13 maart 2015

De hoofden van Malevich

Achter elkaar zie ik ze verschijnen: gezichten van bekenden die dat op het tweede gezicht niet zijn. Voor het station zie ik een man weggedoken achter een broodje. Hij staat 20 meter verderop, en ik vraag me af wat die ex in Assen doet. Ik draai mijn hoofd nog even in het voorbijgaan om te checken of hij het wel is, maar de man kijkt me recht aan en dan is verder checken geen optie meer.
Die dag loop ik in het Drents Museum drie bekenden tegen het lijf. Iemand die er werkt, iemand die in de buurt werkte, en midden tussen de schilderijen iemand die met pensioen is. Ik vermijd hem eerst en concentreer me op mijn telefoon, andere bezoekers, de muur en iets groens, voor ik zeker weet dat hij het is.
"Hou jij de wacht hier?" vraagt hij na de begroeting.
Ik kijk naar mijn donkerblauwe kokerrok. "Vind je dat ik er zo uit zie dan?"
"Nee nee," zegt hij, "het was meer de manier waarop je in de ruimte keek."
Ik gooi het op Malevich die mijn blik niet vast kan houden.
Als hij een film in duikt probeer ik opnieuw, en anders, naar het werk te kijken. Het lukt niet, alleen het schilderij met de rode paarden komt binnen. De oud-directeur van de academie heeft gelijk in zijn observatie van mij.
Ik verstuur een tweet en beëindig mijn pauze tussen de niet-ingevulde hoofden van Malevich.


12 februari 2015

Eetplekken

Op een van mijn werkplekken eten ze gezond. Het zijn dan ook bijna allemaal vrouwen en dat stimuleert denk ik.
Op mijn andere werkplek nemen ze zo vaak en zoveel mogelijk soep en tosti’s en kroketten, laat ik me vertellen. Niet omdat ze dat altijd al deden, maar omdat het straks niet meer kan als de keuken tussen de middag gesloten is.

De eerste werkplek, de nieuwste, heeft als gewoonte dat we om 12.00 uur allemaal aan een grote tafel gaan zitten en onze meegenomen pakketjes uitpakken. Het zijn veelal bakken vol salades, en ook nog eens zelfgemaakt. Als ik op een dag een bak van oom Albert meebreng voel ik me bijna schuldig dat ik overvloedige conserveringsmiddelen aan tafel heb uitgenodigd. De collega naast me vertelt over het dieven van tomatenplantjes in haar moestuin en ik kijk naar de brokken gorgonzola die in mijn saladebak aan de amandelen kleven.
Als ik mijzelf niet hoefde te verdelen over twee werkplekken zou ik de hele dag ook wel tomatenplanten willen dieven. Als ik wist hoe dat moest dan.

Op de Vrouwen Werkplek halen we koffie voor elkaar, ook tijdens vergaderingen.
Er staat een automaat en we hebben allemaal een sleuteltje. Er is geen bediening die de helft van de tijd niets zit te doen om af en toe mensen te ontvangen en te woord te staan. De ontvangst is op werkplek één namelijk geregeld door een wisselende baliemedewerker die gewoon haar eigen werk doet op een balieplek.
Soms hoeft het niet zo formeel te zijn ingericht.
Maar het leukste van werkplek één is wel dat ik vorige week de vrijmibo heb geïntroduceerd met mijn meegenomen flesje Cabernet Sauvignon, en dat niemand dat vervelend vond. En dat er geen bediening op een glas meer of minder keek.



1 februari 2015

Zoet

“Dat ga ik ook doen,” schamperde man X, “Een club oprichten en dan zelf bepalen wie er in mag.”
Ik zei niets terug, in de hoop dat hij zelf hoorde wat hij zei. En ook omdat ik niet hardop wilde zeggen hoe erg ik het voor hem vond dat hij blijkbaar niet de vrijheid voelt om zelf te bepalen wie hij op zijn feestjes wil hebben.

