gezet.
Ik observeerde haar verbaasde blik en liet haar spartelen zonder iets te zeggen.
Het is genieten om alleen vriendelijk toe te kijken en dat kan ik iedereen aanraden.
Zeg niks, kijk.
Dan zie je hoe iemand denkt en hoe de één voornamelijk bezig is een verklaring te vinden voor de omstandigheid en hoe de ander razendsnel aan een oplossing werkt. Wat iedereen probeert is de situatie te beheersen zonder gezichtsverlies.
En ik leer tegenwoordig dat dat veel beter gaat als ik niet mijn dienstbare best ga doen dat in te vullen door mee te denken of oplossingen aan te reiken.
Dus ik oefende in geduldig zijn en zag hoe het gezicht voor me vat probeerde te krijgen op de situatie en in haar geheugen groef naar wat ze ooit geleerd had over de juiste houding voor een dergelijk moment.
Ze tikte minutenlang op haar toetsenbord, 'even kijken hoor', en koos toen voor excuses en complimenten.
Terwijl ik keek bedacht ik wat ik zelf wou. En ik wou weg.

Van haar mocht ik blijven, maar dan moest ze even een volgende cliënt afzeggen.
Dat wou ik niet. Wat heeft zo'n andere cliënt te maken met een fout in mijn tijd, dus doe maar een andere keer. Ik wou er bovendien ook vanaf zijn. Eigenlijk wou ik nooit meer terugkomen, maar mijn hoofd zei: doe niet zo raar, je hebt een stressvol half jaar achter de rug, grijp deze hulp nou.

We maakten een nieuwe afspraak. 
Ze verzon nog 'Wanneer hebben wij elkaar voor het laatst gezien?' en ik staarde haar aan en dacht 'Weet je wat, laat maar zitten, het is niet meer nodig.' En nog een keer kwam mijn verstandige hoofd ertussen voordat ik die woorden hardop kon uiten.

Teruglopend naar huis herinnerde ik me dat ik de vorige keer een kwartier voorbij mijn afspraaktijd maar eens naar de balie liep om te vragen of dit wel goed kwam. Er was in de wachtkamer genoeg te observeren en ik voerde leuke gesprekken met andere wachtenden, waaronder een vrouw met MS die weer kon lopen, maar dat was nu eenmaal niet de reden van mijn komst.
De hoogzwangere voorgangster bleek helemaal de tijd vergeten te zijn, zo gezellig had ze met de cliënt vóór mij gepraat.
Dat was drie. En terwijl ik mijn straat inliep besloot ik dat drie toch wel echt meer dan genoeg is. Dat het eigenlijk ook idioot is dat ik daar drie Momenten voor nodig heb.

Ach wat doe ik daar ook.
In het gebouw lopen en rollen voornamelijk patiënten rond. En dat ben ik niet.
Dus ik belde ze af en ben vanaf nu weer heerlijk zelf verantwoordelijk.




5 juli 2019

Afkicken

'Je moet hier wel over doorschrijven,' zei Rolf. We zaten in de kroeg en die ochtend had ik hem pas bijgepraat, via de app, over mijn afgelopen maanden. Ik geef in zo'n situatie dan een verkorte versie en de link naar dit blog.
Beetje gemakkelijk, maar dan kan iemand zelf bepalen of, wat en wanneer hij/zij iets wil lezen.
Volgende week ga ik theedrinken met iemand die echt helemaal van niks weet. En ook nog eens een enorm gevoelsmens is. Dat wordt veel lastiger.

Gelukkig zie ik er niet uit als een halve gare.
Dinsdag had ik voor 12 uur al vier mensen getroffen die voor me gingen staan en me keurden, de een openlijk nieuwsgierig, de ander voorzichtig. Hun conclusie was dat je er niks van zag, nou ja nauwelijks dan, tot ik begon te draaien met mijn ogen.
Dat moet ik dus niet meer doen, bedacht ik op dat moment. Maar dat wist ik natuurlijk ook pas nadat ik het had gedaan.

Voordat ik donderdagavond naar de kroeg ging had ik een bijeenkomst waarbij twee mensen op de hoogte waren en mijn oog al hadden gezien, en de andere drie van niets wisten. Ik deed mijn best om niet met mijn ogen te draaien maar mijn hoofd recht naar de spreker te richten, wat er ongetwijfeld een beetje raar uit zag.
Kwestie van oefenen en doorzetten. Want ik merkte dat het fijn was om het in gezelschap eens niet over ogen te hebben. Om mensen die ik alleen binnen een bepaalde context ken, ook daar te houden.

In een persoonlijke omgeving kan het ook wel eens zomaar een uur niet over mijn oog gaan.
Dan voelt het alsof er iets ontbreekt, zeker in het begin. Hallo jongens, gaat er nog iemand aandacht aan mij geven of hebben we een olifant in de kamer?
Maar nu ik al een dag of tien mijn oog in heb, iedereen tevreden is en ik voorbij het stadium ben dat ik het oog iedere dag moet schoonmaken, merk ik dat ik die hele toestand wel eens voor langere tijd vergeet. Dat is nieuw en zó lekker!

Dus toen Rolf dat zo zei van door blijven schrijven zei ik nee.
En dus zit ik hier weer. Ik noem het afkicken.



2 juli 2019

Zo lief

Zo lief, die mensen die kaartjes stuurden en bloemen bezorgden of lieten bezorgen. Die belden, op bezoek kwamen en appten. Die gewoon iets van zich lieten horen, hoe klein ook.
Die reageerden op blogs van Mevrouw Moniek, en me een hart onder de riem staken.
Die zeiden of schreven: 'je hebt er vast niets aan als ik zeg dat ik aan je denk', en die niet half weten hoe ontzettend fijn dat is te horen.

Lief, organisaties die begripvol reageerden toen ik opdrachten terug moest geven of maar bij de helft van hun cursus aanwezig kon zijn.
En ook lief: de arts die aangedaan was omdat hij me niet had kunnen helpen.

Zo lief, Baukje die me chauffeerde als ik afspraken in het UMCG had, die bij me bleef wachten al duurde het uren en die tussendoor een prachtig ooglapje fabriekte.
Lief, Nathalie die meeging naar injecties en die me daarna geduldig verzorgde.
Lief, mijn ouders en schoonmoeder die zo vaak belden om te horen wat de artsen nu weer hadden bedacht.
Lief, Lydia die bij de arts mee naar binnen ging en me steunde toen ik voor nieuwe afspraken van het kastje naar de muur werd gestuurd.
Lief, die malle sleutelhanger van Carla, de bananenplant van Marieke en Femmy die een etiket op een wijnfles volschreef.
Maar het allerliefst is toch Cor, die er altijd was en is en van wie ik nog een geweldig ontbijt op bed tegoed heb.