5 april 2026

In Tijden van Schildpad


 Het kreeg een naam, een paar stukjes geleden, maar het zit me niet lekker dat ik de schildpad heb gepikt uit alle mogelijke langzame verschijningen. Ik heb helemaal niks met dat dier. Tenzij het een orthosympathische schildpad is. Dan klopt het. Er is geen beweging in te krijgen omdat het niet eens kan kiezen uit vechten vluchten bevriezen of aan de slag.

Sympathisch voelt alsof ik al vechtend in de vluchtstand sta, en vol actie toch alleen maar stokstijf toekijk. Dat laatst is raar, ik weet het. Alles wat ik doe voelt alsof ik steeds met alle kracht uit een bevroren toestand breek, met scherven van ijs die in het rond springen. Pats, pats. Of knap.

Ik ben weer mobiel en ineens loert mijn sympathisch zenuwstelsel weer voortdurend op de voorgrond. Stress. Ik moet weer, er is geen gedwongen rust meer.

De dingen die ik zogenaamd 'moet' zijn allemaal leuk. En toch en toch. Ik heb er vanochtend een hele tijd over na zitten denken. Waar ik op uit kwam is dat ik vijf maanden lang kon vergeten dat mijn hoofd niet meer kan wat het kon, omdat al mijn aandacht ging naar dat been dat helemaal niets kon. Het leverde me op dat ik niet meer de onrust van de NAH voelde, niet meer het inwendige trillen, dat ik op geen enkele manier dacht aan Werk, en dat ik niet meer voortdurend 'aan' stond. Dat gehaast was ik helemaal kwijt. En nu is er geen fysieke reden meer om het rustig aan te doen en moet ik weer opnieuw oefenen in rust, training, rust, rust.

Dat sympathische betekent voor mij: heel veel handelingen achter elkaar willen doen en in mijn hoofd de draad al kwijt zijn geraakt van die handelingen, en toch doorgaan want de beweging is nu eenmaal ingezet en als ik stop bewegen dan stort ik waarschijnlijk in, en ik kijk wel van een afstandje toe hoe ik dat doe want als ik in mij ga zitten dan voel ik die stress en dat moest maar niet want ik weet niet hoe ik die moet aanpakken.
Er zit helemaal niks sympathieks in dat sympathisch zenuwstelsel.

4 april 2026

Die vermaledijde trap

 Soms lees ik hier wat terug, meestal om te controleren of ik iemand niet al te hard heb genoemd, en ik bleef laatst haken bij 30 oktober, toen ik me afvroeg hoe ik de rust zou kunnen behouden als ik vanaf 3 november zonder vangnet zit van arbodienst en behandelaars die me hielpen met die bewustwording over de noodzaak van rust. Het leek me niet zo heel erg om ze te verliezen, omdat die hele club ook als ballast voelde. Zij waren gericht op Werk, op Het Werkend Leven. Kan ik Werken, zo ja: wat kan ik dan nog, wat dan, hoe dan, waar dan. Zo nee: voor hoeveel procent kan ik dat niet?

Ik verheugde me op een herstelperiode met Echte Rust, zonder te hoeven denken aan het hijgende Werk, wat zeker tot september 2026 duurt vanwege die achterstanden bij het UWV. Eerder zal ik niet gekeurd worden.

Enfin. Ik verheugde me, en ik vreesde tegelijk een beetje dat ik te snel te veel hooi op mijn schouders zou nemen. Dus ik nam me voor om het te zien als een nieuw probeersel. Rust, opbouw, rust, opbouw, vind de balans. Interessant. Vijf dagen later viel ik van de trap, één dag nadat ik bij het UWV was ondergebracht.

Was dit een bericht van de kosmos die vrolijk naar me zwaaide en riep: 'Ik heb je gehoord hoor! Is helemaal prima, denk je dat je aan een half jaar voldoende hebt?'. Of was dit stom toeval, wat uiteraard kan, maar absoluut niet sexy is. Of, en dit vond ik wat pijnlijk: heb ik het met opzet gedaan, niet helemaal bewust natuurlijk want het was nogal pijnlijk, maar toch?

Discuss, zei ik op een avond toen ik dit met iemand wilde overpeinzen. Maar zij zei: 'Je was moe, want je hebt NAH, en dus keek je niet uit'. En toen vertelde ze verder over haar dag. En ik moet dat soort dingen ook niet met iedereen willen bespreken. Zeker niet de pijnlijkste ideeën.