Man Y zei: “Je zit dus gewoon met een paar vrouwen bij elkaar, drinkt wat thee en wijn en eet taart? En je hebt dan meteen maar een Club? Maar dan kun je toch álles wel een Club noemen! Dan had ik gisteren met mijn vrienden in de kroeg ook een club!”
“Ja. En?”

De stem van man Z sloeg bijna over.
“Je bakt niet, je wisselt geen recepten uit, je gaat alleen maar met een stel vrouwen één taart eten en je noemt het De Taartenclub!”

Ik vind jaloezie maar een lelijk monster.



4 januari 2015

Duister

Op oudejaarsdag word ik wakker met een pijnlijk, rood, en gezwollen rechteroog dat ik eerst maar eens charmant met een oude sjaal dichthoud. Bril er overheen, mijn zelfbeeld kan niet meer stuk.
Ik begin lichtinval te vermijden en lees mijn boek in een scheel tempo. Het meest baal ik er van dat ik het niet in 2014 uit krijg. In 2013 las ik nog een boek per week. Ja, ik hou dat bij ja.
Mijn oog moet schoon, ik besluit te douchen als een blinde.
Onze badkamer is spaarzaam ingericht als je niet naar de voorwerpen op de planken kijkt, wat ik niet doe want het licht is uit. Ik voel alleen maar.
Ik voel de tegels op de vloer en het badmatje dat wel eens zachter is geweest.
Ik voel de ijzeren punten van de borstel op mijn hoofd, minpuntje.
Maar door het duister trekt wel de pijn in mijn oog weg en ook mijn schouders worden lichter. Zie wel, het komt door het licht. Ik weet natuurlijk ook welk licht.

Ik ben tien minuten in de badkamer, ik doe precies en alles wat ik daar moet doen en van plan was, en ik grijp geen enkele keer mis. Ik dacht dat het een hilarische bedoening zou worden, maar het blijkt zo gemakkelijk te zijn als had ik het licht aan gedaan.
Alleen het haakje voor de badjas hangt hoger dan verwacht.
De warmte van de kraan bepaal ik door te werken met 90˚C en iets bij te stellen naar links. Alle flessen shampoo, gel, schuim en neutrale toestanden zijn op de tast van elkaar te onderscheiden. De handdoek hangt op een vaste plek, en mijn deo is rond maar die weet ik ook zonder dat te vinden, want die deo is natuurlijk het 4e item van links op de onderste plank, rechts van een beker, tandpasta en lenzenvloeistof.


Ik knijp mijn ogen ferm dicht en open de deur naar de gang waar ik stil juich met één vuist in de lucht. Zonder mijn coole neuroses had ik nooit heel even blind kunnen zijn.


30 december 2014

De portal van Teun

Neefje Teun is mijn portal naar tijdreizen. Of niet hij, maar zijn toekomstige hij die ik steeds vaker zie opduiken.
In de zomer van 2013 hadden we net de tent opgezet op de camping bij Milaan, toen een paar Italiaanse jongens van een jaar of 19 vrolijk kletsend langs liepen. 
Ik staarde naar een van die jongens, kon mijn ogen niet van hem afhouden. En nee, dat was niet omdat het cougar-kwijl uit mijn mond liep, maar omdat ik daar mijn bloedeigen neefje van 12 zag lopen, maar dan als hij 19 is.
Ik zeg 19, ik weet niet waarom ik daar geen ander getal voor neem. Maar negentien nestelde zich in mijn hoofd en negentien zal daar blijven.
Teun is ondertussen 13, en hij mag nog niet in kroegen aan de bar hangen. Dus toen ik hem gisteravond toch zag zitten in de Kroeg van Klaas, en hoorde praten met de barman over games en nerven en nogzowatzaken in een taal die niet van mijn tijd is, wilde ik hem eerst vermanend toespreken.
Maar hij is echt 20, zei hij, en hij woont al 20 jaar in Groningen!
We hebben hem gemaand elders te gaan studeren, en gaven hem nog een biertje. Terwijl de Barman en de Huisschilder en mijn 20-jarige neef met elkaar spraken over DLC, seasons pass en meer van die futuristische termen die de 13-jarige ook beheerst, checkte ik of de ogen hetzelfde waren, en vroeg ik me af of Teun wel echt zo breed gaat lachen na zijn beugelperiode.
De zus vroeg vanochtend om een foto, heb ik niet gemaakt, wel overwogen. Ik denk niet dat een foto de portal had overleefd.


29 december 2014

Vrouwelijk

In de hardloopkledingwinkel zie ik ze meteen hangen: een groen en een rood shirt met lange mouwen. Ik gris ze uit de rekken want zoiets is zeldzaam.
Op 5 meter afstand staat een vrouw met korte blonde stekeltjes hardloopschoenen te passen.
"Waarom moet dat toch altijd roze of paars zijn?" vraagt ze aan de verkoper. "Waarom kunnen ze nou niet een normale kleur hebben?"
"Ja precies!" roep ik, luid genoeg dat ze begrijpt dat ik me met haar gesprek wilde bemoeien. "Ik ben die kinderkleurtjes ook zó spuugzat!"
Ik merk dat ik té luid spreek. Maar het is iets waar ik me op de fiets al over op zat te winden.
Stel dat ze wéér alleen maar roze en paars hebben, en dan zeg ik [iets scherpzinnigs], en ook [iets geniaals], en ik ga niet weg zonder ze te laten weten hoe belachelijk ik het vind om in zoete kleertjes te moeten hardlopen, en dat ik het niet meer pik!
En dat maakt mijn stem luider dan de bedoeling is.

Ik pas het groene shirt dat geweldig voelt, maar dat iets te krap en veel te duur is.
Het maakt me niets uit. Als ze het hebben in mijn maat koop ik het.
Dat hebben ze niet. Bestellen gaat ook niet want het behoort tot de wintercollectie en die gaat er al weer uit. Het is december, bij de weg.
"Jammer hoor," zeg ik tegen de verkoper, "want ik ga echt niet in roze rennen!"
"Wat vind je?" vraag ik aan de vrouw die aan de tafel voor het pashokje koffie drinkt in afwachting van hulp. Ze vindt de groene ook schitterend staan, en de rode minder. We besluiten een shirtje uit het rek te pakken om er onder te dragen, wat immers het nut is van een winterse longesleeve, en te zien of het krappe shirt dan nóg krapper wordt. Of eigenlijk: om te zien of het heel erg stom staat. Dat doet het. En ach, het is toch te duur ook al besteed ik mijn volledige tegoedbon van € 19,- hier aan.

"Denk je er echt zo over?" vraagt de blonde vrouw me op mijn weg naar buiten.
Ik knik langzaam en groots.
Ik herken haar van de Monnikenloop en van de Molenloop en meen me te herinneren dat ze uit Uithuizen komt, of Bedum. Als ik haar bij een volgende loop weer tref zal ik haar in mijn actiecomité opnemen, besluit ik want ze heeft de roze schoenen weer netjes in de doos terug laten stoppen. Er is nog kans voor ons, zo lang we ons maar niet laten ringeloren en onze eisen helder stellen.
Thuis zie ik op internet dat het groene, zijdezachte Nike shirt in veel winkels nog volop voorradig is, ook in mijn maat.



19 december 2014

Lady


Ik had het natuurlijk veel eerder moeten doen: aan het eind van een doordeweekse middag naar de film omdat ik daar zin in heb.
Ik zoen Nienke voor de kassa, en koop mijn kaartje bij de jongeman die er achter zit. Ik ga naar My Old Lady, in mijn eentje. "Tenzij Nienke mee wil."
Maar Nienke moet werken, dus smeer ik mijn nog razende adrenaline in hoog tempo uit over haar en de traptreden naar boven.

Er zitten verrassend veel mensen in de zaal, voornamelijk oudere vrouwen die, te zien aan hun haarkleur, niet hun werk maar hun geraniums zijn ontvlucht.
Ik zet mijn telefoons uit en ontspan op commando. Daar word ik steeds beter in. Ook 's nachts spreek ik mijzelf streng toe. "Ik snap best dat jij je hier zorgen om maakt, maar wou je dat nu ter plekke gaan regelen? Nee toch? Nou dan. Hou op te zeiken en slaap!"
De laatste twee nachten heeft het gewerkt.
ONTSPAN!
NU!

Het is een fijne goedgevoelfilm, ik sudder wat na in Images' etalage met een Merlot.
Mijn telefoons hebben geen berichten ontvangen, blijkbaar werkt verplichte ontspanning kosmisch door op apparatuur. 
Ik neem mijzelf mee uit eten, drink er een Negro Amaro bij.
Het Engels sprekende stel naast mij deelt hun afschuw voor de reizende medemens. Het Nederlandse meisje is blond en de Amerikaanse jongen eet met één hand. Tegen de tijd dat ik de laatste stukjes bloemkool door mijn kaasfondue sleur proberen ze indruk op elkaar te maken met verhalen over hun reizen naar Londen.
Aan de andere kant zit een vader met een pubermeisje. Hij houdt het gesprek gaande, zij gaapt. "Ben je moe," vraagt hij. "Dbpfeh," kan er net af. De vader en ik delen grijnzen.
Als de fakkeloptocht langs is getrokken reken ik af en val een paar deuren verder bij de Prozaclub binnen. Ik hoor mooie verhalen, spreek met bekenden en schud Twittervrinden eindelijk de hand.
Voor twaalven ben ik thuis. Dat hindert me niks, ik heb een kadodag gehad.

7 december 2014

Slaap

Als ik stil blijf liggen val ik wel weer in slaap, soms werkt dat.
Andere keren stel ik me voor dat er wolkjes waar slaap op staat geschreven rustig door mijn voeten wandelen, alle tenen aanraken, door de enkels kietelen en al dansend hoger mijn lichaam in komen. Dat werkt wel, als ik maar niet afgeleid raak door gedachten over boeken en treinen en werk en het weer en die film.
Terug, zeg ik dan, hup in de voetzool!
Waarmee ik de wolkjes de reis weer van voor af aan laat beginnen. En het werkt ook echt: als ik me echt concentreer slaap ik al voordat ze mijn bovenbenen bereiken.

De laatste week heb ik wakker gelegen vanaf 4 uur, de tweede nacht zelfs vanaf 3 uur.
Ik was stiekem wel nieuwsgierig naar mijn conditie. Zou ik de dag een beetje fatsoenlijk doorkomen? Zou ik me kunnen concentreren en zouden mijn woorden wel goed geformuleerd uit mijn mond komen?
Zou ik überhaupt wel in staat zijn om dat wat zich in mijn hoofd vormde, ongeschonden de hele weg naar mijn mond te laten afleggen? En wat was dat dan, dat zich nog in mijn hoofd kon vormen?

Deze zomer vroeg ik het me hardop af: waarom doen we ’s nachts nooit meer leuke dingen? Wat maakt het uit of we om 3 uur in de ochtend naar het park lopen en picknicken? Of de buurt versieren met slingers? Of rolschaatsen op een lege weg? En waarom lukt het anderen wel om stiekeme muurschilderingen te maken als niemand wakker is?
Het antwoord was een geschrokken snurk.

De afgelopen twee nachten heb ik geslapen als een blok. 1x op alcohol, 1x zonder; 1x na feest, 1x na rust; 1x na digiboek, 1x na papieren boek.
Ik werd heel eventjes wakker om een uur of 3 of 4, draaide me om en sliep zomaar verder.
Ik ben nu al twee dagen doodmoe overdag.